Gemeenteblad van Ten Boer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ten Boer | Gemeenteblad 2014, 33968 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ten Boer | Gemeenteblad 2014, 33968 | Verordeningen |
De raad van de gemeente Ten Boer;
gelezen het voorstel van Partij van de Arbeid en Algemeen Belang;
gelet op artikel 3 van de Winkeltijdenwet;
besluit vast te stellen de Verordening winkeltijden Ten Boer 2014:
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ten Boer;
b.feestdagen: Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, Eerste en Tweede Kerstdag;
c.werkdagen: maandag tot en met zaterdag;
d.winkel: dat wat daaronder wordt verstaan in de Winkeltijdenwet;
Van de in artikel 2 van de Winkeltijdenwet vervatte verboden geldt een vrijstelling op de door het college aangewezen zon- en feestdagen. Per kalenderjaar kunnen ten hoogste vier dagen worden aangewezen.
Het college kan voor bijzondere gelegenheden, buiten de onder lid één genoemde zondagen, nog ten hoogste twee zondagen per kalenderjaar aanwijzen waarvoor een vrijstelling geldt.
Het college kan de vrijstelling beperken tot een bepaalde tijdsruimte, gebied of winkels behorende tot een bepaalde branche of categorie.
De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van:
a.musea;
b.winkels, waar uitsluitend maaltijden, voor directe consumptie geschikte eetwaren, alcoholvrije dranken en, door middel van een automaat, tabak en tabaksprodukten, middelen ter voorkoming van zwangerschap en damesverband plegen te worden verkocht;
c.winkels waar de bedrijfsactiviteit hoofdzakelijk bestaat uit het verhuren van voorbespeelde videobanden en andere voorbespeelde beelddragers, mits in die winkel geen andere goederen worden te koop aangeboden of verkocht dan videobanden en andere beelddragers, alsmede tijdschriften en catalogi, die betrekking hebben op het te huur aangeboden assortiment.
De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van:
a.winkels, waarin zich een restaurant of lunchroom bevindt, voor zover het laten
betreden van de winkel noodzakelijk is voor het bezoeken van het restaurant of de lunchroom;
b.winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk fietsen en bromfietsen plegen te worden verkocht, voor zover het laten betreden van de winkel noodzakelijk is voor het huren van fietsen en bromfietsen.
De in het eerste lid vervatte vrijstellingen gelden niet ten aanzien van het verkopen van
goederen.
De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van gebouwen, waar voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard plaatsvinden, en waar uitsluitend of hoofdzakelijk goederen die rechtstreeks verband houden met aldaar te houden voorstellingen, uitvoeringen en evenementen plegen te worden verkocht, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop daarvan.
De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het ter gelegenheid van voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard te koop aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden met die voorstellingen, uitvoeringen of evenementen, vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop daarvan.
De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels in of op het terrein van sportcomplexen, waar uitsluitend of hoofdzakelijk goederen worden verkocht, die rechtstreeks verband houden met de aldaar beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van die sportcomplexen.
De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van het in of op het terrein van sportcomplexen te koop aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden met de aldaar beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van die sportcomplexen.
De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten aanzien van winkels in of op het terrein van bejaardenoorden, waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten plegen te worden verkocht.
De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden in of op het terrein van bejaardenoorden niet ten aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten.
Het college kan voor snuffelmarkten ontheffing verlenen van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Winkeltijdenwet vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op zon- en feestdagen.
Het college kan aan de ontheffing beperkingen verbinden.
De ontheffing kan worden geweigerd als de woon- en leefsituatie of de openbare orde in de omgeving van de winkel/het bedrijf op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de openstelling op basis van de ontheffing.
Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigen als:
a.ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b.verandering van omstandigheden of inzichten dit naar hun oordeel noodzakelijk ma
ken in het belang van de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;
c. de exploitatie van de winkel/het bedrijf op basis van de ontheffing gevaar oplevert
voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;
d.aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden
nagekomen;
e.van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarbij gestelde termijn;
f.de houder dit verzoekt.
Slotbepalingen
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen toezichthouders.
De Verordening winkeltijden Ten Boer 1996 wordt ingetrokken.
Een krachtens de Verordening winkeltijden Ten Boer 1996 verleende ontheffing geldt als ontheffing verleend krachtens deze verordening. Burgemeester en wethouders kunnen deze ambtshalve vervangen door een ontheffing krachtens deze verordening. Ambtshalve vervanging kan gepaard gaan met een wijziging van beperkingen en voorschriften.
Aanvragen om ontheffing die zijn ingediend onder de Verordening winkeltijden Ten Boer 1996 maar waarop nog niet is beschikt bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld overeenkomstig deze verordening.
Op 28 mei 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een initiatiefwet tot wijziging van de Winkeltijdenwet. Deze wetswijziging is op 1 juli 2013 in werking getreden.
Op grond van de gewijzigde Winkeltijdenwet blijven de wettelijke verboden om winkels op zon-, feestdagen en op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur open te stellen, op zichzelf bestaan. Gemeenten kunnen na de wetswijziging echter zelf bepalen of – en in hoeverre – zij vrijstelling of ontheffing verlenen van deze verboden. De uitzonderingsbepalingen daarvoor uit de nu nog geldende Winkeltijdenwet, zoals de toerismebepaling en de avondwinkelbepaling, komen namelijk te vervallen.
De met betrekking tot deze verordening meest relevante bepalingen van de Wtw, de artikelen 2 en 3, luiden na de wetswijziging als volgt:
Op 28 mei 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een initiatiefwet tot wijziging van de Winkeltijdenwet. Deze wetswijziging is op 1 juli 2013 in werking getreden.
Op grond van de gewijzigde Winkeltijdenwet blijven de wettelijke verboden om winkels op zon-, feestdagen en op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur open te stellen, op zichzelf bestaan. Gemeenten kunnen na de wetswijziging echter zelf bepalen of – en in hoeverre – zij vrijstelling of ontheffing verlenen van deze verboden. De uitzonderingsbepalingen daarvoor uit de nu nog geldende Winkeltijdenwet, zoals de toerismebepaling en de avondwinkelbepaling, komen namelijk te vervallen.
De met betrekking tot deze verordening meest relevante bepalingen van de Wtw, de artikelen 2 en 3, luiden na de wetswijziging als volgt:
Artikel 2
1. Het is verboden een winkel voor het publiek geopend te hebben:
a. op zondag;
b. op Nieuwjaarsdag, op Goede Vrijdag na 19 uur, op tweede Paasdag, op Hemelvaartsdag, op tweede Pinksterdag, op 24 december na 19 uur, op eerste en tweede Kerstdag en op 4 mei na 19 uur;
c. op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur.
2. Het is voorts verboden op de in het eerste lid bedoelde dagen en tijden in de uitoefening van een bedrijf, anders dan in een winkel, goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan en in rechtstreekse aanraking met particulieren.
Artikel 3
1.De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de in artikel 2 vervatte verboden.
2.De gemeenteraad kan bij verordening aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om in de gevallen, in de verordening aan te wijzen, en met inachtneming van de daarin gestelde regels op daartoe strekkend verzoek ontheffing van de in het eerste lid bedoelde verboden te verlenen.
3.De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden.
De bevoegdheid van gemeenten wordt zo ruim dat zowel algehele handhaving van de verboden als het volledig terzijde stellen daarvan tot de mogelijkheden behoort. Hetzelfde geldt voor alle opties die daartussen zitten. De beperkingen voor het gemeentelijk beleid – en de gemeentelijke regels – voor de zondags- en avondopenstelling kunnen alleen nog gevonden worden in het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet (de daarin opgenomen vrijstellingen gelden zondermeer) en ander hoger recht. Met betrekking tot dat laatste zijn, zoals hieronder uiteengezet zal worden, met name de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van belang, vooral waar deze een zorgvuldige belangenafweging voorschrijven.
Artikel 2 van deze verordening regelt een algemene vrijstelling. De vrijstelling geldt voor de gehele gemeente Ten Boer op de door het college aan te wijzen zon- en feestdagen. Het college kan voor maximaal 4 dagen per kalenderjaar vrijstelling verlenen. Op een vrijgestelde dag kan een winkel of een bedrijf, anders dan een winkel, van 06.00 tot 22.00 uur geopend zijn voor publiek. Deze beperking in tijd is geregeld in de Winkeltijdenwet.
Het betreft hier een algemene vrijstelling omdat het een heel gebied betreft, namelijk de hele gemeente. Alle winkels en bedrijven anders dan winkel vallen dan onder die vrijstelling. Voorheen lag de bevoegdheid om voor ten hoogste twaalf dagen vrijstelling te verlenen bij de gemeenteraad.
Lid 2 bepaalt dat het college bovenop deze 4 vrijstellingen voor bijzondere gelegenheden nog voor maximaal 2 dagen vrijstelling kan verlenen. Daarbij kan gedacht worden aan dorpsfeesten of een gemeentefeest.
Lid 3 regelt de mogelijkheid voor het college om de onder de eerste en tweede lid bedoelde vrijstelling te beperken tot een bepaalde tijdruimte, gebied of winkels of bedrijven behorende tot een bepaalde branche. Dat houdt in dat het college de vrijstelling kan beperken in tijd, bijvoorbeeld van 13.00 tot 20.00 uur. Het houdt ook in dat het college kan bepalen dat slechts een of meerdere categorieën of branches of winkels in een bepaald dorp onder de vrijstelling vallen.
Artikel 2 van deze verordening regelt een algemene vrijstelling. De vrijstelling geldt voor de gehele gemeente Ten Boer op de door het college aan te wijzen zon- en feestdagen. Het college kan voor maximaal 4 dagen per kalenderjaar vrijstelling verlenen. Op een vrijgestelde dag kan een winkel of een bedrijf, anders dan een winkel, van 06.00 tot 22.00 uur geopend zijn voor publiek. Deze beperking in tijd is geregeld in de Winkeltijdenwet.
Het betreft hier een algemene vrijstelling omdat het een heel gebied betreft, namelijk de hele gemeente. Alle winkels en bedrijven anders dan winkel vallen dan onder die vrijstelling. Voorheen lag de bevoegdheid om voor ten hoogste twaalf dagen vrijstelling te verlenen bij de gemeenteraad.
Lid 2 bepaalt dat het college bovenop deze 4 vrijstellingen voor bijzondere gelegenheden nog voor maximaal 2 dagen vrijstelling kan verlenen. Daarbij kan gedacht worden aan dorpsfeesten of een gemeentefeest.
Lid 3 regelt de mogelijkheid voor het college om de onder de eerste en tweede lid bedoelde vrijstelling te beperken tot een bepaalde tijdruimte, gebied of winkels of bedrijven behorende tot een bepaalde branche. Dat houdt in dat het college de vrijstelling kan beperken in tijd, bijvoorbeeld van 13.00 tot 20.00 uur. Het houdt ook in dat het college kan bepalen dat slechts een of meerdere categorieën of branches of winkels in een bepaald dorp onder de vrijstelling vallen.
Deze artikelen regelen bijzondere soorten winkels die niet onder het verbod van artikel 2 lid 1 Winkeltijdenwet vallen. Voorheen werden deze winkels vrijgesteld van het verbod door het Vrijstellingsbesluit Winkeltijdenwet (AMvB). Dit besluit is gedeeltelijk komen te vervallen door de wetswijziging van 1 juli 2013. Het is nu aan de gemeenteraad om voor deze categorieën winkels al dan niet een vrijstelling te regelen.
Deze artikelen regelen bijzondere soorten winkels die niet onder het verbod van artikel 2 lid 1 Winkeltijdenwet vallen. Voorheen werden deze winkels vrijgesteld van het verbod door het Vrijstellingsbesluit Winkeltijdenwet (AMvB). Dit besluit is gedeeltelijk komen te vervallen door de wetswijziging van 1 juli 2013. Het is nu aan de gemeenteraad om voor deze categorieën winkels al dan niet een vrijstelling te regelen.
Artikel 8 regelt de bevoegdheid van het college om op verzoek ontheffing te verlenen van artikel 2 van de Winkeltijdenwet. De ontheffing kan alleen worden verleend voor snuffelmarkten. Daarvoor dient wel een schriftelijke aanvraag bij het college te worden ingediend. De ontheffing is iets wezenlijks anders dan de vrijstelling. De ontheffing geldt namelijk voor een individuele ondernemer en kan pas worden verleend op schriftelijk verzoek. Voorheen lag de bevoegdheid ontheffing te verlenen bij de gemeenteraad. Het college kon alleen voor feestdagen een ontheffing verlenen.
Reden is dat de vlomarkt in Winneweer (vallende onder de categorie snuffelmarkt) jaarlijks om ontheffing verzoekt van het verbod zondag voor publiek geopend te zijn. Hiervoor wil de raad de mogelijkheid bieden om ontheffing te verzoeken bij het college.
Lid 2 van dit artikel bepaalt dat het college zelf beperkingen kan verbinden aan de ontheffingen. De raad geeft hier geen nadere invulling aan. Het college kan hier daarom zelf invulling aan geven.
Lid 3 van dit artikel geeft redenen voor weigering van een verzoek om ontheffing. Het moet dan gaan om de woon- en leefsituatie en/of de openbare orde in de omgeving van de winkel/het bedrijf. Het college kan binnen die grenzen een verzoek afwijzen.
Artikel 8 regelt de bevoegdheid van het college om op verzoek ontheffing te verlenen van artikel 2 van de Winkeltijdenwet. De ontheffing kan alleen worden verleend voor snuffelmarkten. Daarvoor dient wel een schriftelijke aanvraag bij het college te worden ingediend. De ontheffing is iets wezenlijks anders dan de vrijstelling. De ontheffing geldt namelijk voor een individuele ondernemer en kan pas worden verleend op schriftelijk verzoek. Voorheen lag de bevoegdheid ontheffing te verlenen bij de gemeenteraad. Het college kon alleen voor feestdagen een ontheffing verlenen.
Reden is dat de vlomarkt in Winneweer (vallende onder de categorie snuffelmarkt) jaarlijks om ontheffing verzoekt van het verbod zondag voor publiek geopend te zijn. Hiervoor wil de raad de mogelijkheid bieden om ontheffing te verzoeken bij het college.
Lid 2 van dit artikel bepaalt dat het college zelf beperkingen kan verbinden aan de ontheffingen. De raad geeft hier geen nadere invulling aan. Het college kan hier daarom zelf invulling aan geven.
Lid 3 van dit artikel geeft redenen voor weigering van een verzoek om ontheffing. Het moet dan gaan om de woon- en leefsituatie en/of de openbare orde in de omgeving van de winkel/het bedrijf. Het college kan binnen die grenzen een verzoek afwijzen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-33968.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.