Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2014

De raad van de gemeente Noordoostpolder;

gezien het advies van het presidiumd.d. 14 april 2014;

Gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;

B E S L U I T:

vast te stellen de:

Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2014

Paragraaf Ambtelijke bijstand

Artikel 1.
Verzoek om informatie

Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een verzoek om:

  • a.feitelijke informatie van geringe omvang;

  • b.inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn;

  • c.bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand.

Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.

Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand.

De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.

Artikel 2.
Verlenen van ambtelijke bijstand

Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris ambtelijke bijstand tenzij:

  • a.het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;

  • b.dit het belang van de gemeente kan schaden.

De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt.

Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.

Artikel 3.
Weigering verzoek om ambtelijke bijstand

Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek.

Artikel 4.
Geschil over ambtelijke bijstand

Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan de secretaris.

Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak.

Artikel 5.
Informatie over verstrekte ambtelijke bijstand

De secretaris kan in een register de aard en het aantal verzoeken om ambtelijke bijstand bijhouden als bedoeld in artikel 1, vierde lid.

Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden.

Indien het college of leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.

Paragraaf Fractieondersteuning

Artikel 6.
Recht op financiële vergoeding

De fracties, zoals bedoeld in artikel 7 van het reglement van orde, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie.

De vergoeding per fractie wordt vastgesteld op € 1.873 en de vergoeding per raadszetel wordt alsvolgt samengesteld: voor het 1e en 2e lid € 295 p.p. (100%); voor het 3e en 4e lid € 221 p.p. (75%); voor het 5e en 6e lid € 148 p.p. (50%), voor het 7e en 8e lid € 74 p.p. (25%).

Artikel 7.
Besteding financiële vergoeding

Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken.

De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:

a. uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen;

b. betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;

c. giften;

d. uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen;

e. Algemene opleidingen voor raads- en commissieleden tenzij deze inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten van de deelnemers.

Artikel 8.
Voorschot bijdrage fractieondersteuning

De bijdrage voor fractieondersteuning wordt voor 31 januari van het betreffende kalenderjaar in de vorm van een voorschot over dat kalenderjaar verstrekt.

In een jaar waarin gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden wordt de bijdrage verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt wordt de bijdrage verstrekt voor de overige maanden van dat jaar.

Artikel 9
Gevolgen wijzigingen door verkiezingen

Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen verandert, wijzigt de bijdrage:

  • a.bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt;

  • b.bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt.

Artikel 10
Gevolgen splitsen fractie

Bij afsplitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 6, tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden.

Bij afsplitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling die volgt uit artikel 6, tweede lid.

Artikel 11
Reserve fractievergoeding

De fractie reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage ter besteding in volgende jaren.

De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 6. Indien de reserve hoger is wordt de bijdrage teruggestort.

Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat meerdere.

Als een fractie ophoudt te bestaan vanwege verkiezingen of door overlijden wordt een afrekening opgesteld en de reserve fractievergoeding teruggestort.

De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van het presidium als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd.

Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in het voorgaande kalenderjaar ontving.

Artikel 12
Verantwoording en controle

Elke fractie dient binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar, een schriftelijk verslag in aan de raad waarin verantwoording over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning wordt afgelegd.

Dit schriftelijke verslag is openbaar en wordt gedurende twee maanden na indiening van alle verslagen voor een ieder ter inzage gelegd. Het presidium stelt de verantwoording vast.

Paragraaf Slotbepalingen

Artikel 13
Intrekking oude verordening

De verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning (2010) wordt ingetrokken.

Artikel 14
Inwerkingtreding en citeertitel

Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 mei 2014.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2014.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

8 mei 2014.

De griffier,
de voorzitter,
Naar boven