Gemeenteblad van Hellendoorn

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HellendoornGemeenteblad 2014, 30192Verordeningen

Verordening behandeling bezwaarschriften ambtenarenzaken 2014

Nijverdal, 22 april 2014 Nr. 14INT01002

De raad van de gemeente Hellendoorn;

Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 18 maart 2014;

Gelet op de artikelen 84, 107, 107e, 149  en artikel 160, eerste lid onder b. en c. Gemeentewet en artikel 7:10 Algemene wet bestuursrecht;

B e s l u i t:

vast te stellen de:

Verordening behandeling bezwaarschriften ambtenarenzaken 2014

Hoofdstuk I Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

  • b.commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften ambtenarenzaken;

  • c.wet: Algemene wet bestuursrecht;

  • d.college: het college van burgemeester en wethouders;

  • e.ambtenaar: ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet, zijn nagelaten betrekkingen of zijn rechtverkrijgenden.

Hoofdstuk II Behandeling van de bezwaarschriften

Paragraaf 1 De commissie

Artikel 2 Inleidende bepaling

Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren als bedoeld in artikel 1:5 van de wet.

De commissie is bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften, die zijn ingediend door de ambtenaar tegen besluiten en andere handelingen waarbij zijn belang als zodanig is betrokken.

Artikel 3 Samenstelling van de commissie

De commissie bestaat uit drie door de raad te benoemen personen, waaronder een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. Daarnaast wijst de raad een plaatsvervangend lid aan.

De in de commissie zitting hebbende leden mogen geen lid zijn van de raad of het college of in dienst zijn van de gemeente Hellendoorn.

Artikel 4 Secretaris

Onverminderd het bepaalde in artikel 103 van de Gemeentewet kan door de gemeentesecretaris een gemeenteambtenaar worden aangewezen voor de functie van secretaris van de commissie. De gemeentesecretaris kan eveneens een waarnemend secretaris aanwijzen. Voor de aanwijzing zijn uitgesloten de ambtenaren, die zitting hebben in de toetsingscommissie functiewaardering, alsmede ambtenaren, werkzaam bij de unit personeel en organisatie.

Artikel 5 Zittingsduur

De voorzitter en leden van de commissie treden af op de dag van het aftreden van de raad.

De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen.

De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Paragraaf 2 Procedure

Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift

Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

De raad – als het bezwaarschrift is ingediend door de griffier of een medewerker van de griffie – dan wel het college – in de andere gevallen - stelt het bezwaarschrift alsmede zijn bedenkingen en de overige op het bezwaarschrift betrekking hebbende bescheiden zo spoedig mogelijk in handen van de commissie.

De in het tweede lid genoemde bescheiden worden uiterlijk op het in artikel 10, eerste lid genoemde tijdstip eveneens ter kennis gebracht van betrokkene en eventueel diens gemachtigde.

Artikel 7 Mandatering bevoegdheden

De bevoegdheden ingevolge de artikelen

  • -6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van het niet voldoen aan de vereisten, als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld;

  • -6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie;

  • -7:4, lid 2;

  • -7:6, lid 4;

van de wet worden voor de toepassing van deze wet opgedragen aan de commissie.

Artikel 8 Vooronderzoek

De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.

De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen daartoe op de zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.

Artikel 9 Hoorzitting

De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbende en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.

Belanghebbende kan zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. De gemachtigde moet een schriftelijke en door de indiener van het bezwaarschrift ondertekende machtiging overleggen, tenzij hij als advocaat of procureur is ingeschreven of de indiener van het bezwaarschrift met de gemachtigde verschijnt.

De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet.

Indien de voorzitter op grond van het in het derde lid genoemde artikel besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan:

  • a.de belanghebbende;

  • b.het verwerend orgaan.

Artikel 10 Uitnodiging zitting

De voorzitter deelt de belanghebbende en het verwerend orgaan tenminste twee weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting.

Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kan de belanghebbende of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval twee weken voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbende en het verwerend orgaan meegedeeld.

De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid.

Indien hetgeen ter zitting aangevoerd is daar aanleiding toe geeft, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie de directe en/of indirecte leidinggevende van de belanghebbende horen. De belanghebbende en/of diens gemachtigde en het verwerend orgaan worden in de gelegenheid gesteld daarbij aanwezig te zijn. De secretaris maakt van het horen een verslag.

Artikel 11 Quorum

Voor het houden van een zitting is vereist, dat de meerderheid van het aantal leden, waaronder in ieder geval de voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger, aanwezig is.

Artikel 12 Niet deelnemen aan de behandeling

De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Artikel 13 Openbaarheid van de zitting

De zitting van de commissie vindt met gesloten deuren plaats.

Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging

Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet en artikel 10, vijfde lid van deze verordening vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun hoedanigheid.

Het verslag houdt een korte vermelding in van hetgeen is gezegd en overigens ter zitting is voorgevallen.

Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden gehecht.

Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

Artikel 15 Nader onderzoek

Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek houden.

De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, de belanghebbende en het verwerend orgaan toegezonden.

Indien uit het onderzoek feiten of omstandigheden bekend worden die voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn, wordt dit aan de belanghebbende en het verwerend orgaan bekend gemaakt en worden zij in de gelegenheid gesteld daarover te worden gehoord.

Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16 Raadkamer en advies

De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt, indien die minderheid dat verlangt.

Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

Artikel 17 Uitbrengen advies

Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. De leden van de commissie ontvangen een afschrift van genoemde bescheiden.

Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van twaalf weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid van de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.

Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbende een afschrift.

Hoofdstuk III Slotbepalingen

Artikel 18 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag, volgende op die van haar bekendmaking. Gelijktijdig vervalt de Verordening behandeling bezwaarschriften ambtenarenzaken.

Artikel 19 Onvoorziene omstandigheden

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college en, als de zaak tijdens een vergadering geen uitstel toelaat, beslist de voorzitter.

Artikel 20 Geheimhouding

De leden van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen bij de uitoefening van hun lidmaatschap ter kennis komt, voor zover het belang van de medewerker dit vereist.

Artikel 21 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening behandeling bezwaarschriften ambtenarenzaken 2014.

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

Deze verordening is door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld in zijn vergadering van 18 maart 2014 onder nr. 14INT01019.

Burgemeester en Wethouders van Hellendoorn,

de secretaris, de burgemeester,