Wijziging Reglement vastgoedregistratie Amsterdam 2011 vanwege nieuw bestuurlijk stelsel en overdracht mandaat in het kader van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (BAG)(3B, 2014, 44)

Afdeling 3B

Nummer 44

Publicatiedatum 17 maart 2014

Onderwerp

Wijziging Reglement vastgoedregistratie Amsterdam 2011 vanwege nieuw bestuurlijk stelsel en overdracht mandaat in het kader van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (BAG)

Burgemeester en wethouders van Amsterdam

Gelet op:

  • a.Gemeentewet, artikelen 108, eerste en tweede lid, en 160, eerste lid onder c;

  • b.Wet basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), artikel 6 en 10, eerste lid;

  • c.Verordening op de bestuurscommissies 2013 (Gemeenteblad 2013, afdeling 3A, nr. 101/438, zoals gewijzigd op 12 februari 2014, afdeling 3A, nr. 55/111);

  • d.Verordening op de vastgoedregistratie Amsterdam 2011 (Gemeenteblad 2013, Afd. 3A, nr. 185/753), artikel 4, eerste lid onder b;

  • e.het ‘Definitief besluit tot opheffing van de Dienst Milieu en Bouwtoezicht per 1 januari 2014’ (college, 17 december 2013, BD2013-014241),

Overwegende dat::

1.de bevoegdheden tot:

• de vaststelling en benoeming van openbare ruimten (straten, parken, bruggen etc.)

• de toekenning van (huis)nummeraanduidingen

per 19 maart 2014 overgaan van het dagelijks bestuur van de stadsdelen naar het college op grond van de Verordening op de bestuurscommissies 2013;

  • 2.de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied deze gemandateerde bevoegdheden die de dienst voor de grootstedelijke gebieden uitoefent, wenst over te dragen aan de directeur van de Dienst Basisinformatie (DBI), beheerder (van de vastgoedregistratie);

  • 3.het nodig is het Reglement vastgoedregistratie Amsterdam 2011 te wijzigen om deze bevoegdheden bij de directeur DBI te beleggen,

Brengen ter algemene kennis dat zij in hun vergadering van 11 maart 2014 het volgende hebben besloten:

ARTIKEL I

Het Reglement vastgoedregistratie Amsterdam 2011 (Gemeenteblad 2013, afdeling 3B, nr. 171) wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 10, tweede lid, komt te luiden:

De leveranciers verstrekken de brondocumenten als bedoeld in de Wet BAG, artikel 10, eerste lid, en zoals nader gespecificeerd in het ‘Handboek inwinnen BAG Amsterdam’ en de ‘Catalogus BAG Amsterdam’, systematisch aan de beheerder.

B

Artikel 12a, Vaststelling en naamgeving openbare ruimte, wordt ingevoegd:

De beheerder legt een voorstel tot vaststelling en naamgeving openbare ruimte ter advies voor aan de bestuurscommissie van het desbetreffende stadsdeel of aan de de (grootstedelijke) organisatie die namens het gemeentebestuur van Amsterdam het gebied beheert.

ARTIKEL II

Artikel 13, vierde lid, komt te luiden:

De beheerder kent een nummeraanduiding toe aan een op het grondgebied van de gemeente gelegen verblijfsobject, standplaats of ligplaats als bedoeld in de Verordening, artikel 4, eerste lid, onder b. Voordat hij een nummeraanduiding toekent, stemt hij af met degene die de stand- of ligplaats vaststelt en afbakent, of het pand of verblijfsobject afbakent.

ARTIKEL III

Artikel I treedt in werking op de datum waarop de Verordening op de bestuurscommissies 2013 in werking treedt.

Artikel II treedt in werking:

• op 1 januari 2015 voor de stadsdelen, zoals bedoeld in de Verordening op de bestuurscommissies 2013, bijlage Bevoegdhedenregister, nummer B.29;

• op de datum waarop de Verordening op de bestuurscommissies 2013 in werking treedt, voor de grootstedelijke gebieden.

Burgemeester en wethouders voornoemd,

A.H.P. Van Gils, secretaris E.E. van der Laan, burgemeester

Toelichting op wijziging van het Reglement vastgoedregistratie Amsterdam 2011

De bevoegdheden tot:

• de vaststelling en benoeming van openbare ruimten (straten, parken, bruggen etc.)

• de toekenning van (huis)nummeraanduidingen

(Wet basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), artikel 6, en de Verordening op de vastgoedregistratie Amsterdam 2011, artikel 4, eerste lid onder b),

gaan per 19 maart 2014 over van het dagelijks bestuur van de stadsdelen naar het college.

Bovendien wenst de directeur van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (NZKG) deze gemandateerde bevoegdheden die de dienst voor de grootstedelijke gebieden uitoefent, over te dragen aan de directeur van de Dienst Basisinformatie. Tot nu toe kende de directeur Omgevingsdienst NZKG voor grootstedelijke gebieden namens het college nummeraanduidingen toe, stelde openbare ruimten vast en benoemde deze..

Deze bevoegdheden zijn geregeld in de Verordening op de bestuurscommissies 2013 en het ‘Definitief besluit tot opheffing van de Dienst Milieu en Bouwtoezicht per 1 januari 2014’ (college, 17 december 2013, BD2013-014241).

Om deze bevoegdheden bij de directeur DBI te beleggen is het nodig het Reglement vastgoedregistratie Amsterdam 2011 te wijzigen.

Het Reglement vastgoedregistratie Amsterdam 2011 (Gemeenteblad 2013, afdeling 3B, nr. 171) definieert in artikel 1 onder a ‘Beheerder’ als: ‘de directeur van de Dienst Persoons- en Geo-informatie aan wie het college het beheer van het vastgoedregister en de vastgoedregistratie heeft opgedragen.’ De Dienst Basisinformatie is de taakopvolger van de Dienst Persoons- en Geo-informatie. Onder de vastgoedregistratie valt de de BAG-registratie.

Artikelsgewijze toelichting

ARTIKEL I

Artikel 10, tweede lid, van het reglement

Met de wijziging van het Reglement vastgoedregistratie Amsterdam 2011, artikel 10, tweede lid, sluit het reglement ten eerste aan op de Wet BAG, opdat het reglement niet in strijd is met deze wet of kan komen (Gemeentewet, artikel 121 en 122). Tot nu toe vermeldde het reglement allerlei brondocumenten. Het ‘Handboek inwinnen BAG Amsterdam’ en de ‘Catalogus BAG Amsterdam’ specificeren de brondocumenten en hun leveranciers, en houden deze actueel.

Ten tweede worden de brondocumenten nummerbeschikking en ‘besluit vaststelling openbare ruimte’ niet meer genoemd als te verstrekken aan de beheerder (van de vastgoedregistratie), omdat de beheerder deze brondocumenten nu zelf opstelt (op grond van de invoeging van artikel 12a en de wijziging van artikel 13, vierde lid).

Artikel 12a, Vaststelling en naamgeving openbare ruimte, van het reglement

De Wet BAG vereist dat er verschillende gegevens over een openbare ruimte worden vastgesteld. Zo moet een openbare ruimte worden vastgesteld, omdat er een nieuwe weg op Centrumeiland IJburg wordt aangelegd. Dan moet bijvoorbeeld worden aangegeven waar deze weg ligt (kaart), wat voor type openbare ruimte het is (weg, water, spoorbaan, terrein, kunstwerk, landschappelijk of administratief gebied), en welke naam deze krijgt.

Het stedelijk beleggen van de bevoegdheid tot het vaststellen en benoemen van openbare ruimten, onderstreept het belang van een goede en eenduidige vaststelling en naamgeving van de openbare ruimten, de complexiteit daarvan en de noodzaak van een unieke naamgeving binnen de gemeente.

Hoewel een centrale Commissie naamgeving openbare ruimten tot nu toe de stadsdelen heeft geadviseerd over de benoeming van openbare ruimten, kunnen deze laatste nu een besluit nemen dat van dit advies afwijkt.

Het vaststellen en benoemen van openbare ruimten gaat voortaan als volgt.

In de regel ontstaat de behoefte om een openbare ruimte vast te stellen inclusief te benoemen bij de ruimtelijke ontwikkeling (nieuwbouwlocaties, herontwikkeling), stedelijk of door een bestuurscommissie. Het kan echter ook voortkomen uit de behoefte een markant persoon te eren of een nog niet benoemd onderdeel van de openbare ruimte alsnog te benoemen. De verzoeken kunnen bijvoorbeeld vanuit de politiek of een burgerinitiatief komen.

Een verzoek wordt gericht aan het college. In plaats van de directeur Omgevingsdienst NZKG bereidt de beheerder de collegebesluiten voor. De beheerder behandelt de verzoeken en toetst deze aan het beleid en de regelgeving.

Indien voldaan is aan de vereisten voor indiening van een verzoek, legt de beheerder het voornemen tot de vaststelling en benoeming van een openbare ruimte ter advies voor aan de bestuurscommissie van het desbetreffende stadsdeel of aan de (grootstedelijke) organisatie die namens het gemeentebestuur van Amsterdam het gebied beheert. Dit advies is zwaarwegend maar niet bindend.

Vervolgens vraagt de beheerder advies aan de Commissie naamgeving openbare ruimten. Ook dit advies is zwaarwegend maar niet bindend.

Tot slot legt de beheerder het voorstel tot de vaststelling van de openbare ruimte voor aan het college ter besluitvorming.

ARTIKEL II

Artikel 13, vierde lid, van het reglement

Dit lid verplicht nu nog de stadsdelen en de Omgevingsdienst NZKG de beheerder om advies te vragen over de nummerbeschikkingen.

Door deze bevoegdheid stedelijk te beleggen kan de gemeente Amsterdam voldoen aan de verplichtingen van de Wet BAG en aan de wensen van de gebruikers van de BAG. Bovendien levert dit besparingen op, omdat stedelijke afhandeling van de toekenning met minder medewerkers af kan dan de decentrale werkzaamheden.

In plaats van de directeur Omgevingsdienst NZKG kent de beheerder de nummeraanduidingen toe. Zodra de beheerder over de aanvraag voor een omgevingsvergunning of concept-vaststelling en -afbakening van een stand- of ligplaats beschikt, bereidt de beheerder een nummerbeschikking voor en stemt over het concept af met degene die de stand- of ligplaats vaststelt en afbakent, of het pand of verblijfsobject afbakent. Tijdens vergunningverlening of vaststelling en afbakening van een stand- of ligplaats kent de beheerder de nummeraanduiding toe namens het college. De vergunning of vaststelling en afbakening en nummeraanduiding worden in één keer aan de aanvrager verstrekt (1 Stad 1 Dienstverlening); beide beschikkingen treden niet in werking voordat deze zijn bekendgemaakt (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3:40).

De beheerder heeft hiermee ervaring opgedaan in de voorbereiding van de overdracht van gemandateerde bevoegdheden op grond van de Wet BAG door de directeur Omgevingsdienst NZKG aan de beheerder.

ARTIKEL III

Inwerkingtreding

Artikel I treedt in werking op de datum waarop de Verordening op de bestuurscommissies 2013 in werking treedt. Dit is de datum waarop de ‘Wet tot wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten in verband met het afschaffen van de bevoegdheid van gemeentebesturen om deelgemeenten in te stellen’, in werking treedt, namelijk 19 maart 2014 (Stb. 2014, 83).

Op dezelfde datum treedt artikel II in werking voor de grootstedelijke gebieden.

Voor de stadsdelen bepaalt de Verordening op de bestuurscommissies 2013, bijlage Bevoegdhedenregister, nummer B.29, dat artikel II in werking treedt op 1 januari 2015. Reden is de uitvoerbaarheid: zo is er meer tijd voor de herplaatsing van personeel van de stadsdelen naar de beheerder.

Van 19 maart 2014 tot 1 januari 2015 kennen de bestuurscommissies namens het college een nummeraanduiding toe in een stadsdeel.

Naar boven