Gemeenteblad van Leeuwarden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leeuwarden | Gemeenteblad 2014, 2798 | Verordeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leeuwarden | Gemeenteblad 2014, 2798 | Verordeningen |
Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd
-Algemene Subsidieverordening gemeente Leeuwarden 2014, artikel 2 en artikel 3 lid 3
-Gemeentewet artikel 156
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
aanvrager : de juridisch werkgever, dat is de werkgever met wie de werknemer een arbeidsovereenkomst heeft afgesloten, dan wel de aanbieder van een leerwerkplek.
werknemer : de door de aanvrager in loondienst genomen persoon die onder de doelgroep als genoemd in artikel 2.2 van de Participatieverordening valt.
subsidieperiode : de subsidieperiode is maximaal 1 jaar.
leerwerkplek : een werkplek – anders dan een reguliere werkplek – waarbij een persoon behorend tot de doelgroep genoemd in artikel 2.2 Participatieverordening gemeente Leeuwarden 2014 werkervaring (in combinatie met scholing) opdoet en waarbij niet de eis tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst geldt.
wettelijk
minimum(jeugd)loon : het brutoloon dat de werknemer minimaal moet ontvangen als hij werkt, conform publicatie Ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid.
branchefactor : berekend aan de hand van een door het college vastgestelde, bij deze regeling behorende bijlage I.
participatiefactor : berekend aan de hand van een door het college vastgestelde, bij deze regeling behorende bijlage II.
no-riskpolis : zoals omschreven in de Beleidsregels participatie.
Artikel 2
Toepassingsbereik
Deze regeling is van toepassing op aanvragen voor loonkostensubsidie.
Er wordt onderscheid gemaakt in loonkostensubsidie voor:
-reguliere werkplekken
-leerwerkplekken
Artikel 3
Subsidieplafond
1.Er wordt jaarlijks een subsidieplafond vastgesteld, onderverdeeld naar reguliere werkplekken en leerwerkplekken.
2.De aanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst.
3.Het bedrag van de vaststelling zoals bedoeld in art. 9, lid 3, dat hoger ligt dan 100 % van de verlening, heeft geen effect op het subsidieplafond.
Artikel 4
Subsidieaanvraag, wanneer indienen
1.Het college heeft een aanvraagformulier vastgesteld, dat volledig ingevuld, voorzien van de gevraagde bijlagen, moet worden ingediend.
2.Het aanvraagformulier wordt uiterlijk 6 weken na de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst ingediend bij het college.
Artikel 5
Subsidieaanvraag, eisen
1.Subsidie voor een reguliere werkplek kan worden verleend indien wordt
voldaan aan de volgende eisen:
a.De aanvrager is met de werknemer een arbeidsovereenkomst aangegaan van minimaal 6 maanden;
b.De arbeidsovereenkomst is gericht op duurzame arbeidsinschakeling;
c.De arbeidsovereenkomst leidt tot maximale uitkeringsonafhankelijkheid van de werknemer;
d.De arbeidsovereenkomst is niet ontstaan door reorganisatie, afvloeiing, einde dienstverband of ontslag van een werknemer die soortgelijke werkzaamheden heeft verricht.
2.Subsidie voor een leerwerkplek kan worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende eisen:
a.De leerwerkplek is geformaliseerd door middel van een overeenkomst of is onderdeel van een breder pakket afspraken tussen de aanbieder van de leerwerkplek en het college.
b.Indien een arbeidsovereenkomst wordt aangeboden voor de leerwerkplek is de minimale duur daarvan 3 maanden.
c.Een leerwerkplek draagt bij tot arbeidsinschakeling, kan leiden tot maximale uitkeringsonafhankelijkheid en is niet ontstaan door de omstandigheden genoemd in lid 1, sub d van dit artikel.
Artikel 6
Subsidiebedrag
1.De hoogte van het subsidiebedrag voor reguliere werkplekken wordt bepaald aan de hand van:
a.het wettelijk minimum(jeugd)loon plus 8% vakantietoeslag (WML), dat geldt op de datum van ingang van de arbeidsovereenkomst;
b.het WML kan worden uitgedrukt in een bedrag per maand, per week of per dag;
c.de leeftijd van de werknemer op de datum van ingang van de arbeidsovereenkomst;
d.de subsidieperiode;
e.de branche waarin de aanvrager actief is (branchefactor);
f.de afstand die de werknemer heeft tot arbeidsmarkt (participatiefactor);
g.de deeltijdfactor die voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst.
1.De subsidieverlening bedraagt maximaal 100% van het wettelijk minimumloon.
2.De hoogte van het subsidiebedrag voor leerwerkplekken wordt bepaald aan de hand van:
a.de voor de werknemer geldende gebruteerde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, geldend op de datum van ingang van de arbeidsovereenkomst dan wel de feitelijke startdatum van de leerwerkplek;
b.de subsidieperiode.
1.De subsidieverlening voor leerwerkplekken kan gedurende de
subsidieperiode ten gunste van de aanvrager worden gewijzigd, indien
zich wijzigingen voordoen in de geldende gebruteerde bijstandsnorm.
Artikel 7
Verplichtingen van de subsidieontvanger
11.De subsidieontvanger is verplicht te zorgen voor tijdige salarisbetaling aan de werknemer.
11.De subsidieontvanger is verplicht voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst en voorts iedere andere wijziging die van invloed kan zijn op het vast te stellen subsidiebedrag direct aan het college te melden.
Artikel 8
Bevoorschotting, betaling
De verleende subsidie kan worden bevoorschot in maandelijkse termijnen.
Artikel 9
Subsidievaststelling
1.De subsidie wordt binnen drie maanden na afloop van de subsidieperiode ambtshalve vastgesteld. Bij de bepaling van het vast te stellen subsidiebedrag wordt uitgegaan van de werkelijke duur van de arbeidsovereenkomst, binnen de maximale subsidieperiode.
2.Indien de aanvrager voor de loonkosten van de werknemer andere inkomsten heeft ontvangen, zoals uitkeringen uit een no-riskpolis, dan wordt de subsidie in evenredigheid lager vastgesteld.
3.De subsidie voor een reguliere werkplek kan hoger worden vastgesteld tot maximaal 125 % als de arbeidsovereenkomst na de volledige subsidieperiode wordt voortgezet. In dat geval dient de aanvrager het college daarvan in de laatste maand van de subsidieperiode schriftelijk in kennis te stellen.
Artikel 10
Innovatie
1.Het college kan, als experiment in het kader van het onderzoeken en toepassen van mogelijkheden om de in de programmabegroting omschreven subdoelstelling te bevorderen, afwijken van het bepaalde in deze regeling, met uitzondering van het bepaalde in artikel 3.
2.De duur van een experiment als bedoeld in het eerste lid is ten hoogste één jaar.
Artikel 11
Citeertitel, inwerkingtreding
1111.Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling subsidie loonkosten gemeente Leeuwarden 2014”.
1111.De regeling treedt in werking 1 dag na publicatie onder gelijktijdige vervallenverklaring van de Regeling subsidie loonkosten, vastgesteld op 14 september 2010.
Bijlage I
|
Branche |
Branchefactor |
|
Administratie |
100% |
|
Bouw |
100% |
|
Detailhandel |
70% |
|
Facilitaire dienstverlening |
80% |
|
Financieel |
70% |
|
Groothandel |
80% |
|
Horeca |
80% |
|
ICT |
70% |
|
Industrie |
80% |
|
Logistiek |
80% |
|
Overheid |
80% |
|
Techniek |
100% |
|
Toerisme |
70% |
|
Vervoer |
80% |
|
Welzijn |
100% |
|
Zakelijke dienstverlening |
70% |
Bijlage II
|
Participatieladder |
Participatiefactor |
|
Trede 1 = geïsoleerd |
100% |
|
Trede 2 = sociale contacten buitenshuis |
100% |
|
Trede 3 = deelname georganiseerde activiteiten |
100% |
|
Trede 4 = onbetaald werk |
70% |
|
Trede 5 = betaald werk met ondersteuning |
50% |
|
Trede 6 = betaald werk |
0% |
TOELICHTING Regeling subsidie loonkosten gemeente Leeuwarden 2014
Artikel 1
De gemeente kan een No- riskpolis aanbieden aan een werkgever die een uitkeringsgerechtigde een dienstbetrekking aanbiedt. De No- riskpolis biedt de werkgever met inachtneming van een eigen risico, een vergoeding van de loonschade gedurende de ziekteperiode van de werknemer tot het einde van de dekkingsduur. Daarnaast is er de inzet van een participatiecoach van Centraal Beheer die de werkgever ondersteunt bij alle Poortwachterverplichtingen ten aanzien van de werknemer.
Artikel 6
lid 1
Het subsidiebedrag volgt uit de formule: WML x branchefactor x participatiefactor x deeltijdfactor x periode.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-2798.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.