Archiefverordening 2009

De raad der gemeente Heerenveen,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 november 2009;

gelet op de artikelen 30, eerste lid en 32, tweede lid van de Archiefwet 1995;

BESLUIT :

vast te stellen de navolgende:

ARCHIEFVERORDENING 2009

Hoofdstuk I
Algemene bepalingen

Artikel 1
Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt verstaan onder:

a.de wet

de Archiefwet 1995;

b.het college

het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen

c.gemeentelijke organen

de overheidsorganen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de wet, voor zover behorende tot de gemeente;

d.de archiefbewaarplaats

de overeenkomstig artikel 31 van de wet aangewezen archiefbewaarplaats;

e.beheerder

degene die ingevolge artikel 3 is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht;

f.beheerseenheid

een door het college als zodanig aan te wijzen organisatie-onderdeel;

g.informatiesysteem

systeem van documentatie, procedures, apparatuur en programmatuur, met behulp waarvan archiefbescheiden kunnen worden vervaardigd, bewerkt, verzonden, ontvangen, geraadpleegd en bewaard.

Hoofdstuk II
De zorg van burgemeester en wethouders voor de archiefbescheiden

Artikel 2
Archiefbewaarplaats en archiefruimten

Het college zorgt voor het inrichten en instandhouden van een archiefbewaarplaats als bedoeld in artikel 31 van de wet alsmede voldoende en doelmatige archiefruimten.

Artikel 3
Aanwijzen beheerders

Het college draagt zorg voor het aanwijzen van de beheerders.

Artikel 4
Aanstelling deskundig personeel

Het college draagt zorg voor de aanstelling van voldoende deskundig personeel voor de werkzaamheden verbonden aan het beheer van de gemeentelijke archiefbescheiden en documentaire verzamelingen, ongeacht hun vorm.

Artikel 5
Vervaardiging en bewaring archiefbescheiden

Het college draagt er zorg voor, dat de vervaardiging en de bewaring van de archiefbescheiden op zodanige wijze geschiedt, dat het behoud van deze bescheiden voldoende is gewaarborgd.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vervaardiging van bescheiden bestemd voor een overheidsorgaan of andere belanghebbende, van welke bescheiden redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij voor dezen als archiefbescheiden voor blijvende bewaring in aanmerking komen.

Artikel 6
Voldoende middelen op gemeentebegroting

Het college draagt er zorg voor, dat jaarlijks op de gemeentebegroting voldoende middelen worden geraamd ter bestrijding van de kosten die aan de zorg voor de archiefbescheiden zijn verbonden.

Artikel 7
Voorschriften voor beheer archiefbescheiden

Het college stelt voor het beheer van de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht, voorschriften vast.

Artikel 8
Verslag aan de raad

Het college doet tenminste eenmaal per twee jaar aan de raad verslag omtrent hetgeen zij hebben verricht ter uitvoering van artikel 30 van de wet.

Hoofdstuk III
Toezicht van de gemeentesecretaris op het beheer van de archiefbescheiden, welke niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats

Artikel 9
Beheer van beheerseenheden

De gemeentesecretaris ziet erop toe, dat het beheer van de archiefbescheiden van de verschillende beheerseenheden, die niet zijn overgebracht en voor zover hij daarvan zelf geen beheerder is, geschiedt overeenkomstig de bepalingen van de wet en de ter uitvoering daarvan gegeven voorschriften.

Artikel 10
Vervanging van gemeentesecretaris

De gemeentesecretaris is bevoegd zich onder handhaving van zijn verantwoordelijkheid te

doen vervangen door aan hem ondergeschikte ambtenaren.

Artikel 11
Verstrekken van bescheiden en inlichtingen; toegang tot archiefbescheiden

De beheerders verstrekken aan de gemeentesecretaris, of aan degene die namens hem met het toezicht is belast, alle bescheiden en inlichtingen die voor een goede vervulling van zijn taak noodzakelijk zijn en verlenen de nodige medewerking om inzicht te verschaffen in de ordening en toegankelijkheid van de archiefbescheiden, alsmede in de opzet en werking van hulpmiddelen en systemen waarin archiefbescheiden zijn opgenomen.

De gemeentesecretaris en degenen die hem in de uitoefening van het toezicht vervangen of bijstaan, hebben met inachtneming van de voorschriften ten aanzien van de beveiliging van geheimen, toegang tot de archiefbescheiden die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht en de ruimten waarin deze zich bevinden.

Artikel 12
Toezicht door gemeentesecretaris

De gemeentesecretaris doet van zijn bevindingen bij de uitoefening van het toezicht mededeling aan de beheerders, alsmede, indien hij hiertoe aanleiding vindt, aan het college. Hij geeft daarbij aan welke voorzieningen naar zijn mening in het belang van een goed beheer moeten worden getroffen.

Artikel 13
Mededeling door beheerder aan gemeentesecretaris

De beheerder doet aan de gemeentesecretaris tenminste tijdig mededeling van het voornemen om aan het college een voorstel te doen tot:

  • a.opheffing, samenvoeging of splitsing van een beheerseenheid of overdracht van één of meer taken aan een andere beheerseenheid, overheidsorgaan of rechtspersoon;

  • b.bouw, verbouwing, inrichting, of verandering van inrichting en ingebruikneming van ruimten als archiefruimte;

  • c.verandering van de plaats van bewaring van niet naar de archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden;

  • d.ontwerp, vervanging, aanschaf of invoering van een informatiesysteem;

  • e.voorbereiding, invoering en wijziging van ordeningssystemen.

Artikel 14
Verslag aan het college

De gemeentesecretaris doet tenminste eenmaal per twee jaar verslag aan het college betreffende de uitoefening van het toezicht.

Hoofdstuk IV
Slotbepalingen

Artikel 15
Intrekking

De Archiefverordening 1998 wordt ingetrokken.

Artikel 16
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking 8 dagen na publicatie.

Artikel 17
Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Archiefverordening 2009.”

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 januari 2010.

De griffier, De voorzitter,

drs. J. Van Leeuwestijn drs. P.M.M. de Jonge

Naar boven