Gemeenteblad van Utrecht (Utr)

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Utrecht (Utr)Gemeenteblad 2013, 112Overige besluiten van algemene strekking

Nr 12.099176 Aanwijzingsbesluit krachtens artikel 2:32 van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht

Burgemeester en Wethouders van Utrecht:

Gelet op

  • -artikel 160 Gemeentewet en

  • -artikel 2:32 tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht (hierna te noemen: APV)

Op grond van artikel 2:32 lid 2 van de APV alle openbare plaatsen in de stad Utrecht aan te wijzen als gebied waar een maximale stallingtermijn van 28 dagen geldt voor het stallen van een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel, met uitzondering van het gebied aangegeven in het tweede besluitpunt waar een maximale stallingtermijn van 14 dagen geldt voor het stallen van een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel in de openbare plaatsen

Besluiten:

  • 1.Als gebied waar het op grond van artikel 2:32 tweede lid van de APV, verboden is een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel, al of niet voor onmiddellijk gebruik geschikt, op of aan een openbare plaats, zonder wezenlijke tijdsonderbreking, langer dan 28 dagen te parkeren, aan te wijzen:

    De gehele stad Utrecht: alle openbare plaatsen binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Utrecht,

    met uitzondering van het gebied omschreven in het tweede besluitpunt (waar het verboden is een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel zonder wezenlijke tijdsonderbreking langer dan 14 dagen te parkeren).

  • 2.Als gebied waar het op grond van artikel 2:32 tweede lid van de APV, verboden is een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel, al of niet voor onmiddellijk gebruik geschikt, op of aan een openbare plaats, zonder wezenlijke tijdsonderbreking langer dan 14 dagen te parkeren, aan te wijzen:

    Voetgangersgebied in de binnenstad en het Stationsgebied: bestaande uit alle openbare plaatsen in het gebied omsloten door: Westplein, Sijpesteijnkade, Sijpesteijntunnel, denkbeeldige lijn langs het spoor tot Leidseveer, Leidseveer, Catharijnekade, Vredenburg, Viestraat, Potterstraat, Lange Jansstraat, Janskerkhof, Drift, Korte Jansstraat, Domstraat, Domplein, Wed, Oudegracht, Lijnmarkt, Zadelstraat, Mariaplaats, Catharijnebaan, Moreelsepark, Laan van Puntenburg, denkbeeldige lijn over het spoor naar Mineurslaan, Croeselaan, zoals aangegeven op tekening 1.

    Omgeving station Zuilen: bestaande uit alle openbare plaatsen in het gebied rond het station Zuilen, een gedeelte van de St. Josephlaan en een gedeelte van de Cartesiusweg zoals aangegeven op tekening 2.

    Omgeving station Lunetten: bestaande uit alle openbare plaatsen in het gebied voor het station, zijnde het voorplein aan het Furkaplateau, zoals aangegeven op tekening 3.

    Omgeving station Overvecht: bestaande uit alle openbare plaatsen in het gebied omsloten door het spoor en de noordzijde van de Albrecht Thaerlaan tot aan de Professor van Bemmelenlaan, alsmede de openbare plaatsen in het gebied omsloten door de Tiberdreef tot aan de rotonde en de Aidadreef tot aan de bocht, zoals aangegeven op tekening 4.

    Omgeving station Vaartsche Rijn :bestaande uit alle openbare plaatsen in het gebied omsloten door: Westerkade tussen Vondellaan en Vaartse straat;

    en het gebied tussen Oosterkade, Pelikaanstraat, Baden Powellweg en Briljantlaan, zoals aangegeven op tekening 5.

    Omgeving station Terwijde: Bestaand uit alle openbare plaatsen onder het spoortalud en het gebied omsloten door de parkeerplaatsen ten noorden van het station, Musicallaan en Vleutensebaan, zoals aangegeven op tekening 6.

    Omgeving station Vleuten: Bestaand uit alle openbare plaatsen in het gebied rond het station: ten oosten en westen van de John F. Kennedylaan vanaf de hoek met de Professor Titus Brandsmalaan, zoals aangegeven op tekening 7.

    Omgeving station Leidsche Rijn Centrum: bestaande uit alle openbare plaatsen in het gebied omsloten door het Reykjavikplein en het Brusselplein tot aan de oostgrens van de nieuwe bibliotheek, zoals aangegeven op tekening 8.

  • 3.Dat dit besluit in werking treedt acht dagen na bekendmaking

Utrecht,

Burgemeester en wethouders van Utrecht