A. TITEL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied; (met Bijlage)

Middelburg, 21 december 2005

B. TEKST

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

Het Vlaams Gewest,

hierna te noemen „de Verdragsluitende Partijen’’,

Overwegende dat door het Tractaat tussen België en Nederland van 19 april 1839 een Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart werd opgericht, die belast is met het gemeenschappelijk toezicht op het loodswezen, de betonning en het onderhoud van de zeegaten van de Schelde beneden Antwerpen,

Overwegende dat de hechte samenwerking tussen de Verdragsluitende Partijen door middel van de Permanente Commissie in de loop van de jaren steeds ruimer en intensiever is geworden door de uitbouw van het gemeenschappelijk toezicht op de vaarwegmarkering, de inrichting en benutting van een gemeenschappelijke radarketen langs de Schelde en de bijdrage tot het optimale functioneren van de Vlaamse en Nederlandse loodsdiensten op de Schelde,

Constaterend dat het nautisch beheer in het Scheldegebied vanaf 1 januari 2003 daadwerkelijk gemeenschappelijk door Nederland en Vlaanderen wordt uitgeoefend en dat dit, onder sturing door de Permanente Commissie, op een open en constructieve wijze gebeurt vanuit het gezamenlijk belang van de afwikkeling van een veilig en vlot scheepvaartverkeer,

Ervan overtuigd dat de verdragsrechtelijke instelling van een gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied een optimaal, veilig en vlot gebruik van de vaarwegcapaciteit verder zal bevorderen,

Overwegende dat de Permanente Commissie hierbij dient te fungeren als gemeenschappelijk beleidsorgaan, dat de kaders zal vaststellen waarbinnen een Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit zal optreden,

Overwegende dat de Permanente Commissie bij de uitoefening van het gemeenschappelijk nautisch beheer groot belang hecht aan samenwerking met de Scheldehavens en streeft naar optimale afstemming van het nautisch beheer in het Scheldegebied en in de havens door gezamenlijke invulling van de ketenbenadering,

Overwegende dat het gemeenschappelijk nautisch beheer in het algemeen tevens de Nederlands-Vlaamse samenwerking ten aanzien van het Schelde-estuarium verder zal bevorderen;

komen het volgende overeen:

Artikel 1 Definities

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • a. Nederland: het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk der Nederlanden;

  • b. Vlaanderen: het Vlaams Gewest;

  • c. Scheldegebied: de in Artikel 3, eerste lid, genoemde scheepvaartwegen;

  • d. Permanente Commissie: de Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart, samengesteld uit de Commissarissen bedoeld in Artikel IX, paragraaf 2, van het Tractaat tusschen Nederland en België van 19 april 1839;

  • e. Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit: de autoriteit bedoeld in Artikel 6;

  • f. Secretariaat: het secretariaat bedoeld in Artikel 7;

  • g. Verdragen: de Verdragen, bedoeld in Artikel 4, tweede lid;

  • h. wettelijke voorschriften: alle algemeen verbindende voorschriften, vastgesteld door de bevoegde Belgische, Nederlandse en Vlaamse overheden, met betrekking tot het nautisch beheer, waarvan de gelding zich geheel of gedeeltelijk tot het Scheldegebied uitstrekt;

  • i. nautisch beheer: de zorg voor de afwikkeling van een veilig en vlot scheepvaartverkeer;

  • j. gemeenschappelijk nautisch beheer: het door Nederland en Vlaanderen gezamenlijk gevoerde nautisch beheer in het Scheldegebied;

  • k. schip: elk vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, dat feitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water;

  • l. verkeersbegeleiding: een dienstverlening die is opgezet om de veiligheid en de efficiëntie van het scheepsverkeer te verbeteren en het milieu te beschermen, die in het verkeer kan interveniëren en die op verkeerssituaties die zich op de in Artikel 3, eerste lid, genoemde scheepvaartwegen voordoen, kan reageren;

  • m. ketenbenadering: een optimale samenwerking tussen de Permanente Commissie, de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, de verkeersbegeleidingsdiensten, de havenautoriteiten van Antwerpen, Gent, Terneuzen en Vlissingen, de loodsdiensten en de overige nautische dienstverleners waardoor het nautisch beheer in de onderscheiden beheersgebieden onderling wordt afgestemd en een geïntegreerde verkeersbegeleiding voor het gehele traject tussen zee en de ligplaats wordt verzekerd, waarbij rekening wordt gehouden met de diverse betrokken belangen;

  • n. nautische dienstverleners: de loodsdiensten, sleepdiensten en vast- en losmaakdiensten actief in het Scheldegebied en de havengebieden van Antwerpen, Gent, Terneuzen en Vlissingen;

  • o. vaarwegmarkering: de aanduiding van de vaarroutes, vaargeulen en mogelijke gevaren voor de scheepvaart door middel van betonning, bebakening of verlichting;

  • p. plaatsbepaling: het radionavigatiesysteem of de radionavigatiesystemen, gericht op het nauwkeurig bepalen van de positie van een schip, ter ondersteuning van de navigatie aan boord van schepen;

  • q. verkeersaanwijzing: het door een daartoe bevoegd persoon aan een of meer verkeersdeelnemers gegeven gebod of verbod om een bepaald resultaat in het verkeersgedrag te bewerkstelligen, waaronder mede worden begrepen de door of namens de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit in bijzondere gevallen met betrekking tot de doorvaart te geven verkeersaanwijzingen, inclusief de bekendmakingen aan de scheepvaart van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit;

  • r. verkeersteken: een in, naast of boven een scheepvaartweg aangebracht voorwerp of aangebrachte combinatie van voorwerpen waarmee aan het scheepvaartverkeer wordt gegeven:

  • 1° een inlichting over de toestand in een bepaald gedeelte van een scheepvaartweg, of

  • 2° een inlichting, aanbeveling, gebod of verbod onderscheidenlijk opheffing van een gebod of verbod voor het verkeersgedrag in een bepaald gedeelte van een scheepvaartweg;

  • s. bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken: een schriftelijke mededeling aan het scheepvaartverkeer waarmee aan dat verkeer wordt gegeven:

  • 1° een inlichting over de toestand in een bepaald gedeelte van een scheepvaartweg, of

  • 2° een inlichting, aanbeveling, gebod of verbod onderscheidenlijk opheffing van een gebod of verbod voor het verkeersgedrag in een bepaald gedeelte van een scheepvaartweg.

Artikel 2 Doel en voorwerp van het Verdrag

1. Met de instelling van het gemeenschappelijk nautisch beheer beogen de Verdragsluitende Partijen een gezamenlijke en evenwaardige Nederlands-Vlaamse bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor de afwikkeling van een veilig en vlot scheepvaartverkeer in het Scheldegebied te vestigen.

2. Het gemeenschappelijk nautisch beheer:

  • 1° draagt zorg voor de instandhouding van de huidige niveaus van veiligheid en vlotheid van het scheepvaartverkeer en, zo mogelijk, voor de verbetering van de niveaus van veiligheid en vlotheid van het scheepvaartverkeer, waarbij een optimaal evenwicht tussen veiligheid en vlotheid wordt nagestreefd;

  • 2° wordt aangepast aan de internationale en Europeesrechtelijke normen, alsmede aan de ontwikkelingen op technologisch, nautisch en transporteconomisch gebied.

3. Ter ondersteuning van de doelstellingen van het gemeenschappelijk nautisch beheer zal de Permanente Commissie initiatieven nemen ter verdere bevordering van de veiligheid op en rondom de Westerschelde. Deze initiatieven hebben in hoofdzaak betrekking op de beschikbaarheid van kwalitatief en kwantitatief adequaat rampenbestrijdingsmaterieel in het Scheldegebied. In dit verband zal zij binnen een jaar na inwerkingtreding van dit Verdrag een voorstel voor een werkplan opstellen en dit ter goedkeuring voorleggen aan de Verdragsluitende Partijen. Zij evalueert dit plan regelmatig en doet, waar nodig, voorstellen tot bijstelling van dit plan aan de Verdragsluitende Partijen.

4. Het gemeenschappelijk nautisch beheer heeft tot doel om, vanuit een havenneutrale benadering, een uniform nautisch regime voor het gehele Scheldegebied in te stellen, alsook de ketenbenadering te verwezenlijken en te concretiseren.

5. De Permanente Commissie waakt erover dat het nautisch regime voor het Scheldegebied in lijn ligt met dat voor de andere havens van Verdragsluitende Partijen en met dat voor andere havenregio’s in Europa, rekening houdend met internationale normen terzake, de kenmerken van het Schelde-estuarium en de concurrentiepositie van de Scheldehavens ten opzichte van andere havens van de Le Havre-Hamburg range.

6. De Verdragsluitende Partijen verzekeren in het Scheldegebied een doelmatig en kostenefficiënt gemeenschappelijk nautisch beheer door de gezamenlijke inzet van de daarvoor periodiek ter beschikking te stellen financiële, materiële en personele middelen.

7. Het gemeenschappelijk nautisch beheer kan geen afbreuk doen aan de vrijheid van scheepvaart, het recht van onschuldige doorvaart en het recht van vrije scheepvaart zoals die krachtens het internationaal recht gelden op de in Artikel 3 genoemde scheepvaartwegen. In het bijzonder kan het geen afbreuk doen aan het recht van vrije scheepvaart zoals onder meer vastgelegd in Artikel IX en X van het Tractaat tusschen Nederland en België van 19 april 1839 en in Artikel 109 van de Slotakte van het Congres van Wenen van 9 juni 1815.

Artikel 3 Toepassingsgebied

1. Het gemeenschappelijk nautisch beheer is van toepassing op de volgende scheepvaartwegen:

  • a. de Westerschelde en haar aanlooproutes gelegen in het door de Permanente Commissie nader afgebakende werkingsgebied van Vessel Traffic Services Schelde en haar Mondingen, voor zover ze gelegen zijn:

  • 1° in de Belgische en Nederlandse territoriale zee;

  • 2° daarbuiten in zones die door België, onderscheidenlijk Nederland, overeenkomstig de door de Internationale Maritieme Organisatie vastgestelde regels met betrekking tot verkeersbegeleidingssystemen buiten de Belgische en Nederlandse territoriale zee zijn aangewezen, voor zover het aangelegenheden betreft waarvoor de Verdragsluitende Partijen internationaalrechtelijk bevoegd zijn;

  • b. het Nederlands gedeelte van het Kanaal van Gent naar Terneuzen vanaf de grens met België tot aan de sluizen van Terneuzen, alsmede het gebied van de Westsluis, de Middensluis en de Oostsluis te Terneuzen, de Westbuitenhaven en de Oostbuitenhaven te Terneuzen, tot aan de denkbeeldige lijn getrokken over de koppen van de havenhoofden;

  • c. het Belgisch gedeelte van het Kanaal van Gent naar Terneuzen vanaf de Meulestedebrug tot de grens met Nederland;

  • d. de Beneden-Zeeschelde, met inbegrip van de toegangsgeulen van de sluizen tot aan de meest stroomafwaarts gelegen sluisdeuren, die voor de toepassing van dit Verdrag is begrensd:

  • 1° stroomopwaarts door het verlengde van de lijn getrokken door de twee richtingspalen gelegen op ongeveer één kilometer stroomopwaarts van het zuidelijk uiteinde der kaden van Antwerpen;

  • 2° stroomafwaarts door de Belgisch-Nederlandse grens.

2. De Permanente Commissie kan, overeenkomstig Artikel 5, regels stellen met het oog op de precisering van de omschrijving en afbakening van de in het eerste lid genoemde scheepvaartwegen of, indien de gevolgen van infrastructurele veranderingen daartoe noodzaken, met het oog op de aanpassing ervan.

3. Het gemeenschappelijk nautisch beheer is, onverminderd de bepalingen van dit Verdrag betreffende de ketenbenadering, niet van toepassing op de havendokken en aanlegplaatsen die met de in het eerste lid bedoelde scheepvaartwegen in verbinding staan.

4. Het gemeenschappelijk nautisch beheer is van toepassing op alle schepen die het Scheldegebied bevaren.

Artikel 4 Permanente Commissie

1. De Permanente Commissie is samengesteld uit vier Commissarissen, waarvan de Nederlandse en Vlaamse Regering er ieder twee benoemen. Benoeming en ontslag vinden plaats op de wijze die de Nederlandse onderscheidenlijk de Vlaamse Regering bepaalt.

2. De Permanente Commissie behoudt haar taken en bevoegdheden verleend bij:

  • a. het Tractaat tussen Nederland en België van Londen van 19 april 1839;

  • b. het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, regelende de verlichting en de bebakening van de Westerschelde en haar mondingen van ’s-Gravenhage van 23 oktober 1957;

  • c. de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake het aanleggen van een walradarketen langs de Westerschelde en haar mondingen van Brussel van 29 november 1978, zoals gewijzigd;

  • d. het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Vlaamse Gewest van Middelburg van 11 januari 1995 tot herziening van het Reglement ter uitvoering van Artikel IX van het Tractaat van 19 april 1839 en van hoofdstuk II, afdelingen 1 en 2, van het Tractaat van 5 november 1842, zoals gewijzigd, voor wat betreft het loodswezen en het gemeenschappelijk toezicht daarop (Scheldereglement).

3. In het raam van het gemeenschappelijk nautisch beheer stelt de Permanente Commissie, onverminderd de Verdragen, en met inachtneming van de rechten van scheepvaart bedoeld in Artikel 2, zevende lid, regels vast overeenkomstig Artikel 5.

4. De Permanente Commissie kan de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit algemene en bijzondere aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van haar taken en bevoegdheden.

5. Met het oog op de verbetering van het gemeenschappelijk nautisch beheer of ter uitvoering van dit Verdrag kunnen de in het tweede lid, onder b tot en met d, vermelde Verdragen en het onderhavige Verdrag worden gewijzigd; de Permanente Commissie kan hiertoe voorstellen doen.

6. De Permanente Commissie evalueert het gemeenschappelijk nautisch beheer voortdurend. In alle geval stelt zij ten behoeve van de Regeringen minstens tweejaarlijks een evaluatierapport op, waarin wordt beoordeeld in welke mate de doelstellingen van dit Verdrag werden gerealiseerd en waarin in voorkomend geval maatregelen worden voorgesteld om deze doelstellingen beter te realiseren, te verfijnen of te wijzigen, inbegrepen verdragswijzigingen als bedoeld in het vijfde lid.

7. De Permanente Commissie neemt haar beslissingen bij consensus.

8. Ter regeling van haar werkzaamheden neemt de Permanente Commissie een huishoudelijk reglement aan.

9. De Permanente Commissie regelt de inrichting, de werkwijze en de beslissingsprocedures van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, met inachtneming van Artikel 6, eerste lid.

10. De Permanente Commissie regelt de inrichting van het Secretariaat.

Artikel 5 Regelstelling

1. De door de Permanente Commissie op grond van Artikel 4, derde lid, te stellen regels worden gesteld in het belang van:

  • a. het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer;

  • b. het verzekeren van een doelmatige verkeersbegeleiding;

  • c. het optimaal gebruik van de vaarwegcapaciteit;

  • d. het instandhouden van scheepvaartwegen en het waarborgen van de veiligheid van hun infrastructuur;

  • e. het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen;

  • f. het voorkomen of beperken van schade aan het milieu door het scheepvaartverkeer;

  • g. het concretiseren van de ketenbenadering.

2. De regels bedoeld in het eerste lid, hebben slechts betrekking op:

  • a. het vaststellen van voorwaarden en het geven van verkeersaanwijzingen waaronder een schip het recht van scheepvaart kan uitoefenen op de scheepvaartwegen in het Scheldegebied, mits deze voorwaarden respectievelijk aanwijzingen noodzakelijk zijn voor de veilige en vlotte vaart van het schip;

  • b. de vaarwegmarkering;

  • c. het verbeteren van de benutbaarheid van de capaciteit van de scheepvaartwegen, waaronder de bepaling van de minimale kielspeling, zonder dat daarbij de kielspeling bepaald in het Verdrag tussen het Vlaams Gewest en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de uitvoering van de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium kan worden vergroot;

  • d. het aanbrengen van verkeerstekens en het doen van bekendmakingen met dezelfde strekking als een verkeersteken;

  • e. het geven van inlichtingen en adviezen door daartoe bevoegde personen aan een of meer verkeersdeelnemers met betrekking tot een scheepvaartweg of het scheepvaartverkeer;

  • f. de verkeersbegeleiding;

  • g. het gebruik van plaatsbepaling;

  • h. de aangelegenheden in verband met het nautisch beheer in bovenomschreven kader, die uitvoering of omzetting vereisen van internationale en Europeesrechtelijke regelen.

  • i. de nadere afbakening en omschrijving van de scheepvaartwegen van het Scheldegebied en hun onderdelen, als bedoeld in Artikel 3.

3. In de krachtens Artikel 4, derde lid, vast te stellen regels draagt de Permanente Commissie taken en bevoegdheden op aan de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit. De Permanente Commissie kan ten aanzien van opgedragen taken en bevoegdheden bepalen dat de beslissingen van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit de goedkeuring van de Permanente Commissie behoeven.

4. De Permanente Commissie is bevoegd in de regels, bedoeld in het tweede lid, afzonderlijke voorschriften vast te stellen ten aanzien van de deelname van oorlogsschepen aan het scheepvaartverkeer.

5. De Permanente Commissie vraagt over de krachtens artikel 4, derde lid, vast te stellen regels voorafgaand advies aan de relevante bij de verkeersafwikkeling betrokken bestuursinstanties, organisaties en groeperingen. De Permanente Commissie kan hiervoor een adviesraad instellen.

6. De met de door de Permanente Commissie in overeenstemming met deze bepaling gestelde regels strijdige wettelijke voorschriften blijven buiten toepassing.

7. De door de Permanente Commissie krachtens deze bepaling gestelde regels hebben in Nederland en Vlaanderen geen verbindende kracht dan nadat zij zijn bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en het Belgisch Staatsblad. De Permanente Commissie draagt zorg voor de bekendmaking. De regels voorzien in hun inwerkingtreding. Bij gebreke van een voorziening voor de inwerkingtreding treden de regels in werking op de vijftiende kalenderdag na de datum van verschijning van de Nederlandse Staatscourant, onderscheidenlijk het Belgisch Staatsblad, waarin zij zijn bekendgemaakt. De laatste datum van verschijning is bepalend voor de aanvang van termijn, bedoeld in de vorige volzin.

Artikel 6 Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit

1. De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit wordt gevormd door één ambtenaar van elke Verdragsluitende Partij, of één van zijn plaatsvervangers. De ambtenaren en hun plaatsvervangers worden van beider zijde aangesteld door de Bewindspersoon die het nautisch beheer onder zijn bevoegdheid heeft. Het alzo samengestelde orgaan beslist en treedt naar buiten toe op als één entiteit. Eenzijdige beslissingen door de samenstellende delen van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit zijn uitgesloten.

2. Benoeming en ontslag van de ambtenaren en hun plaatsvervangers bedoeld in het eerste lid, vinden plaats op de wijze die de Nederlandse, onderscheidenlijk de Vlaamse regering bepaalt.

3. De Gemeenschappelijk Nautische Autoriteit is belast met het gemeenschappelijk nautisch beheer en voert de door de Permanente Commissie krachtens dit Verdrag vastgestelde regels uit.

4. Besluiten van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit die van algemene strekking zijn, worden bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant en het Belgisch Staatsblad. Andere besluiten van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit kunnen worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en het Belgisch Staatsblad.

5. Onverminderd haar eigen taken in verband met scheepvaartincidenten en de bestrijding van calamiteiten, zal de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit bij calamiteiten die rechtstreeks gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid aan land, handelen in overleg met de autoriteiten die krachtens de nationale wetgeving bevoegd zijn voor de rampenbestrijding. De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit verleent aan deze autoriteiten advies en bijstand.

6. De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit verstrekt de Permanente Commissie alle verlangde inlichtingen.

7. Met het oog op de evaluatierapportage van de Permanente Commissie bedoeld in Artikel 4, zesde lid, brengt de Gemeenschappelijk Nautische Autoriteit aan de Permanente Commissie minstens tweejaarlijks een schriftelijk rapport uit met betrekking tot de wijze waarop zij haar taken en bevoegdheden in de voorbije periode heeft uitgeoefend.

Artikel 7 Secretariaat

1. De Permanente Commissie stelt een secretariaat in dat evenwichtig is samengesteld uit Vlaamse en Nederlandse ambtenaren.

2. Het Secretariaat heeft tot taak om:

  • a. de Permanente Commissie en de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit te ondersteunen op inhoudelijk, administratief en secretarieel gebied;

  • b. de externe communicatie te ondersteunen.

Artikel 8 Ketenbenadering

1. Dit Artikel doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Permanente Commissie en de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit in het Scheldegebied en de bevoegdheden van de havenautoriteiten in hun havengebied.

2. Teneinde de ketenbenadering te ontwikkelen en in praktijk te brengen, en onverminderd Artikel 5, vijfde lid, treedt de Permanente Commissie in overleg met de havenautoriteiten, en sluit zij daarmee overeenkomsten. Op basis daarvan maakt de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit werkafspraken met de havenkapiteinsdiensten respectievelijk de havenmeesters en met de nautische dienstverleners.

3. Bij het uitoefenen van haar bevoegdheden op grond van Artikel 6 neemt de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit de door de individuele havenautoriteiten opgestelde verkeersplanning als uitgangspunt, en toetst zij deze aan de randvoorwaarden van het gemeenschappelijk nautisch beheer met het oog op een veilig en vlot scheepvaartverkeer in het gehele Scheldegebied.

4. De Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit en de havenautoriteiten organiseren hun samenwerking derwijze dat de geïntegreerde verkeersafwikkeling binnen de ketenbenadering optimaal in praktijk wordt gebracht.

5. In geval van conflicten inzake de prioritering van de scheepvaart naar of van de onderscheiden havens of in geval de door de havenautoriteiten opgestelde verkeersplanning niet te verenigen is met een veilige en vlotte afwikkeling van de scheepvaart, beslist de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit op basis van een havenneutrale benadering.

6. Met inachtneming van de voorgaande leden treedt de Permanente Commissie in nauw overleg met de havenautoriteiten teneinde de overleg- en samenwerkingsstructuur in het kader van de ketenbenadering vast te stellen en deze neer te leggen in de overeenkomsten bedoeld in het tweede lid.

Artikel 9 Openbaarheid van documenten

1. De Permanente Commissie ontwikkelt, onverminderd het overigens bij dit Verdrag bepaalde, een beleid inzake de openbaarheid van de onder haar berustende documenten. De Permanente Commissie stelt regels op met betrekking tot de openbaarheid van deze documenten en de behandeling van de tot haar gerichte verzoeken tot openbaarmaking ervan. De in die regels op te nemen beperkingen op de openbaarmaking van documenten zijn in overeenstemming met de toepasselijke internationaalrechtelijke en Europeesrechtelijke regels terzake en voeren voor het overige geen beperkingen van de openbaarheid in die verder gaan dan de in Nederland en Vlaanderen geldende wettelijke voorschriften.

2. Indien een verzoek om openbaarmaking van documenten die betrekking hebben op het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied wordt ingediend bij enig orgaan van de Verdragsluitende Partijen, plegen de Verdragsluitende Partijen overleg alvorens de desbetreffende Verdragsluitende Partij een beslissing op dat verzoek neemt. De Permanente Commissie adviseert de Verdragsluitende Partijen over de te nemen beslissing en houdt daarbij rekening met de toepasselijke internationaalrechtelijke en Europeesrechtelijke normen terzake en met de in Nederland en Vlaanderen geldende wettelijke voorschriften met betrekking tot de openbaarheid van bestuur. Indien beslist wordt in afwijking van het advies van de Permanente Commissie wordt deze afwijking gemotiveerd.

3. Onverminderd Artikel 3 van de op 29 november 1978 te Brussel totstandgekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake het aanleggen van een walradarketen langs de Westerschelde en haar mondingen, regelt de Permanente Commissie de openbaarmaking van gegevens in verband met het scheepvaartverkeer aan de gerechtelijke autoriteiten en desgevallend gerechtsdeskundigen en procespartijen, en stelt zij de desbetreffende voorwaarden vast.

Artikel 10 Rechtsbescherming en aansprakelijkheid

1. Vorderingen die betrekking hebben op besluiten, handelingen of verzuimen van de Permanente Commissie of op besluiten, handelingen of verzuimen van de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit worden ingesteld tegen de Permanente Commissie en worden gebracht voor de gewone rechtbanken in België en voor de burgerlijke rechter in Nederland, meer bepaald:

  • 1° wat betreft vorderingen gericht tegen de besluiten van de Permanente Commissie, voor een rechtbank van één van beide landen, naar keuze van de eiser;

  • 2° in andere gevallen:

    a. waarbij een schip betrokken is met als bestemming of herkomst een Belgische haven, voor een Belgische rechtbank;

    b. waarbij een schip betrokken is met als bestemming of herkomst een Nederlandse haven, voor een Nederlandse rechtbank;

    c. waarbij verschillende schepen betrokken zijn met als bestemming of herkomst havens van beide landen, voor de rechtbank van het land van de eerste haven waarheen of waaruit het schip met de grootste bruto-tonnenmaat voer;

  • 3° in gevallen die niet onder 2° vallen, voor een rechtbank van één van beide landen, naar keuze van de eiser.

2. De rechtbank past het interne aansprakelijkheidsrecht toe, inbegrepen daarvan deel uitmakende ontheffingen of beperkingen van aansprakelijkheid.

3. Rechterlijke uitspraken die in kracht van gewijsde zijn gegaan, dan wel door de bevoegde rechter uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard, kunnen gelijkelijk in Nederland en België worden geëxecuteerd. Op de executie is het recht van het land van executie van toepassing.

4. De Verdragsluitende Partijen stellen de Permanente Commissie in staat rechterlijke uitspraken uit te voeren en dragen, ongeacht de oorzaak of de omstandigheden van het geval, ieder de helft van de daaraan verbonden lasten.

5. Met het oog op de toepassing van dit Artikel heeft de Permanente Commissie zetels te Antwerpen en te Vlissingen. De Permanente Commissie maakt beide adressen bekend in de Nederlandse Staatscourant en het Belgisch Staatsblad.

6. De Permanente Commissie betrekt de toepassing van deze bepaling bij de evaluatie bedoeld in Artikel 4, zesde lid, en kan, met het oog op efficiëntie en de consistentie van de rechtspraak, aan de Regeringen zo nodig voorstellen voor een aanpassing van dit Artikel doen.

Artikel 11 Strafrechtelijke sancties

1. Ten aanzien van de strafbaarstelling van de overtreding van de bij of krachtens dit Verdrag vastgestelde regels en besluiten, dragen de Verdragsluitende Partijen zorg voor de vaststelling van de nodige regels terzake. De Verdragsluitende Partijen streven daarbij naar een harmonisatie van de strafmaat. De strafbaarstellingen en de strafmaten zullen niet betekenisvol afwijken van de strafbaarstellingen en de strafmaten voor de scheepvaartwegen van de Verdragsluitende Partijen die buiten het Scheldegebied zijn gelegen. De Permanente Commissie zal zich inspannen om de bevoegde overheden te brengen tot een onderlinge afstemming van het vervolgingsbeleid in de beide landen.

2. Uitsluitend de Belgische overheid is bevoegd tot vervolging en berechting van een gezagvoerder van een schip, inzake de overtreding van de regels en besluiten, bedoeld in het eerste lid, indien de overtreding uitsluitend is gepleegd op Belgisch grondgebied.

3. Uitsluitend de Nederlandse overheid is bevoegd tot vervolging en berechting van een gezagvoerder van een schip, inzake de overtreding van de regels en besluiten, bedoeld in het eerste lid, indien de overtreding uitsluitend is gepleegd op Nederlands grondgebied.

4. Indien de gezagvoerder van een schip de overtreding van een regel of besluit, bedoeld in het eerste lid, op zowel Belgisch als Nederlands grondgebied heeft gepleegd, is:

  • a. uitsluitend de Belgische overheid bevoegd tot vervolging en berechting van de gezagvoerder, indien het een schip betreft onder Belgische vlag;

  • b. uitsluitend de Nederlandse overheid bevoegd tot vervolging en berechting van de gezagvoerder, indien het een schip betreft onder Nederlandse vlag;

  • c. de Belgische overheid bij voorrang bevoegd tot vervolging en berechting van de gezagvoerder, indien het een schip betreft onder een andere vlag dan genoemd onder a en b. Indien binnen een termijn van zes maanden in België de procedure tot vervolging niet werd ingezet, zal vervolging en berechting door de Nederlandse overheid kunnen plaatsvinden.

5. Een overtreding als bedoeld in het eerste lid, wordt beoordeeld volgens de regels terzake van het land waarvan de overheid ingevolge het tweede tot en met het vierde lid, bevoegd is tot vervolging en berechting.

6. De Verdragsluitende Partijen zijn wederzijds verplicht tot het ter beschikking stellen van opsporingsgegevens en informatie over niet-vervolging en vonnissen.

7. Opsporings- en vervolgingshandelingen dienen tot zo weinig mogelijk vertraging voor het betrokken schip te leiden.

Artikel 12 Verhouding tussen het nautisch beheer en andere beleidsdomeinen

1. De Verdragsluitende Partijen informeren elkaar tijdig over belangrijke beleidsvoornemens en plannen, alsmede de voorbereiding van belangrijke besluiten van de bevoegde overheidsorganen op hun grondgebied in andere beleidsdomeinen, inzonderheid op het gebied van de ruimtelijke ordening, de infrastructuur en het milieubeheer, waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze van invloed kunnen zijn op het nautisch beheer in het Scheldegebied.

2. Iedere Verdragsluitende Partij heeft het recht bezwaar te maken bij de andere Verdragsluitende Partij indien zij meent dat dergelijke of andere beleidsvoornemens, plannen of besluiten de doelstellingen van dit Verdrag in gevaar kunnen brengen of met dit Verdrag niet in overeenstemming zijn.

3. Een bezwaar als bedoeld in het tweede lid, kan door de commissarissen van de desbetreffende Verdragsluitende Partij schriftelijk en gemotiveerd ter kennis worden gebracht van de Permanente Commissie. De Permanente Commissie beraadslaagt over het bezwaar. Indien de betrokken Verdragsluitende Partij het bezwaar handhaaft, brengt de Permanente Commissie het, desgevallend vergezeld van haar eigen advies, ter kennis van het desbetreffende overheidsorgaan van de andere Verdragsluitende Partij. De reactie van de deze laatste wordt via de Permanente Commissie overgebracht aan de Verdragsluitende Partij die het bezwaar heeft ingediend.

4. De Permanente Commissie, onderscheidenlijk de Verdragsluitende Partij of Verdragsluitende Partijen die het aangaat, is, respectievelijk zijn bevoegd, overeenkomstig het interne recht bij het desbetreffende overheidsorgaan een zienswijze naar voren brengen en bij de bevoegde rechtsprekende instantie een bezwaar- of verzoekschrift in te dienen of een vordering of beroep in te stellen tegen een beleidsvoornemen, plan of besluit als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 13 Beslechting van geschillen tussen de Verdragsluitende Partijen

1. De Permanente Commissie beraadslaagt over alle geschillen die zich mochten voordoen bij de toepassing, uitlegging of tenuitvoerlegging van dit Verdrag en tracht deze tot een oplossing te brengen.

2. Indien de Permanente Commissie er niet in slaagt een geschil te regelen op basis van het eerste lid, zal de Permanente Commissie de Verdragsluitende Partijen verzoeken dit geschil te regelen door onderhandelingen. Deze onderhandelingen worden geacht te zijn begonnen op de datum van het verzoek daartoe van de Permanente Commissie en zullen niet langer dan zes maanden duren. Ingeval de oplossing van een geschil door één van de Verdragsluitende Partijen als dringend wordt beschouwd, wordt deze onderhandelingstermijn teruggebracht tot maximaal drie maanden.

3. Indien de Verdragsluitende Partijen er niet in slagen het geschil te regelen overeenkomstig het tweede lid, kan het op verzoek van één der Verdragsluitende Partijen ter beslissing worden voorgelegd aan een scheidsgerecht van drie arbiters. De bepalingen betreffende de samenstelling en procedure van dit gerecht zijn opgenomen in de bijlage van dit Verdrag, die een geïntegreerd onderdeel vormt van dit Verdrag.

Artikel 14 Wijzigingsbepaling

De bijlage bij het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Vlaamse Gewest van Middelburg van 11 januari 1995 tot herziening van het Reglement ter uitvoering van Artikel IX van het Tractaat van 19 april 1839 en van hoofdstuk II, afdelingen 1 en 2, van het Tractaat van 5 november 1842, zoals gewijzigd, voor wat betreft het loodswezen en het gemeenschappelijk toezicht daarop (Scheldereglement)wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onder 2, komt te luiden: „bevoegde autoriteit: de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit, genoemd in artikel 5 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied;’’.

B

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden: „De gezagvoerder van een zeeschip is verplicht gebruik te maken van de diensten van een loods. De gezagvoerder van een Scheldevaarder is verplicht gebruik te maken van een tot de Vlaamse of de Nederlandse loodsdienst behorende loods. De gezagvoerder van een zeeschip dat geen Scheldevaarder is, is verplicht gebruik te maken van de diensten van een tot de Nederlandse loodsdienst behorende loods’’.

2. In het tweede lid, onder a., wordt „Scheldevaarders’’ vervangen door: zeeschepen.

3. In het tweede lid, onder b., wordt „de door de Vlaamse en Nederlandse ministers die de loodsdiensten in hun bevoegdheid hebben’’ vervangen door: de commissarissen.

C

Artikel 13 komt als volgt te luiden:

„Artikel 13

1. De gezagvoerder van een Scheldevaarder die ingevolge artikel 9 verplicht is gebruik te maken van de diensten van een loods, is verplicht om het verwachte tijdstip van aankomst bij de loodskruispost tijdig aan te kondigen op de door de commissarissen vast te stellen wijze. De gezagvoerder wordt voorzien van een loods in een volgorde bepaald volgens door de commissarissen vast te stellen regels.

2. De gezagvoerder van een zeeschip dat geen Scheldevaarder is moet het verwachte tijdstip van aankomst bij de loodskruispost melden overeenkomstig de geldende nationale wettelijke voorschriften.’’

D

Artikel 14 komt als volgt te luiden:

„Artikel 14

1. De gezagvoerder van een Scheldevaarder die ingevolge artikel 9 verplicht is gebruik te maken van de diensten van een loods, is verplicht om het verwachte tijdstip van vertrek uit een haven of van een anker- of ligplaats tijdig aan te kondigen op de door de commissarissen vast te stellen wijze. De gezagvoerder wordt voorzien van een loods in een volgorde bepaald volgens door de commissarissen vast te stellen regels.

2. De gezagvoerder van een zeeschip dat geen Scheldevaarder is moet het verwachte tijdstip van vertrek uit een haven of van een anker- of ligplaats melden overeenkomstig de geldende nationale wettelijke voorschriften.’’

E

Artikel 16 komt te luiden:

„Artikel 16

1. De Vlaamse en Nederlandse loodsdiensten stellen gezamenlijk voorschriften op met betrekking tot:

  • a. de door de loodsen bij de uitoefening van hun taak te gebruiken navigatie- en communicatiemiddelen;

  • b. de wijze van loodswisseling;

  • c. de wijze van beëindiging van de loodsreis;

  • d. overige onderwerpen van operationele aard.

2. De voorschriften bedoeld in het eerste lid, zijn uitsluitend gericht tot de loodsen die deel uitmaken van de bevoegde Vlaamse en Nederlandse loodsdiensten. De voorschriften behoeven de goedkeuring van de bevoegde autoriteit.’’

F

Artikel 17 vervalt.

G

Artikel 19 vervalt.

H

Na de aanduiding „HOOFDSTUK V LOODSGELD EN LOODSVERGOEDINGEN’’ wordt een artikel ingevoegd, luidende:

„Artikel 22a

De gezagvoerder van een zeeschip dat geen Scheldevaarder is, is gehouden loodsgeld te betalen overeenkomstig de geldende nationale wettelijke voorschriften.’’

I

Artikel 25 komt te luiden:

„Artikel 25

De loodsgeldtarieven en loodsvergoedingen worden vastgesteld in Euro.’’

J

Artikel 31 komt te luiden:

„Artikel 31

1. Er wordt voorzien in een gemeenschappelijk toezicht op:

  • a. alle objecten die dienen voor de bevordering van de veiligheid en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer, het behoud van de vaargeulen, en het functioneren van die objecten;

  • b. de loodsdiensten op de Schelde en haar mondingen en op het Kanaal van Gent naar Terneuzen.

2. De Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart, bedoeld in het tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest op 21 december 2005 gesloten Verdrag inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied, is belast met het gemeenschappelijk toezicht, bedoeld in het eerste lid.

3. De commissarissen informeren de loodsdiensten over alle regelingen die zij ingevolge dit reglement vaststellen en over alle besluiten die zij ingevolge dit reglement of de krachtens dit reglement vastgestelde regelingen nemen, voor zover deze besluiten betrekking hebben op de loodsdiensten.’’

K

Artikel 32 vervalt.

L

Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst van het eerste lid, vervalt de aanduiding „1.’’.

2. Het tweede en derde lid, vervallen.

M

Na artikel 36 wordt de volgende aanduiding ingevoegd:

„HOOFDSTUK VIII VASTSTELLING, BEKENDMAKING EN INWERKINGTREDING VAN VOORSCHRIFTEN’’

N

Artikel 37 komt te luiden:

„Artikel 37

1. De bij en krachtens de artikelen 2, onder a. en b., 4, tweede lid, 5, zesde lid, 9, tweede lid, onder a. en b., derde en vierde lid, 10, derde en vierde lid, 11, 13, eerste lid, 14, eerste lid, 15, derde lid, 16, eerste lid, 18, vierde lid, 21 en 24, eerste lid, vastgestelde voorschriften hebben in Nederland en Vlaanderen geen verbindende kracht dan nadat zij zijn bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en het Belgisch Staatsblad. De commissarissen dragen zorg voor de bekendmaking.

2. De voorschriften voorzien in hun inwerkingtreding. Bij gebreke van een voorziening voor hun inwerkingtreding treden de regels in werking op de vijftiende kalenderdag na de datum van verschijning in de Nederlandse Staatscourant, onderscheidenlijk het Belgisch Staatsblad, waarin zij zijn bekendgemaakt. De laatste datum van verschijning is bepalend voor de aanvang van de termijn, bedoeld in de vorige volzin.’’

Artikel 15 Overgangsbepaling

Zolang de Permanente Commissie ten aanzien van een bepaald onderwerp geen regels, bedoeld in Artikelen 4, derde lid, en 5 heeft vastgesteld, of deze regels eenmaal vastgesteld nog niet van kracht zijn, blijven de desbetreffende wettelijke voorschriften van toepassing, met dien verstande dat de door die wettelijke voorschriften aan interne overheden van de Verdragsluitende Partijen toegekende uitvoerings- en toepassingsbevoegdheden worden uitgeoefend door de Gemeenschappelijke Nautische Autoriteit.

Artikel 16 Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede maand, volgend op de dag waarop de Verdragsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de constitutionele eisen is voldaan.

TEN BLIJKE WAARVAN de Gevolmachtigden van de Regeringen der Verdragsluitende Partijen dit Verdrag hebben ondertekend.

Ondertekend te Middelburg, op 21 december 2005, in tweevoud in de Nederlandse taal.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

K. M. H. Peijs

Voor het Vlaams Gewest,

K. PEETERS


Bijlage

Samenstelling en procedure van het gerecht bedoeld in Artikel 13

1. Het in Artikel 13 van dit Verdrag genoemde gerecht bestaat uit drie arbiters, van wie elke Verdragsluitende Partij er één benoemt. De twee aldus gekozen arbiters bereiken overeenstemming over de derde arbiter. Deze derde arbiter mag geen onderdaan zijn of in dienst zijn van het Koninkrijk België of het Koninkrijk der Nederlanden. Elk van de Verdragsluitende Partijen wijst een arbiter aan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de datum waarop één van de Verdragsluitende Partijen van de andere Verdragsluitende Partij een diplomatieke nota heeft ontvangen waarin om een scheidsrechtelijke beslissing wordt verzocht. Over de derde arbiter wordt binnen een volgende termijn van dertig dagen overeenstemming bereikt. Indien één van de Verdragsluitende Partijen haar eigen arbiter niet aanwijst binnen de termijn van dertig dagen of indien over de derde arbiter niet binnen de genoemde termijn overeenstemming is bereikt, kan de voorzitter van het Internationaal Gerechtshof, en indien deze onderdaan is van het Koninkrijk België of het Koninkrijk der Nederlanden, de vice-voorzitter van dit Hof, door één van de Verdragsluitende Partijen worden verzocht een arbiter of arbiters te benoemen.

2. Het gerecht regelt zijn eigen werkwijze.

3. Het gerecht beslist bij meerderheid van stemmen.

4. De scheidsrechtelijke uitspraak is met redenen omkleed, definitief en niet vatbaar voor beroep.

5. Het scheidsgerecht kan in elke stand van het geding, na Partijen te hebben gehoord, de voorlopige maatregelen voorschrijven die het noodzakelijk acht, of reeds voorgeschreven voorlopige maatregelen intrekken. Zodanige maatregelen lopen niet vooruit op de definitieve scheidsrechtelijke uitspraak.

6. De kosten van het gerecht worden door beide Verdragsluitende Partijen, elk voor de helft, gedragen. Elke Verdragsluitende Partij draagt de kosten van haar vertegenwoordiging in het geding.


D. PARLEMENT

Het Verdrag, met Bijlage, behoeft ingevolge artikel 91 van de Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal, alvorens het Koninkrijk aan het Verdrag, met Bijlage, kan worden gebonden.

G. INWERKINGTREDING

De bepalingen van het Verdrag zullen ingevolge artikel 16 in werking treden met ingang van de eerste dag van de tweede maand, volgend op de dag waarop de Verdragsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de constitutionele eisen is voldaan.

J. VERWIJZINGEN

Verbanden

Het Verdrag dient tot wijziging van:

Titel:Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Vlaams Gewest tot herziening van het Reglement ter uitvoering van artikel IX van het Tractaat van 19 april 1839 en van Hoofdstuk II, Afdelingen 1 en 2, van het Tractaat van 5 november 1842, zoals gewijzigd, voor wat betreft het loodswezen en het gemeenschappelijk toezicht daarop (Scheldereglement); Middelburg, 11 januari 1995
Tekst:Trb. 1995, 48
Laatste Trb. :Trb. 2002, 168
Overige verwijzingen
   
Titel:Tractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de scheiding der wederzijdse grondgebieden; Londen, 19 april 1839
Tekst:Stb. 1839, 26 (Frans en vertaling)
Laatste Trb. :Trb. 2003, 25
   
Titel:Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, regelende de verlichting en bebakening van de Westerschelde en haar mondingen; ’s-Gravenhage, 23 oktober 1957
Tekst:Trb. 1957, 221 (Frans en Nederlands)
Laatste Trb. :Trb. 1980, 157
   
Titel:Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake het aanleggen van een walradarketen langs de Westerschelde en haar mondingen; Brussel, 29 november 1978
Tekst:Trb. 1979, 5 (Frans en Nederlands)
Laatste Trb. :Trb. 1985, 143
   
Titel:Tractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België ter uitvoering van het tractaat van 19 april 1839 en tot definitieve regeling der wederzijdse rechten en belangen; ’s-Gravenhage, 5 november 1842
Tekst:Stb. 1843, 3 (Frans en vertaling)
Laatste Trb. :Trb. 2003, 25
   
Titel:Algemene Akte van het Congres van Wenen; Wenen, 9 juni 1815
Tekst:Lagemans I, no. 30 (Frans)
   
Titel:Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en België tot verbetering van de betonning en bebakening der Schelde; ’s-Gravenhage, 9 februari 1881
Tekst:Stb. 1881, 45 (Frans en vertaling)
Laatste Trb. :Trb. 1957, 221

Uitgegeven de drieëntwintigste december 2005

De Minister van Buitenlandse Zaken,

B. R. BOT

Naar boven