Beleidsregel van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 20 augustus 2015, nr. VO/794653, houdende nadere regels voor het aanbieden van versneld vwo en/of verrijkt vwo voor talentvolle leerlingen in het voortgezet onderwijs (Beleidsregel versneld vwo en/of verrijkt vwo)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 25 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

1. school:

vestiging van een school voor voortgezet onderwijs;

2. minister:

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

3. WVO:

Wet op het voortgezet onderwijs;

4. medezeggenschapsraad:

medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen;

5. vwo:

opleiding voor voortgezet wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 van de WVO;

6. versneld vwo:

speciaal vijfjarig vwo-programma voor groepen talentvolle leerlingen;

7. verrijkt vwo:

speciaal zesjarig vwo-programma voor groepen talentvolle leerlingen;

8. zeer zwakke school en zwakke school:

vestiging van een school waar een aangepast toezichtarrangement geldt, zoals beschreven in het voor dat jaar geldende toezichtkader als bedoeld in artikel 13, eerste lid van de Wet op het onderwijstoezicht.

Artikel 2. Doel en inhoud van de regeling

  • 1. Het doel van deze beleidsregel is om bevoegde gezagsorganen meer ruimte te bieden ten aanzien van de inrichting van het onderwijs op hun scholen, zodat zij de kwaliteit van het vwo-onderwijs aan talentvolle leerlingen kunnen vergroten en meer maatwerk kunnen bieden. Op deze manier kunnen scholen talentvolle leerlingen optimaal stimuleren en uitdagen, waardoor deze leerlingen hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen.

  • 2. Deze beleidsregel beschrijft de manier waarop de minister invulling geeft aan de bevoegdheid om een bevoegd gezag ten behoeve van een school toe te staan af te wijken van de wettelijke bepalingen, genoemd in artikel 25 van de WVO. Op grond van deze beleidsregel geeft de minister het bevoegd gezag de mogelijkheid om op een school aan te bieden:

    • a. een versneld vwo-programma, en/of

    • b. een verrijkt vwo-programma.

Artikel 3. Voorwaarden om in aanmerking te komen voor toestemming

  • 1. Leerlingen dienen het versnelde vwo in vijf jaar af te ronden. Een bevoegd gezag comprimeert het onderwijsprogramma zodanig dat voor het vierde leerjaar wordt gestart met vakken uit het profieldeel. Ook in het verrijkte programma dienen leerlingen voor het vierde leerjaar te starten met vakken uit het profieldeel.

  • 2. Een zeer zwakke of zwakke school komt niet in aanmerking voor het aanbieden van versneld vwo en/of verrijkt vwo.

  • 3. Het totaal aantal scholen, ten behoeve waarvan de minister toestemming verleent aan bevoegde gezagsorganen, is niet groter dan 25 procent van het totaal aantal scholen dat vwo aanbiedt in een provincie. Indien de onderbouw en de bovenbouw gegeven worden op verschillende vestingen, wordt voor de bepaling van 25 procent gekeken naar de vestiging waar het afsluitende onderwijs wordt verzorgd.

  • 4. Een bevoegd gezag richt het versnelde en/of verrijkte programma in naast het reguliere vwo.

  • 5. Een bevoegd gezag dient reeds alle zes leerjaren vwo aan te bieden op de betreffende school.

  • 6. Een leerling moet in overleg met de school terug kunnen stromen naar het reguliere vwo.

  • 7. Een bevoegd gezag dient een aanvraag in bij de minister. De aanvraag is voorzien van een plan van aanpak. In het plan van aanpak dienen de volgende elementen te zijn uitgewerkt.

    • a. visie van de school op toptalenten,

    • b. praktische opzet van het versneld vwo en/of verrijkt vwo met aandacht voor: de hoofdlijnen van het meerjarige programma, inzet van docenten, selectie van leerlingen, toelatingsbeleid en een beschrijving van de doelgroep, vestiging of vestigingen waar het onderbouw en bovenbouw onderwijs wordt verzorgd,

    • c. waarborg van terugvaloptie voor leerlingen die willen terugstromen in het reguliere vwo op de school,

    • d. waarborg van voldoende onderwijs voor leerlingen om aan de kerndoelen en het programma van toetsing en afsluiting te voldoen,

    • e. waarborg van de kwaliteit van versneld vwo en/of verrijkt vwo alsmede de reguliere onderwijsstromen van de school, en

    • f. opzet van eigen evaluatie waarin de tevredenheid van leerlingen, de onderwijsresultaten en de uitvoerbaarheid worden meegenomen.

  • 8. Een schriftelijk bewijs van instemming van de medezeggenschapsraad met versneld vwo en/of verrijkt vwo moet worden overgelegd bij indiening van de aanvraag.

  • 9. Een bevoegd gezag van een school waaraan toestemming wordt verleend om versneld vwo en/of verrijkt vwo aan te bieden, is verplicht om desgewenst gegevens over uitvoering, leerlingtevredenheid, doorstroom en leerresultaten aan te leveren bij de minister ten behoeve van evaluatieonderzoek.

Artikel 4. Procedure voor aanvraag en goedkeuring

  • 1. De aanvraag dient ingediend te worden in de periode van 1 oktober tot 1 november van enig jaar bij de minister.

  • 2. De minister beslist uiterlijk 1 februari volgend op de indiening over de aanvraag.

  • 3. Eventuele toestemming geldt vanaf 1 augustus in het jaar van het besluit van de minister.

  • 4. De minister verleent toestemming voor de duur van zes schooljaren.

  • 5. Een aanvraag kan worden ingediend tot 1 november 2020. Daarna besluit de minister over verlenging van de beleidsregel.

  • 6. De aanvraag voor het aanbieden van versneld vwo en/of verrijkt vwo wordt elektronisch ingediend, met behulp van het aanvraagformulier ‘Versneld vwo en/of verrijkt vwo’. Het formulier wordt beschikbaar gesteld op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs.

  • 7. De aanvraag dient ondertekend te zijn door het bevoegd gezag van de school.

  • 8. De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst door DUO behandeld. Als tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, geldt het tijdstip waarop de aanvraag het systeem voor gegevensverwerking van de minister heeft bereikt.

  • 9. Aanvragen die niet worden ingediend in de periode genoemd in het eerste lid, worden afgewezen.

Artikel 5. Intrekken van toestemming

  • 1. De minister kan in ieder geval besluiten tot intrekking van de toestemming voor het aanbieden van versneld vwo en/of verrijkt vwo, indien de onderwijskwaliteit op de betreffende school niet langer voldoet en de school zwak of zeer zwak wordt. Alvorens toestemming in te trekken, consulteert de minister de Inspectie van het Onderwijs.

  • 2. Als de minister besluit tot intrekking van toestemming voor het aanbieden van versneld vwo en/of verrijkt vwo, dan dienen de leerlingen op een nader door de minister te bepalen tijdstip deel te nemen aan het reguliere onderwijsprogramma.

Artikel 6. Afwijking van voorschriften met betrekking tot onderwijstijd

In afwijking van artikel 6g van de WVO kan een bevoegd gezag een versneld en/of verrijkt vwo programma inrichten dat minder dan 5.700 klokuren omvat. Voorwaarde is dat dit programma wordt ingericht naast het reguliere vwo dat wel tenminste 5.700 klokuren omvat.

Artikel 7. Afwijking van voorschriften met betrekking tot onderbouw

In afwijking van de artikelen 11a, 11c en 11f van de WVO kan een bevoegd gezag de eerste drie leerjaren zodanig inrichten dat de periode van voorbereidend hoger onderwijs als bedoeld in artikel 12 van de WVO eerder start dan in het vierde leerjaar.

Artikel 8. Afwijking van voorschriften met betrekking tot de periode van voorbereidend hoger onderwijs

In afwijking van artikel 12, eerste lid van de WVO kan een bevoegd gezag de eerste drie leerjaren zodanig inrichten dat de periode van voorbereidend hoger onderwijs eerder start dan in het vierde leerjaar.

Artikel 9. Evaluatie

  • 1. Drie jaar na inwerkingtreding van de beleidsregel vindt een tussentijdse evaluatie plaats.

  • 2. Voor 1 september 2021 wordt de beleidsregel geëvalueerd.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2015. De beleidsregel vervalt op 1 september 2027.

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel versneld vwo en/of verrijkt vwo.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en bekend worden gemaakt op de website (www.duo.nl) van DUO van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, alsmede op het digitale informatiepunt voor onderwijs en talentontwikkeling (www.talentstimuleren.nl) van Stichting Leerplan Ontwikkeling.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

TOELICHTING

Algemeen

Scholen, schoolbesturen en onderwijsexperts geven in gesprekken met het departement aan dat er in het voortgezet onderwijs behoefte is aan ruimte voor het flexibeler inrichten van de schoolloopbaan van toptalenten, om hen uitdagend onderwijs te kunnen bieden. Flexibiliteit is nodig voor de invulling van het onderwijsaanbod en voor het tempo waarin het onderwijs kan worden gevolgd. Sommige toptalenten hebben vooral behoefte aan gecomprimeerd onderwijs en versnelling. Anderen zullen binnen het vwo, ook vanwege de soms jonge leeftijd waarop zij het vwo starten, behoefte hebben aan extra verbreding en verdieping. Voor hen blijft zesjarig vwo wenselijk.

Deze beleidsregel heeft tot doel talentontwikkeling van zeer talentvolle vwo-leerlingen op scholen in het voortgezet onderwijs te stimuleren. Op verzoek van het veld biedt de minister ruimte aan bevoegde gezagsorganen om op hun scholen een versnelde en/of verrijkte vwo-opleiding mogelijk te maken. Deze beleidsregel biedt bevoegde gezagsorganen de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen om te mogen afwijken van een aantal wettelijke inrichtingsvoorschriften voor het voortgezet onderwijs. Bevoegde gezagsorganen die vwo-onderwijs aanbieden op een school, kunnen op grond van deze beleidsregel een aanvraag indienen bij de minister om toestemming te verkrijgen om versneld en/of verrijkt vwo aan een groep leerlingen aan te bieden. In de huidige situatie kunnen scholen alleen voor individuele leerlingen een dergelijke ingrijpende aanpassing van het onderwijsprogramma verzorgen. Voor scholen vraagt zo’n individueel traject relatief veel inspanning en voor toptalenten kan het stimulerend zijn onderwijs te krijgen in een groep van gelijkgestemden.

Op grond van artikel 25 van de WVO maakt deze beleidsregel mogelijk dat scholen toestemming kunnen vragen aan de minister om onder voorwaarden af te wijken van een aantal artikelen uit de WVO. Scholen die voldoen aan de voorwaarden, zoals vastgesteld in deze beleidsregel, kunnen na toestemming van de minister een groep talentvolle leerlingen versneld en/of verrijkt vwo aanbieden. Inhoudelijke eisen zoals kerndoelen, curriculum, programma van toetsing en afsluiting, leerplicht en ontheffingsmogelijkheden blijven onverkort van toepassing.

Verrijking van onderwijsprogramma’s kan uiteraard zonder beleidsregel. Dit gebeurt ook veel getuige het diverse aanbod, zoals daar zijn technasia, tweetaling onderwijs, en cultuurprofielscholen. Maar als het bevoegd gezag ingrijpend wil schuiven in het aanbod in de onderbouw en de bovenbouw, door bijvoorbeeld in het derde jaar al te starten met profielvakken uit het bovenbouw programma, dan is toestemming van de minister noodzakelijk. De ruimte die in dat geval ontstaat voor verrijking, kan bestaan uit verschillende activiteiten. Het kan bijvoorbeeld gaan om het aanbieden van extra vakken, projectmatige opdrachten, stages, masterclasses, olympiades en het volgen van vakken op de universiteit. De medezeggenschapsraad dient overigens in te stemmen met welke soorten onderwijsactiviteiten de school meetelt als onderwijstijd.

De beleidsregel biedt scholen de ruimte om de volgende varianten aan te bieden:

  • 1. Het aanbieden van een versneld vwo-programma, zodat het vwo in vijf jaar kan worden doorlopen.

  • 2. Het aanbieden van een verrijkt vwo-programma. Dit programma onderscheidt zich van reguliere verrijking in het vwo, doordat binnen dit programma al voor het vierde leerjaar gestart wordt met profielvakken. De leerlingen ronden het vwo in zes jaar af.

Om voornoemde programma’s te mogen aanbieden is het noodzakelijk om afwijking toe te staan van de wettelijke bepalingen waarin de onderwijstijd is geregeld (artikel 6g van de WVO), de totale cursusduur (artikel 7 van de WVO), de duur en de inrichting van onder- en bovenbouw zijn geregeld (artikel 11a, 11c, 11f van de WVO) en de bepaling waarin is opgenomen in welk leerjaar de bovenbouw start (artikel 12, eerste lid van de WVO). Artikel 25 van de WVO biedt de minister de ruimte om individuele bevoegde gezagsorganen af te laten wijken van voornoemde artikelen.

Deze regeling vloeit voort uit de maatregelen aangekondigd in het Plan van aanpak toptalenten 2014-2018 (Kamerstukken II 2013/2014, 33 750 VIII, nr. 99). Andere voorbeelden van maatregelen zijn het vermelden van het judicium cum laude op het diploma, het volgen van vakken op een hoger niveau, het aanbieden van extra leerstof of extra vakken en het mee laten tellen van opdrachten bij bedrijven als onderwijstijd. De VO-raad werkt momenteel aan een plus-document waarin bijzondere activiteiten en competenties kunnen worden vastgelegd. De activiteiten die worden ondernomen in het kader van verrijkingsprogramma’s kunnen hierin worden opgenomen. De maatregel hangt tevens samen met de Wet modernisering onderwijstijd VO, die op 1 augustus 2015 in werking trad.

De beleidsregel sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande regelingen voor talentontwikkeling (Beleidsregel verstrekking DAMU-licentie VO, 16 april 2013, nr. VO/325782 en Beleidsregel verstrekking Loot-licentie VO, 2 november 2009, nr. VO/BVB/137582).

Uitvoeringstoets

DUO heeft een uitvoeringstoets uitgevoerd. DUO acht de maatregel uitvoerbaar. De beleidsregel vergt een aanpassing van het Basisregister Onderwijsnummer (BRON), doordat scholen die versneld vwo en/of verrijkt vwo aanbieden geregistreerd moeten worden in het systeem. Alleen dan kan de Inspectie van het Onderwijs effectief toezicht houden, zoals op alle andere examenregelingen. Ook heeft de toets geleid tot een aantal technische aanscherpingen van de beleidsregel.

Financiën

Aan deze beleidsregel zijn geen financiële verplichtingen verbonden.

Gevolgen voor de administratieve lasten

Aan het bevoegd gezag wordt in het kader van deze beleidsregel een informatieverplichting opgelegd. Het bevoegd gezag kan zich aanmelden middels een digitaal aanvraagformulier. Een plan van aanpak dient digitaal te worden bijgevoegd. Ook dient het bevoegd gezag gegevens aan te leveren ten behoeve van evaluatieonderzoek. De gegevens worden zoveel mogelijk onttrokken aan BRON, maar voor gegevens die niet in BRON zijn opgeslagen zal voor het evaluatieonderzoek maximaal worden aangesloten bij de informatie die het bevoegd gezag in het kader van het eigen kwaliteitsmanagement verzameld.

De administratieve lasten die gemoeid zijn met deze aanvraag wegen niet op tegen de administratieve lasten waarmee een bevoegd gezag zich nu geconfronteerd ziet als het voor dezelfde groep leerling individueel een aanvraag voor ontheffing moet indienen. Vandaar dat als gevolg van de beleidsregel de administratieve lasten per school gelijk blijven of zelfs afnemen.

Caribisch Nederland

Er is één school met een vwo-afdeling in Caribisch Nederland. Dit is de school voor voortgezet onderwijs op Bonaire. Deze school werkt hard om de basiskwaliteit voor de streefdatum 1 augustus 2016 op orde te krijgen. Het openstellen van de mogelijkheid voor deze school om naast een reguliere vwo-afdeling ook versneld vwo en/of verrijkt vwo aan te bieden voor een hele groep leerlingen, komt te vroeg. Daarom wordt na de evaluatie van de beleidsregel bekeken of de maatregel zich in de toekomst ook zal uitstrekken tot Caribisch Nederland. Indien de school eerder aangeeft klaar te zijn voor het aanbieden voor versneld vwo en/of verrijkt vwo en er is nog ruimte ten aanzien van het aantal scholen, dan zal de minister in overleg met de inspectie besluiten of ook Scholengemeenschap Bonaire een aanvraag kan indienen.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

De beleidsregel biedt bevoegde gezagsorganen de ruimte om (1) versneld vwo aan te bieden aan een groep leerlingen en/of om (2) een zesjarig programma aan te bieden dat zowel versnelling als verrijking bevat, doordat voor het vierde leerjaar gestart wordt met profielvakken. Verrijkingsprogramma’s dienen onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag te worden uitgevoerd. Het is de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag om een samenhangend onderwijsprogramma aan te bieden.

Artikel 3

Scholen dienen een plan van aanpak in te dienen dat voldoet aan de vereisten van deze beleidsregel. Tevens dient hieruit te blijken dat aan de voorwaarden is voldaan. Er zijn in de beleidsregel geen voorschriften opgenomen ten aanzien van de (omvang van de) doelgroep of toelatingscriteria. Scholen kunnen hiervoor eigen beleid ontwikkelen, waaraan de medezeggenschapsraad zijn goedkeuring moet verlenen. Algemene wettelijke bepalingen ten aanzien van toelating van leerlingen tot het onderwijs en de vrijwillige ouderbijdrage blijven onverkort van kracht.

Het aanbieden van versneld vwo en/of verrijkt vwo vormt een uitzondering op de regel. Er zijn in het schooljaar 2014/2015 580 vestigingen voor voortgezet onderwijs die een opleiding vwo aanbieden. Het betreft hoofd- en nevenvestigingen. Deze worden in het kader van deze beleidsregel beschouwd als aparte vestigingen. Omwille van beheersbaarheid, het opdoen van ervaring met het concept en het meten van effect is gekozen voor een gefaseerde aanpak. Tijdens de looptijd van de beleidsregel mag niet meer dan 25 procent van de vwo-vestigingen in een provincie versneld vwo en/of verrijkt vwo aanbieden. Na de evaluatie in 2021 zal worden besloten over voortzetting en mogelijke aanpassing van het wettelijke kader.

Artikel 5

Indien een school zwak of zeer zwak wordt, kan de minister besluiten tot intrekking van de toestemming voor het aanbieden van versneld vwo of verrijkt vwo. Mocht een andere afdeling dan het vwo, het versneld vwo en/of verrijkt vwo zwak of zeer zwak worden, dan leidt dit niet automatisch tot intrekking van de toestemming. In alle gevallen zal de minister in overleg met de school en de Inspectie van het Onderwijs besluiten over intrekking van de toestemming. Indien tot intrekking wordt besloten zal de minister mededelen met ingang van welk tijdstip de leerlingen aan het reguliere onderwijsprogramma dienen deel te nemen.

Artikel 6 tot en met 9

In deze artikelen van de beleidsregel is beschreven van welke artikelen in de WVO mag worden afgeweken. Tevens zijn de grenzen vastgelegd in hoeverre afgeweken mag worden.

Artikel 10

Na 3 jaar vindt een tussenevaluatie plaats. Voor het verlopen van de beleidsregel vindt een eindevaluatie plaats. De evaluatie van de effectiviteit van de beleidsregel bevat in ieder geval de navolgende elementen:

  • Het aantal scholen dat versneld vwo en/of verrijkt vwo aanbiedt;

  • Het aantal leerlingen dat deelneemt in trajecten versneld vwo en/of verrijkt vwo;

  • De tevredenheid van leerlingen over het programma-aanbod van de school;

  • Resultaten en doorstroomgegevens van leerlingen;

  • Aandacht voor de aansluiting op en afstemming met het HO. Hierin is ook de sociaal emotionele ontwikkeling van de leerlingen, omdat zij mogelijk al op jonge leeftijd instromen in het vervolgonderwijs, een aandachtspunt.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

Naar boven