Wet van 22 augustus 2022, houdende voorstel van wet van de leden Paternotte, Kuiken, Ellemeet en Tellegen tot wijziging van Wet afbreking zwangerschap in verband met het afschaffen van de verplichte minimale beraadtermijn voor de afbreking van zwangerschappen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de beraadtermijn zoals opgenomen in de Wet afbreking zwangerschap niet meer vast te stellen op een vaste termijn;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I WIJZIGING WET AFBREKING ZWANGERSCHAP

De Wet afbreking zwangerschap wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, wordt «de arts, bedoeld in artikel 3, tweede lid,» vervangen door «de arts bij wie de vrouw onder regelmatige medische behandeling staat, dan wel die als medisch specialist of in de woonplaats van de vrouw als huisarts werkzaam is,».

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt «op de zesde dag» en wordt een zin toegevoegd, luidende:

De arts en de vrouw stellen, met in achtneming van de eisen met betrekking tot hulpverlening en besluitvorming, bedoeld in artikel 5, in gezamenlijk overleg een termijn vast die voorafgaat aan de afbreking van de zwangerschap.

2. Het tweede tot en met vierde lid vervallen, onder vernummering van het vijfde lid tot het tweede lid.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Indien de behandeling, gericht op het afbreken van de zwangerschap, wordt verricht om daarmee een dreigend gevaar voor het leven of de gezondheid van de vrouw af te wenden, wordt geen termijn gesteld als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, dan wel vervalt een ingevolge dat lid gestelde termijn.

C

In artikel 11, eerste lid, onderdeel c, wordt «als bedoeld in artikel 3, tweede lid,» vervangen door «bij wie de vrouw onder regelmatige medische behandeling staat, dan wel die als medisch specialist of in de woonplaats van de vrouw als huisarts werkzaam is,», vervalt «het in dat lid bedoelde tijdstip en» en wordt «artikel 16, tweede lid» vervangen door «artikel 3, derde lid».

D

Artikel 16 vervalt.

E

In artikel 19, eerste lid, vervalt «16, eerste en derde lid,».

ARTIKEL III INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 22 augustus 2022

Willem-Alexander

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.J. Kuipers

Uitgegeven de zesentwintigste augustus 2022

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 35 737

Naar boven