CXLVII Grip op algoritmische besluitvorming bij de overheid: de rol van de Eerste Kamer

W BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 december 2025

Met deze brief informeer ik uw Kamer een tweetal onderwerpen, te weten:

  • 1. De motie Veldhoen c.s. die vraagt een nieuwe werkwijze te onderzoeken voor het wetgevingsproces van voorstellen die door of met behulp van algoritmen worden uitgevoerd.1

  • 2. De toezegging dat mensenrechtentoetsen met betrekking tot AI-gebruik uitgevoerd, herhaald en gepubliceerd worden.2

1. Motie Veldhoen c.s. – Wetgeving en de algoritmische uitvoering daarvan3

In mijn brief van 11 juli 20254 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de wijze waarop ik uitvoering geef aan de motie Veldhoen c.s., die vraagt een nieuwe werkwijze te onderzoeken voor het wetgevingsproces van voorstellen die door of met behulp van algoritmen worden uitgevoerd. Ik heb echter nog geen opdracht voor het onderzoek kunnen geven vanwege het ontbreken van capaciteit bij daarvoor in aanmerking komende partijen. Ik verwacht dit binnen afzienbare tijd wel te kunnen doen. Het onderzoek zal daarom later van start gaan dan voorzien en daarom ook later afgerond kunnen worden. Vanwege de relatie tussen het onderzoek en de dialoogsessie die ik conform mijn toezegging aan het lid Prins5 ga organiseren, zal deze dialoogsessie ook op een later moment plaatsvinden. Ik wil uw Kamer uiterlijk maart 2026 informeren over de voortgang van het onderzoek en over de planning van de daaraan verbonden dialoogsessie.

2. Publiceren van mensenrechtentoetsen met betrekking tot AI-gebruik

In het debat over algoritmische besluitvorming bij de overheid van 21 maart 2023 is uw Kamer toegezegd dat mensenrechtentoetsen met betrekking tot AI-gebruik uitgevoerd, herhaald en gepubliceerd worden.6 Overheden zijn zelf verantwoordelijk voor het borgen van een verantwoorde inzet van algoritmen en het beoordelen van de impact op de grondrechten. Binnen de rijksoverheid is in 2022 afgesproken om bij het gebruik van nieuwe hoog-risico AI-systemen de impact op de mensenrechten in kaart te brengen, vooruitlopend op de verplichtingen die volgen uit de AI-verordening. Hiervoor kan het Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmen (IAMA) of een vergelijkbaar instrument worden gebruikt. Met ingang van 3 augustus 2026 verplicht de AI-verordening gebruikers van nieuwe hoog-risico AI-systemen om de gevolgen voor de grondrechten te beoordelen. Mijn ministerie beveelt het uitvoeren van IAMA’s aan via het algoritmekader en stimuleert publicatie via het Algoritmeregister.

Momenteel worden de mogelijkheden verkend om een mensenrechtenimpactassessment meer bindend te maken voor specifieke type algoritmen. Hiervoor is afstemming nodig met de departementen, uitvoeringsorganisaties en mede-overheden. Het IAMA wordt momenteel geactualiseerd. Bij de verspreiding van de nieuwe versie onder overheden, begin 2026, zal het belang van het uitvoeren, herhalen en publiceren van een mensenrechtenimpactassessment opnieuw onder de aandacht worden gebracht. Ik zal uw Kamer voor het eind van 2026 informeren over het al dan niet meer bindend maken van een mensenrechtenimpactassessment.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Herstel Groningen, Koninkrijksrelaties en Digitalisering, E. van Marum


X Noot
1

Kamerstuk I 2022/23, CXLVII, nr. F

X Noot
2

T03667

X Noot
3

Kamerstuk I 2022/23, CXLVII, nr. F

X Noot
5

T03535

X Noot
6

T03667

Naar boven