Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 januari 2026
In reactie op de schriftelijke verzoeken van de Voorzitter van de commissie BiZa van
28 november 2025 en 11 december 2025 om te reageren op ingezonden brieven inzake de
voorgenomen herindeling van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren, doe ik u hierbij
een gebundelde reactie en bijbehorende afschriften van de brieven toekomen. Daarmee
reageer ik op uw verzoeken met kenmerken 2025D48975, 2025D48961, 2025D48977, 2025D51558 en 2025D51567.
De door u aan mij doorgestuurde brieven uiten in aanzienlijke mate vergelijkbare zorgen
en argumenten over het gevolgde proces in aanloop naar het wetsvoorstel voor de «lichte
samenvoeging» van de gemeenten Hilversum en Wijdemeren. De indieners van de betreffende
brieven zijn kritisch over het aanwezige (maatschappelijk) draagvlak en de democratische
legitimiteit van de voorgenomen herindeling. Het kabinet hanteert bij gemeentelijke
herindelingen als uitgangspunt dat deze in beginsel niet landelijk worden geïnitieerd,
maar «van onderop» tot stand komen. De afweging of een herindeling wenselijk en/of
noodzakelijk is, ligt daarmee primair bij de democratisch gekozen bestuurslaag die
het dichtst bij de inwoners staat: het gemeentebestuur. Ik heb vertrouwen in het vermogen
van de betrokken gemeentebesturen om een zorgvuldige afweging te maken en tot een
gedragen besluit te komen. Wanneer gemeenten overeenstemming hebben bereikt over het
voornemen tot herindeling, wordt hierover een herindelingsadvies aangeboden aan de
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit advies is voorzien van
een zienswijze van de betrokken provincie.
Als Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beoordeel ik het herindelingsadvies
aan de hand van een aantal criteria, die zijn vastgelegd in het Beleidskader Gemeentelijk
herindelingen1. Eén van deze criteria betreft het draagvlak, waarbij specifiek ook het maatschappelijk
draagvlak wordt genoemd. In dit kader wordt bezien op welke wijze gemeenten hun inwoners
en maatschappelijke organisaties hebben betrokken, hoe met hun opvattingen is omgegaan
en welke inspanningen zijn geleverd om het draagvlag voor een mogelijke herindeling
te vergroten.
Na een zorgvuldig en integraal beoordelingsproces heb ik kunnen vaststellen dat de
gemeentebesturen een degelijk proces hebben doorlopen waarbij een zorgvuldige en navolgbare
belangenafweging heeft plaatsgevonden. Opgenomen in het herindelingsadvies is een
logboek van activiteiten die de gemeentebesturen hebben ondernomen om inwoners en
organisaties actief te betrekken in het herindelingsproces2. Daarnaast hebben inwoners en organisaties hun zienswijzen kunnen indienen op het
herindelingsontwerp. Deze zienswijzen inclusief de reactie van de gemeentebesturen
zijn bij het definitieve herindelingsadvies gevoegd. Op basis hiervan zie ik dat er
meerdere mogelijkheden zijn geweest voor de inwoners van beide gemeenten om te participeren
in het debat. Mede om die reden heb ik, in reactie op het verzoek daartoe, besloten
het herindelingsadvies om te zetten in een wetsvoorstel. Daarmee kunt u concluderen
dat ik van oordeel ben dat de betrokken gemeenten in voldoende mate hebben geïnvesteerd
in het meten en vergroten van het maatschappelijk draagvlak.
Op 21 november 2025 heeft de ministerraad ingestemd met verzending van het wetsvoorstel,
nadat de Raad van State het wetsvoorstel van een blanco advies heeft voorzien. Het
wetsvoorstel is vervolgens op 4 december jl. formeel bij uw Kamer ingediend.
Afschriften correspondentie
Met een aantal van de indieners heeft – gedurende het wetgevingsproces, maar ook nog
recent – contact plaatsgevonden met mijn ministerie. Afschriften van de correspondentie
met L.S., D.V. en W.v.R. treft u, ter volledigheid, als bijlage aan.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F. Rijkaart