Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 januari 2026
De vaste Kamercommissie voor VWS heeft ons verzocht een brief aan uw Kamer te doen
toekomen met de planning voor het jaar 2026 (2025Z21116). De commissie heeft hierbij verzocht een overzicht te verstrekken van de beleidsbrieven
die wij voornemens zijn in 2026 aan uw Kamer te sturen en wetgeving die naar verwachting
in 2026 bij uw Kamer wordt ingediend.
In bijlage 1 vindt u een tabel met daarin per beleidsterrein de te verwachten beleidsbrieven.
In bijlage 2 vindt u een overzicht van wetsvoorstellen die naar verwachting bij uw
Kamer zullen worden ingediend.
De ervaring leert dat op het brede terrein van volksgezondheid, welzijn en sport zich
tal van actuele ontwikkelingen kunnen voordoen die ook om een reactie vragen. Het
kan zijn dat deze ontwikkelingen van invloed zijn op de timing van reeds aangekondigde
stukken.
Met betrekking tot het wetgevingsoverzicht willen wij benadrukken dat dit de planning
is zoals we die nu kunnen overzien. Daarin kunnen nog wijzigingen komen gelet op de
kabinetsformatie die loopt. Een nieuw kabinet heeft altijd nieuwe wensen op het gebied
van wetgeving die invloed kunnen hebben op de bijgevoegde planning.
Verder merken we op dat na de voorbereiding en uitwerking van wetsvoorstellen diverse
processtappen doorlopen moeten worden, waaronder de advisering door de Afdeling advisering
van de Raad van State, voordat deze voorstellen aanhangig gemaakt kunnen worden bij
de Tweede Kamer. Ook dit kan van invloed zijn op de planning. De aanduiding van de
kwartalen, zeker naarmate die verder in de tijd liggen, is dan ook indicatief. Ook
kan het voorkomen dat er uiteindelijk voor wordt gekozen de genoemde wetsvoorstellen
niet of pas later bij de Tweede Kamer aanhangig te maken. Verder kan wetgeving bij
de Tweede Kamer aanhangig worden gemaakt die niet op bijgaand overzicht is opgenomen,
vanwege ontwikkelingen die nu nog niet te voorzien zijn.
Graag willen wij benadrukken dat de planning om de hierboven genoemde redenen een
indicatief karakter heeft.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.A. Bruijn
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
N.J.F. Pouw-Verweij
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.Z.C.M. Tielen