Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2025
Hierbij informeer ik u, conform artikel 2.28 van de Comptabiliteitswet 2016, over
majeure wijzigingen in de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten die na de Najaarsnota
2025 en de bijbehorende tweede suppletoire begrotingswet zijn opgetreden op de begroting
IX (Financiën en Nationale Schuld). Deze mutaties worden in de Slotwet 2025 verwerkt.
Hieronder geef ik een toelichting.
• Artikel 3 – Financieringsactiviteiten publiek-private sector
Op 9 september is een nieuw verkoopprogramma voor aandelen ABN AMRO aangekondigd.1 De uiteindelijke ontvangsten zullen daarom hoger zijn dan in de tweede suppletoire
begroting 2025 gemeld. Doordat sprake is van een lopend verkoopprogramma kan de precieze
omvang van de ontvangsten pas na 31 december 2025 worden vastgesteld. De uiteindelijke
opbrengst zal in de Slotwet worden verwerkt.
• Artikel 3 – Lening TenneT
TenneT zal niet het volledige bedrag van de lening trekken in 2025. TenneT heeft een
gedeelte van de lening niet nodig, omdat zij minder uitgaven hebben gedaan in 2025
dan aanvankelijk geraamd. Het betreft een bedrag van € 900 miljoen minder dan geraamd
bij de tweede suppletoire begroting 2025. Deze mutatie zal worden verwerkt in de Slotwet
2025.
• Artikel 5 – Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen
De definitieve storting in of onttrekking uit de begrotingsreserve voor de exportkredietverzekering
(ekv) is afhankelijk van het saldo van realisatiecijfers van de premies, schaderestituties
(op polissen vanaf 1999 tot 2019), definitieve schades (vanaf 2019) en kostenvergoeding
ultimo 2025. Dit betekent dat de precieze omvang van de definitieve storting of onttrekking
pas na 31 december 2025 kan worden vastgesteld en in de Slotwet wordt verwerkt. De
in de tweede suppletoire begroting 2025 gemelde stand kan derhalve nog wijzigen op
basis van de uiteindelijke realisatiecijfers. Zo is de realisatie op de ontvangsten
(premies ekv en restituties ekv) op het moment van schrijven reeds hoger dan de in
de tweede suppletoire begroting 2025 gemelde stand.
• Artikel 6 – Btw-compensatiefonds
Als gevolg van een overheveling van budget van ministeries naar decentrale overheden
wordt een bedrag toegevoegd aan het Gemeente- of Provinciefonds. Het geraamde btw-deel
wordt door de betreffende ministeries overgeheveld naar het Btw-compensatiefonds (BCF).
Gemeenten en provincies kunnen de betaalde btw vervolgens terugvragen uit het BCF.
Ten opzichte van de tweede suppletoire begroting 2025 vinden er nog enkele overhevelingen
plaats van onder ander de ministeries Infrastructuur en Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening. Tegenover deze extra uitgaven staan gelijke ontvangsten.
• Artikel 11 – Financiering staatsschuld
Op basis van de eindstand van de staatsschuld per 31 december 2025 wordt de omvang
van de uitgifte van vaste en vlottende schuld bijgesteld. Door onzekerheden met betrekking
tot de uitgaven en belastinginkomsten van het Rijk is het lastig om de omvang van
de financieringsbehoefte exact in te schatten. De eventuele mutaties die hieruit voortkomen
vloeien voort uit de wettelijke taak van het Agentschap binnen het bestaande beleidskader,
zijn het gevolg van exogene ontwikkelingen en worden in de Slotwet 2025 gepresenteerd
en toegelicht.
• Artikel 12 – Kasbeheer
De uitgaven en ontvangsten van artikel 12 Kasbeheer zijn onder andere afhankelijk
van de uitgaven en ontvangsten van de deelnemers van het schatkistbankieren. Hierdoor
laten deze uitgaven en ontvangsten zich op voorhand lastig ramen. De gerealiseerde
mutaties zullen conform artikel 2.10 lid 2 CW als slotverschil in de Slotwet 2025
worden vermeld.
De Minister van Financiën,
E. Heinen