Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 februari 2026
Uw vaste commissie van Binnenlandse Zaken heeft, naar aanleiding van de procedurevergadering
van 27 november 2025, per brief (uw kenmerk 2025Z19004/2025D48974) verzocht graag een reactie te ontvangen op de brief van de ROB d.d. 7 oktober 2025
over «Afschrift brief ROB aan Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
m.b.t. advies «Verdeling algemene uitkering vanaf 2027 – tussenbericht»» (Bijlage
1).
Mede namens de medefondsbeheerder de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst
en Douane, deel ik met u de adviesaanvraag (Bijlage 2) aan de ROB, waarin tevens wordt
ingegaan op de door de ROB in het Tussenbericht gestelde vragen.
Op 6 april 2022 is de Kamer per brief1 door de toenmalige fondsbeheerders geïnformeerd dat is besloten tot invoering van
het nieuwe verdeelmodel voor het gemeentefonds per 1 januari 2023. Zoals ook in deze
brief met de Kamer gedeeld is dit model geen eindstation en zal het model continu
onderhoud vragen. Met de Kamer is toen eveneens gedeeld dat de Raad voor het Openbaar
Bestuur (ROB) een onderzoeksagenda had voorgesteld en dat deze door de fondsbeheerders
is omarmd. Op 7 februari 2025 is de Kamer2 geïnformeerd over de onderzoeken die in het kader van de hier boven genoemde onderzoeksagenda
zijn uitgevoerd en hoe het vervolgtraject verder werd vorm gegeven.
De in februari toegezegde onderzoeken zijn inmiddels bijna afgerond. Met de ROB is
afgesproken de adviesaanvraag in twee delen te splitsen. Het eerste deel, dat u bij
deze aantreft, gaat in op de methodologie en op de door ROB gestelde vragen in het
Tussenbericht over de Verdeling algemene uitkering vanaf 2027. Het tweede deel betreft
de inhoudelijke kant van de verbetervoorstellen en daarover wordt aan de ROB begin
februari advies gevraagd. Bijgaand treft u, mede namens de Staatssecretaris van Fiscaliteit,
Belastingdienst en Douane, het eerste deel van deze adviesaanvraag aan. Uw Kamer zal
te zijner tijd eveneens een afschrift van het tweede deel van de adviesaanvraag ontvangen.
Eenzelfde brief is ook aan de Eerste Kamer gezonden.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
F. Rijkaart