Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36671 nr. B |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36671 nr. B |
Ontvangen 26 januari 2026
Nota naar aanleiding van het verslag
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB. In deze nota zijn de vragen en opmerkingen uit het verslag integraal opgenomen in cursieve tekst en de beantwoording daarvan in niet-cursieve tekst. De vragen zijn genummerd.
Inleiding
De vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei heeft met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Het wetsvoorstel heeft de fractieleden van de BBB aanleiding gegeven tot het stellen van een aantal vragen en opmerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
1
De leden van de BBB-fractie vragen de regering hoe wordt gegarandeerd dat ondanks de hoge meldingsdrempels, de nieuwe meldingsplicht voor «buitenlands geld» bij fusies en aanbestedingen niet leidt tot onnodige administratieve lasten en extra regeldruk? De fractieleden van de BBB ontvangen hierop graag een toelichting.
Antwoord
De Nederlandse regering vindt het voorkomen van verstoring van het gelijke speelveld als gevolg van subsidies uit derde landen van groot belang. Tegelijkertijd is het voorkomen van te hoge administratieve lasten en regeldruk voor ondernemingen dat ook. In dat kader zijn de drempels voor ex ante toetsing/meldingsplicht bij concentraties en aanbestedingen een doeltreffende manier om beide doelen zo goed mogelijk te behalen. In dit kader is relevant dat de drempelwaarden voor de controle vooraf op aanbestedingen en overnames relatief hoog zijn. Daardoor is de verwachting dat de administratieve lasten voor overheden en het bedrijfsleven, en met name voor het mkb, beperkt zijn. Daarnaast is de meldingsprocedure in het geval van fusies en overnames zoveel mogelijk gestroomlijnd met de (gelijklopende) meldingsprocedures op grond van de EU-concentratiecontroleverordening.1 Ook is er een de-minimisdrempel van 200.000 euro per 3 jaar opgenomen. Dit betekent dat subsidies onder dit bedrag per land per drie jaar, niet verstorend worden geacht.
Verder is op www.pianoo.nl meer informatie over de verordening geplaatst, zodat ondernemingen ook in het kader van aanbestedingen eenvoudig relevante informatie kunnen verkrijgen.2 De Europese Commissie (de Commissie) houdt ook een website bij, die zij regelmatig bijwerkt.3
Waar ondernemingen het meest van profiteren, is dat concurrentie wordt versterkt doordat de procedures in het geval van fusies en aanbestedingen eerlijker verlopen.
2
De fractieleden van de BBB stellen dat dit wetsvoorstel kan leiden tot vertragingen van bijna 6 maanden bij aanbestedingen door onderzoek van de Europese Commissie. Hoe voorkomt de regering dat cruciale projecten in de woningbouw en infrastructuur stil komen te liggen en deze wet ten koste gaat van de Nederlandse burger en economie?
Antwoord
Nederland heeft tijdens de onderhandelingen van de verordening stevig ingezet op het beperken van de vertraging in aanbestedingsprocedures. Dit heeft ervoor gezorgd dat de doorlooptijden van het onderzoek van de Commissie zijn ingekort. Daarnaast mag ook al gegund worden tijdens het vooronderzoek of diepgaand onderzoek als de Commissie geen onderzoek heeft gestart naar de meest voordelige inschrijving (naar oordeel van de aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf). Voor een gedegen onderzoek is echter ook tijd nodig, een verdere inkorting van de doorlooptijden zou afbreuk hieraan doen en dus ook aan de effectiviteit van het instrument.
Het is voor de Nederlandse regering belangrijk dat goed gevolgd wordt in welke mate aanbestedingsprocedures daadwerkelijk vertraging oplopen. Mocht het nodig zijn dan maken we hier een punt van in het kader van de evaluatie van de verordening. Daarbij is het ook goed dat aanbestedende diensten bij grote aanbestedingen, zoals grote infrastructuurprojecten, in hun interne planning rekening houden met eventuele vertraging door deze verordening. Daarmee kan het risico op het stil komen te liggen van dit soort projecten tot het minimum beperkt worden.
3
De Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) krijgt de taak om de Commissie bij te staan bij inspecties. Zijn er écht voldoende middelen beschikbaar, zoals de ACM zelf inschat? Hoe zorgt de regering ervoor dat dit ondersteunende werk voor Brussel niet ten koste gaat van de vele reguliere toezichtstaken van de ACM?
Antwoord
In het kader van het wetsvoorstel voor de Uitvoeringswet verordening buitenlandse subsidies heeft de ACM een toets uitgevoerd op de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.4 Hierin concludeert de ACM dat dit geen gevolgen heeft voor de ACM in termen van personeel, organisatie en financiën. Om die reden zijn er geen extra middelen en capaciteit beschikbaar gesteld aan de ACM.
Als blijkt dat de ACM als gevolg van taken voortvloeiend uit de verordening buitenlandse subsidies niet langer de andere op haar rustende toezichtstaken goed kan uitvoeren, zal dit moeten leiden tot een heroverweging en het alsnog beschikbaar stellen van extra middelen. Daarover kan op dat moment overleg plaatsvinden, zoals gebruikelijk is tussen het Ministerie van Economische Zaken en de ACM.
4
De Verordening pakt subsidies van buiten de EU aan om een gelijk speelveld te creëren. Hoe wordt concreet geborgd dat Nederlandse bedrijven niet onbedoeld het slachtoffer worden van oneerlijke concurrentie door verleende staatssteun door andere EU-lidstaten, aangezien die steun niet onder deze verordening valt?
Antwoord
De verordening buitenlandse subsidies ziet niet op het verlenen van staatssteun door andere EU-lidstaten. De EU-staatssteunregels zijn van toepassing op subsidies verstrekt in en door EU-lidstaten. De EU-staatssteunregels zijn juist bedoeld om EU-bedrijven en dus Nederlandse bedrijven te beschermen tegen oneerlijke concurrentie binnen de EU door staatssteun. De EU-staatssteunregels en de verordening dragen samen bij aan een coherent stelsel van wet- en regelgeving ter bescherming van eerlijke concurrentie ten aanzien van subsidies vanuit zowel EU-lidstaten als vanuit derde landen.
5
Bedrijven moeten «financiële bijdragen» melden, inclusief zaken als belastingvoordelen en levering van goederen door buitenlandse overheidsentiteiten. De fractieleden van de BBB vragen of het voor de gewone ondernemer wel duidelijk is wat precies onder deze brede definitie valt. Dreigen zij onbewust regels te overtreden (met boetes tot 10% van de omzet tot gevolg)? Wat gaat de regering doen om ondernemers hierover te informeren?
Antwoord
Zoals hierboven reeds opgemerkt, houdt de Commissie een website bij die zij regelmatig bijwerkt. Op die website staat ook een pagina waar de Commissie toelichting geeft over wat er onder «financiële bijdragen» moet worden verstaan in het kader van de verordening buitenlandse subsidies.5 Dit is op een toegankelijke manier opgeschreven, waarmee het voor ondernemers, klein en groot, relatief eenvoudig is om vast te stellen wat er onder de definitie valt. Als hier toch onzekerheid over bestaat kan een ondernemer contact opnemen met de Commissie om van haar te horen hoe zij naar de betreffendesituatie kijkt. Indien gewenst kan het Ministerie van Economische Zaken daarbij helpen.
6
Bij het bepalen van marktverstoringen hanteert de Commissie een «balancing test», waarbij ook brede EU-beleidsdoelstellingen worden meegewogen. Wat houdt dit precies in? Hoe wordt voorkomen dat deze afweging in de praktijk politiek gestuurd of arbitrair wordt, in plaats van puur gebaseerd op een eerlijk speelveld voor onze ondernemers? Is het niet onwenselijk dat onze bedrijven nu al moeten voldoen aan een regime waarvan de exacte regels en interpretatie pas later duidelijk worden? Hoe kunnen wij als Eerste Kamer dit controleren?
Antwoord
De Commissie is op grond van de verordening de enige bevoegde autoriteit voor het doen van onderzoek, het nemen van maatregelen en het uitvoeren van toezicht en handhaving. Aangezien de Commissie onafhankelijk is, wordt op die manier gewaarborgd dat er geen politieke sturing plaatsvindt in het kader van de beoordeling van zaken die vallen onder de verordening.
De overwegingen bij de verordening buitenlandse subsidies, maar ook het Commission Staff Working Document Initial clarifications on the application of Article 4(1), Article 6 and Article 27(1) of Regulation (EU) 2022/2560 on foreign subsidies distorting the internal market (SWD(2024) 201 final) bieden onder meer verduidelijking over de toepassing van de afwegingstoets zoals uiteengezet in artikel 6 van de verordening buitenlandse subsidies. Die regels zijn daarmee op dit moment al bekend. De verduidelijkingen in dit werkdocument van de diensten van de Commissie zijn verder aangevuld met richtsnoeren die de Commissie, overeenkomstig artikel 46 van verordening buitenlandse subsidies, begin 2026 heeft gepubliceerd.6
7
Ondernemers moeten financiële bijdragen van de afgelopen drie jaar melden voor de meldingsplicht, maar een ambtshalve onderzoek kan zelfs tien jaar terugkijken. Hoe uitvoerbaar is het voor MKB-bedrijven om al deze historische informatie, die niet routinematig wordt verzameld, foutloos aan te leveren aan de Commissie, zonder dat dit leidt tot hoge nalevingskosten? De Commissie heeft de bevoegdheid om op eigen initiatief buitenlandse subsidies te onderzoeken, zelfs zonder meldings- plicht. Welke specifieke drempels of criteria hanteert de Commissie in de praktijk bij het opstarten van een ambtshalve onderzoek om te voorkomen dat dit instrument willekeurig wordt ingezet tegen bedrijven die geen meldingsplicht hadden? De fractieleden van de BBB ontvangen hierop graag een toelichting.
Antwoord
De beperking van de administratieve lasten is voor Nederland en andere EU-lidstaten van groot belang. Vanuit de regering is vanaf de publicatie van het voorstel voor de verordening tot aan het moment dat deze is aangenomen aandacht geweest voor een zo efficiënt mogelijk instrument voor zowel bedrijven als toezichthouders. De beperking van administratieve lasten was en is daarbij een belangrijk aandachtspunt.
De Commissie heeft de bevoegdheid bedrijven te vragen informatie over ontvangen financiële bijdragen uit derden landen aan te leveren. Dit zal voor bedrijven extra administratieve lasten met zich meebrengen, maar voor een goede werking van de verordening is dit onvermijdelijk. Deze lasten worden bovendien zo veel mogelijk beperkt door het aanbieden van een standaardformulier voor het aanleveren van deze bijdragen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat bedrijven hun administratie goed op orde hebben. In het kader van het verkrijgen van staatssteun is een bewaartermijn van de administratie van tien jaar ook de standaard.
De Commissie is als enige bevoegd tot het ambtshalve onderzoeken van buitenlandse subsidies in het kader van de verordening. Het centraal organiseren van deze bevoegdheid voorkomt willekeur in de toepassing van het instrument in de verschillende lidstaten.Nederland blijft scherp toekijken hoe de Commissie deze bevoegdheid toepast. Elke drie jaar staat ook een evaluatie gepland inzake de uitvoering en handhaving van de verordening, de eerste evaluatie zal in 2026 plaatsvinden. De beperking van administratieve lasten is voor Nederland en andere EU-lidstaten van groot belang. Dat belang is alleen maar toegenomen gelet op de toegenomen aandacht voor het concurrentievermogen van de EU. Mocht het nodig zijn dan maken we hier een punt van in het kader van de evaluatie.
8
De fractieleden van de BBB stellen dat Nederland een hele open economie heeft. Dit wetsvoorstel beoogt het Nederlandse verdienvermogen te versterken door eerlijke concurrentie, maar zou ook buitenlandse investeringen kunnen afschrikken. Welke concrete maatregelen neemt de regering om ervoor te zorgen dat vrije handel wordt behouden en dat Nederland aantrekkelijk blijft voor broodnodig buitenlands kapitaal?
Antwoord
Het doel van de verordening buitenlandse subsidies is om het gelijke speelveld op de interne markt van de Europese Unie beter te beschermen tegen oneerlijke concurrentie.
Daartoe bevat de verordening buitenlandse subsidies regels om verstoringen, veroorzaakt door subsidies van niet-EU-landen aan bedrijven die actief zijn op de interne markt van de EU aan te pakken.
Het wetsvoorstel bevat slechts regels ter uitvoering van de verordening buitenlandse subsidies, waarbij het uitgangspunt van de rechtstreekse werking van de verordening en minimumomzetting wordt gerespecteerd. Als zodanig volgen er uit het wetsvoorstel dan ook geen extra verplichtingen.
Met de verordening buitenlandse subsidies en de nationale uitvoeringswet blijft de economie van de interne markt van de Europese Unie en daarmee die van Nederland zo open mogelijk. Bedrijven uit niet EU- en EU landen dienen zich te houden aan de hier geldende regels. In alle maatregelen die Nederland voorstelt en wanneer Nederland deelneemt aan onderhandelingen in de Raad van de Europese Unie, wordt het belang van een open economie en een goed investeringsklimaat benadrukt.
Minister van Economische Zaken, V.P.G. Karremans
Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de «EG-concentratiecontroleverordening»), PbEU L 2004/24.
Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de «EG-concentratiecontroleverordening»), PbEU L 2004/24.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36671-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.