Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36600 nr. AI |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36600 nr. AI |
Vastgesteld 30 januari 2026
De vaste commissie voor Financiën2 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Financiën over staatsrechtelijke consequenties en het handelingsperspectief bij het verwerpen van een begroting. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 16 december 2025.
• De antwoordbrief van 27 januari 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Karthaus
Aan de Minister van Financiën
Den Haag, 16 december 2025
De leden van de vaste commissie voor Financiën hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 17 november 2025 over voorlichting en advies over de consequenties van en het handelingsperspectief bij een verworpen begroting. De leden van de fractie van de SGP willen u de volgende nadere vragen en opmerkingen voorleggen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SGP
De leden van de fractie van de SGP hebben kennisgenomen van de brief van de Minister van 17 november jl. met betrekking tot de verbetering verantwoording en begroting. Voornoemde leden kunnen zich vinden in het voornemen om de comptabiliteitswet 2016 aan te passen in lijn met de motie Grinwis3, waarmee in de wet wordt vastgelegd dat na het verwerpen van een ontwerpbegroting onverwijld een nieuw begrotingswetsvoorstel moet worden voorgelegd.
Deze leden constateren tegelijkertijd dat de adviezen van de Algemene Rekenkamer4 en de Raad van State5 verschillen over het antwoord op de vraag of de comptabiliteitswet voldoende grondslag levert om, na het wegstemmen van een ontwerpbegroting, de daaropvolgende periode te behandelen als een begrotingsloze periode, waarin op grond van artikel 2.25 van de Comptabiliteitswet 2016 alsnog uitvoering kan worden gegeven aan lopend beleid. Waar de Algemene Rekenkamer aangeeft dat dit kan na het verwerpen van een begroting, stelt de Raad van State dat er dan geen sprake is van een nog te autoriseren begroting, waardoor artikel 2.25 niet van toepassing kan zijn.
Door uitvoering te geven aan de motie Grinwis wordt nog geen rechtszekerheid geschapen voor de periode nadat een ontwerpbegroting is weggestemd en voordat een nieuw begrotingswetsvoorstel is ingediend. De bewoording «onverwijld» duidt erop dat, na verwerping, zonder vertraging een nieuw begrotingswetsvoorstel wordt ingediend. In de praktijk zal het volgens de leden van de SGP-fractie altijd enige tijd duren voordat een nieuw begrotingswetsvoorstel is opgesteld. In die periode is er nog steeds rechtsonzekerheid.
De leden van de fractie van de SGP constateren dat de Minister in zijn brief deze verschillende standpunten constateert, maar hier geen uitspraak over doet of conclusies aan verbindt. Daarmee wordt geen standpunt ingenomen over voornoemde situatie en hiervoor ook geen oplossing voorgesteld. Dit leidt tot de volgende vragen:
1. Welke consequenties hebben de twee voornoemde adviezen?
2. Hoe waardeert de regering deze adviezen en welk advies volgt zij?
3. Op welke wijze wordt rechtszekerheid geboden voor die periode nadat een begroting is verworpen en voordat een nieuwe ontwerpbegroting is ingediend?
4. Hoe wordt hieraan gevolg gegeven en op welke termijn?
De leden van de vaste commissie voor Financiën zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk binnen zes weken.
Voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, P. van Ballekom
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 januari 2026
Op 17 november 2025 heb ik uw Kamer een brief gestuurd over de voorlichting en advies over de consequenties en het handelingsperspectief ingeval van een verworpen begroting.6 De leden van de fractie van de SGP hebben nadere vragen gesteld over de consequenties en waardering van de voorlichting en het advies waar het gaat om de uitvoering van lopend beleid gedurende de periode dat een begroting is verworpen en voordat een nieuwe ontwerpbegroting is ingediend. Verder hebben deze leden geïnformeerd naar op welke wijze rechtszekerheid wordt geboden in deze zogenoemde begrotingsloze periode. In deze brief ga ik op deze nadere vragen in.
Het kabinet onderschrijft net als de Algemene Rekenkamer en de Raad van State dat regering en parlement tezamen zoveel mogelijk moeten doen om het verwerpen van een begroting te voorkomen. Een verworpen begroting haalt de slagkracht uit het overheidshandelen en leidt tot onzekerheid. Om deze redenen moet deze onwenselijke situatie altijd worden voorkomen. Uw Kamer en de Tweede Kamer hebben de beschikking over diverse beïnvloedingsinstrumenten, zoals amendementen, moties, vragen en debatten, waarmee zij invloed op de begrotingen kunnen uitoefenen in plaats van verwerpen.
De verwerping van een begroting is een uitzonderlijke gebeurtenis die al meer dan honderd jaar niet is voorgekomen en heeft niet alleen ingrijpende gevolgen voor de regering maar ook voor het parlement. Mocht een ontwerpbegroting onverhoopt in de toekomst toch door de Tweede of Eerste Kamer worden verworpen dan kan artikel 2.25 van de Comptabiliteitswet 2016 volgens de Raad van State formeel niet worden toegepast, omdat er dan niet voldaan wordt aan alle wettelijke voorwaarden van dat artikel. Het parlement is in zo’n situatie niet bevoegd om de gevolgen van een begrotingsverwerping te repareren door zelf met voorstellen voor algemene begrotingswetten te komen. Het kabinet onderschrijft deze juridische uitleg van de Raad van State.
Het kan wel voorkomen dat het kabinet op basis van andere wettelijke verplichtingen toch gehouden is om uitgaven in de begrotingsloze periode te moeten doen, zoals ook de Raad van State constateert. Andere wetgeving biedt daarmee rechtszekerheid dat de regering gehouden is aan betalingen, ongeacht de ontbrekende voorafgaande toestemming van het parlement. De regering zal in deze periode het parlement zo snel mogelijk moeten informeren over hoe zij in de ontstane situatie wil gaan handelen. Daarbij kan het parlement in die periode zijn reguliere beïnvloedingsinstrumenten inzetten, zoals moties, vragen en debatten. Op deze manier kan het parlement bij afwezigheid van een begroting aangeven of het, vooruitlopend op de formele goedkeuring van de later in te dienen begroting, kan instemmen met lopende uitgaven die het kabinet op basis van andere wetgeving moet doen. Op dat moment kan ook worden besloten dat hierover tijdelijke nadere afspraken tussen uw Kamer, de Tweede Kamer en de regering moeten worden gemaakt.
Ik onderstreep van harte de conclusie van de Raad van State dat een verwerping niet bevorderlijk is voor een ordentelijk begrotingsproces en de gewenste onderlinge samenhang van de rijksbegroting verstoort. Om die reden benadruk ik dat het altijd de voorkeur heeft andere instrumenten in te zetten voor aanpassing van begrotingswetsvoorstellen indien daartoe behoefte bestaat.
Met de voorgenomen werkwijze, die ook door de Raad van State wordt geadviseerd,7 ziet het kabinet op dit moment geen aanleiding om verder gevolg aan het vraagstuk van de begrotingsloze periode te geven. Ik zal nu de wijziging van de Comptabiliteitswet 2016 opstellen waarin de plicht is opgenomen voor de regering om onverwijld een nieuwe begroting in te dienen wanneer de begroting door de Tweede of Eerste Kamer is verworpen.
De Minister van Financiën, E. Heinen
Samenstelling:
Aerdts (D66), Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD) (voorzitter), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Kroon (BBB) (ondervoorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Van den Oetelaar (FVD), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Van Strien (PVV), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
Verzoek Tweede Kamer over de gevolgen van een verworpen begroting (motie-Grinwis c.s.), Algemene Rekenkamer, 3 april 2025.
Advies bij de uitvoering van de motie-Grinwis c.s. over het wegnemen van rechtsonzekerheid bij een verworpen begroting, Raad van State, 10 juni 2025.
Samenstelling:
Aerdts (D66), Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD) (voorzitter), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Hartog (Volt), Holterhues (ChristenUnie), Karimi (GroenLinks-PvdA), Koffeman (PvdD), Kroon (BBB) (ondervoorzitter), Van der Linden (VVD), Martens (GroenLinks-PvdA), Moonen (D66), Van den Oetelaar (FVD), Van Rooijen (50PLUS), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Van Strien (PVV), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
Verzoek Tweede Kamer over de gevolgen van een verworpen begroting (motie-Grinwis c.s.), Algemene Rekenkamer, 3 april 2025.
Advies bij de uitvoering van de motie-Grinwis c.s. over het wegnemen van rechtsonzekerheid bij een verworpen begroting, Raad van State, 10 juni 2025.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36600-AI.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.