De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I
In artikel 2.2, eerste lid, vervalt «27,».
II
In artikel 3.2, eerste lid, wordt na «26, derde lid,» ingevoegd «27».
Toelichting
De Digitaledienstenverordening (DSA) vereist dat online platforms transparant zijn
over de werking van hun aanbevelingsalgoritmes (artikel 27 DSA). Dat zijn algoritmes
die bepalen op welke wijze inhoud van online platforms gepersonaliseerd wordt voorgeschoteld
aan gebruikers. Daarnaast kunnen gebruikers onder de DSA ervoor kiezen om op specifiek
de aangewezen Very Large Online Platforms (VLOPs) gepersonaliseerde inhoud uit te
schakelen (artikel 38 DSA).
Aanbevelingsalgoritmes kunnen een «konijnenhol»-effect teweegbrengen waarbij (schadelijke)
content zichzelf steeds frequenter aandient bij gebruikers naarmate zij deze een aantal
keer bekeken hebben.
In de ogen van indieners is de grootste potentiële schade van manipulatieve aanbevelingsalgoritmes
eerder maatschappelijk dan financieel van aard. We moeten niet naïef zijn voor de
potentieel verstrekkende gevolgen van de manier waarop het gedrag van gebruikers online
door grote platforms gestuurd wordt om onder meer gebruikersinteractie te maximaliseren.
Steeds meer onderzoeken maken het aannemelijk dat dergelijke manipulatie uiteindelijk
resulteert in verslaving, angststoornissen en radicalisering bij grote groepen gebruikers.
Zeker bij minderjarigen lijkt dit effect aanzienlijk. Mede hierom is onder de DSA
een artikel opgenomen om VLOPs te verplichten mitigerende handelingen te treffen daar
waar het betreft de algoritmisch gestuurde verspreiding van risicovolle content (artikelen
34 en 35 DSA).
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) hanteert momenteel de volgende drie criteria
in haar prioriteringsbeleid bij de inzet van onderzoekscapaciteit naar aanleiding
van handhavingsverzoeken:
-
1) Hoe schadelijk het gedrag waarop het verzoek of het signaal ziet is voor de consumentenwelvaart,
-
2) hoe groot het maatschappelijk belang is bij het optreden van de ACM en
-
3) in hoeverre de ACM in staat is doeltreffend en doelmatig op te treden.
Indieners zijn de opvatting toegedaan dat specifiek wat betreft het naleven van artikel
27 DSA, te weten transparantie van aanbevelingsalgoritmes, het maatschappelijk belang
als criterium zou moeten prevaleren boven de bescherming van consumentenwelvaart.
Het perspectief van de mens als burger, niet als consument, moet centraal staan in
de manier waarop uitvoering wordt gegeven aan deze wet.
Indieners vinden om die reden dat de Directie Coördinatie Algoritmes (DCA) van de
Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een passendere toezichthouder zou zijn op aanbevelingsalgoritmes
dan de ACM. De DCA/AP is namelijk vanuit haar rol en positie de aangewezen partij
om het gebruik van algoritmes te onderzoeken met een focus op het beschermen van fundamentele
waarden en grondrechten.
Dit alles overwegende, stellen indieners voor om de AP te laten toezien op naleving
van artikel 27 DSA.
Six Dijkstra Kathmann Van der Werf