Inleiding
De commissie voor Justitie en Veiligheid heeft met belangstelling kennisgenomen van
het wetsvoorstel 36 489, Wet digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen. De leden van
de CDA-fractie hebben naar aanleiding daarvan enkele opmerkingen en vragen aan de regering,
mede in het licht van de amendering van het oorspronkelijke wetsvoorstel in de Tweede
Kamer. De leden van de fracties van de BBB en JA21 sluiten zich aan bij de gestelde vragen en opmerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA
De leden van de CDA-fractie constateren dat de Tweede Kamer een – ontraden – amendement
heeft aanvaard dat de mogelijkheden voor digitaal vergaderen voor beursvennootschappen
beperkt.2 Kan de regering aangeven welke gevolgen dit heeft voor beursvennootschappen die vooruitlopend
op inwerkingtreding al statuten hebben gewijzigd en een reglement of protocol voor
digitaal vergaderen hebben aangenomen? Kan de regering daarnaast ingaan op de gevolgen
voor beursvennootschappen die al wel de statuten hebben gewijzigd, maar nog geen protocol
hebben aangenomen?
Kan de regering reflecteren op de rechtvaardiging van het beperken van de mogelijkheden
voor digitaal vergaderen voor beursvennootschappen ten opzichte van andere rechtspersonen?
In de memorie van toelichting is uiteengezet hoe dit wetsvoorstel past binnen de Aandeelhoudersrichtlijn.3 Kan de regering uiteenzetten of dit na de amendering nog steeds het geval is?
Met een ander amendement wordt digitaal vergaderen zonder meer toegestaan, indien
zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet en door deze omstandigheid de continuïteit
van de besluitvorming door de algemene vergadering of de veiligheid en gezondheid
van de vergadergerechtigden ernstig in gevaar komt.4 Kan de regering een en ander nader duiden?
De leden van de CDA-fractie constateren dat het de bedoeling is de wet vijf jaar na
inwerkingtreding te evalueren, conform de Aanwijzingen voor de regelgeving. In hoeverre
ziet de regering aanleiding om de evaluatie van het geamendeerde wetsvoorstel te vervroegen?
De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid zien de antwoorden van
de regering met belangstelling tegemoet en ontvangen de nota naar aanleiding van het verslag graag uiterlijk 3 maart 2026.
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, Dittrich
De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, De Graag