36 403 Wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet, houdende regeling van nicotineproducten zonder tabak en nicotineapparaten

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo, Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in het kader van de volksgezondheid regels te stellen voor nicotineproducten zonder tabak en nicotineapparaten;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Tabaks- en rookwarenwet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. De definitie van aanverwant product komt te luiden:

aanverwant product:

elektronische dampwaar, voor roken bestemd kruidenproduct, elektronisch verhittingsapparaat, nicotineapparaat en nicotineproduct zonder tabak, met uitzondering van nicotineproduct zonder tabak voor oraal gebruik;

b. Na de definitie van nicotine wordt de volgende definitie ingevoegd:

nicotineapparaat:

navulbaar apparaat, of onderdeel van dat apparaat, dat gebruikt kan worden om er een nicotineproduct zonder tabak mee te consumeren;

c. Na de definitie van nicotinehoudende vloeistof worden de volgende twee definities ingevoegd:

nicotineproduct zonder tabak:

een product dat nicotine bevat en geen tabak, dat bestemd is om nicotine te consumeren en dat geen elektronische dampwaar of voor roken bestemd kruidenproduct is;

nicotineproduct zonder tabak voor oraal gebruik:

nicotineproduct zonder tabak bestemd voor oraal gebruik, in de vorm van poeder, fijne deeltjes, een combinatie daarvan of enige andere vorm, met name die welke in portiezakjes of poreuze builtjes worden aangeboden, met uitzondering van producten die bestemd zijn om te worden geïnhaleerd;

d. De definitie van rookverbod komt te luiden:

rookverbod:

het verbod tabaksproducten te roken, tabaksproducten anders dan door roken te consumeren, de damp van elektronische sigaretten of elektronische sigaretten zonder nicotine te consumeren of nicotineproducten zonder tabak voor oraal gebruik te consumeren;

e. Na de definitie van tabak voor oraal gebruik vervalt «en».

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het bij of krachtens deze wet bepaalde is niet van toepassing op een elektronische sigaret, navulverpakking, nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat waarvoor een handelsvergunning is vereist op grond van artikel 40, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet of een elektronische sigaret of nicotineapparaat waarvoor een CE-markering is vereist op grond van artikel 7 van het Besluit medische hulpmiddelen.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld aan tabaksproducten, elektronische dampwaar, nicotinehoudende vloeistof en niet-nicotinehoudende vloeistof. De eisen kunnen betrekking hebben op:

    • a. maximumemissieniveaus;

    • b. ingrediënten; en

    • c. technische eisen.

2. Er worden drie leden toegevoegd, luidende:

  • 8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld worden aan nicotineproducten zonder tabak. Het eerste lid, tweede zin en onderdelen a tot en met c, is van toepassing.

  • 9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de volksgezondheid eisen gesteld worden aan nicotineapparaten. Het eerste lid, tweede zin en onderdeel c, is van toepassing.

  • 10. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen methoden van onderzoek worden aangewezen die bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met betrekking tot een product al dan niet aan de daaraan krachtens het eerste, achtste of negende lid gestelde eisen is voldaan.

C

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 2, eerste, tweede en vijfde lid» vervangen door «artikel 2, eerste, tweede en vijfde tot en met negende lid».

2. In het tweede lid wordt na «aanverwante producten» ingevoegd «, met uitzondering van elektronische verhittingsapparaten en nicotineproducten zonder tabak,».

D

In artikel 3a wordt na «tabak voor oraal gebruik» ingevoegd «of nicotineproducten zonder tabak voor oraal gebruik».

E

In artikel 3b, eerste lid, wordt na «elektronische verhittingsapparaten» ingevoegd «, nicotineproducten zonder tabak en nicotineapparaten».

F

In artikel 3e, eerste lid, wordt na «elektronische verhittingsapparaten» ingevoegd «, nicotineproducten zonder tabak en nicotineapparaten».

G

Artikel 5a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. een nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat dat reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, van de Wet van xxx tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet houdende regeling van nicotineproducten zonder tabak (Stb. xxxx, xx), onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een ander product of van een andere dienst in de handel was.

2. In het tweede lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. een ander product of een andere dienst die reeds vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, van de Wet van xxx tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet houdende regeling van nicotineproducten zonder tabak (Stb. xxxx, xx), onder de naam, het merk of symbool, dan wel met het onderscheidend teken van een nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat in de handel was.

3. In het vierde lid wordt «of elektronisch verhittingsapparaat» telkens vervangen door «, elektronisch verhittingsapparaat, nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat».

4. Het zesde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt «of een elektronisch verhittingsapparaat» vervangen door «, een elektronisch verhittingsapparaat, een nicotineproduct zonder tabak of een nicotineapparaat».

b. Na onderdeel d wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. een nicotineproduct zonder tabak of nicotineapparaat dat vóór inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, van de Wet van xxx tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet houdende regeling van nicotineproducten zonder tabak (Stb. xxxx, xx), onder de naam, het merk of symbool, dan wel met onderscheidend teken van een voor roken bestemd kruidenproduct in de handel was.

H

In artikel 11b, tweede lid, onderdeel a, wordt na «elektronische verhittingsapparaten» ingevoegd «, nicotineproducten zonder tabak, nicotineapparaten».

I

In artikel 14 wordt na «artikelen 3, tweede lid» ingevoegd «, 3a».

J

In de bijlage wordt categorie A als volgt gewijzigd:

1. De zin «Artikel 5a, vierde lid, door anderen dan fabrikanten, groothandelaren en importeurs van tabaksproducten, elektronische verhittingsapparaten of voor roken bestemde kruidenproducten;» wordt vervangen door «Artikel 5a, vierde lid, door anderen dan fabrikanten, groothandelaren en importeurs van tabaksproducten, elektronische verhittingsapparaten, nicotineproducten zonder tabak, nicotineapparaten of voor roken bestemde kruidenproducten;».

2. De zin «Artikel 5a, zesde lid, door anderen dan fabrikanten, groothandelaren en importeurs van tabaksproducten, elektronische verhittingsapparaten of elektronische dampwaar;» wordt vervangen door «Artikel 5a, zesde lid, door anderen dan fabrikanten, groothandelaren en importeurs van tabaksproducten, elektronische verhittingsapparaten, elektronische dampwaar, nicotineproducten zonder tabak of nicotineapparaten;».

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Naar boven