36 362 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met een aanpassing van de aanvullende regeling voor antiek, kunst- en verzamelvoorwerpen, en in verband met aanpassingen van de bepalingen inzake plaats van dienst voor de heffing van omzetbelasting bij bepaalde diensten die virtueel aan een afnemer worden verricht

Nr. 4 ADVIES AFDELING ADVISERING RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT1

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State d.d. 26 april 2023 en het nader rapport d.d. 11 mei 2023, aangeboden aan de Koning door de Staatssecretaris van Financiën. Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 20 maart 2023, nr. 2023000636, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 26 april 2023, nr. W06.23.00062/III, bied ik U hierbij aan.

De tekst van het advies treft U hieronder cursief aan, voorzien van mijn reactie.

Bij Kabinetsmissive van 20 maart 2023, no. 2023000636, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met een aanpassing van de aanvullende regeling voor antiek, kunst- en verzamelvoorwerpen, en in verband met aanpassingen van de bepalingen inzake plaats van dienst voor de heffing van omzetbelasting bij bepaalde diensten die virtueel aan een afnemer worden verricht, met memorie van toelichting.

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.

De waarnemend vice-president van de Raad van State,

S.F.M. Wortmann

Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Los daarvan heb ik de memorie van toelichting duidelijkheidshalve op een vijftal punten aangepast:

  • In paragraaf 1 van het algemeen deel van de memorie van toelichting is de zinssnede «de plaats van dienst voor de heffing van btw bij bepaalde virtuele diensten belast zijn in de lidstaat waar deze ter beschikking worden gesteld aan een niet als zodanig handelende ondernemer» is vervangen door «de plaats van dienst voor de heffing van btw bij bepaalde virtuele diensten gelegen is in de lidstaat waar deze ter beschikking worden gesteld aan een niet als zodanig handelende ondernemer».

  • In paragraaf 3 van het algemeen deel van de memorie van toelichting is «financiële voordeel» vervangen door «misgelopen financiële voordeel».

  • De titel van paragraaf 5 in het algemeen deel van de memorie van toelichting is vervangen door «Uitvoeringsgevolgen Belastingdienst» en in paragraaf 5 is een aanvullende toelichting opgenomen over de uitvoeringsgevolgen voor de Belastingdienst.

  • In de transponeringstabel is de toelichting bij artikel 105 bis van de BTW-richtlijn 2006 aangevuld.

  • In de artikelsgewijze toelichting op artikel II is de grondslag van het overgangsrecht opgenomen en voorbeeld 6 verduidelijkt.

Ik verzoek U het hierbij gevoegde wetsvoorstel en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Staatssecretaris van Financiën, M.L.A. van Rij


X Noot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven