Tweede Kamer der Staten-Generaal

36 360 IX Jaarverslag en slotwet van het Ministerie van Financiën en Nationale Schuld 2022

Nr. 4 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2022–2023

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2022 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) ;

  • 2. de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Financiën,S.A.M. Kaag

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)

1 Leeswijzer

De Slotwetmutaties die groter of gelijk zijn aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden conform de Rijksbegrotingsvoorschriften toegelicht.

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

Beleidsmatige mutaties zijn het gevolg van nieuw beleid. Technische mutaties zijn het gevolg van bestaand beleid.

De Slotwet bevat geen beleidsmatige mutaties die tot een overschrijding van het goedgekeurde verplichtingen- en/of uitgavenbudget op begrotingsartikelniveau hebben geleid die niet eerder aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal zijn gemeld. Uitzondering hierop betreft een beleidsmatige mutatie op artikel 9 Douane, inzake uitzendkrachten ten behoeve van het noodspoor accijns. De hiermee samenhangende overschrijding op het verplichtingenbudget wordt toegelicht in de bedrijfsvoeringsparagraaf van het Jaarverslag 2022.

Per artikel worden de belangrijkste mutaties van de artikelonderdelen toegelicht conform bovenstaande staffel.

2 Beleidsartikelen

2.1 Artikel 1 Belastingen

Verplichtingen

Personele uitgaven

De verplichtingen op personele uitgaven vallen € 16 mln. lager uit als gevolg van lagere personele uitgaven. Dit komt doordat de uitgaven op eigen personeel vanwege de nieuwe cao lager uitvielen dan oorspronkelijk begroot. Daarnaast vallen de verplichtingen € 20 mln. lager uit door het vervallen van een verplichting voor het OV-contract.

Materiële uitgaven

De verplichtingen op materiële uitgaven vallen € 153 mln. lager uit dan eerder begroot. Hiervan wordt € 34 mln. verklaard door vertraging van de inrichting van de kantoorpanden en uitgestelde projecten vanuit het Rijksvastgoedbedrijf. Daarnaast vallen de verplichtingen € 119 mln. lager uit door met name het vervallen van de begrote verplichtingen voor categoriemanagement (inkoop) bij de Belastingdienst. Deze taak is overgeheveld van de Belastingdienst (artikel 1 Belastingen) naar het beleidsdepartement (artikel 8 Apparaat Kerndepartement). Daarnaast vallen de verplichtingen lager uit doordat het tekenen van dienstverleningsafspraken is doorgeschoven naar 2023 en de verplichting voor leaseauto's lager is uitgevallen.

Opdrachten

De verplichtingen onder opdrachten (ICT opdrachten en Overige opdrachten) vallen € 42 mln. lager uit door aanbestedingen die zijn uitgesteld naar 2023.

Bijdrage aan agentschappen

Naar aanleiding van de centralisering van Logius bij BZK is dit jaar geen verplichting (€ 56 mln.) aangegaan voor 2023.

Uitgaven

Personele uitgaven

De personele uitgaven vallen € 16 mln. lager uit. Zie toelichting onder 'Verplichtingen'.

Materiële uitgaven

De materiële uitgaven vallen € 34 mln. lager uit. Zie toelichting onder 'Verplichtingen'.

Ontvangsten

Bekostiging

De ontvangsten als gevolg van het doorbelasten van vervolgingskosten zijn € 65,7 mln. hoger uitgevallen dan verwacht. De ontvangsten betreffen hier het saldo van de reguliere ontvangsten en de uitgaven aan de herstelactie vervolgingskosten in 2022. De uitgaven aan de herstelactie vielen in 2022 lager uit dan verwacht, mede doordat een deel van de herstelactie doorloopt in 2023. De reguliere ontvangsten vielen daarnaast hoger uit dan verwacht, mede doordat in de raming nog rekening gehouden werd met lagere ontvangsten dan normaal vanwege de Coronacrisis.

Rente

De ontvangen belasting- en invorderingsrente is € 106,8 mln. hoger uitgevallen dan verwacht. Met name over de Vennootschapsbelasting (VPB) werd meer rente ontvangen dan voorzien, mede doordat de belastingontvangsten ten aanzien van de VPB hoger uitvielen dan verwacht, waardoor de grondslag voor de rente dus hoger was.

Boetes en schikkingen

De boete-ontvangsten zijn € 36,3 mln. hoger uitgevallen dan verwacht. In de raming werd rekening gehouden met lagere ontvangsten in het licht van de Coronacrisis, maar de ontvangsten lijken eerder dan verwacht weer het reguliere niveau bereikt te hebben.

Belastingontvangsten

Tabel 1 Aansluiting belastingontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. ISB 1 en 2, NvW)

Stand 1e suppletoire begroting (incl. ISB 3 t/m 5)

Stand 2e suppletoire begroting

Mutaties Slotwet

Realisatie 2022

Totaal belastingontvangsten

223.125.918

221.741.657

227.281.317

‒ 2.141.424

225.139.893

– /– Afdracht Gemeentefonds

35.677.115

38.636.151

40.638.361

‒ 656.924

39.981.437

– /– Afdracht Provinciefonds

2.540.680

2.796.975

2.843.432

78

2.843.510

– /– Afdracht BES-fonds

42.390

47.316

62.273

4.818

67.091

– /– Belastingontvangsten artikel 6 Btw-compensatiefonds

3.663.678

3.679.137

3.786.000

31.766

3.817.766

Belastingontvangsten artikel 1 Belastingen

181.202.055

176.582.078

179.951.251

‒ 1.521.162

178.430.089

2.2 Artikel 2 Financiële markten

Verplichtingen

Garanties

Garantie BES

Er is eind 2022 een bijstelling van € 4,3 mln. geweest van de depositogarantie BES (DGS BES, Bonaire, Sint Eustatius en Saba) als gevolg van een veranderende wisselkoers USD/EUR.

Opdrachten

Convertibiliteit Oekraïense hryvnia

Conform de raadsaanbeveling van de Europese Commissie is in 2022 een regeling opgezet voor Oekraïense ontheemden om contante Oekraïense valuta (hryvnia's) om te kunnen wisselen voor euro's. Voor het uitvoeren van deze regeling waren zowel een verplichting, uitgaven als ontvangsten begroot (€ 23,3 mln.), omdat de valuta door De Nederlandsche Bank (DNB) bij de nationale centrale bank van Oekraïne weer omgewisseld kon worden. De Staat heeft aan DNB een voorschot verstrekt om de valuta op te kunnen kopen. DNB heeft dit voorschot, na afrekenen met de nationale centrale bank van Oekraïne, teruggestort. Daarom zijn zowel de verplichting, uitgaven als de ontvangsten bij de slotwet met € 23,3 mln. bijgesteld.

Overig

Daarnaast worden de verplichtingen op overige opdrachten met € 6,6 mln. naar beneden bijgesteld. Dit komt onder andere door openstaande verplichtingen uit het verleden die dit jaar zijn afgeboekt en vanwege onderuitputting omdat geen kandidatuur is ingediend voor Anti-Money Laundering Authority (AMLA).

Uitgaven

Bekostiging

Muntcirculatie

Het voorschot aan DNB (€ 2,7 mln.) voor het aanpassen van de prijsberekening voor circulatiemunten en de resulterende prijsverhoging voor de muntbestelling voor 2023 moest deels worden verstrekt in 2022, omdat er anders sprake is van monetaire financiering. Monetaire financiering is verboden uit hoofde van het EU-verdrag.

Opdrachten

Zie toelichting onder 'Verplichtingen'.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Bijdrage aan DNB toezicht en DGS BES

De bijdrage aan DNB toezicht en DGS BES valt € 1,7 mln. lager uit dan begroot, doordat een factuur voor DNB toezicht per abuis niet meer in 2022 is betaald.

Ontvangsten

Bekostiging

Ontvangsten muntwezen

De ontvangsten van de munt vallen € 2,5 mln. hoger uit dan begroot, vanwege de verkoop van circulatiemunten door DNB aan andere lidstaten.

Toename munten in circulatie

In 2022 zijn via DNB meer munten in omloop gebracht dan dat er uit omloop zijn teruggekomen. Als gevolg daarvan heeft DNB het afgelopen jaar per saldo een bedrag van € 24,8 mln. aan nominale waarde van in de markt uitgezette munten aan de schatkist toegevoegd.

Opdrachten

Zie toelichting onder 'Verplichtingen'.

Ontvangsten

Overig

De hogere ontvangsten van € 1,7 mln. betreffen de extra boete-ontvangsten van DNB en Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de bijdrage die door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in 2022 is geïnd voor financieel betalingsverkeer.

2.3 Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Verplichtingen

Garanties

Garantie Gasunie

In 2022 gaf de Staat twee garanties af aan Gasunie. In april 2022 heeft de Staat voor de huur van een drijvende LNG-terminal een garantie verstrekt van € 160 mln. voor een periode van 5 jaar, om de potentiële negatieve exploitatiekosten te kunnen dekken. Daarnaast verstrekte de Staat in juni 2022 een tweede (kortlopende) garantie van € 40 mln. aan Gasunie, voor de optie tot annuleren van de huur van een tweede LNG-terminal. Beide garanties zijn in 2022 vroegtijdig beëindigd vanwege de gecontracteerde capaciteit.

Leningen

Lening KLM

Bij de tweede suppletoire begroting 2022 is per abuis de verplichting van de lening KLM naar beneden bijgesteld als gevolg van de aflossing van KLM. Deze betalingsverplichting is reeds in de boeken bijgesteld met € 277 mln. Dit zou derhalve dubbelop zijn en daarom is deze technische mutatie nodig.

Vermogensverschaffing/-onttrekking

Kapitaalinjectie Invest-NL

De verplichting voor 2022 voor Invest-NL wordt opgehoogd met € 130 mln. Dit wordt verrekend met het verplichtingenbudget voor 2023. Het totale meerjaren verplichtingenbudget wijzigt niet.

Afdrachten Staatsloterij

Om te voldoen aan de Wet op de kansspelen wordt in de begroting en verantwoording een technische post voor afdrachten Staatsloterij opgenomen bij zowel de uitgaven, betalingsverplichtingen als de ontvangsten ter hoogte van de afdrachten van de Staatsloterij. Deze post is met € 16,6 mln. bijgesteld.

Aan-/verkoop vermogenstitels

In mei 2022 hebben beide Kamers ingestemd in deelname aan de aandelenemissie van Air France-KLM (AFKL). De uiteindelijke emissieprijs AFKL (totaalbedrag voor de nieuwe aandelen) kwam € 9,4 mln. lager uit dan vooraf begroot.

Uitgaven

Leningen

Lening KLM

In 2020 heeft de Nederlandse Staat een pakket aan steunmaatregelen aan de KLM aangeboden. Als onderdeel van het steunpakket is er een directe lening aan KLM verstrekt met een omvang van maximaal van € 1 mld. In 2022 heeft KLM niet getrokken op de lening. Het nog beschikbare bedrag (€ 722,9 mln.) wordt overgeheveld naar 2023.

Vermogensverschaffing/-onttrekking

Kapitaalinjectie Invest-NL

De uiteindelijke kapitaalbehoefte voor Invest-NL in 2022 viel € 25 mln. lager uit dan begroot. Dit bedrag zal in de komende jaren naar de bovenop de dan al voorziene kapitaalstortingen verschoven worden. Daarmee wijzigt het totaal van de beoogde kapitaalinjecties niet.

Afdrachten Staatsloterij

Zie toelichting onder 'Verplichtingen'.

Ontvangsten

Vermogensverschaffing/-onttrekking

Dividenden staatsdeelnemingen

Er wordt ruim € 100 mln. aan terug te ontvangen dividendbelasting verwacht. Deze teruggave is ingediend, maar niet meer in 2022 verwerkt. De ontvangsten worden in 2023 verwacht.

Afdrachten Staatsloterij

Zie toelichting onder 'Verplichtingen'.

2.4 Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Verplichtingen

Garanties

Wereldbank

De garantie aan de Wereldbank/IBRD is met € 327,2 mln. naar boven bijgesteld. Deels betreft dit een wisselkoersbijstelling van de garantieverplichting, aangezien de koers van de euro ten opzichte van de dollar is gedaald, stijgt de waarde van deze garantie.

Garantie aan DNB inzake IMF

De garantie aan DNB inzake IMF is met € 307,8 mln. naar beneden bijgesteld. Dit komt doordat in de eerste suppletoire begroting 2022 budget is opgenomen voor de uitbreiding van de Poverty Reduction and Growth Trust (PRGT) garantie met € 300 mln. SDR, maar deze uitbreiding is uitgesteld tot 2023.

AIIB

De garantie aan de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) is met € 47,3 mln. naar boven bijgesteld. Dit betreft een wisselkoersbijstelling van de garantieverplichting. Aangezien de koers van de euro ten opzichte van de dollar is gedaald, stijgt de hoogte van deze garantie.

EIB

De European Investment Bank (Europese Investeringsbank, EIB) verricht activiteiten in de landen in Sub-Sahara-Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, alsmede in Europese Overzeese Gebieden. Een deel van deze activiteiten wordt bekostigd uit het Investment Facility, een ‘revolverend fonds’ dat gefinancierd is uit het European Development Fund (EDF). De EIB financiert daarnaast ook activiteiten uit eigen middelen. Op deze eigen middelen hebben de lidstaten een garantie afgegeven om het politieke risico dat op deze activiteiten wordt gelopen af te dekken. In 2022 is deze garantie voor Nederland gestegen met € 9,2 mln.

ESM

Het verplichtingenbudget voor het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) is met € 24,7 mln. neerwaarts bijgesteld. Verwacht werd dat Estland in 2022 extra garantieverplichtingen zou aangaan naar aanleiding van het verlopen van de kortingsperiode. Dit heeft vertraging opgelopen en vindt nu pas in 2023 plaats.

SURE

De Nederlandse garantie aan de Europese Commissie voor het SURE instrument wordt in de Slotwet met € 83,7 mln. verlaagd. De garantie is aangepast als gevolg van twee effecten. Een positieve bijstelling van € 13,2 mln. vanwege rentebijstellingen. Daarnaast konden t/m eind 2022 leningen worden afgesloten onder SURE. Het leenplafond van SURE is niet gehaald en daarom is de garantie met € 96,9 mln. naar beneden bijgesteld. Per saldo leiden deze twee effecten tot een verlaging van het verplichtingenbudget voor deze garantie.

Next Generation EU (NGEU)

De Nederlandse garantie aan NGEU is met circa € 4,8 mld. naar boven bijgesteld naar aanleiding van nieuwe renteverwachtingen. Initieel werden renteverwachtingen gebruikt die de Commissie in 2018 heeft gecommuniceerd. Omdat deze niet meer realistisch zijn, wordt de renteverwachting nu berekend op basis van actuele rentestanden. De renteverwachtingen worden twee keer per jaar geüpdatet: met de ontwerpbegroting en de slotwet. Deze aanpassing zorgt voor een aanzienlijke verhoging van de garantie voor NGEU.

MFB Headroomgarantie

De begroting wordt aangepast aan de realisatie. De leenovereenkomst is niet meer in 2022 getekend, maar wordt in 2023 ondertekend. Daarmee verschuift deze garantie naar 2023 (€ 1,1 mld.).

Uitgaven

Garanties

EIB pan-Europees garantiefonds

Het EIB pan-Europees garantiefonds financiert hoge risicoprojecten en is opgezet om economische gevolgen van de corona uitbraak te mitigeren. De verliezen van dit fonds worden door de lidstaten naar rato gedragen. De verwachte netto verliezen worden rond de 20% geschat, voor Nederland komt dit neer op in totaal € 260 mln. welke zijn opgenomen als uitgaven in artikel 4 Internationale financiële betrekkingen. De uitgaven zijn gebaseerd op een schatting, en vallen in 2022 circa € 96,0 mln. lager uit dan verwacht.

Ontvangsten

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Ontvangsten ESM kapitaal

De ontvangsten voor ESM kapitaal n.a.v. beëinding van de kortingsperiode van Estland zijn in 2022 niet meer ontvangen, maar zullen in 2023 worden ontvangen.

Leningen

Renteontvangsten lening Griekenland

De rente die Griekenland moet betalen op de Griekse leningfaciliteit (GLF) is gebaseerd op de 3-maands Euribor rente, met een opslag van 0,5%. Bij de Ontwerpbegroting 2022 was nog de verwachting dat deze rente onder de ‒ 0,5% zou blijven in 2022, waardoor de renteontvangsten op 0 zouden uitkomen. In de loop van 2022 is de Euribor-rente gestegen nadat de ECB de rente verhoogde. Hierdoor is Griekenland vanaf het 3e kwartaal 2022 rente gaan betalen, in totaal circa € 11,1 mln.

2.5 Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

Verplichtingen

Garanties

Schade-uitkering ekv

Voor de ekv-faciliteit (exportkredietverzekering) is in de begroting een plafond van € 10 mld. opgenomen. Dit is het bedrag dat jaarlijks aan nieuwe verplichtingen kan worden aangegaan. Bij de tweede suppletoire begroting 2022 zijn deze verplichtingen met € 3,5 mld. naar beneden bijgesteld, omdat duidelijk werd dat niet de volledige faciliteit benut zou worden in 2022. De aangegane verplichtingen voor de schade-uitkering ekv zijn met € 2 mld. gedaald ten opzichte van de tweede suppletoire begroting 2022, waardoor er uiteindelijk voor € 4,5 mld. aan nieuwe verplichtingen aangegaan zijn.

Uitgaven

Garanties

Schade-uitkering ekv

Er zijn minder schades uitgekeerd (€ 76 mln.) dan begroot. Bij de ekv zijn schades moeilijk te ramen vanwege het onvoorspelbare karakter van de ekv-portefeuille. Het al dan niet materialiseren van één schadezaak kan een grote impact hebben op de realisatie ten opzichte van het begrote bedrag.

Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten

De schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten is € 16,4 mln. lager uitgevallen dan voorheen begroot. De herverzekering leverancierskredieten betrof een coronamaatregel waarbij de Staat voorkomt dat de kortlopende kredietverlening in de private verzekeringssector stilvalt. De tijdelijke regeling is per 1 juli 2021 beëindigd.

Storting/-onttrekking begrotingsreserve

Mutatie begrotingsreserve ekv

De storting aan de begrotingsreserve is per saldo hoger dan begroot. Dit betreft de premies die hoger zijn uitgevallen dan bij de tweede suppletoire begroting 2022 geraamd.

Ontvangsten

Garanties

Premies ekv

De premieontvangsten vallen € 4,1 mln. lager uit dan voorheen begroot.

Schaderestituties ekv

De verwachte schaderestituties ekv zijn € 81,4 mln. hoger dan oorspronkelijk begroot. Dit komt onder andere door een terugbetaling van een langlopende schadezaak aan een Nederlandse baggermaatschappij in verband met een transactie op een overheids-gelieerd havenbedrijf in Brazilië. Onlangs is het gelukt om deze schade op de Braziliaanse overheid te verhalen, wat heeft geresulteerd in een schaderestitutie van circa € 48 mln.

Schaderestituties herverzekering leverancierskredieten

De ramingen rond schaderestituties zijn moeilijk te begroten en omgeven door onzekerheden. De schaderestituties herverzekering leverancierskredieten zijn € 18,7 mln. lager dan oorspronkelijk begroot.

Storting/-onttrekking begrotingsreserve

Mutatie begrotingsreserve ekv

De onttrekking aan de begrotingsreserve is opgebouwd uit definitieve schades, overige kosten en de kostenvergoeding aan Atradius Dutch State Business (ADSB). Doordat de definitieve schades lager zijn uitgevallen dan bij de tweede suppletoire begroting 2022 geraamd, valt de geraamde onttrekking uit de reserve € 4,3 mln. lager uit.

2.6 Artikel 6 Btw-compensatiefonds

Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten

Bijdrage aan medeoverheden

De aan gemeenten en provincies uitbetaalde declaraties zijn per saldo € 31,8 mln. hoger uitgevallen dan geraamd bij de tweede suppletoire begroting 2022. De bijstellingen zijn relatief beperkt gezien de omvang van het BTW-compensatiefonds (circa € 3,8 mld.). Bij het BTW-compensatiefonds staan tegenover de (hogere) uitgaven gelijke (hogere) ontvangsten.

2.7 Artikel 9 Douane

Verplichtingen

Personele uitgaven

Inhuur externen

De verplichtingen op inhuur personeel zijn € 15 mln. hoger uitgevallen dan begroot. Dit heeft twee oorzaken.

Ten eerste overschrijden de aangegane verplichtingen vanuit contractverlengingen op externe inhuur het beschikbare kader in 2022 met € 8 mln. Dit vloeit voort uit rijksbrede trajecten als Informatiehuishouding op Orde en andere (Douane)projecten als Digitale Snelweg Douane, Douanewetboek Unie (DWU) en het Strategisch meerjarenplan (SMP). Ook is het gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt noodzakelijk om externe inhuur in te zetten op formatieplaatsen.

Ten tweede is er eind 2022 een verplichting aangegaan van € 6,2 mln. voor uitzendkrachten ten behoeve van het noodspoor accijns. Dit heeft een incidenteel karakter.

Ontvangsten

Ontvangsten

Ontvangsten verrichte werkzaamheden derden

De aanvullende ontvangsten (€ 1,4 mln.) betreffen enerzijds een jaarlijkse betaling vanuit de EU (OLAF, afkomstig van Imperial Tobacco) en anderzijds extra ontvangsten in verband met detacheringen.

2.8 Artikel 13 Toeslagen

Verplichtingen

Opdrachten

Er is sprake van een incidentele meevaller op het verplichtingenbudget voor opdrachten van circa € 54,1 mln.

Bijdrage aan medeoverheden

Er is sprake van een incidentele meevaller op het verplichtingenbudget voor bijdrage aan medeoverheden van circa € 205 mln., met name omdat de ADR heeft geoordeeld dat de verplichting voor de SPUK inzake de hersteloperatie toeslagen te hoog is vastgelegd. Op basis van dat oordeel heeft er een neerwaartse correctie plaatsgevonden.

(Schade)vergoeding

De ADR heeft geoordeeld dat de verplichtingen voor de Catshuisregeling, rechtsbijstandsregeling, kindregeling en compensatieregeling voor huur- en zorgtoeslag en kindgebondenbudget (HZK-regeling) te hoog zijn vastgelegd. Op basis van dat oordeel hebben er neerwaartse correcties plaatsgevonden (cumulatief circa € 295 mln.).

Uitgaven

(Schade)vergoeding

Compensatie toeslagengedupeerden

Een deel van de betalingen van december 2022 zullen in 2023 plaatsvinden vanwege het afsluiten van het boekjaar. Hierdoor zijn de uitgaven in 2022 incidenteel met € 19,8 mln. lager uitgevallen.

Kwijtschelden private schulden

Omdat er bij het kwijtschelden van private schulden sprake is van een langere doorlooptijd dan verwacht, is er minder uitgekeerd (€ 17,8 mln.).

Overige (schade)vergoedingen

Omdat er sprake is van minder in gebreke stellen (IGS) en Beroep Niet Tijdig dan verwacht, vindt er een incidentele meevaller plaats op het budget voor overige (schade)vergoedingen (€ 19,4 mln.)

3 Niet-Beleidsartikelen

3.1 Artikel 8 Apparaat kerndepartement

Verplichtingen

Personele uitgaven

Eigen personeel

De onderschrijding van € 12,6 mln. op eigen personeel wordt veroorzaakt door het hoge aantal openstaande vacatures, uitdiensttreders, pensioengerechtigden en detacheringen waarbij de achterblijvende plekken moeilijk in te vullen zijn.

Inhuur externen

Ter compensatie van de onderschrijding op eigen personeel en de benodigde inhuur van specifieke expertise zijn de verplichtingen voor externe inhuur met € 14,5 mln. overschreden.

Materiële uitgaven

Overig materieel

Er is sprake geweest van een ophoging van het verplichtingenbudget op overig materieel van € 30 mln. vanwege het afsluiten van meerjarige contracten voor categoriemanagement. Wat betreft categoriemanagement heeft het ministerie van Financiën binnen het rijksinkoopstelsel voor twee categorieën - Vakkennis en Persoonsontwikkeling en Logistiek- een rijksbrede rol.

Verder heeft er binnen overig materieel een onderschrijding van € 7 mln. plaatsgevonden. Deze overschrijding is teweeggebracht door lagere schade-uitgaven van het rijkswagenpark aan het BSA (Bureau Schadeafwikkelingen), de uitgestelde realisatie van projecten binnen Domein Roerende Zaken en het uitblijven van de uitgaven bijhorende het programma Informatie Op Orde .

Uitgaven

Personele uitgaven

Eigen personeel

De onderschrijding op eigen personeel van € 13 mln. wordt veroorzaakt door het hoge aantal openstaande vacatures, uitdiensttreders, pensioengerechtigden en detacheringen waarbij de achterblijvende plekken moeilijk in te vullen zijn.

Inhuur externen

Ter compensatie van de onderschrijding op eigen personeel en de benodigde inhuur van specifieke expertise zijn de uitgaven voor externe inhuur met € 8.2 mln. overschreden.

Materiële uitgaven

Overig materieel

Er heeft een onderschrijding van € 5,8 mln. op overig materieel plaatsgevonden door lagere schade-uitgaven van het rijkswagenpark aan het BSA (Bureau Schadeafwikkelingen), de uitgestelde realisatie van projecten binnen Domein Roerende Zaken en het uitblijven van de uitgaven bijhorende het programma Informatie Op Orde.

4 Beleidsartikelen (Ministerie van Financiën IXA)

4.1 Artikel 11 Financiering staatsschuld

Verplichtingen en uitgaven

Rente

Rente vaste schuld

De rentelasten op de vaste schuld zijn € 16,0 mln. lager uitgevallen, met name als gevolg van de latere uitgifte van een langlopende staatsobligatie in het jaar. Hierdoor is minder rente toegekend aan het lopende jaar dan waar rekening mee is gehouden in de tweede suppletoire begroting 2022.

Voortijdige beëindiging schuld

In 2022 is voor in totaal € 23,8 mln. aan kortlopende staatsobligaties en langlopende grootboekleningen voortijdig afgelost. De prijs waartegen de obligaties en grootboekleningen zijn ingekocht was hoger dan de nominale waarde. Het verschil resulteert in een uitgave bij voortijdige beëindiging.

Voortijdige beëindiging derivaten

Het Agentschap heeft in 2022 rentederivaten voortijdig beëindigd. Dit is voornamelijk gedaan om het renterisico op de schuldportefeuille bij te sturen. Bij de voortijdige beëindiging van renteswaps wordt de netto contante waarde van de toekomstige rentestromen in één keer betaald of ontvangen in het jaar waarin de voortijdige beëindigingen van derivaten plaatsvinden. Dit heeft geleid tot € 19,2 mln. aan uitgaven.

Rente derivaten kort

De rentelasten op de kortlopende derivaten zijn, als gevolg van de gestegen rente, uitgekomen op € 19,7 mln.

Leningen

Aflossing vaste schuld

Eind 2022 zijn enkele langlopende grootboekleningen volledig afgelost. Hierdoor vielen de aflossingen per saldo € 18,6 mln. hoger uit dan begroot bij de tweede suppletoire begroting 2022.

Ontvangsten

Rente

Rente vlottende schuld

De rentebaten op de vlottende schuld vallen € 75,8 mln. lager uit als gevolg van de gestegen korte rente en een hogere omvang van de kortlopende schuld dan waar bij de tweede suppletoire begroting 2022 rekening mee was gehouden.

Rente derivaten lang

De rentebaten op derivaten zijn € 34,5 mln. lager uitgevallen als gevolg van de hogere rentepercentages. Hierdoor is de marktwaarde van de variabele delen van de renteswaps gedaald. Daarnaast zijn de rentebaten lager als gevolg van de voortijdige beëindiging van rentederivaten.

Voortijdige beëindiging derivaten

Het Agentschap heeft in 2022 rentederivaten voortijdig beëindigd. Dit is voornamelijk gedaan om het renterisico op de schuldportefeuille bij te sturen. Bij de voortijdige beëindiging van renteswaps wordt de netto contante waarde van de toekomstige rentestromen in één keer ontvangen of betaald in het jaar waarin de voortijdige beëindigingen van derivaten plaatsvinden. De EMU-schuld is hierdoor verlaagd.

Leningen

Uitgifte vaste schuld

Het kastekort is ultimo 2022 hoger uitgevallen dan bij de tweede suppletoire begroting 2022 werd geraamd. Hierdoor was € 1,6 mld. meer schulduitgifte op de kapitaalmarkt nodig dan voorzien.

Mutatie vlottende schuld

In 2022 is aan het eind van het jaar de financieringsbehoefte toegenomen door de extra uitgaven aan de energiesteunpakketten. Om dit te financieren is voor € 13,2 mld. een beroep gedaan op de geldmarkt.

4.2 Artikel 12 Kasbeheer

Verplichtingen en uitgaven

Rente

In 2022 is de korte rente sterk gestegen en positief geworden. Hierdoor is € 107,2 mln. meer rente betaald over de aangehouden middelen in de schatkist dan in de tweede suppletoire begroting 2022 werd geraamd.

Leningen

Het bedrag aan verstrekte leningen is in totaal € 257,8 mln. lager dan bij de tweede suppletoire begroting 2022 werd geraamd. Dit komt voornamelijk doordat het aantal leningen verstrekt aan RWT's lager is uitgevallen dan begroot.

Ontvangsten

Leningen

In 2022 is € 26,6 mln. meer aan leningen afgelost dan bij de tweede suppletoire begroting 2022 werd geraamd. Deelnemers van schatkistbankieren hebben de mogelijkheid om hun leningen (deels) vervroegd af te lossen, bijvoorbeeld bij verkoop van de activa waarvoor was geleend.

Mutaties in rekening-courant en deposito's

Per saldo is door de sociale fondsen, RWT’s, agentschappen en decentrale overheden gezamenlijk minder geld op de rekening-courant aangehouden dan bij de tweede suppletoire begroting 2022 werd geraamd. Het saldo van de rekening-courant van de sociale fondsen is € 6,3 mld. minder toegenomen dan begroot. De mutatie in rekening-courant van de RWT’s, agentschappen en decentrale overheden is per saldo met € 3,1 mld. toegenomen.

Naar boven