36 257 Voorstel van wet van het lid Van Meenen tot wijziging van de Leerplichtwet 1969, de Leerplichtwet BES, de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra en de Wet voortgezet onderwijs 2020 en enkele andere wetten in verband met de verankering van het leerrecht

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het leerrecht wettelijk te verankeren en het bevoegde gezag van een school en het samenwerkingsverband waar die school bij is aangesloten meer ruimte te bieden en de verplichting op te leggen om maatwerk te leveren bij de vormgeving van het onderwijs;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE LEERPLICHTWET 1969

De Leerplichtwet 1969 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel e vervalt, onder verlettering van de onderdelen f tot en met h, tot e tot en met g.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g (nieuw) door een puntkomma, worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

h. «jeugdarts»:

jeugdarts als bedoeld in de Jeugdwet;

i. «bevoegd gezag»:

bevoegd gezag als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet op de expertisecentra en de Wet educatie en beroepsonderwijs.

B

Na paragraaf 1 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 1a. Leerrecht

Artikel 1e. Leerrecht

Ieder kind heeft recht op onderwijs. Het onderwijs is gericht op een zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind.

Artikel 1f. Strategisch plan

  • 1. Onze Minister stelt elke vier jaar een plan vast, dat beschrijft:

    • a. welke maatregelen ter verwezenlijking van het leerrecht, bedoeld in artikel 1e, worden getroffen; en

    • b. op welke wijze wordt toegewerkt naar een inclusief onderwijssysteem als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169).

  • 2. Onze Minister biedt een representatieve afvaardiging van leerlingen, ouders, leraren, hoofden, bestuurders, veldorganisaties en decentrale overheden de gelegenheid zienswijzen op het plan in te dienen.

  • 3. Onze Minister zendt het plan aan beide kamers der Staten-Generaal.

C

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot vierde en vijfde lid, wordt het eerste lid vervangen door drie leden, luidende:

  • 1. Degene die het gezag over een jongere uitoefent, en degene die zich met de feitelijke verzorging van een jongere heeft belast, zorgen dat de jongere als leerling van een school staat ingeschreven en deelneemt aan het onderwijs dat door het bevoegd gezag aan hem wordt aangeboden.

  • 2. Bij de inschrijving wordt een van overheidswege verstrekt document overgelegd waarop de gegevens van de jongere betreffende zijn geslachtsnaam, voorletters, geboortedatum, geslacht en burgerservicenummer zijn vermeld. Indien het burgerservicenummer niet beschikbaar is wordt zo mogelijk het onderwijsnummer van de jongere overgelegd.

  • 3. Indien de in de eerste lid bedoelde personen bij de inschrijving aannemelijk hebben gemaakt dat zij geen burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere kunnen overleggen, leggen zij het burgerservicenummer of onderwijsnummer van de jongere over aan de school zodra zij daarvan kennis hebben verkregen.

2. In het vijfde lid (nieuw) wordt «de school waaraan hij als leerling staat ingeschreven, geregeld te bezoeken» vervangen door «deel te nemen aan het onderwijs dat aan hem wordt aangeboden door het bevoegd gezag van de school waaraan hij staat ingeschreven».

D

Artikel 3a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «tenminste» vervangen door «ten minste», wordt «waarvan» vervangen door «van wie» en wordt «niet geschikt is volledig dagonderwijs aan een school te volgen,» vervangen door «niet in staat is deel te nemen aan het beschikbare onderwijsaanbod».

2. In het vijfde lid wordt «niet geschikt is volledig dagonderwijs als bedoeld in het eerste lid aan een school te volgen» vervangen door «niet in staat is deel te nemen aan het beschikbare onderwijsaanbod».

E

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4. Begin en einde van de verplichting tot deelname aan het onderwijs

  • 1. De verplichting om te zorgen dat een jongere deelneemt aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs, begint op de dag waarop de jongere is ingeschreven en tot het onderwijs wordt toegelaten, en eindigt tegelijk met de verplichting om te zorgen dat hij als leerling van een school staat ingeschreven.

  • 2. Deelnemen aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs als bedoeld in artikel 2, eerste lid, betekent dat de door het bevoegd gezag aangeboden les- of praktijktijd niet wordt verzuimd.

F

Artikel 4a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «en dat hij deze school of instelling na inschrijving geregeld bezoekt,» vervangen door «en dat hij na inschrijving deelneemt aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs».

2. In het derde lid wordt «Artikel 2, tweede lid,» vervangen door «Artikel 2, vierde lid,».

G

Artikel 4c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt «tot geregeld schoolbezoek» vervangen door «tot deelname aan het onderwijs».

2. In het tweede lid wordt «om de school of instelling na inschrijving geregeld te bezoeken» vervangen door «om deel te nemen aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs» en wordt «artikel 11» vervangen door «artikel 11, eerste lid».

H

Artikel 5, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. de jongere met een fysieke, mentale, intellectuele of zintuigelijke beperking als gevolg van die beperking niet in staat is om door middel van een inschrijving aan een school of een instelling onderwijs te volgen;

I

In artikel 6, derde lid, wordt «dat de jongere nooit geschikt zal zijn een school onderscheidenlijk een instelling te bezoeken» vervangen door «dat de jongere als gevolg van een beperking niet in staat is om door middel van een inschrijving aan een school of een instelling onderwijs te volgen».

J

Artikel 7 komt te luiden:

Artikel 7. Vrijstelling op grond van artikel 5, onderdeel a

Een beroep op vrijstelling op grond van artikel 5, onderdeel a, kan slechts worden gedaan, indien bij de kennisgeving een verklaring van een arts, niet zijnde de behandelend arts, of daarmee bij ministeriële regeling gelijkgestelde academisch gevormde pedagoog of psycholoog is overgelegd, waaruit blijkt, dat de jongere niet in staat is om door middel van een inschrijving aan een school, of een instelling onderwijs te volgen. Deze verklaring is niet ouder dan dertien weken.

K

Artikel 11 komt te luiden:

Artikel 11. Gronden voor vrijstelling deelname aan het onderwijs

  • 1. De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere deelneemt aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs, indien:

    • a. het bevoegd gezag het aanbod van onderwijs opschort;

    • b. de jongere wegens ziekte verhinderd is deel te nemen aan het onderwijs;

    • c. de jongere wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging verhinderd is deel te nemen aan het onderwijs;

    • d. de jongere vanwege de specifieke aard van het beroep van een in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon slechts buiten de schoolvakanties met hem op vakantie kan gaan;

    • e. de jongere door andere gewichtige omstandigheden verhinderd is deel te nemen aan het onderwijs.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt en op de jongere die kwalificatieplichtig is.

L

In artikel 11a, eerste en tweede lid, wordt telkens «te zorgen dat deze de school waarop hij staat ingeschreven, geregeld bezoekt» vervangen door «te zorgen dat de jongere deelneemt aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs».

M

Artikel 13a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 11, onder f» vervangen door «artikel 11, eerste lid, onderdeel d» en wordt «de school onderscheidenlijk de instelling niet bezoekt» vervangen door «niet deelneemt aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs».

2. In het tweede lid wordt «onderwijs te volgen» vervangen door «deel te nemen aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs».

N

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 11, onder g» vervangen door «artikel 11, eerste lid, onderdeel e,» en wordt «de school onderscheidenlijk de instelling tijdelijk niet bezoekt» vervangen door «niet deelneemt aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs».

2. In het derde lid wordt «ambtenaar» vervangen door «leerambtenaar» en wordt «onderwijs te volgen» vervangen door «deel te nemen aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs».

O

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: Leerambtenaren.

2. In het eerste lid vervalt «anders dan door de hoofden» en aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Zij worden aangeduid als leerambtenaren.

3. Onder vernummering van het tweede tot en met negende lid, tot het derde tot en met tiende lid, wordt na het eerste lid een lid ingevoegd luidende:

  • 2. De leerambtenaren hebben tot taak bij te dragen aan de verwezenlijking van het leerrecht, bedoeld in artikel 1e.

4. In het derde lid (nieuw) wordt «deze ambtenaren» vervangen door «de leerambtenaren».

5. In het vierde lid (nieuw) wordt «Deze ambtenaren» vervangen door «De leerambtenaren».

6. In het vijfde lid (nieuw), aanhef, wordt «deze ambtenaren» vervangen door «de leerambtenaren».

7. In het vijfde lid (nieuw), onderdeel a, wordt «de in de artikelen 14, derde lid, 22 en 23 bedoelde taken» vervangen door «de bevoegdheden genoemd in artikel 14, derde lid, 22 en 23».

8. In het vijfde lid (nieuw), onderdelen a tot en met e, wordt «schoolverzuim» vervangen door «onderwijsverzuim» en wordt «de ambtenaren» telkens vervangen door «de leerambtenaren».

9. In het zesde lid (nieuw) wordt «De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin,» vervangen door «De leerambtenaren».

10. In het negende lid (nieuw) wordt «deze ambtenaren» vervangen door «de leerambtenaren».

P

Artikel 16a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt als volgt te luiden:

  • 1. In afwijking van artikel 16, eerste lid, is het toezicht op de naleving van deze wet door het hoofd van een school of instelling opgedragen aan de Inspectie van het onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het onderwijstoezicht.

2. In het tweede, derde, vierde en vijfde lid wordt «ambtenaren» telkens vervangen door «leerambtenaren».

3. In het vierde lid wordt «ambtenaar» vervangen door «leerambtenaar» en «artikel 16, vierde lid» vervangen door «artikel 16, vijfde lid».

Q

Na artikel 16a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 16b. Aanwijzingsbevoegdheid

  • 1. Indien dit voor de verwezenlijking van het leerrecht van een leerling noodzakelijk is, kan de leerambtenaar het bevoegd gezag van een school of instelling waaraan de leerling is ingeschreven een aanwijzing geven.

  • 2. Een aanwijzing omvat:

    • a. een of meer concrete maatregelen voor de inrichting van het onderwijs dat de leerling ontvangt en de ondersteuning die daarbij gegeven wordt;

    • b. een redelijke termijn waarbinnen uitvoering moet zijn gegeven aan de maatregelen; en

    • c. een beschrijving van de wijze waarop alle bij de aanwijzing betrokken belangen zijn gewogen, zodanig dat de aanwijzing evenredig is aan het doel waarvoor zij wordt gegeven.

  • 3. Het college van burgemeester en wethouders kan het bevoegd gezag dat niet binnen de daartoe gestelde termijn uitvoering geeft aan de aanwijzing een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste 1.000 euro per dag dat de aanwijzing niet wordt nageleefd, met een maximum van 100.000 euro per schooljaar.

  • 4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op samenwerkingsverbanden waarbij de school, bedoeld in het eerste lid, is aangesloten.

R

In artikel 18, derde lid, wordt «de ambtenaar» vervangen door «de leerambtenaar».

S

In het opschrift van artikel 19 wordt «schoolverzuim» vervangen door «onderwijsverzuim».

T

Na artikel 21b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 21c. Advies jeugdarts

  • 1. Na een melding als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van deze wet, artikel 40, dertiende lid, van de Wet op het primair onderwijs of 8.15, tweede lid, Wet voortgezet onderwijs 2020 kan de leerambtenaar de jeugdarts, bedoeld in het vijfde lid, een opdracht geven om een onderzoek in te stellen naar de onderwijs- en ontwikkelmogelijkheden van een jongere.

  • 2. De jeugdarts brengt binnen vier weken na ontvangst van de opdracht advies uit over de onderwijs- en ontwikkelmogelijkheden van de jongere.

  • 3. Het advies wordt verstrekt aan:

    • a. het bevoegd gezag van de school dat de melding heeft gedaan,

    • b. het samenwerkingsverband waarbij de school is aangesloten;

    • c. de leerambtenaar; en

    • d. de personen, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

  • 3. Ten behoeve van de totstandkoming van het advies biedt de jeugdarts gelegenheid om te worden gehoord aan:

    • a. de leerling;

    • b. de personen, bedoeld in artikel 2, eerste lid;

    • c. het bevoegd gezag van de school waaraan de leerling is ingeschreven; en

    • d. het samenwerkingsverband waarbij de school is aangesloten.

  • 4. De personen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, kunnen de jeugdarts, bedoeld in het vijfde lid, vragen om een advies over de onderwijs- en ontwikkelmogelijkheden van de jongere met een mogelijke ondersteuningsbehoefte. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op dit advies.

  • 5. Het college van burgemeester en wethouders draagt ter uitvoering van dit artikel zorg voor de beschikbaarheid van een jeugdarts bij een gemeentelijke gezondheidsdienst, als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid.

U

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: Onderzoek door de leerambtenaar.

2. In het tweede lid wordt «de school of instelling geregeld bezoekt» vervangen door «deelneemt aan het onderwijs dat wordt aangeboden door het bevoegd gezag van de school of instelling waaraan de jongere is ingeschreven,»

3. In het derde lid wordt «het onderwijs aan de school of aan de instelling niet geregeld volgt» vervangen door «niet deelneemt aan het onderwijs dat wordt aangeboden door het bevoegd gezag van de school of instelling waaraan de jongere is ingeschreven».

4. In het vijfde lid wordt «artikel 2, eerste lid, of» vervangen door «artikel 2, eerste, tweede of derde lid, of».

5. In het eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid, wordt «de ambtenaar» telkens vervangen door «de leerambtenaar».

V

In artikel 23 wordt «of aan de ambtenaar» vervangen door «of aan de leerambtenaar».

W

In artikel 25, tweede lid, wordt «schoolverzuim» vervangen door «onderwijsverzuim».

X

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 2, eerste lid, of» vervangen door «artikel 2, eerste, tweede of derde lid, of».

2. In het tweede lid wordt «tot geregeld volgen van het onderwijs» vervangen door «tot deelname aan het onderwijs dat wordt aangeboden door het bevoegd gezag van de school of instelling waaraan hij is ingeschreven».

Y

Artikel 30 komt te luiden:

Artikel 30. Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Leerwet.

ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE LEERPLICHTWET BES

De Leerplichtwet BES wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel e vervalt, onder verlettering van de onderdelen f tot en met i, tot e tot en met h.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h (nieuw) door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

i. bevoegd gezag:

bevoegd gezag als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs BES, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.

B

Na paragraaf 1 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 1a. Leerrecht

Artikel 5a. Leerrecht

Ieder kind heeft recht op onderwijs. Het onderwijs is gericht op een zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind.

Artikel 5b. Strategisch plan

  • 1. Onze Minister stelt elke vier jaar een plan vast, dat beschrijft:

    • a. welke maatregelen ter verwezenlijking van het leerrecht, bedoeld in artikel 5a, worden getroffen; en

    • b. op welke wijze wordt toegewerkt naar een inclusief onderwijssysteem, als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169).

  • 2. Onze Minister biedt een representatieve afvaardiging van leerlingen, ouders, leraren, hoofden, bestuurders, veldorganisaties en de openbare lichamen de gelegenheid zienswijzen op het plan in te dienen.

  • 3. Onze Minister zendt het plan aan beide kamers der Staten-Generaal.

C

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede en derde, tot vierde en vijfde lid, wordt het eerste lid vervangen door drie leden, luidende:

  • 1. Degene die het gezag over een jongere uitoefent, en degene die zich met de feitelijke verzorging van een jongere heeft belast, zorgen, dat de jongere als leerling van een school staat ingeschreven en deelneemt aan het onderwijs dat door het bevoegd gezag aan hem wordt aangeboden.

  • 2. Bij de inschrijving wordt een van overheidswege verstrekt document overgelegd waarop de gegevens van de jongere betreffende zijn geslachtsnaam, voorletters, geboortedatum, geslacht en persoonsgebonden nummer BES zijn vermeld. Indien het persoonsgebonden nummer BES niet beschikbaar is wordt zo mogelijk het onderwijsnummer van de jongere overgelegd.

  • 3. Indien de in de eerste lid bedoelde personen bij de inschrijving aannemelijk hebben gemaakt dat zij geen persoonsgebonden nummer BES van de jongere kunnen overleggen, leggen zij het persoonsgebonden nummer BES van de jongere over aan de school zodra zij daarvan kennis hebben verkregen.

2. In het vijfde lid (nieuw) wordt «de school waaraan hij als leerling staat ingeschreven, geregeld te bezoeken» vervangen door «deel te nemen aan het onderwijs dat aan hem wordt aangeboden door het bevoegd gezag van de school waaraan hij staat ingeschreven».

D

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt, «waarvan» door «van wie» en wordt «niet geschikt is volledig onderwijs aan een school te volgen,» vervangen door «niet in staat is deel te nemen aan het beschikbare onderwijsaanbod».

2. In het vijfde lid wordt «niet geschikt is volledig onderwijs als bedoeld in het eerste lid aan een school te volgen» vervangen door «in staat is deel te nemen aan het beschikbare onderwijsaanbod»

E

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10. Begin en einde van de verplichting tot deelname aan het onderwijs

  • 1. De verplichting om te zorgen dat een jongere deelneemt aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs, begint op de dag waarop de jongere is ingeschreven en tot het onderwijs wordt toegelaten, en eindigt tegelijk met de verplichting om te zorgen dat hij als leerling van een school staat ingeschreven.

  • 2. Deelnemen aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs als bedoeld in artikel 6, eerste lid, betekent dat de door het bevoegd gezag aangeboden les- of praktijktijd niet wordt verzuimd.

F

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «en dat hij deze school of instelling na inschrijving geregeld bezoekt,» vervangen door «en dat hij na inschrijving deelneemt aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs».

2. In het derde lid wordt «Artikel 6, tweede lid,» vervangen door «Artikel 6, vierde lid,».

G

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt «tot geregeld schoolbezoek» vervangen door «tot deelname aan het onderwijs».

2. In het tweede lid wordt «om de school of instelling na inschrijving geregeld te bezoeken» vervangen door «om deel te nemen aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs» en wordt «artikel 20» vervangen door «artikel 20, eerste lid».

H

Artikel 14, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. de jongere met een fysieke, mentale, intellectuele of zintuigelijke beperking als gevolg van die beperking niet in staat is om door middel van een inschrijving aan een school of een instelling onderwijs te volgen;

I

In artikel 15, derde lid, wordt «dat de jongere nooit geschikt zal zijn een school onderscheidenlijk een instelling te bezoeken» vervangen door «dat de jongere als gevolg van een beperking niet in staat is om door middel van een inschrijving aan een school of een instelling onderwijs te volgen».

J

Artikel 16 komt te luiden:

Artikel 16. Vrijstelling op grond van artikel 14, onderdeel a

Een beroep op vrijstelling op grond van artikel 14, onderdeel a, kan slechts worden gedaan, indien bij de kennisgeving een verklaring van een arts, niet zijnde de behandelend arts, of daarmede bij ministeriële regeling gelijkgestelde academisch gevormde pedagoog of psycholoog is overgelegd, waaruit blijkt, dat de jongere niet in staat is om door middel van een inschrijving aan een school of een instelling onderwijs te volgen. Deze verklaring is niet ouder dan dertien weken.

K

Artikel 20 komt te luiden:

Artikel 20. Gronden voor vrijstelling deelname aan het onderwijs

  • 1. De in artikel 6, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere deelneemt aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs, indien:

    • a. het bevoegd gezag het aanbod van onderwijs opschort;

    • b. de jongere wegens ziekte verhinderd is deel te nemen aan het onderwijs;

    • c. de jongere wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging verhinderd is deel te nemen aan het onderwijs;

    • d. de jongere vanwege de specifieke aard van het beroep van een in artikel 6, eerste lid, bedoelde persoon slechts buiten de schoolvakanties met hem op vakantie kan gaan;

    • e. de jongere door andere gewichtige omstandigheden verhinderd is deel te nemen aan het onderwijs.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt en op de jongere die kwalificatieplichtig is.

L

In artikel 21, eerste en tweede lid, wordt telkens «te zorgen dat deze de school waarop hij staat ingeschreven, geregeld bezoekt» vervangen door «te zorgen dat de jongere deelneemt aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs».

M

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 20, onder f» vervangen door «artikel 20, eerste lid, onderdeel d» en wordt «de school onderscheidenlijk de instelling niet bezoekt» vervangen door «niet deelneemt aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs».

2. In het tweede lid wordt «onderwijs volgen» vervangen door «deel te nemen aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs».

N

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 20 onder g» vervangen door «artikel 20, eerste lid, onderdeel e» en wordt «de school onderscheidenlijk de instelling tijdelijk niet bezoekt» vervangen door «niet deelneemt aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs».

2. In het derde lid wordt «ambtenaar» vervangen door «leerambtenaar» en wordt «onderwijs te volgen» vervangen door «deel te nemen aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs».

O

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: Leerambtenaren.

2. In het eerste lid vervalt «anders dan door de hoofden» en aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Zij worden aangeduid als leerambtenaren.

3. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid, tot het derde tot en met zesde lid, wordt na het eerste lid een lid ingevoegd luidende:

  • 2. De leerambtenaren hebben tot taak bij te dragen aan de verwezenlijking van het leerrecht, bedoeld in artikel 5a.

4. In het derde lid (nieuw) wordt «deze ambtenaren» vervangen door «de leerambtenaren».

5. In het vierde (nieuw) en vijfde lid (nieuw) wordt telkens «Deze ambtenaren» vervangen door «De leerambtenaren».

6. In het vijfde lid, aanhef (nieuw), wordt «deze ambtenaren» vervangen door «de leerambtenaren»

7. In het vijfde lid (nieuw), onderdelen a tot en met d wordt «schoolverzuim» vervangen door «onderwijsverzuim» en wordt «de ambtenaar» telkens vervangen door «de leerambtenaar».

8. In het vijfde lid (nieuw), onderdeel a, wordt «de in de artikelen 26, derde lid, 34 en 35 bedoelde taken» vervangen door «de bevoegdheden genoemd in artikel 26, derde lid, 34 en 35».

P

Artikel 28a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt als volgt te luiden:

  • 1. In afwijking van artikel 28, eerste lid, is het toezicht op de naleving van deze wet door het hoofd van een school of instelling opgedragen aan de Inspectie van het onderwijs, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het onderwijstoezicht.

2. In het tweede, derde, vierde en vijfde lid wordt «ambtenaren» telkens vervangen door «leerambtenaren».

3. In het vierde lid wordt «ambtenaar» vervangen door «leerambtenaar» en wordt «artikel 28, vierde lid» vervangen door «artikel 28, vijfde lid».

Q

In artikel 29 wordt «Ambtenaren» vervangen door «Leerambtenaren» en wordt «Deze ambtenaren» vervangen door «De leerambtenaren» en wordt «de ambtenaren» vervangen door «de leerambtenaren».

R

In artikel 29a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «de school of de instelling geregeld te bezoeken» vervangen door «deel te nemen aan het door het bevoegd gezag aangeboden onderwijs».

2. In het derde lid wordt «stelt de ambtenaar» vervangen door «stelt de leerambtenaar».

S

In artikel 31, derde lid, wordt «de ambtenaar» vervangen door «de leerambtenaar».

T

In het opschrift van artikel 32 wordt «schoolverzuim» vervangen door «onderwijsverzuim»

U

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: Onderzoek door de leerambtenaar.

2. In het tweede wordt «de school of instelling geregeld bezoekt» vervangen door «deelneemt aan het onderwijs dat wordt aangeboden door het bevoegd gezag van de school of instelling waaraan de jongere is ingeschreven,».

3. In het derde lid wordt «het onderwijs aan de school of aan de instelling niet geregeld volgt» vervangen door «niet deelneemt aan het onderwijs dat wordt aangeboden door het bevoegd gezag van de school of instelling waaraan de jongere is ingeschreven»

4. In het vijfde lid wordt «artikel 6, eerste lid, of» vervangen door «artikel 6, eerste, tweede of derde lid, of».

5. In het eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid, wordt «ambtenaar» telkens vervangen door «leerambtenaar».

V

In artikel 35 wordt «of aan de ambtenaar» vervangen door «of aan de leerambtenaar».

W

In artikel 37 wordt «schoolverzuim» telkens vervangen door «onderwijsverzuim».

X

Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 6, eerste lid, of» vervangen door «artikel 6, eerste, tweede of derde lid, of».

2. In het tweede lid wordt «tot geregeld volgen van het onderwijs» vervangen door «tot deelname aan het onderwijs dat wordt aangeboden door het bevoegd gezag van de school of instelling waaraan hij is ingeschreven».

Y

Artikel 44 komt te luiden:

Artikel 44. Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Leerwet BES.

ARTIKEL III. WIJZIGING VAN DE WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS

De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt na de begripsomschrijving van afdeling door een komma, een begripsomschrijving toegevoegd, luidende:

leerrecht:

leerrecht, bedoeld in artikel 1e van de Leerwet.»

B

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt na «richt zich» ingevoegd «, in overeenstemming met het leerrecht,».

2. Aan lid 3a wordt een zin toegevoegd, luidende: Het bevoegd gezag respecteert het leerrecht.

3. In het vierde lid, aanhef komt de tweede zin te luiden: Indien dit voor de inrichting van een passend onderwijsaanbod nodig is maakt het bevoegd gezag afspraken met:

4. Het vierde lid, onderdelen c en d komen als volgt te luiden:

  • c. een aanbieder als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015,

  • d. een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg,

5. Onder vervanging van de punt aan het slot van het vierde lid, onderdeel e, door een komma worden aan de opsomming de volgende onderdelen toegevoegd:

  • f. een jeugdhulpaanbieder als bedoeld in de Jeugdwet,

  • g. een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, van de Leerwet of

  • h. een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.

C

In artikel 13, eerste lid, onderdeel e, wordt «artikel 40, eerste lid» vervangen door «artikel 40, vijfde lid, onderdeel b».

D

Artikel 18a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid komt de tweede zin als volgt te luiden: Het samenwerkingsverband stelt zich ten doel de verwezenlijking van het leerrecht voor elk kind in het gebied mogelijk te maken.

2. Na het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2a. Het samenwerkingsverband verzekert dat:

    • a. leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken,

    • b. leerlingen die extra ondersteuning behoeven een passend onderwijsaanbod krijgen aangeboden, en

    • c. alle kinderen, waaronder begrepen kinderen die op grond van artikel 5, onderdeel a, van de Leerwet zijn vrijgesteld van de verplichting tot inschrijving op een school, altijd de mogelijkheid hebben om zich overeenkomstig het leerrecht te ontwikkelen.

3. Het achtste lid, onderdeel a, komt als volgt te luiden:

  • a. de wijze waarop wordt voorzien in een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen dat recht doet aan het leerecht, waaronder begrepen de basisondersteuningsvoorzieningen die op alle vestigingen van de scholen in het samenwerkingsverband aanwezig zijn,

4. In het achtste lid wordt na onderdeel a, onder verlettering van de onderdelen b tot en met g, tot c tot en met h, een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • b. de wijze waarop wordt voldaan aan lid 2a,

E

Na artikel 18a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 19. Steunpunt leerrecht

  • 1. Onze Minister draagt zorg voor de beschikbaarheid van een onafhankelijk steunpunt leerrecht dat tot taak heeft:

    • a. informatie te verstrekken over het leerrecht en over leren met een ondersteuningsbehoefte;

    • b. kinderen, ouders, het bevoegd gezag en het samenwerkingsverband te adviseren en te begeleiden bij de totstandkoming van een passend onderwijsaanbod voor een leerling met een complexe ondersteuningsbehoefte;

  • 2. Onze Minister verstrekt subsidie aan het steunpunt.

F

Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste tot en met vijfde lid komen als volgt te luiden:

  • 1. De ouders melden een kind schriftelijk aan bij het bevoegd gezag voor toelating en inschrijving op een school.

  • 2. Aanmelding kan worden gedaan vanaf de dag waarop het kind de leeftijd van drie jaar bereikt. Bij de aanmelding wordt aangegeven op welke andere school of scholen het kind ook is of zal worden aangemeld.

  • 3. Het bevoegd gezag laat een leerling die op een school is aangemeld tot die school toe en schrijft de leerling in, tenzij:

    • a. geen plaatsruimte beschikbaar is;

    • b. het bevoegd gezag de ouders bij de aanmelding verzoekt te verklaren dat zij de grondslag van het onderwijs op de school zullen respecteren dan wel te verklaren dat zij de grondslag van het onderwijs op de school zullen onderschrijven, en de ouders dit weigeren te verklaren;

    • c. niet wordt voldaan aan andere gerechtvaardigde inrichtingseisen; of

    • d. de ouders verzoeken niet tot inschrijving over te gaan.

  • 4. Indien een leerling op meerdere scholen is toegelaten, wordt hij alleen ingeschreven op de school waar hij het eerst was aangemeld. De eerste zin is niet van toepassing als de ouders verzoeken de leerling op een van de andere scholen in te schrijven. Zij worden daartoe door het bevoegd gezag van de school van eerste aanmelding in de gelegenheid gesteld.

  • 5. De toelating en inschrijving worden niet afhankelijk gesteld van:

    • a. rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000;

    • b. een geldelijke bijdrage van de ouders; of

    • c. behoefte aan extra ondersteuning.

2. Onder vernummering van het achtste tot en met veertiende lid, tot het tiende tot en met zestiende lid, worden na het zevende lid twee leden ingevoegd, luidende:

  • 8. Het bevoegd gezag stuurt het besluit om een leerling niet toe te laten en in te schrijven voorzien van een deugdelijke motivering aan de ouders.

  • 9. Na toelating en inschrijving:

    • a. kan het bevoegd gezag de ouders verzoeken gegevens te overleggen betreffende stoornissen of handicaps van het kind of beperkingen in de onderwijsparticipatie om de behoefte aan extra ondersteuning te kunnen vaststellen; en

    • b. beoordeelt het bevoegd gezag of een kind extra ondersteuning behoeft. Onder extra ondersteuning wordt niet verstaan ondersteuning ter bevordering van de beheersing van de Nederlandse taal met het oog op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden.

3. Het dertiende lid (nieuw) komt als volgt te luiden:

  • 13. Het bevoegd gezag beslist over de verwijdering. Een definitieve verwijdering vindt niet eerder plaats dan nadat:

    • a. de betrokken leraar en ouders zijn gehoord;

    • b. een gemotiveerd voornemen van de beslissing tot verwijdering, waarbij wordt ingegaan op de ondersteuningsbehoefte van de leerling, aan de leerambtenaar is gezonden;

    • c. over het voornemen tot verwijdering overleg is gevoerd met de leerambtenaar; en

    • d. het bevoegd gezag van een andere school bereid is de leerling toe te laten. Onder andere school kan ook worden verstaan een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs.

G

Artikel 40a komt als volgt te luiden:

Artikel 40a. Passend onderwijsaanbod

  • 1. Het bevoegd gezag draagt, met inachtneming van het leerrecht, zorg voor een passend onderwijsaanbod voor:

    • a. een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte, als bedoeld in artikel 40, negende lid;

    • b. een leerling van een speciale school voor basisonderwijs.

  • 2. Het bevoegd gezag wijkt, als dat dienstbaar is aan de verwezenlijking van het leerrecht bij de vormgeving van een passend onderwijsaanbod af van de volgende voorschriften:

    • a. de uitgangspunten en doelstellingen van het onderwijs, bedoeld in artikel 8, eerste tot en met derde lid;

    • b. de onderwijstijd en onderwijsdagen, bedoeld in artikel 8, negende lid;

    • c. de inhoud van het onderwijs, bedoeld in artikel 9.

  • 3. Het bevoegd gezag stelt voor de leerling, bedoeld in het eerste lid, een ontwikkelingsperspectief vast. Het ontwikkelingsperspectief bevat in elk geval een beschrijving van:

    • a. de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 8, vierde lid;

    • b. de wijze waarop het passende onderwijsaanbod, bedoeld in het tweede lid, wordt vormgegeven;

    • c. de mogelijkheid om in de toekomst een volledig onderwijsprogramma te volgen en de wijze waarop naar het volgen van een volledig onderwijsprogramma zal worden toegewerkt.

  • 4. Het bevoegd gezag voert over het ontwikkelingsperspectief op overeenstemming gericht overleg met de ouders. Het deel van het ontwikkelingsperspectief dat gaat over de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 8, vierde lid, wordt vastgesteld nadat hierover overeenstemming bereikt is tussen het bevoegd gezag en de ouders.

  • 5. Indien de ouders een advies hebben gevraagd aan de jeugdarts, bedoeld in artikel 21c van de Leerwet, wordt het ontwikkelingsperspectief vastgesteld met inachtneming van het advies.

  • 6. Het ontwikkelingsperspectief wordt zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen zes weken na de inschrijving van de leerling vastgesteld. Indien het betreft een inschrijving op grond van artikel 40, zevende lid, wordt het ontwikkelingsperspectief uiterlijk binnen zes weken na de definitieve plaatsing van de leerling vastgesteld.

  • 7. Het ontwikkelingsperspectief wordt ten minste een keer per schooljaar met de ouders geëvalueerd.

  • 8. Het bevoegd gezag stelt het ontwikkelingsperspectief bij als daartoe aanleiding bestaat. Het vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 9. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften over de inhoud van het ontwikkelingsperspectief worden vastgesteld.

H

In artikel 41a, eerste lid, wordt «artikel 40, eerste lid» vervangen door «artikel 40, vijfde lid, onderdeel b».

I

Na artikel 42 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 42a. Hoorrecht

  • 1. Het bevoegd gezag stelt de leerling die daartoe in staat is in de gelegenheid om vrijelijk een standpunt kenbaar te maken voorafgaande aan de volgende beslissingen:

    • a. toelating, inschrijving of plaatsing;

    • b. schorsing en verwijdering;

    • c. het ontwikkelingsperspectief.

  • 2. Aan het standpunt van de leerling kent het bevoegd gezag bij zijn besluitvorming een passend gewicht toe.

J

In artikel 43, tweede lid, komen de onderdelen a en b als volgt te luiden:

  • a. artikel 40, derde lid, vijfde lid, onderdeel c en dertiende lid; en

  • b. artikel 40a, derde lid, vierde lid en achtste lid.

K

In artikel 85b, tweede lid, wordt «Artikel 40, vijfde lid» vervangen door «Artikel 40, derde lid.

L

In artikel 115 wordt, onder vernummering van het vierde tot en met zevende lid, tot vijfde tot en met achtste lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. Het bevoegd gezag kan de bekostiging aanwenden om uitvoering te geven aan de afspraken, bedoeld in artikel 8, vierde lid.

M

In afdeling 5 wordt voor artikel 122 een artikel toegevoegd luidende:

Artikel 121a. Besteding bekostiging

Het samenwerkingsverband kan de bekostiging die Onze Minister hem op grond van deze afdeling verstrekt aanwenden om uitvoering te geven aan de verplichting, bedoeld in artikel 18a, lid 2a.

N

In artikel 122, derde lid, wordt «artikel 40, achtste lid» vervangen door «artikel 40, tiende lid».

O

In artikel 180, zesde lid, wordt «Leerplichtwet 1969» vervangen door «Leerwet».

P

In artikel 180a wordt «Leerplichtwet 1969» vervangen door «Leerwet».

Q

In artikel 182, vijfde lid, wordt telkens «Leerplichtwet 1969» vervangen door «Leerwet».

R

In artikel 183 wordt «Leerplichtwet 1969» vervangen door «Leerwet».

ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN DE WET PRIMAIR ONDERWIJS BES

De Wet primair onderwijs BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt in alfabetische volgorde een begripsomschrijving ingevoegd, luidende:

leerrecht:

leerrecht, bedoeld in artikel 1e van de Leerwet;

B

In artikel 5, eerste lid, wordt «Leerplichtwet 1969 BES» vervangen door «Leerwet BES».

C

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt na «richt zich» ingevoegd «, in overeenstemming met het leerrecht,».

2. Aan lid 3a wordt een zin toegevoegd, luidende: Het bevoegd gezag respecteert het leerrecht.

D

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt na «vavo-studenten en studenten» ingevoegd «overeenkomstig het leerrecht».

2. Aan het derde lid wordt een zin toegevoegd luidende: Tevens ondersteunt het samenwerkingsverband kinderen die op grond van artikel 14, onderdeel a, van de Leerwet BES zijn vrijgesteld van de verplichting onderwijs te volgen in het verwezenlijken van mogelijkheden om zich overeenkomstig het leerrecht, te ontwikkelen.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. Het samenwerkingsverband respecteert het leerrecht.

E

Na artikel 48 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 49. Hoorrecht

  • 1. Het bevoegd gezag stelt de leerling die daartoe in staat is in de gelegenheid om vrijelijk een standpunt kenbaar te maken voorafgaan aan de volgende beslissingen:

    • a. toelating, inschrijving of plaatsing;

    • b. schorsing en verwijdering;

  • 2. Aan het standpunt van de leerling kent het bevoegd gezag bij zijn besluitvorming een passend gewicht toe.

F

In artikel 99 wordt, onder vernummering van het vijfde tot en met zevende lid, tot zesde tot en met achtste lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 5. Het bevoegd gezag kan de bekostiging aanwenden om zorgkosten te vergoeden die gemaakt worden om de ononderbroken onderwijsloopbaan, bedoeld in artikel 26, derde lid, door te kunnen maken.

G

In artikel 140, zesde lid, wordt «Leerplichtwet BES» vervangen door «Leerwet BES».

ARTIKEL V. WIJZIGING VAN DE WET OP DE EXPERTISECENTRA

De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd:

A

In de volgende artikelen wordt «Leerplichtwet 1969» telkens vervangen door «Leerwet»:

  • a. 14d, eerste lid,

  • b. 14g, eerste lid,

  • c. 40, vijfde lid en achttiende lid,

  • d. 47a, eerste lid, onderdeel a,

  • e. 147, eerste lid,

  • f. 161, vijfde lid,

  • g. 162, onderdeel a,

  • h. 172, zesde lid.

B

Aan artikel 11, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Het bevoegd gezag respecteert het leerrecht, bedoeld in artikel 1e van de Leerwet.

C

Na artikel 47b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 47c. Hoorrecht

  • 1. Het bevoegd gezag stelt de leerling die daartoe in staat is in de gelegenheid om vrijelijk een standpunt kenbaar te maken voorafgaan aan de volgende beslissingen:

    • a. toelating, inschrijving of plaatsing;

    • b. schorsing en verwijdering;

  • 2. Aan het standpunt van de leerling kent het bevoegd gezag bij zijn besluitvorming een passend gewicht toe.

ARTIKEL VI. WIJZIGING VAN DE WET VOORTGEZET ONDERWIJS 2020

De Wet voortgezet onderwijs 2020 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In alfabetische volgorde wordt een begripsomschrijving ingevoegd, luidende:

leerrecht:

leerrecht, bedoeld in artikel 1e van de Leerwet.»

2. De begripsomschrijvingen van «LPW» en «LPW BES» vervallen.

B

In de volgende artikelen wordt «LPW» telkens vervangen door «Leerwet»:

  • a. 1.3, tweede, derde en vijfde lid;

  • b. 3.27, eerste lid;

  • c. 8.17, derde lid;

  • d. 8.18, onderdeel a;

  • e. 8.19, eerste lid, onderdeel a;

  • f. 8.22, eerste lid;

  • g. 9.1, eerste lid, onderdeel b.

C

In de volgende artikelen wordt «LPW BES» telkens vervangen door «Leerwet BES»:

  • a. 1.3, tweede, derde en vijfde lid;

  • b. 3.27, eerste lid;

  • c. 8.17, derde lid;

  • d. 8.18, onderdeel a;

  • e. 9.1, eerste lid, onderdeel b.

D

Na artikel 1.5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1.6. Positie leerling

  • 1. Een leerling heeft dezelfde rechten als op grond van deze wet aan de ouders van die leerling toekomen. Aan het standpunt van de leerling kent het bevoegd gezag bij zijn besluitvorming een passend gewicht toe.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid stelt het bevoegd gezag de leerling die daartoe in staat is voorafgaand aan de beslissing in ieder geval in de gelegenheid om vrijelijk een standpunt kenbaar te maken over de volgende beslissingen:

    • a. toelating, inschrijving of plaatsing;

    • b. schorsing en verwijdering;

    • c. het ontwikkelingsperspectief.

  • 3. Aan het standpunt van de leerling kent het bevoegd gezag bij zijn besluitvorming een passend gewicht toe.

E

Aan artikel 2.30, vijfde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Daarbij neemt het samenwerkingsverband het leerrecht in acht.

F

Artikel 2.41, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef komt de tweede zin als volgt te luiden: Indien dit voor de inrichting van een passend onderwijsaanbod nodig is, maakt het bevoegd gezag afspraken met:

2. De onderdelen c en d komen als volgt te luiden:

  • c. een aanbieder als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • d. een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg;

3. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma worden aan de opsomming de volgende onderdelen toegevoegd:

  • f. een jeugdhulpaanbieder als bedoeld in de Jeugdwet;

  • g. een school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, van de Leerwet; of

  • h. een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.

G

Aan artikel 2.43, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Daarbij neemt het samenwerkingsverband het leerrecht in acht.

H

Artikel 2.44 komt als volgt te luiden:

Artikel 2.44. Passend onderwijsaanbod

  • 1. Het bevoegd gezag draagt, met inachtneming van het leerrecht zorg voor een passend onderwijsaanbod voor de leerling die:

    • a. praktijkonderwijs volgt; of

    • b. extra ondersteuning nodig heeft, voor zover het gaat om een leerling die vwo, havo, mavo of vbo volgt, met uitzondering van leerlingen die uitsluitend extra ondersteuning in de vorm van leerwegondersteunend onderwijs ontvangen.

  • 2. Het bevoegd gezag wijkt, als dat dienstbaar is aan de verwezenlijking van het leerrecht bij de vormgeving van een passend onderwijsaanbod af van de volgende voorschriften:

    • a. de voorschriften over de inrichting van het onderwijs, bedoeld hoofdstuk 2, paragraaf 2;

    • b. de onderwijstijd en onderwijsdagen, bedoeld in artikel 2.38

  • 3. Het bevoegd gezag stelt voor de leerling, bedoeld in het eerste lid, een ontwikkelingsperspectief vast. Het ontwikkelingsperspectief bevat in elk geval een beschrijving van:

    • a. de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 2.41, eerste lid;

    • b. de wijze waarop het passende onderwijsaanbod, bedoeld in het tweede lid, wordt vormgegeven;

    • c. de mogelijkheid om in de toekomst een volledig onderwijsprogramma te volgen en de wijze waarop naar het volgen van een volledig onderwijsprogramma zal worden toegewerkt.

  • 4. Het bevoegd gezag voert over het ontwikkelingsperspectief op overeenstemming gericht overleg met de ouders. Het deel van het ontwikkelingsperspectief dat gaat over de individuele begeleiding, bedoeld in artikel 2.41, eerste lid, wordt vastgesteld nadat hierover overeenstemming bereikt is tussen het bevoegd gezag en de ouders.

  • 5. Indien de ouders een advies hebben gevraagd aan de jeugdarts bedoeld in artikel 21c van de Leerwet, wordt het ontwikkelingsperspectief vastgesteld met inachtneming van het advies.

  • 6. Het ontwikkelingsperspectief wordt zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen zes weken na de inschrijving van de leerling vastgesteld. Indien het betreft een inschrijving op grond van artikel 8.13 wordt het ontwikkelingsperspectief uiterlijk binnen zes weken na de definitieve plaatsing van de leerling vastgesteld.

  • 7. Het ontwikkelingsperspectief wordt ten minste één keer per schooljaar met de ouders geëvalueerd.

  • 8. Het bevoegd gezag stelt het ontwikkelingsperspectief bij als daartoe aanleiding bestaat. Het vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 9. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften over de inhoud van het ontwikkelingsperspectief worden vastgesteld.

I

Artikel 2.47 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid komt de tweede zin als volgt te luiden: Het samenwerkingsverband respecteert het leerrecht.

2. Na het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2a. Het samenwerkingsverband verzekert dat:

    • a. leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken;

    • b. leerlingen die extra ondersteuning behoeven een passend onderwijsaanbod krijgen aangeboden; en

    • c. alle kinderen, waaronder begrepen de kinderen die op grond van artikel 5, onderdeel a, van de Leerwet zijn vrijgesteld van de verplichting onderwijs te volgen, de mogelijkheid hebben om zich overeenkomstig het leerrecht te ontwikkelen.

3. Het negende lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. de wijze waarop wordt voorzien in een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen dat recht doet aan het leerecht waaronder begrepen de basisondersteuningsvoorzieningen die op alle vestigingen van de scholen in het samenwerkingsverband aanwezig zijn;

4. In het negende lid wordt onder verlettering van de onderdelen b tot en met g, tot c tot en met h, een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • b. de wijze waarop wordt voldaan aan lid 2a;

J

Na artikel 2.49 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.49a. Steunpunt leerrecht

  • 1. Onze Minister draagt zorg voor de beschikbaarheid van een onafhankelijk steunpunt leerrecht dat tot taak heeft:

    • a. informatie te verstrekken over het leerrecht en over leren met een ondersteuningsbehoefte;

    • b. kinderen, ouders, het bevoegd gezag en het samenwerkingsverband te adviseren en te begeleiden bij de totstandkoming van een passend onderwijsaanbod voor een leerling met een complexe ondersteuningsbehoefte;

  • 2. Onze Minister verstrekt subsidie aan het steunpunt.

K

Aan artikel 2.87 wordt een zin toegevoegd, luidende: Het bevoegd gezag respecteert het leerrecht.

L

Aan artikel 5.4 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Het bevoegd gezag kan de bekostiging aanwenden om uitvoering te geven aan de afspraken, bedoeld in artikel 2.41, eerste lid.

M

Aan afdeling 3 wordt na artikel 5.21 een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 5.21a. Besteding bekostiging

Het samenwerkingsverband kan de bekostiging die Onze Minister op grond van deze afdeling aan het samenwerkingsverband verstrekt aanwenden om uitvoering te geven aan de verplichting, bedoeld in artikel 2.47, lid 2a.

N

In artikel 8.8 komen, onder vernummering van het tweede tot en met zevende lid, tot het vierde tot en met het negende lid, het eerste tot en met derde lid als volgt te luiden:

  • 1. De ouders melden een kind schriftelijk aan bij het bevoegd gezag voor toelating en inschrijving op een school. Bij de aanmelding wordt aangegeven op welke andere scholen het kind ook is aangemeld.

  • 2. Het bevoegd gezag laat een leerling die op een school is aangemeld tot die school toe en schrijft de leerling in, tenzij:

    • a. geen plaatsruimte beschikbaar is;

    • b. het bevoegd gezag de ouders bij de aanmelding verzoekt te verklaren dat zij de grondslag van het onderwijs op de school zullen respecteren dan wel te verklaren dat zij de grondslag van het onderwijs op de school zullen onderschrijven, en de ouders dit weigeren te verklaren;

    • c. niet wordt voldaan aan andere gerechtvaardigde inrichtingseisen; of

    • d. de ouders verzoeken niet tot inschrijving over te gaan.

  • 3. Indien een leerling op meerdere scholen is toegelaten, wordt hij alleen ingeschreven op de school waar hij het eerst was aangemeld. De eerste zin is niet van toepassing als de ouders verzoeken de leerling op een van de andere scholen in te schrijven. Zij worden daartoe door het bevoegd gezag van de school van eerste aanmelding in de gelegenheid gesteld.

O

Artikel 8.9 komt als volgt te luiden:

Artikel 8.9 Toelating leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte

  • 1. Toelating en inschrijving worden niet geweigerd op basis van een behoefte aan extra ondersteuning.

  • 2. Na toelating en inschrijving:

    • a. beoordeelt het bevoegd gezag of een kind extra ondersteuning behoeft. Onder extra ondersteuning wordt niet verstaan ondersteuning ter bevordering van de beheersing van de Nederlandse taal met het oog op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden;

    • b. kan het bevoegd gezag de ouders verzoeken gegevens te over leggen betreffende stoornissen of handicaps van het kind of beperkingen in de onderwijsparticipatie om de behoefte aan extra ondersteuning vast te kunnen stellen.

P

Artikel 8.15 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Een definitieve verwijdering van een leerling op wie de Leerwet of de Leerwet BES van toepassing is, vindt niet eerder plaats dan nadat:

    • a. de betrokken leraar en ouders zijn gehoord;

    • b. een gemotiveerd voornemen van de beslissing tot verwijdering aan de leerambtenaar en de inspectie is gezonden;

    • c. over het voornemen tot verwijdering overleg is gevoerd met de leerambtenaar en met de inspectie;

    • d. een andere school bereid is de leerling toe te laten. Onder andere school kan ook worden verstaan een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Leerwet of een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Leerwet BES.

2. Het derde en vierde lid vervallen onder vernummering van het vijfde tot en met achtste lid tot het derde tot en met zesde lid.

Q

Artikel 12.34, tweede lid, onderdeel a, komt als volgt te luiden:

  • a. artikel 2.44, derde, vierde en achtste lid; en

ARTIKEL VII. WIJZIGING VAN DE WET REGISTER ONDERWIJSDEELNEMERS

A

In artikel 1 vervalt de begripsomschrijving van LPW.

B

In de volgende artikelen wordt «LPW» telkens vervangen door «Leerwet»:

  • a. artikel 1 in de begripsomschrijving van «hoofd», de begripsomschrijving van «onderwijsdeelnemer», de begripsomschrijving van «vervangende leerplicht», de begripsomschrijving van «verzuim», de begripsomschrijving van «vrijstelling»;

  • b. artikel 5, derde lid, onderdeel c;

  • c. artikel 16, vierde lid;

  • d. artikel 21, tweede lid.

ARTIKEL VIII. WIJZIGING VAN DE WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS

In de volgende artikelen van de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt «Leerplichtwet 1969» telkens vervangen door «Leerwet»:

  • a. artikel 2.5.5.a, vijfde lid,

  • b. artikel 2.5.5e, onderdeel a,

  • c. artikel 8.1.1, derde lid,

  • d. artikel 8.1.1b, eerste lid,

  • e. artikel 8.1.1c, derde lid, onderdelen a en c, en vierde lid, onderdeel c,

  • f. artikel 8.1.3, vijfde lid,

  • g. artikel 8.1.7a, derde lid,

  • h. artikel 8.1.8, eerste lid, onderdeel a,

  • i. artikel 8.3.2, eerste lid,

  • j. artikel 8.5a.14,

  • k. artikel 11a.1, zesde lid, onderdeel a.

ARTIKEL IX. WIJZIGING VAN DE WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS BES

In de volgende artikelen van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES wordt «Leerplichtwet BES» telkens vervangen door «Leerwet BES»:

  • a. artikel 2.3.4, vijfde lid,

  • b. artikel 8.1.1, zesde lid,

  • c. artikel 8.1.5, vijfde lid,

  • d. artikel 8.1.8, eerste lid, onderdeel a,

  • e. artikel 10a.1, zesde lid, onderdeel a.

ARTIKEL X. WIJZIGING VAN DE WET OP HET ONDERWIJSTOEZICHT

De Wet op het onderwijstoezicht wordt als volgt gewijzigd:

A

In de volgende artikelen wordt «Leerplichtwet 1969» telkens vervangen door «Leerwet»:

  • a. artikel 1, onderdeel d, subonderdeel 1, en onderdeel k,

  • b. artikel 3, tweede lid, onderdeel e,

  • c. artikel 11b, zevende lid,

  • d. artikel 15c, eerste lid, onderdeel b,

  • e. artikel 34, onderdeel a.

B

In de volgende artikelen wordt «Leerplichtwet BES» telkens vervangen door «Leerwet BES»

  • a. artikel 1, onderdeel d, subonderdeel 2 en onderdeel k,

  • b. artikel 3, tweede lid, onderdeel e,

  • c. artikel 11b, zevende lid.

ARTIKEL XI. WIJZIGING VAN OVERIGE WETTEN

A

In de volgende artikelen wordt «Leerplichtwet 1969» telkens vervangen door «Leerwet»:

  • a. artikel 7, tweede lid, onderdeel a, onderdeel b en onderdeel c en het zesde lid, onderdeel b, van de Algemene kinderbijslagwet;

  • b. artikel 26 tweede lid, onderdeel a, onderdeel b, onderdeel c en onderdeel d, van de Algemene nabestaandenwet;

  • c. artikel VI, tweede lid, onderdeel l, van de Derde tranche Algemene wet bestuursrecht;

  • d. artikel 6.2.3 van de Jeugdwet;

  • e. artikel 10f, onderdeel a, van de Participatiewet;

  • f. artikel 4, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet inburgering 2021;

  • g. artikel III van de Wet registratie vrijstellingen en vervangende leerplicht.

B

In de bijlage bedoeld bij artikel 2, eerste lid van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, onder de titel «Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap» en «Regelingen A» wordt «Leerplichtwet BES» telkens vervangen door «Leerwet BES».

ARTIKEL XII. EVALUATIEBEPALING

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL XIII. INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking op 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarin deze wet in het Staatsblad is geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Naar boven