36 244 Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van regels ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen

E VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 19 juni 2023

De leden van de voorgaande vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben in hun commissievergadering van 11 april 2023 beraadslaagd over het door de Europese Commissie voorgestelde voorstel voor een verordening met regels ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen1 en het BNC-fiche van de regering.2 De leden van de fracties van GroenLinks en de PvdA gezamenlijk hebben kennisgenomen van de uitgebreide antwoorden van de regering op de vragen van de vaste commissie in de brief van 9 november 2022.3 De leden hebben naar aanleiding hiervan nog een aantal vervolgvragen. De leden van de fractie van de SP sluiten zich bij deze vragen aan.

Naar aanleiding hiervan is op 12 mei 2023 een brief gestuurd aan de Minister van Justitie en Veiligheid.

De Minister van Justitie en Veiligheid heeft op 15 juni 2023 gereageerd.

De huidige vaste commissie voor Justitie en Veiligheid4 brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, Van Dooren

BRIEF VAN DE VOORMALIGE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Minister van Justitie en Veiligheid

Den Haag, 12 mei 2023

De leden van vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben in hun commissievergadering van 11 april 2023 beraadslaagd over het door de Europese Commissie voorgestelde voorstel voor een verordening met regels ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen5 en het BNC-fiche van de regering.6 De leden van de fracties van GroenLinks en de PvdA gezamenlijk hebben met interesse kennisgenomen van de uitgebreide antwoorden van de regering op de vragen van de vaste commissie in de brief van 9 november 2022.7 De leden hebben naar aanleiding hiervan nog enkele vervolgvragen. De leden van de fractie van de SP sluiten zich bij deze vragen aan.

Vragen van de leden van de fracties van GroenLinks en de PvdA gezamenlijk

Volgens de European Data Protection Board (EDPB) en de European Data Protection Supervisor (EDPS) zijn de verplichtingen voor aanbieders, zoals het spoedig uitvoeren van een detectiebevel, moeilijk te bewerkstelligen wanneer er gebruikt wordt gemaakt van «eind-tot-eindversleuteling».8 Hierdoor zullen aanbieders eerder geneigd zijn om een ander beveiligingsmiddel te gebruiken. Daarbij staat het onderscheppen en analyseren van communicatie haaks op het doel van eind-tot-eindversleuteling; de garantie dat de informatie vertrouwelijk blijft tussen zender en ontvanger. Is de regering het met de EDPB en EDPS eens dat de verordening een onbedoeld negatief effect kan hebben op het algemeen gebruik van eind-tot-eindversleuteling door communicatiediensten?

Voor het detecteren van kinderlokkerij in de vorm van tekstberichten wordt normaliter gebruik gemaakt van patroondetectie.9 Deze patroondetectie is, bij gebruik van de beste technieken, voor 88% nauwkeurig, wat betekent dat gemiddeld 12 van de 100 gesignaleerde gesprekken na beter onderzoek onterecht lijkt te zijn. Gezien de hoeveelheid gesprekken die dagelijks wordt gevoerd, zal de hoeveelheid meldingen per aanbieder – ondanks het filteren door de aanbieders en het EU Centrum – naar verwachting flink oplopen. Dit terwijl opsporingsinstanties niet meer capaciteit krijgen om al deze zaken te behandelen. Is de regering van mening dat het verhogen van het aantal meldingen een positief effect heeft op de opsporingsactiviteiten? Waarom wel of niet? Kan de regering hierin expliciet ingaan op mogelijke capaciteitsproblemen?

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid zien uw reactie – bij voorkeur binnen vier weken – met belangstelling tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, M.M. de Boer

BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juni 2023

In uw brief d.d. 12 mei (kenmerk 172205.02U) bericht u over de beraadslaging van uw Commissie over het voorstel van de Europese Commissie voor een Verordening tot vaststelling van regels ter voorkoming en bestrijding van seksueel kindermisbruik. U geeft aan dat de leden van de fracties van GroenLinks en de PvdA gezamenlijk met interesse kennisgenomen hebben van de antwoorden van de regering op de vragen van de vaste commissie in de brief van 9 november 202210. De leden hebben naar aanleiding hiervan nog enkele vervolgvragen. De leden van de fractie van de SP sluiten zich bij deze vragen aan. Deze vragen beantwoord ik hieronder. Nu het gaat om lopende onderhandelingen, kan ik niet in detail treden over hoe die onderhandelingen verlopen of wat andere landen van het voorstel vinden. Wel kan ik aangeven dat Nederland samen met lidstaten met een gelijkluidende opvatting blijft zoeken naar oplossingen die recht doen aan de wens om op een proportionele en effectieve manier online seksueel kindermisbruik aan te pakken.

Vragen van GroenLinks, PvdA en SP

Volgens de European Data Protection Board (EDPB) en de European Data Protection Supervisor (EDPS) zijn de verplichtingen voor aanbieders, zoals het spoedig uitvoeren van een detectiebevel, moeilijk te bewerkstelligen wanneer er gebruikt wordt gemaakt van «eind-tot-eindversleuteling».11 Hierdoor zullen aanbieders eerder geneigd zijn om een ander beveiligingsmiddel te gebruiken. Daarbij staat het onderscheppen en analyseren van communicatie haaks op het doel van eind-tot-eind-versleuteling; de garantie dat de informatie vertrouwelijk blijft tussen zender en ontvanger. Is de regering het met de EDPB en EDPS eens dat de verordening een onbedoeld negatief effect kan hebben op het algemeen gebruik van eind-tot-eindversleuteling door communicatiediensten?

Antwoord

Tijdens de onderhandelingen in Brussel over de Verordening ter bestrijding en voorkoming van seksueel kindermisbruik heeft Nederland zich sterk uitgesproken dat het gebruik van end-to-end versleuteling niet onmogelijk mag worden gemaakt. Het belang van sterke versleuteling staat voor Nederland niet ter discussie. Voor wat betreft het scannen van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik bestaan er technische mogelijkheden om dit te onderkennen op een apparaat zonder de genoemde end-to-end versleuteling aan te tasten. Opgemerkt dient te worden dat dit raakt aan de motie Van Ginneken12 waarover de Tweede Kamer binnenkort nader geïnformeerd zal worden. Ik vind het daarom voorbarig om te stellen dat, zoals wordt gesteld door de European Data Protection Board en European Data Protection Supervisor, als gevolg van deze Verordening technologiebedrijven geneigd zullen zijn hun encryptie te verzwakken. Ik merk hierbij op dat de Board en Supervisor zich in hun advies uiteraard hebben gericht op de gehele Verordening – óók op onderdelen waartegen Nederland zich heeft uitgesproken. Hieronder valt bijvoorbeeld ook het onderkennen van grooming op versleutelde communicatiediensten. In die context plaats ik de zorgen van het European Data Protection Board en de European Data Protection Supervisor. Zoals reeds in juni vorig jaar bekend werd gemaakt door de regering, wil Nederland echter niet dat de detectie van grooming onder de reikwijdte van deze Verordening komt te vallen en spreekt zich in de onderhandelingen uit tegen het opnemen van deze mogelijkheid.

Voor het detecteren van kinderlokkerij in de vorm van tekstberichten wordt normaliter gebruik gemaakt van patroondetectie. Deze patroondetectie is, bij gebruik van de beste technieken, voor 88% nauwkeurig, wat betekent dat gemiddeld 12 van de 100 gesignaleerde gesprekken na beter onderzoek onterecht lijkt te zijn. Gezien de hoeveelheid gesprekken die dagelijks wordt gevoerd, zal de hoeveelheid meldingen per aanbieder – ondanks het filteren door de aanbieders en het EU Centrum – naar verwachting flink oplopen. Dit terwijl opsporingsinstanties niet meer capaciteit krijgen om al deze zaken te behandelen. Is de regering van mening dat het verhogen van het aantal meldingen een positief effect heeft op de opsporingsactiviteiten? Waarom wel of niet? Kan de regering hierin expliciet ingaan op mogelijke capaciteitsproblemen?

Antwoord

De opsporing van grooming (kinderlokkerij) is complex nu het gaat om tekst waarbij de inhoud en de interpretatie contextafhankelijk is. In Nederland is het opsporen van grooming exclusief belegd bij opsporingsinstanties, omdat zij over de juiste expertise en bevoegdheden beschikken. Nederland wil dit zo houden en draagt dit in de onderhandelingen ook actief uit. Nederland stelt zich in Brussel primair op het standpunt dat grooming buiten de werking van de Verordening moet worden gehouden. Detectie van grooming met behulp van de bestaande technologieën leidt tot een hoog aantal valspositieven.

Indien grooming als zodanig in het voorstel blijft geldt dat we ervoor moeten waken dat opsporingsinstanties te maken krijgen met de toestroom van een hoog aantal valspositieven meldingen, als gevolg waarvan mensen ten onrechte worden beschuldigd van grooming. Hier zal daarom een belangrijke taak voor het EU Centrum komen te liggen, dat een rol heeft in de beoordeling van de meldingen. Het EU centrum moet ervoor zorgen dat de informatie die de opsporingsinstanties ontvangen relevant, volledig en zo gemakkelijk mogelijk toegankelijk en raadpleegbaar is. Op deze manier fungeert het EU Centrum als een eerste filter voordat meldingen worden doorgezet naar nationale autoriteiten en moet het centrum bijdragen aan kwalitatief goede meldingen. Wat betreft de mogelijke capaciteitsproblemen geldt dat wanneer de Verordening meer definitief vorm krijgt en indien deze wordt aangenomen, Nederland zoals te doen gebruikelijk een uitvoerings- en handhavingsanalyse zal maken, waarbij alle relevante uitvoeringsorganisaties worden betrokken. In deze fase van de onderhandelingen is het evenwel prematuur om daarop vooruit te lopen.

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius


X Noot
1

COM(2022) 209.

X Noot
2

Kamerstukken II 2021/22, 22 112, nr. 3455.

X Noot
3

Kamerstukken I 2022/23, 36 244, B.

X Noot
4

Samenstelling:

Croll (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Heijnen (BBB), Griffioen (BBB), Veldhoen (GL+PvdA), Recourt (GL+PvdA), Kluit (GL+PvdA), Ramsodit (GL+PvdA), Martens (GL+PvdA), Vogels (VVD), Van den Berg (VVD), Meijer (VVD), Doornhof (CDA), Van Toorenburg (CDA), Dittrich (D66), Belhirch (D66), Bezaan (PVV), Nicolaï (PvdD), Van Bijsterveld (Ja21), Janssen (SP), Talsma (CU), Van den Oetelaar (FVD), Van Dijk (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL).

X Noot
5

COM(2022) 209.

X Noot
6

Kamerstukken II 2021/22, 22 112, nr. 3455.

X Noot
7

Kamerstukken I 2022/23, 36 244, B.

X Noot
8

EDPB-EDPS, Joint Opinion 4/2022; on the Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council laying down rules to prevent and combat child sexual abuse, 28 July 2022,

https://edps.europa.eu/system/files/2022–07/22-07-28_edpb-edps-joint-opinion-csam_en.pdf, p. 26–28.

X Noot
9

EDPB-EDPS, Joint Opinion 4/2022; on the Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council laying down rules to prevent and combat child sexual abuse, 28 July 2022, https://edps.europa.eu/system/files/2022–07/22-07-28_edpb-edps-joint-opinion-csam_en.pdf, overweging 86.

X Noot
10

Kamerstukken I 2022/23, 36 244, B.

X Noot
11

EDPB-EDPS, Joint Opinion 4/2022; on the Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council laying down rules to prevent and combat child sexual abuse, 28 July 2022, https://edps.europa.eu/system/files/2022–07/22-07-28_edpb-edps-joint-opinion-csam_en.pdf, p. 26–28.

X Noot
12

Kamerstukken 2022/23, 26 643, nr. 1011 (motie van het Kamerlid Van Ginneken c.s.).

Naar boven