36 175 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2022 (Vierde incidentele suppletoire begroting inzake opvang ontheemden Oekraïne, coalitieakkoordmiddelen en veiligheidsgelden)

Nr. 4 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 17 oktober 2022

De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 26 september 2022 voorgelegd aan de Minister van Justitie en Veiligheid. Bij brief van 13 oktober 2022 zijn ze door de Minister van Justitie en Veiligheid beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Van Meenen

De adjunct-griffier van de commissie, Nouse

1

Kunt u aangeven of en zo ja welke knelpunten er zijn bij het uitvoeren van de motie Wassenberg en Knops over het voorkomen van het scheiden van Oekraïense vluchtelingen van hun huisdieren (Kamerstuk 29 517, nr. 219)?

Het uitgangspunt is het plaatsen van ontheemden samen met hun huisdieren in de opvang. Echter, gezien de hoge bezettingsgraad die de laatste tijd fluctueert rond de 95% is het momenteel zeer moeilijk om ontheemden altijd samen met hun huisdieren op de beschikbare opvanglocaties te plaatsen. Daarbij zijn om hygiënische en veiligheidsredenen niet alle locaties geschikt om dieren te plaatsen. De opvang van ontheemden met huisdieren legt grote druk op de crisisnoodopvang. Door het gebrek aan doorstroommogelijkheden, verblijven ontheemden met hun huisdieren momenteel gemiddeld 2 à 3 weken in deze eerste opvang. Dit is om verschillende redenen problematisch. Blaffende honden verstoren de nachtrust en de kans op bijtincidenten door de al dan niet gevaccineerde dieren is reëel.

2

Kunt u aangeven op welke wijze u de knelpunten rondom de uitvoering van de motie Wassenberg en Knops over het voorkomen van het scheiden van Oekraïense vluchtelingen van hun huisdieren wilt oplossen (Kamerstuk 29 517, nr. 219)?

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het realiseren van opvang voor Oekraïense ontheemden inclusief de opvang voor ontheemden met specifieke behoeftes waaronder ook huisdieren vallen. De veiligheidsregio’s hebben onderling afgesproken om in iedere veiligheidsregio de mogelijkheid te creëren om ontheemden met hun huisdier(en) op te vangen. Hierdoor ontstaat er een betere spreiding. Momenteel is er krapte ten aanzien van de opvanglocaties die voldoen aan specifieke behoeften zoals huisdieren.

3

Hoeveel budget heeft u uitgegeven aan het meldpunt Hulp voor dieren uit Oekraïne?

Zie voor het antwoord vraag 4.

4

Kunt u aangeven wat het meldpunt Hulp voor dieren uit Oekraïne in 2022 heeft gekost en wie dit heeft gefinancierd?

We zijn de dierenwelzijnsorganisaties zeer erkentelijk voor de inspanningen die zij zich hebben getroost vanaf de eerste ontheemden die zich met hun huisdieren melden tot nu toe. Dit heeft veel goed gedaan voor het welzijn van zowel de ontheemden als hun dieren. Het meldpunt heeft in de periode van maart tot en met september € 499.316 gekost. Hiervan is € 253.146 euro uitgegeven aan dierenartskosten (chippen, vaccinaties e.d.). De gezamenlijke dierenwelzijnsorganisaties hebben dit vanuit eigen middelen gefinancierd.

5

Hoe wordt in de (toekomstige) financiële regelingen voor de opvang van Oekraïners rekening gehouden met kosten voor de huisdieren van Oekraïense vluchtelingen en de ondersteuning van de opvang van huisdieren via dierenhulporganisaties?

Het Rijk vergoedt de kosten die gemeenten maken voor de opvang van Oekraïense ontheemden op basis van de SPUK. Ook kosten voor het geschikt maken en houden van locaties voor de opvang van huisdieren kunnen hieronder vallen. We beraden ons op een eventuele financiële bijdrage aan de dierenwelzijnsorganisaties, die zich met dit vraagstuk bezighouden.

6

Kunt u aangeven wat de stand van zaken is rondom de aangenomen motie Wassenberg om dieren en dierenhulpverleners een vaste plaats te geven in crisisdraaiboeken (Kamerstuk 29 517, nr. 218)?

Vanuit mijn ministerie wordt met onder meer vertegenwoordigers vanuit organisaties van dierenhulpverleners en veiligheidsregio’s gekeken naar mogelijkheden om aandacht voor dieren en dierenhulpverleners een meer structurele plek te geven in de voorbereiding en de aanpak van rampen en crises. Hierbij kan mogelijk gebruik gemaakt worden van bestaande en lopende landelijke initiatieven van samenwerkende dierenhulporganisaties onderling en met bepaalde veiligheidsregio’s. Ik zal uw Kamer op de hoogte houden van de ontwikkelingen op dit terrein.

7

Hoe wordt in (toekomstige) financiële regelingen voor crisisbeheer rekening gehouden met de kosten voor de hulp aan dieren bij een uitbraak van een crisis en/of ramp?

Afhankelijk van de ontwikkelingen rond de wijze waarop dieren en dierenhulpverleners een meer structurele plek kunnen krijgen in relatie tot rampen en crisisbeheersing, zal ook gekeken worden naar de reikwijdte van financiële regelingen op het gebied van crisisbeheer en dierenwelzijn.

8

Hoe ziet concreet de uitbreiding van territoriale rechtsmacht eruit?

Het desbetreffende wetsvoorstel voorziet onder andere in een uitbreiding van de extraterritoriale rechtsmacht over mensensmokkel, zodat Nederland rechtsmacht zal hebben over een ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan mensensmokkel. Doel is het vergroten van de mogelijkheden om niet-Nederlandse daders van internationale georganiseerde mensensmokkel in Nederland strafrechtelijk te vervolgen. Daarmee kan internationale georganiseerde mensensmokkel effectiever worden aangepakt. Hiertoe zal onder andere de (analyse-, opsporing- en INTELL-) capaciteit van de uitvoeringsorganisaties worden uitgebreid en worden de nodige financiële middelen t.b.v. IV/ICT- investeringen voor informatieverwerking en analyses beschikbaar gesteld.

9

Wordt in de verhoging van de strafmaat voor mensensmokkel een expliciete uitzondering voor humanitaire hulpverlening meegenomen?

In het wetsvoorstel dat mede strekt tot verhoging van de strafmaat voor mensensmokkel wordt geen expliciete uitzondering voor humanitaire hulpverlening meegenomen. Nederland heeft bij de implementatie van de richtlijn 2002/90/EG op verzoek van de Tweede Kamer de humanitaire uitzonderingsclausule niet overgenomen in de in artikel 197a, WvSr omschreven strafbaarstelling van mensensmokkel. Dit laat onverlet dat in Nederland handelen op humanitaire gronden kan worden meegewogen in een strafrechtelijk onderzoek en op grond van een algemene strafuitsluitingsgrond – zoals overmacht – in de weg kan staan aan de strafbaarheid van mensensmokkel. Indien in een strafrechtelijk onderzoek aan het licht komt dat de betrokkene heeft gehandeld op humanitaire gronden, kan het Openbaar Ministerie dus al besluiten om niet over te gaan tot strafvervolging. In dit verband is een expliciete uitzonderingsclausule dus ook niet noodzakelijk.

10

Welke waarborgen worden ingebouwd in systematische grenscontroles om ervoor te zorgen dat er niet etnisch wordt geprofileerd?

In het kader van systematische grenscontroles van personen aan de buitengrens wordt op basis van Europese regelgeving (Schengengrenscode) een ieder (EU-burgers en derdelanders) gecontroleerd of zij een gevaar vormen voor de openbare orde, nationale veiligheid en volksgezondheid, door middel van raadpleging in de (inter)nationale databases. Van etnisch profileren is geen sprake. De KMar gebruikt etniciteit als element alleen in het kader van de Mobiel Toezicht Veiligheids (MTV) controles. MTV controles zijn geen systematische grenscontroles. Uitgangspunt hierbij is dat etniciteit alleen als element wordt gebruikt bij MTV-selectie beslissingen als dat noodzakelijk is en dat gebruik is terug te voeren op objectieve informatie over bepaalde migratiefenomenen en uitsluitend in combinatie met andere indicatoren die duiden op afwijkingen van de norm en – in het verlengde daarvan – op illegale migratie.

11

Kunt u de reeks diversen nader specificeren en daarbij de bedragen aangeven voor de van aanpak van discriminatie, zedenwetgeving, forensisch medisch onderzoek, bloedafname, technische beveiliging locaties en zedenteams?

(euro’s in mln.)

2023

2024

2025

2026

2027

Aanpak discriminatie/LHBTI-geweld

2

2

2

2

2

Zeden wetgeving

2

2

3

3

3

Zeden teams

0

1

2

4

4

Bloedafnamen

2,7

2,7

2,7

2,7

2,7

Technische beveiliging politie locaties

2

2

3

3

3

12

Kunt u aangeven hoe de € 5,5 miljoen die is vrijgemaakt voor toezicht en handhaving in het buitengebied door inzet van meer groene boa’s zich verhoudt tot de extra middelen voor groene boa’s vanuit de motie-Hermans (Kamerstuk 35 925, nr. 13?

De extra middelen van de motie Hermans zijn in eerste instantie verantwoord op artikel 92: nog onverdeeld. Op basis van uitgewerkte bestedingsplannen zijn de middelen bij onderhavige incidentele suppletoire begroting overgeboekt van artikel 92 naar het betreffende beleidsartikelen. De € 5,5 mln maakt dus onderdeel uit van de extra middelen motie Hermans.

13

Klopt het dat de middelen vanuit het coalitieakkoord à € 200 miljoen voor het Openbaar Ministerie (OM) en de rechtspraak niet volledig worden ingezet op deze begroting? Zo ja, waarom niet en wanneer worden deze gelden dan wél ingeboekt? Zo nee, kan uiteengezet worden hoe deze € 200 miljoen precies is verdeeld over OM en rechtspraak?

De middelen uit het Coalitieakkoord a € 200 mln. worden volledig ingezet voor de «versterking justitiële keten», met name voor wat betreft de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie. Het gaat overigens om een oplopende reeks van € 50 mln. in 2022 oplopend naar € 200 mln. vanaf 2025.

In de incidentele begroting zijn de posten verdeeld over diverse artikelen. De middelen bij artikel 32 onder ‘overige opdrachten’ zijn daar gealloceerd in afwachting van een definitief Prijsakkoord met de Rechtspraak. Inmiddels is dat Prijsakkoord gesloten en zijn de middelen in de ontwerpbegroting 2023 op het artikel van de Rechtspraak geboekt. De € 200 mln. is als volgt verdeeld:

organisatie

bedrag (* € 1 mln.)

Rechtspraak

algemene versterking en kwaliteit

42,5

digitalisering en innovatie

56,5

bedrijfsvoering

10,7

diverse wet- en regelgeving

1,8

Openbaar Ministerie

Informatievoorziening

35

algemene versterking

14,4

specifieke versterking (ZSM, milieu)

6

digitaal betekenen

6

gerechtskosten

6

huisvesting

3

diverse wet- en regelgeving (prokuratuur arrest, EOM)

4,6

Overige justitiële keten

verbeteren strafrechtketen, w.o. digitalisering

7,5

Hoge Raad (IV, bijzondere taken)

2,2

NFI (bewaren en vernietigen materiaal)

0,7

slachtofferzorg

3

14

Kunt u de middelen die zijn vrijgemaakt voor preventie met gezag voor de jaren 2022 t/m 2026 uitsplitsen per organisatie?

Voor Preventie met gezag wordt geput uit twee financieringsstromen: € 82 mln. vanuit Prinsjesdag 2021 en € 61 mln. vanuit coalitieakkoord middelen. Het zijn beide oplopende reeksen.

Preventie met gezag (bedragen in mln.)

2022

2023

2024

2025

2026(*)

Prinsjesdagmiddelen

Totaal

39,4

102,6

90

82

82

Waarvan:

         

Politie

1

       

OM

3,5

       
 

Raad voor de Rechtspraak

3,5

       

Coalitieakkoordmiddelen

Totaal

17,8

37,7

59,3

61

61

De aanpak Preventie met gezag is nog volop in ontwikkeling en krijgt vorm langs drie lijnen:

  • 1. domeinoverstijgende en gebiedsgerichte preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit;

  • 2. aanvullende brede flexibele aanpak;

  • 3. versterking van de jeugdstrafrechtketen.

Uw Kamer is hierover op 1 juli jl. geïnformeerd met de brief over de Brede preventieaanpak (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit.1

Eerder dit jaar zijn 15 gemeenten geselecteerd voor een domeinoverstijgende en gebiedsgerichte aanpak (eerste tranche, pijler 1)2. Deze 15 gemeenten hebben allen een integraal plan van aanpak opgesteld in samenwerking met onder andere de justitiële partners. Dit najaar wordt op basis van deze plannen besloten over de toedeling van de middelen aan deze gemeenten voor een periode van vier jaar. Voor inzet op gezag geldt dat politie, openbaar ministerie en de Raad voor de rechtspraak direct gefinancierd worden voor hun inzet, mede op basis van de plannen. De bedragen die daarmee voor 2022 gemoeid zijn treft u in bovenstaande tabel.

Een exactere toedeling naar gemeenten en overige justitiële organisaties die onderdeel zijn van de brede preventieve aanpak van (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit kan op dit moment nog niet worden gegeven. Later dit jaar worden aanvullende gemeenten geselecteerd die in aanmerking komen voor de brede domeinoverstijgende en gebiedsgerichte aanpak.

De tweede en derde pijler van de aanpak (de flexibele aanpak voor de landelijke inzet van effectieve interventies en de versterking van de jeugdstrafrechtketen) worden op dit moment nader uitgewerkt. In dit stadium kan nog geen toedeling naar organisaties worden gemaakt.

15

Welke gemeenten hebben in 2022 middelen ontvangen voor de aanpak preventie met gezag, welke gemeenten ontvangen deze middelen in 2023 en hoe worden de effecten van deze middelen gemonitord?

In vervolg op hetgeen bij vraag 14 is beschreven, ontvangen de eerste 15 gemeenten dit jaar nog een beschikking voor een periode van vier jaar. De aanpak Preventie met gezag wordt een lerende aanpak waar monitoring op en bijsturing ten behoeve van effecten een belangrijk onderdeel van is. De gemeentelijke plannen zijn deels input voor de ontwikkeling van een monitor. Hoe die monitor er uit komt te zien en welke indicatoren hier aan worden gekoppeld wordt de komende maanden in overleg met gemeenten, de justitiële organisaties en andere partners nader uitgewerkt.

Met het oog op de landelijke dekking van bewezen effectieve en kansrijke interventies (motie Van der Werf e.a., Kamerstuk 35 925 VI, nr. 68) hebben de gemeenten Den Haag, Arnhem, Eindhoven, Groningen, Den Bosch, Gouda, Amersfoort, Zoetermeer, het Zorg- en Veiligheidshuis West Veluwe Vallei, Capelle a/d IJssel, Haarlemmermeer en Dordrecht gevraagd om een financiële bijdrage voor de inzet van erkende interventies, voor de jaren 2022 en 2023.

16

Kunt u de raming van € 21 miljoen voor de uitvoering van het amendement van het lid Van Wijngaarden (Kamerstuk 35 349, nr. 7) voor de privacybescherming van slachtoffers nader specificeren?

De eerste inschatting van de structurele kosten van privacybescherming voor slachtoffers komt neer op € 21 mln. per jaar. Dit bedrag heeft betrekking op kosten voor de Politie en het OM. Deze organisaties zijn verantwoordelijk voor het samenstellen van het procesdossier waarin slachtoffergegevens voorkomen. Het in kaart brengen van de impact van het Amendement Van Wijngaarden op concrete werkprocessen is complex en daarmee tijdrovend. Om de impact te kunnen bepalen, wordt onder andere naar helderheid gezocht in de juridische verdeling van verantwoordelijkheid en samenwerking met de betrokken ketenpartners. Op dit moment loopt het overleg met het OM, politie en de Rechtspraak hierover nog. Op basis van de uitkomsten van dit overleg kunnen werkprocessen en financiële impact nader worden geconcretiseerd. Ik zal u in het tweede kwartaal van 2023 informeren over de uitkomsten.

17

Is het volledige bedrag van € 21 miljoen voor de uitvoering van het amendement van het lid Van Wijngaarden (Kamerstuk 35 349, nr. 7) inmiddels gedekt in de begroting van Justitie en Veiligheid?

Ja, in de ISB is aangegeven dat € 21 mln. is toegevoegd aan artikel 34.4. Deze middelen zijn afkomstig uit de enveloppe overige veiligheid van het coalitieakkoord.

18

Kunt u nader specificeren welke middelen in 2022 t/m 2026 aan de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) zijn toegekend in het kader van ondermijning voor Agressie Interventie Teams (AIT's), voor nieuwe Bureaus inlichtingen en veiligheid, voor de bescherming en veiligheid van kroongetuigen, voor het vervoer voor gedetineerden door het Bijzonder Ondersteuningsteam (BOT), voor de bewaking van gebouwen door de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid (LBB) en voor de beveiliging van medewerkers van de DJI en kunt u deze vraag ook beantwoorden naar aanleiding van de stand van de begroting van Justitie en Veiligheid 2023?

AIT staat voor Afdeling Intensief Toezicht, niet voor agressie-interventieteams. Voor de drie bestaande AIT’s is vanaf 2022 structureel € 2 mln. toegekend aan DJI3. Over uitbreiding van het aantal AIT’s vindt nog besluitvorming plaats.

Voor de Bureaus Inlichtingen en Veiligheid is vanaf 2022 structureel € 4 mln. toegekend.

Voor de bescherming van kroongetuigen is in 2022 eenmalig € 18 mln. toegekend en vanaf 2022 structureel € 2 mln. Voor het beveiligd vervoer van gedetineerden door het Bijzonder Ondersteuningsteam van de Dienst Vervoer & Ondersteuning is vanaf 2022 structureel € 7,1 mln. euro toegekend.

Voor de bewaking en beveiliging van justitiële inrichtingen door de Landelijke Bijzondere Bijstandseenheid en de beveiliging van medewerkers is vanaf 2022 structureel € 5,9 mln. toegekend. Deze middelen zijn verwerkt in de begroting 2023.

19

Hoeveel kost het inrichten van een nieuwe Afdeling intensief toezicht binnen een Penitentiaire Inrichting?

De meerkosten van een AIT voor 10 gedetineerden t.o.v. een reguliere afdeling worden geschat op ongeveer € 1,5 mln. per jaar. De daadwerkelijke kosten zullen afhankelijk zijn van de locatie die wordt gekozen en de mate van aanpassingen die daarvoor nodig zijn.

20

Op grond van welke passage (van de budgettaire gevolgen van) van het coalitieakkoord is besloten tot € 2,6 miljoen extra voor de werkzaamheden die samenhangen met het Europees Openbaar Ministerie?

In aanloop naar de oprichting van het Europees Openbaar Ministerie is voor het OM een bedrag van € 0,475 mln. beschikbaar gesteld voor de aanloopkosten in 2019 en 2020 en € 2,6 mln. voor de uitvoeringskosten in 2021. Toentertijd is aangegeven dat – mede wegens onzekerheid over het startmoment en de omvang van de impact – op een later moment de structurele financiering (à € 2,6 mln. per jaar) ná 2021 zou worden geregeld. Deze structurele financiering is gevonden in middelen uit het Coalitieakkoord voor de versterking van de justitiële keten. Het gaat dus niet om extra middelen voor werkzaamheden die samenhangen met het Europees Openbaar ministerie, maar om financiering van bestaande werkzaamheden. Ook voor de Rechtspraak heeft € 0,5 mln. structureel ontvangen voor werkzaamheden die samenhangen met het Europees Openbaar ministerie.


X Noot
1

Kamerstuk 28 741, nr. 86.

X Noot
2

De gemeenten die onderdeel uitmaken van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Recent zijn hier nog vier gemeenten aan toegevoegd.

X Noot
3

Er zijn op dit moment 3 AIT’s, te weten in de PI Alphen aan den Rijn, de PI Leeuwarden en de PI Krimpen a/d IJssel.

Naar boven