Tweede Kamer der Staten-Generaal

36 100 XIII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2021

Nr. 4 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2021–2022

A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2021 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

  • 2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie;

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Mede namens de Minister voor Klimaat en Energie,

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, M.A.M.Adriaansens

B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)

1 Leeswijzer

De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht.

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.

2 Beleidsartikelen

Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en markten

Op dit artikel is ten opzichte van de Najaarsnota in 2021 € 4,6 mln meer uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 5,9 mln meer aan verplichtingen aangegaan. De ontvangsten zijn € 16,0 mln hoger dan begroot bij Najaarsnota.

Uitgaven

Door ACM is een bedrag € 10,4 mln aan opgelegde boetes terugbetaald, waardoor in het totaal meer dan € 4,6 mln meer is uitgegeven en € 5,9 mln meer aan verplichtingen is aangegaan.

Ontvangsten

Ontvangstenmutaties groter dan € 2 mln:

Op diverse instrumenten zijn de volgende ontvangsten gerealiseerd:

  • Ontvangen is € 3,9 mln dit betreft ontvangsten uit boetes van ACM, deze inkomsten zijn van te voren niet exact vast te stellen. De boete-ontvangsten van ACM zijn niet taakstellend. Daarbij geldt dat het aanspannen van een gerechtelijke procedure de betalingsverplichting niet opschort. Afhankelijk van de gerechtelijke uitspraak bij beroep of hoger beroep zal de ACM mogelijk een deel van de ontvangen bedragen in een komend jaar moeten terugbetalen.

  • De ACM kan i.v.m. vertrouwelijkheid geen uitspraken doen over de betaling door een partij in individuele zaken. De opgelegde boetes worden ook niet altijd openbaar gemaakt, als een uitspraak van de rechter dit verhindert bijvoorbeeld.

  • Er is € 7,8 mln rente ontvangen voor de uitgestelde betaling van de multibandveiling in 2021.

  • Voor de veiling van de DAB+ is een opbrengst van € 3,1 mln gerealiseerd.

Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Op dit artikel is ten opzichte van de Najaarsnota in 2021 € 1,8 mld minder uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 5,8 mld minder aan verplichtingen aangegaan.

Verplichtingen

Verplichtingenmutaties groter dan € 10 mln:

  • De onderbenutting op de diverse garantieregelingen was circa € 3,8 mld. Dit betreft in het bijzonder de volgende regelingen: BMKB ‒ € 1,2 mld; Groeifaciliteit ‒ € 61,7 mln; Garantie Ondernemingsfinanciering en GO-C samen ‒ € 2,4 mld; bedrijfssteun ‒ € 10,5 mln en de garantieregeling Klein Krediet Corona ‒ € 223 mln.

  • De verplichtingen voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) zijn € 1,4 mld lager dan in de 2e suppletoire begroting was geraamd.

  • Voor de Tijdelijke Regeling Subsidie Evenementen Covid-19 (TRSEC) is € 201,4 mln minder verplichtingenbudget gerealiseerd dan geraamd. Deze lagere realisatie is veroorzaakt door versoepelingen van de coronamaatregelen in de tweede helft van 2021 waardoor meer evenementen mogelijk waren, vanwege het deels afhandelen van aanvragen in 2022 en doordat de oorspronkelijke raming onzeker was.

  • Voor Urgendamaatregelen industrie is € 40,1 mln minder gerealiseerd, hoofdzakelijk door het niet in 2021 realiseren van een aantal ‘specifieke maatregelen’ voor de industrie uit het tweede Urgendapakket.

  • Van het verplichtingenbudget voor de omscholing naar tekortsectoren is € 35,7 mln niet geraliseerd doordat er nauwelijks aanspraak is gemaakt op de subsidieregeling.

  • € 29,0 mln verplichtingenbudget voor herstructurering winkelgebieden is niet gerealiseerd en wordt doorgeschoven naar 2022.

  • Het verplichtingenbudget van € 60,0 mln voor EU-cofinanciering JTF is niet realistisch gebleken. In 2022 wordt de verplichting alsnog aangegaan.

  • Verschillende NGF-projecten hebben minder verplichtingenbudget gerealiseerd dan geraamd: AI-Ned ‒ € 44,0 mln; Groenvermogen ‒ € 73,0 mln en Health-RI ‒ € 22,0 mln.

Uitgaven

Uitgavenmutaties groter dan € 10 mln:

  • Voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten is € 1,0 mld minder uitgegeven dan geraamd doordat vanwege de versoepelingen van de beperkende maatregelen vanaf de zomer minder gebruik gemaakt is van de TVL.

  • Voor bedrijfssteun is € 372,0 mln minder uitgegeven dan geraamd.

  • Van het budget voor garantie ondernemersfinanciering Corona is € 25,0 mln niet besteed.

  • € 251,0 mln van het budget voor Tijdelijke Regeling Subsidie Evenementen COVID-19 (TRSEC) is niet besteed vanwege versoepelingen van de coronamaatregelen in de tweede helft van 2021 waardoor meer evenementen mogelijk waren, vanwege het deels afhandelen van aanvragen in 2022 en doordat de oorspronkelijke raming onzeker was.

  • De subsidieregeling omscholing naar tekortsectoren is vrijwel geheel onbenut. Van het budget is € 35,7 mln niet uitgegeven. De verwachting is dat vanwege lopende Corona steunpakketten er weinig mobiliteit was op de arbeidsmarkt. Daarnaast is er in het algemeen grote krapte op de arbeidsmarkt, waardoor er weinig noodzaak is tot omscholing. Een andere reden voor onderbenutting is dat de regeling te onbekend is gebleven bij veel ondernemers, ondanks een extra campagne in het najaar.

  • Voor Qredits is € 52,5 minder uitgegeven dan begroot. Dit komt doordat Qredits minder middelen heeft opgevraagd voor de coronamaatregelen die zij uitvoert (TOA-krediet en Corona Overbruggingskredieten).

  • Op het budget voor de Groeifaciliteit is € 58,5 mln minder uitgegeven dan begroot.

  • De schadedeclaraties voor de BMKB waren € 15,0 mln lager dan begroot vanwege het lage aantal faillissementen. Minder geld is uitgekeerd aan RVO om schades uit te betalen.

  • Op basis van de gerealiseerde schade-uitgaven, de beschikbare middelen op de begroting en de gerealiseerde ontvangsten is € 52,2 mln gestort in de begrotingsreserve Groeifaciliteit. Hiervan is € 50 mln gestort om potentiële schades uit het Post-Covid Groeifinanciering Initiatief te dekken.

  • Op basis van de gerealiseerde schade-uitgaven, de beschikbare middelen op de begroting en de gerealiseerde ontvangsten is € 40,5 mln gestort in de begrotingsreserve Garantie Ondernemingsfinanciering (GO). Hiervan is € 39,7 mln afkomstig van GO-Corona.

Ontvangsten

Ontvangstenmutaties groter dan € 10 mln:

  • Voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten is € 40,4 mln meer ontvangen dan geraamd. Dit betreft terugbetalingen door begunstigden, grotendeels in verband met lager dan geraamd omzetverlies.

  • Voor de BMKB is € 11,1 mln minder ontvangen dan geraamd. De ontvangsten van de BMKB zijn onder andere gebaseerd op premieontvangsten van de verstrekte garanties. De afgelopen twee jaar lag het aantal verstrekte garanties van de reguliere BMKB lager dan verwacht.

  • Voor de module Garantie Ondernemingsfinanciering Corona (GO-C) stonden in 2021 nog geen ontvangsten geraamd. Tegen de verwachting in hebben in 2021 toch al ontvangsten plaatsgevonden, ten bedrage van € 14,7 mln.

Beleidsartikel 3 Toekomstfonds

Op dit artikel is ten opzichte van de Najaarsnota in 2021 € 111,2 mln minder uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 261,3 mln minder aan verplichtingen aangegaan. De ontvangsten zijn € 14,3 mln hoger dan begroot bij de Najaarsnota.

Verplichtingen

Verplichtingenmutaties groter dan € 5 mln:

  • Voor de investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek is € 6,1 mln minder aan verplichtingen gerealiseerd. Dit betreft de niet aangewende buffer die beschikbaar is voor niet volledig revolverende investeringen in het onderzoeksdeel van het Toekomstfonds.

  • De committering aan RegMed (€ 11,5 mln) kon niet in 2021 worden gerealiseerd. Samen met het Ministerie van VWS wordt hier in 2022 verder vorm aan gegeven.

  • Voor het Innovatiekrediet is € 15,5 mln minder aan verplichtingen aangegaan dan begroot. Dit komt doordat er minder bedrijven zich hebben aangemeld die in aanmerking kwamen voor de lening.

  • De bijdrage aan RVO was € 6,4 mln lager dan begroot.

  • Voor de kapitaalverstrekking aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM) is € 5,2 mln minder verplicht dan begroot. Dit komt voort uit de herverdeling van de Coronaoverbruggingsleningen over de ROM's die in 2021 heeft plaatsgevonden. Hiervoor was alleen nieuwe verplichtingenruimte nodig.

  • Het Dutch Future Fund, onderdeel van het steun- en herstelpakket van augustus 2020, stond gepland om te starten in 2021. Door een langer dan gepland implementatietraject is het niet gelukt om het initiatief te starten in 2021. Hierdoor is er € 25 mln minder verplicht dan begroot. Beoogd wordt in 2022 de verplichting aan te gaan.

  • Het Deep Tech Fund, onderdeel van het steun- en herstelpakket van augustus 2020, stond gepland om te starten in 2021. Door een langer dan gepland implementatietraject is het niet gelukt om het initiatief te starten in 2021. Hierdoor is er € 175 mln minder verplicht dan begroot. Beoogd wordt in 2022 de verplichting aan te gaan.

  • De regeling Vroegefasefinanciering biedt financiering in de vorm van een geldlening voor innovatieve bedrijven in een vroege ontwikkelingsfase. De omvang en het moment van de verplichtingen in het kader van Vroege Fase Financiering worden bepaald door aanvragen van innovatieve bedrijven en starters. Deze uitvragen fluctueren in aantal en omvang. Vooraf zijn deze fluctuaties niet precies te ramen. Er is in 2021 € 10,4 mln minder verplicht dan begroot.

Uitgaven

Uitgavenmutaties groter dan € 5 mln:

  • Voor de regeling Thematische Technology Transfer (leningendeel) werd € 5,7 mln minder uitgegeven vanwege een lagere liquiditeitsbehoefte van de TTT-fondsen.

  • Voor het Innovatiekrediet is € 9 mln minder uitgegeven dan geraamd. De kasuitgaven op het innovatiekrediet fluctueren jaarlijks door individuele uitbetalingsafspraken met bedrijven op basis van afgesproken mijlpalen.

  • De bijdrage aan RVO was € 6,4 mln lager dan begroot.

  • De omvang en het moment van de uitgaven in het kader van het Dutch Venture Initiative worden bepaald door de investeringen en terugont­vangsten van de fondsen bij hun portfolio-bedrijven. Deze investeringen en ontvangsten fluctueren in aantal en omvang. Vooraf zijn deze fluctuaties niet precies te ramen. Er was in 2021 voor een bedrag van € 45,8 mln minder gefinancierd in het kader van DVI en DVI II.

  • Het Deep Tech Fund, onderdeel van het steun- en herstelpakket van augustus 2020, stond gepland om te starten in 2021. Door een langer dan gedacht lopend implementatietraject is het niet gelukt om het initiatief te starten. Hierdoor is er € 10 mln minder aan uitgaven gedaan dan begroot. Beoogd wordt in 2022 voor het eerst geld gaan te verstrekken.

  • Het Fonds Alternatieve Financiering, onderdeel van het steun- en herstelpakket van augustus 2020, is gestart in 2021. De uitfinanciering van het fonds is op basis van de kredietbehoefte van de uitvrager. Er is in 2021 geen uitvraag geweest. Hierdoor is er € 10 mln minder aan uitgaven gedaan dan begroot.

  • De regeling Vroegefasefinanciering biedt financiering in de vorm van een geldlening voor innovatieve bedrijven in een vroege ontwikkelingsfase. De omvang en het moment van de uitgaven in het kader van Vroege Fase Financiering worden bepaald door het uitvragen van betalingen van de leningen. Deze uitvragen fluctueren in aantal en omvang. Vooraf zijn deze fluctuaties niet precies te ramen. Er is in 2021 € 5,6 mln minder uitgefinan­cierd dan begroot in.

Ontvangsten

Ontvangstenmutaties groter dan € 5 mln:

  • Er is € 13 mln meer ontvangen op het Innovatiekrediet. Dit komt door de terugbetaling van een aantal succesvolle technische projecten. De ontvangsten op het Innovatiekrediet fluctueren jaarlijks.

  • De hogere ontvangsten van € 8,2 mln betreffen terugbetalingen van de Corona Overbruggingsleningen (COL). Hier was in 2021 nog geen geld voor geraamd omdat niet duidelijk was wanneer de terugbetalingen van de lening zouden beginnen. Het bedrag beslaat eerder dan verwachte terug­betalingen van de COL

  • Voor het Dutch Venture Initiative (DVI) is € 29,8 mln minder ontvangen dan geraamd. De omvang en het moment van de uitgaven en ontvangsten in het kader van het Dutch Venture Initiative worden bepaald door de investe­ringen en ontvangsten van de fondsen bij hun portfolio-bedrijven. Deze investeringen en ontvangsten fluctueren in aantal en omvang. Vooraf zijn deze fluctuaties niet precies te ramen, waardoor de realisatie sterk kan afwijken van de raming.

  • Er is € 20,1 mln meer ontvangen dan verwacht bij de Seed-regeling. De omvang en het moment van de ontvangsten in het kader van de Seed-regeling worden bepaald door de investeringen en ontvangsten van de verschillende Seed-fondsen. Deze investeringen en ontvangsten fluctueren in aantal en omvang, bijvoorbeeld als er enkele grote exits binnen een jaar plaatsvinden. Vooraf zijn deze fluctuaties niet precies te ramen, waardoor realisatie kan afwijken van de begroting.

Beleidsartikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Op dit artikel is ten opzichte van de Najaarsnota in 2021 € 76,3 mln minder uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 110,5 mln meer aan verplichtingen aangegaan. De ontvangsten zijn € 356,6 mln hoger dan begroot bij Najaarsnota.

Verplichtingen

De verplichtingenmutaties groter dan € 10 mln:

De hogere realisatie op het verplichtingenbudget heeft de volgende oorzaken:

  • De belangrijkste overschrijding is zichtbaar op het budget van de SDE++ -regeling (€ 218,7 mln). Een aantal verplichtingen op basis van de openstelling 2021 is al eind 2021 aangegaan, terwijl gepland was dat de gehele openstelling 2021 pas in 2022 tot verplichtingen zou leiden.

  • Tegenover deze overschrijding staan enkele lagere verplichtingenrealisaties:

    • ISDE: op de ISDE-openstelling zijn in 2021 € 20,1 mln minder aan verplichtingen aangegaan dan bij Najaarsnota geraamd.

    • DEI+: ook op de DEI+ zijn uiteindelijk minder verplichtingen aangegaan dan geraamd (€ 15,1 mln).

    • Garantieregeling aardwarmte: hier zijn voor een bedrag van € 58,4 mln minder garanties afgegeven dan geraamd.

Uitgaven

De uitgavenmutaties groter dan € 10 mln:

  • De lagere realisatie op het uitgavenbudget heeft vooral als oorzaak dat op het geheel van de subsidiecategorieën die onder de SDE, de SDE+ en de SDE++ vallen in 2021 € 70 mln minder uitgegeven is dan bij Najaarsnota was verwacht. Het overgebleven budget is binnen de reserve duurzame energie en klimaattransitie beschikbaar gebleven: de geplande onttrekking aan de reserve is met een even groot bedrag is verlaagd.

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties groter dan € 10 mln:

  • De inkomsten uit de opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) zijn € 429,6 mln (16,2%) hoger dan geraamd. Dit heeft als belangrijkste oorzaak het volgende. Bij het aanpassen van de lastenverdeling in de ODE van 50/50 naar een 33/67 lastenverdeling tussen huishoudens en bedrijven is afgesproken de belastingvermindering in de energiebelasting (EB) te verhogen. De belastingvermindering is echter uitsluitend ten laste van de EB gebracht en niet (ook) ten laste van de ODE. Hierdoor is de totale ODE-opbrengst flink hoger dan de geraamde reeks (en de EB-opbrengst veel lager). Omdat dit nogal verwarrend is, is dit bij Startnota van het kabinet Rutte IV aangepast en zal de juiste (bruto) ODE-reeks opgenomen worden in de EZK-begroting.

  • De ontrekking aan de reserve duurzame energie en klimaattransitie is met in totaal € 71,8 mln verlaagd, vooral omdat er minder uitgaven zijn geweest op de SDE, SDE+ en de SDE++ (zie hierboven bij Uitgaven).

Beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectief

Op dit artikel is ten opzichte van de Najaarsnota in 2021 € 189,6 mln minder uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 173,8 mln minder aan verplichtingen aangegaan. De ontvangsten zijn € 30,8 mln lager dan begroot bij Najaarsnota.

Verplichtingen en Uitgaven

De mutaties groter dan € 5 mln:

  • Aan schadevergoedingen is € 155,2 mln minder uitgekeerd door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) dan bij Najaarsnota werd geraamd omdat de uitgaven van het IMG lager zijn uitgevallen dan in de IMG-begroting is opgenomen.

  • Door het IMG is € 29,5 mln minder uitgegeven aan waardedalingsvergoedingen dan bij Najaarsnota geraamd omdat er minder aanmeldingen zijn gedaan dan werd verwacht.

  • Voor het MKB-programma is € 8,8 mln meer verplicht dan het budget omdat deze verplichting in één keer voor het gehele proramma is aangegaan.

Ontvangsten

De ontvangstenmutaties groter dan € 5 mln:

  • Er is € 34,2 mln minder ontvangen op de inkomsten uit de Mijnbouwwet dan geraamd. Vanwege de mogelijkheid voor bedrijven om verliezen en winsten over de jaren heen met elkaar te vergelijken is het lastig om deze ontvangsten accuraat te ramen.

3 Niet-Beleidsartikelen

Artikel 40 Apparaat

Toelichting op de verplichtingen en uitgaven

Personele uitgaven

Er is in 2021 € 28,8 mln meer uitgegeven dan geraamd. Dit verschil wordt met name verklaard door:

  • Bij het kerndepartement is er € 6 mln meer uitgegeven door o.a. verhoging van lonen van rijksambtenaren, thuiswerkvergoeding, extra personeel.

  • Er is € 4,3 mln meer uitgegeven dan begroot voor externe inhuur. Dit komt door meer inhuur op grote ICT-projecten.

  • Er is € 3,6 mln minder uitgegeven dan begroot bij overige personele uitgaven. De onderuitputting bij overige personele uitgaven wordt vooral verklaard door COVID-19. Hierdoor is minder gebruik gemaakt van vergoedingen zoals werkkostenvergoedingen en reis- en verblijfkosten.

Materiële uitgaven

Er is in 2021 € 10,1 mln minder uitgegeven dan geraamd. Dit verschil wordt met name verklaard door:

  • Er is € 12 mln minder uitgegeven voor ICT dan begroot. Dit komt door dat er minder ICT projecten zijn gestart dan verwacht door COVID-19

  • De overige materiële uitgaven zijn € 2 mln hoger dan begroot. Dit komt voornamelijk door extra uitgaven voor de communicatie over het Klimaatakkoord.

Ontvangsten

Er zijn in 2021 meer ontvangsten gerealiseerd dan verwacht. Dit komt voornamelijk door de hogere bijdrage uit de markt voor ACM en afroming van het eigen vermogen van agentschappen RVO, DICTU en NEa.

Artikel 41 Nog onverdeeld

Toelichting

Op artikel 41 Nog onverdeeld worden geen uitgaven gedaan. Bij de 2e suppletoire begroting 2021 is de loon- en prijsbijstelling toebedeeld aan de relevante artikelen.

Naar boven