35 966 EU-voorstel: Strategisch prognoseverslag 2021

B VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 1 maart 2022

De vaste commissie voor Europese Zaken1 heeft in haar vergaderingen van 21 december 2021 en 18 januari 2022 gesproken over het verslag van een schriftelijk overleg van 16 december 2021 inzake de kabinetsappreciatie van het Strategisch Prognoseverslag 2021 van de Europese Commissie.2 De commissie heeft gelegenheid gegeven tot het stellen van nadere vragen. De leden van de PVV-fractie hebben daarvan gebruikgemaakt.

Naar aanleiding hiervan is op 25 januari 2022 een brief gestuurd aan de Minister van Buitenlandse Zaken.

De Minister heeft op 28 februari 2022 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Europese Zaken, Bergman

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR EUROPESE ZAKEN

Aan de Minister van Buitenlandse Zaken

Den Haag, 25 januari 2022

De vaste commissie voor Europese Zaken heeft in haar vergaderingen van 21 december 2021 en 18 januari 2022 gesproken over het verslag van een schriftelijk overleg van 16 december 2021 (35 966 A) inzake de kabinetsappreciatie van het Strategisch Prognoseverslag 2021 van de Europese Commissie.3 De commissie heeft gelegenheid gegeven tot het stellen van nadere vragen. De leden van de PVV-fractie hebben nog de volgende vragen en opmerkingen.

De leden van de PVV-fractie merken op dat de Minister aangeeft op p. 3 van het verslag van het schriftelijk overleg dat het Strategisch Prognoseverslag geen specifieke initiatieven of voorstellen aankondigt, ook niet ten aanzien van het wegnemen van belemmeringen ten behoeve van de kapitaalmarktunie en bankenunie. Zij vragen waaruit die belemmeringen bestaan.

Met betrekking tot de taxonomie, een raamwerk om private investeringen te categoriseren als duurzaam, vragen deze leden welke bedrijven onder het bereik van de Sustainable Finance Disclosure Regulation en Non-Financial Reporting Directive vallen (p. 4).

Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie in reactie op de opmerking van de Minister dat het Strategisch Prognoseverslag 2021 geen gevolgen heeft voor het Meerjarig Financieel Kader 2021–2027 (p. 4), of de gevolgen van het Strategisch Prognoseverslag dan kunnen leiden tot meer financiering van projecten via Brussel en er dus nog meer geld naar Brussel gaat.

De commissie voor Europese Zaken ziet uit naar uw reactie op bovengenoemde vragen en ziet deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief tegemoet.

Voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, M.G.H.C. Oomen-Ruijten

BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 februari 2022

Hierbij stuur ik u de reactie op de nadere vragen van de leden van de PVV-fractie van de vaste commissie voor Europese Zaken naar aanleiding van de kabinetsappreciatie van het Strategisch Prognoseverslag 2021 en van eerdere beantwoording op vragen van leden van de PVV-fractie die op 16 december 2021 uw Kamer is toegegaan.

De leden van de PVV-fractie merken op dat de Minister aangeeft op p. 3 van het verslag van het schriftelijk overleg dat het Strategisch Prognoseverslag geen specifieke initiatieven of voorstellen aankondigt, ook niet ten aanzien van het wegnemen van belemmeringen ten behoeve van de kapitaalmarktunie en bankenunie. Zij vragen waaruit die belemmeringen bestaan.

In het Strategisch Prognoseverslag 2021 spreekt de Commissie over het wegnemen van resterende belemmeringen op de kapitaalmarktunie en de bankenunie in het kader van toekomstige klimatologische en technologische veranderingen. Zoals in de beantwoording op uw vorige vragen op 16 december jl. beschreven, zet het Strategisch Prognoseverslag 2021 niet uiteen wat de Commissie hierbij precies voor ogen heeft.

Ten aanzien van de kapitaalmarktunie heeft de Commissie in 2020 een actieplan gepubliceerd. Hierin benoemt zij enkele belemmeringen wat betreft grensoverschrijdende financiering en investeringen en stelt zij acties op die gebieden voor om die belemmeringen te adresseren4. Deze acties worden de komende jaren nader uitgewerkt in ECOFIN en Eurogroep verband. Voor wat betreft de bankenunie ligt er momenteel geen actieplan op tafel. Het kabinet zal uw Kamer conform de bestaande informatieafspraken informeren over haar inzet bij Europese discussie over de kapitaalmarktunie en de bankenunie en mogelijke nieuwe voorstellen die de Commissie in dit verband doet.

Met betrekking tot de taxonomie, een raamwerk om private investeringen te categoriseren als duurzaam, vragen deze leden welke bedrijven onder het bereik van de Sustainable Finance Disclosure Regulation en Non-Financial Reporting Directive vallen (p. 4).

De Non-Financial Reporting Directive wordt momenteel herzien. In het richtlijnvoorstel worden alle grote kredietinstellingen en verzekeringsmaatschappijen, alle grote rechtspersonen en alle beursvennootschappen (met uitzondering van micro-beursvennootschappen) onder de rapportage-eisen gebracht. Deze reikwijdte geldt voor alle EU-lidstaten. Uit het Europese en Nederlandse recht vloeit voort dat wanneer een onderneming aan twee van volgende drie criteria voldoet, er niet meer wordt gesproken van een «kleine» of «middelgrote» onderneming (mkb) maar van een «grote» onderneming: (i) een balanstotaal van meer dan € 20 miljoen, (ii) een netto-omzet van meer dan € 40 miljoen en (iii) meer dan 250 werknemers.

Onder de Sustainable Finance Disclosure Regulation vallen financiële ondernemingen die beleggingsproducten aanbieden (beleggingsverzekeringen/beleggingsfondsen), adviseren over beleggingsproducten of individuele vermogens beheren.

Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie in reactie op de opmerking van de Minister dat het Strategisch Prognoseverslag 2021 geen gevolgen heeft voor het Meerjarig Financieel Kader 2021–2027 (p. 4), of de gevolgen van het Strategisch Prognoseverslag dan kunnen leiden tot meer financiering van projecten via Brussel en er dus nog meer geld naar Brussel gaat.

Het Strategisch Prognoseverslag 2021 heeft geen gevolgen voor het Meerjarig Financieel Kader 2021–2017. Het Strategisch Prognoseverslag betreft een strategisch document waarin de Commissie de grote mondiale trends schetst, zonder daarbij uitspraken te doen over concrete nieuwe voorstellen. Het kabinet zal uw Kamer conform de bestaande informatieafspraken informeren zodra er nieuwe aanvullende financiële voorstellen worden gepubliceerd.

De Minister van Buitenlandse Zaken, W.B. Hoekstra


X Noot
1

Samenstelling:

Essers (CDA), Koffeman (PvdD), Backer (D66), Faber-Van de Klashorst (PVV), Van Apeldoorn (SP) (ondervoorzitter), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Koole (PvdA), Oomen-Ruijten (CDA) (voorzitter), Stienen (D66), De Bruijn-Wezeman (VVD), Van Rooijen (50PLUS), arbouw (VVD), Van Ballekom (VVD), Beukering (Fractie-Nanninga), Bezaan (VVD), Frentrop (FVD), Geerdink (VVD), Huizinga-Heringa (CU), Karimi (GL), Otten (Fractie-Otten), Vendrik (GL), Vos (PvdA), Van Wely (Fractie-Nanninga) en Raven (OSF).

X Noot
2

Strategisch prognoseverslag 2021: het vermogen en de vrijheid tot handelen van de EU, Europese Commissie. Zie edossier E210027 op www.europapoort.nl.

X Noot
3

Strategisch prognoseverslag 2021: het vermogen en de vrijheid tot handelen van de EU, Europese Commissie. Zie edossier E210027 op www.europapoort.nl.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2020/21, 22 112, nr. 2953

Naar boven