35 837 EU-voorstel: Strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021–2030

A VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 22 juni 2021

De vaste commissies voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)1 en voor Justitie en Veiligheid (J&V)2 hebben met belangstelling kennisgenomen van de EU-mededeling «Unie van gelijkheid: Strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021–2030» van 3 maart 20213 en het BNC-fiche van 9 april 2021 met de reactie van de regering op deze Europese strategie4.

Naar aanleiding daarvan zijn op 20 mei 2021 enkele vragen gesteld aan de Minister voor Medische zorg en Sport.

De Minister heeft op 21 juni 2021 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier voor dit verslag, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTERS VAN DE VASTE COMMISSIES VOOR VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Minister voor Medische zorg en Sport

Den Haag, 20 mei 2021

De vaste commissies voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en voor Justitie en Veiligheid (J&V) hebben met belangstelling kennisgenomen van de EU-mededeling «Unie van gelijkheid: Strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021–2030» van 3 maart 20215 en het BNC-fiche van 9 april 2021 met de reactie van de regering op deze Europese strategie6. De leden van de Fractie-Nanninga en de leden van de fracties van de PvdA en PvdD hebben naar aanleiding daarvan nog enkele vragen.

De leden van de Fractie-Nanninga merken op dat personen met een handicap op verschillende punten in hun leven op achterstand staan. Zij willen hier speciaal aandacht vragen voor personen met een handicap die voor hun leven afhankelijk zijn van dure medicatie en die niet, zoals sommige anderen, met bijvoorbeeld een goedkope antibioticakuur hun gezondheid weer kunnen verbeteren en weer verder kunnen gaan met hun leven. De hier benoemde groep personen met een handicap is voor hun welzijn chronisch afhankelijk van dure medicatie voor hun vaak zeer zeldzame aandoening. In veel landen worden deze medicijnen niet of niet vanzelfsprekend binnen de landelijke ziektekostensystemen (gratis) verstrekt. Het voorstel van deze leden is om deze problematiek te benoemen in de EU-strategie en daarvoor met «Europese» oplossingen te komen. Oplossingen waarbij in kosteloze verstrekking wordt voorzien, met als doel dat deze mensen op dit punt gelijke rechten krijgen als mensen die niet afhankelijk zijn van dure medicijnen. De leden van deze fractie krijgen hierop graag een reactie.

De leden van de PvdA-fractie lezen dat diverse onderdelen en maatregelen uit de strategie, zoals de Europese gehandicaptenkaart, nog verder moeten worden uitgewerkt en dat de regering in verdere besprekingen ter beoordeling van deze onderdelen en toekomstige voorstellen, vragen aan de Commissie zal stellen over de verdere uitwerking, de reikwijdte en verhouding tot nationale beleidsinitiatieven. De leden van de PvdA-fractie worden graag op de hoogte gehouden van de resultaten daarvan.

De leden van de fractie van de PvdD juichen het toe dat drempels die het voor mensen met een handicap kunnen bemoeilijken om mee te doen in de samenleving, worden weggenomen. Zij hebben naar aanleiding van het BNC-fiche met de appreciatie door de regering de volgende vragen. De regering noemt algemene toegankelijkheid als norm. De verplichting om daarvoor zorg te dragen en doeltreffende aanpassingen te verrichten, geldt voor overheden (waaronder gemeenten), organisaties en bedrijven. Alleen indien dit een onevenredige belasting vormt voor de uitvoerende, geldt deze verplichting niet. Hoe kijkt de regering in het licht hiervan aan tegen de vermindering van het aantal haltes in het openbaar vervoer in sommige gemeenten (bijvoorbeeld Amsterdam), tegen het feit dat niet alle haltes toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel en tegen het feit dat er veel minder brievenbussen zijn die toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel dan voor mensen zonder beperking? Hoe kijkt de regering aan tegen de norm van een ov-opstap binnen 400 meter van een woning, terwijl voor een gehandicaptenparkeerplaats een norm van vijftig meter geldt?

Mensen jonger dan zeventig jaar met een beperking konden bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in maart 2021 niet per brief stemmen omdat de tijd zou ontbreken om dit logistiek te organiseren. De leden van de PvdD-fractie vragen of de regering bereid is om maatregelen te treffen zodat dit bij toekomstige verkiezingen wel mogelijk is.

De leden van de commissies voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Justitie en Veiligheid (J&V) zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag bij voorkeur voor 18 juni 2021.

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Adriaansens

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, De Boer

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 juni 2021

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen die op 20 mei 2021 zijn gesteld door de leden van de vaste commissies voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en voor Justitie en Veiligheid (J&V) naar aanleiding van de EU-mededeling «Unie van gelijkheid: strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021–2030» van 3 maart 20217 en het BNC-fiche van 9 april 2021 met de reactie van de regering op deze Europese strategie8 met kenmerk 169068u.

De Minister voor Medische Zorg en Sport, T. van Ark

ANTWOORDEN OP VRAGEN Eerste Kamer (169068u)

Vragen van de leden van de Fractie-Nanninga

Vraag

De leden van de Fractie-Nanninga merken op dat personen met een handicap op verschillende punten in hun leven op achterstand staan. Zij willen hier speciaal aandacht vragen voor personen met een handicap die voor hun leven afhankelijk zijn van dure medicatie en die niet, zoals sommige anderen, met bijvoorbeeld een goedkope antibioticakuur hun gezondheid weer kunnen verbeteren en weer verder kunnen gaan met hun leven. De hier benoemde groep personen met een handicap is voor hun welzijn chronisch afhankelijk van dure medicatie voor hun vaak zeer zeldzame aandoening. In veel landen worden deze medicijnen niet of niet vanzelfsprekend binnen de landelijke ziektekostensystemen (gratis) verstrekt. Het voorstel van deze leden is om deze problematiek te benoemen in de EU-strategie en daarvoor met «Europese» oplossingen te komen. Oplossingen waarbij in kosteloze verstrekking wordt voorzien, met als doel dat deze mensen op dit punt gelijke rechten krijgen als mensen die niet afhankelijk zijn van dure medicijnen. De leden van deze fractie krijgen hierop graag een reactie.

Antwoord

Met de leden van de Fractie-Nanninga is het kabinet van mening dat mensen, ongeacht de lidstaat waarin zij wonen, gelijk zijn en idealiter gelijke toegang tot behandeling of medicatie zouden moeten hebben. Dit geldt niet alleen voor mensen met een handicap, maar bijvoorbeeld ook voor mensen met een weesziekte of kanker, waarbij dure geneesmiddelen ingezet worden. Vergoeding van zorg is echter een nationale aangelegenheid. Europese lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor de inrichting van hun zorgsysteem, de omvang van verzekerde zorg en de condities waaronder burgers toegang hebben tot zorg. De Europese Commissie heeft dan ook geen bevoegdheid om zorg voor mensen centraal af te dwingen of beschikbaar te stellen aan Europese burgers, tenzij de Lidstaten hiertoe gezamenlijk besluiten. Wel is Nederland een belangrijke drijvende kracht achter de brede beschikbaarheid van in Europa geregistreerde geneesmiddelen in alle lidstaten en achter het Europese debat over betaalbaarheid en toegankelijkheid van geneesmiddelen. Fabrikanten moeten ook in minder draagkrachtige markten hun geneesmiddelen maatschappelijk verantwoord prijzen. Dat zal het kabinet in Europees verband ook blijven nastreven.

Vragen van de leden van de PvdA-fractie

Vraag

De leden van de PvdA-fractie lezen dat diverse onderdelen en maatregelen uit de strategie, zoals de Europese gehandicaptenkaart, nog verder moeten worden uitgewerkt en dat de regering in verdere besprekingen ter beoordeling van deze onderdelen en toekomstige voorstellen, vragen aan de Commissie zal stellen over de verdere uitwerking, de reikwijdte en verhouding tot nationale beleidsinitiatieven. De leden van de PvdA-fractie worden graag op de hoogte gehouden van de resultaten daarvan.

Antwoord

De Europese Commissie heeft in de Strategie rechten van personen met een handicap 2021–2030 niet gespecificeerd wat voor type aanvullende maatregelen het op een later moment zal aankondigen. Zodra de Europese Commissie de aanvullende maatregelen aankondigt, wordt Uw Kamer hier middels het gebruikelijke BNC-fiche een appreciatie van toegezonden. In het fiche zal zoals gewoonlijk nader worden ingegaan op de verhouding van de aanvullende maatregelen met de reeds bestaande nationale wet- en regelgeving, de subsidiariteit, proportionaliteit, en de effecten op de administratieve lasten. Met belangstelling wacht het kabinet daarom de voorstellen en initiatieven van de Europese Commissie op deze gebieden af.

Vragen van de leden van de PvdD-fractie

Vraag

De leden van de fractie van de PvdD juichen het toe dat drempels die het voor mensen met een handicap kunnen bemoeilijken om mee te doen in de samenleving, worden weggenomen. Zij hebben naar aanleiding van het BNC-fiche met de appreciatie door de regering de volgende vragen. De regering noemt algemene toegankelijkheid als norm. De verplichting om daarvoor zorg te dragen en doeltreffende aanpassingen te verrichten, geldt voor overheden (waaronder gemeenten), organisaties en bedrijven. Alleen indien dit een onevenredige belasting vormt voor de uitvoerende, geldt deze verplichting niet. Hoe kijkt de regering in het licht hiervan aan tegen de vermindering van het aantal haltes in het openbaar vervoer in sommige gemeenten (bijvoorbeeld Amsterdam), tegen het feit dat niet alle haltes toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel en tegen het feit dat er veel minder brievenbussen zijn die toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel dan voor mensen zonder beperking? Hoe kijkt de regering aan tegen de norm van een ov-opstap binnen 400 meter van een woning, terwijl voor een gehandicaptenparkeerplaats een norm van vijftig meter geldt?

Antwoord

Het kabinet streeft naar algemene toegankelijkheid voor het openbaar vervoer (OV). Het aantal haltes voor openbaar vervoer kan om verschillende redenen fluctueren. Wanneer wegbeheerders haltes opheffen, zullen zij dit over het algemeen afstemmen met de provincies en vervoerregio’s, die het OV uitvoeren. Op dit moment zijn nog niet alle haltes voor het OV toegankelijk voor mensen met een rolstoel. De huidige afspraken hierover zijn opgenomen in het Besluit9 en de Regeling10 Toegankelijkheid van het OV. De Staatssecretaris van IenW is momenteel in overleg met provincies, vervoerregio’s, vervoerders en mensen met een beperking zelf over hoe in de toekomst nog meer haltes toegankelijk kunnen worden.11

In de Nederlandse postregelgeving zijn eisen opgenomen met betrekking tot het aantal straatbrievenbussen dat minimaal beschikbaar moet zijn en de maximale afstand tot die voorzieningen. Daarbij is als specifieke eis opgenomen dat de verlener van de universele postdienst (UPD, in casu PostNL) bij de spreiding van voorzieningen rekening houdt met de behoeften van kwetsbare groepen (artikel 16 Postwet). Op dit moment is er een netwerk van circa 500 verlaagde brievenbussen (minimaal 1 per gemeente).

De Postwet 2009 voorziet (in artikel 18a, eerste lid) verder in de verplichting voor de verlener van de UPD om advies te vragen aan organisaties die de belangen behartigen van kwetsbare gebruikers van de UPD over de door hem voorgenomen wijzigingen in het aantal en de spreiding van brievenbussen en postvestigingen. In dat kader hanteert PostNL een zogenaamd «Locatiebeleid» waarvan de uitgangspunten zijn afgestemd met koepelorganisaties als de ouderenbonden, Ieder(in), vertegenwoordigers van VNG, het RIVM en de Landelijke Vereniging van Kleine Kernen.

Behalve met kwetsbare groepen moet PostNL ook rekening houden met geldende ARBO wetgeving. Deze bevat eisen ten aanzien van de lichamelijke belasting van PostNL werknemers die brievenbussen moeten legen. Daardoor heeft PostNL te maken met beperkingen ten aanzien van het maximale aantal brievenbussen met afwijkende hoogtes.

Vraag

Mensen jonger dan zeventig jaar met een beperking konden bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in maart 2021 niet per brief stemmen omdat de tijd zou ontbreken om dit logistiek te organiseren. De leden van de PvdD-fractie vragen of de regering bereid is om maatregelen te treffen zodat dit bij toekomstige verkiezingen wel mogelijk is.

Antwoord

Het briefstemmen voor kiezers van 70 jaar en ouder is bij de Tweede Kamerverkiezing mogelijk gemaakt vanwege de coronapandemie. Bij de parlementaire behandeling van de Tijdelijke wet verkiezingen COVID-19 is dat uitvoerig besproken. De corona omstandigheden zullen voor de komende gemeenteraadsverkiezingen anders zijn, omdat veel kiezers dan gevaccineerd zullen zijn.

De Tweede Kamerverkiezing wordt op dit moment geëvalueerd door de Minister van BZK. Daarbij zal ook terug worden gekeken naar het briefstemmen bij deze verkiezing. Aan de hand daarvan kan het debat plaatsvinden over de vraag of briefstemmen in de toekomst, los van de coronapandemie, een gewenste vorm van vervroegd stemmen kan zijn. De planning is erop gericht dat de evaluatie in juni naar het parlement wordt gestuurd.


X Noot
1

Samenstelling: Ganzevoort (GL), Gerkens (SP), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Bredenoord (D66), Koole (PvdA), De Bruijn-Wezeman (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), Adriaansens (VVD), (voorzitter), Van der Burg (VVD), Dessing (FVD), Van Gurp (GL), Prast (PvdD), Van Pareren (Fractie-Nanninga), (ondervoorzitter), Prins (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van der Voort (D66), Keunen (VVD), Hermans (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) en Karakus (PvdA).

X Noot
2

Samenstelling: Backer (D66), De Boer (GL), (voorzitter), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Rombouts (CDA), Vacature (CU), Baay-Timmerman (50PLUS), Adriaansens (VVD), Arbouw (VVD), Bezaan (PVV), De Blécourt-Wouterse (VVD), Dittrich (D66), Doornhof (CDA), Janssen (SP), Karimi (GL), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Otten (Fractie-Otten), (ondervoorzitter), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), Veldhoen (GL), Van Wely (Fractie-Nanninga), Nanninga (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Karakus (PvdA), Talsma (CU) en Hiddema (FVD).

X Noot
3

COM(2021) 101.

X Noot
4

Kamerstukken II 2020/21, 22 112, nr. 3087.

X Noot
5

COM(2021) 101.

X Noot
6

Kamerstukken II 2020/21, 22 112, nr. 3087.

X Noot
7

COM(2021) 101.

X Noot
8

Kamerstukken II 2020/21, 22 112, nr. 3087.

Naar boven