35 772 Wijziging van de Wet basisregistratie personen in verband met de invoering van een centrale voorziening ter ondersteuning van de colleges van burgemeester en wethouders bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de basisregistratie personen op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven alsmede naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de basisregistratie personen

Nr. 16 AMENDEMENT VAN HET LID LEIJTEN

Ontvangen 3 februari 2022

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In het opschrift wordt «invoering» vervangen door «tijdelijke invoering».

II

In de beweegreden wordt «invoering» vervangen door «tijdelijke invoering».

III

Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IA

De Wet basisregistratie personen wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 1.7, tweede lid, onder b, vervalt «of 2.37b, eerste lid».

2. Paragraaf 4a vervalt.

IV

Artikel III wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de bestaande tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel IA in werking twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I.

Toelichting

Dit amendement strekt ertoe dat het project van gegevensdelen ter verbetering van de adreskwaliteit ten behoeve van de basisregistratie personen (BRP) na twee jaar vervalt. Mocht uit een onafhankelijke evaluatie van de Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA) blijken dat deze werkwijze effectief is en proportioneel als het gaat om de verzameling van gegevens, het profileren met gegevens en het delen van gegevens van inwoners tussen overheden, overheidsdiensten en mogelijk andere derden, dan kan de regering via een nieuw wetsvoorstel de werkwijze vastleggen.

Jaarlijks worden de gegevens van 15.000 inwoners van Nederland gedeeld vanuit de LAA met gemeenten met als doel de adreskwaliteit te verbeteren. De zelfevaluatie van de LAA die het Rijksdienst voor identiteitsgegevens heeft gemaakt in januari 2021 gaat niet in op de vraag of de aanpak van het werken met profielen om risico’s op te sporen en het delen van deze uitkomsten met gemeenten op een andere (minder privacygevoelige) wijze kan worden bereikt. Indiener is van mening dat serieus en onafhankelijk onderzoek naar de LAA noodzakelijk is mede omdat deze werkwijze is ontstaan vanuit de Ministeriele Commissie Aanpak Fraude die in 2014 is ingesteld. Uit documenten die bij de start van deze commissie zijn gemaakt, komt naar voren dat de regering het koppelen en delen van persoonsdata een geëigend middel vindt om fraude te bestrijden, maar dat hierbij het vraagstuk van privacy en proportionaliteit niet is meegewogen. Vanuit de Ministeriele Commissie Aanpak Fraude werd actief aangestuurd op het delen van gegevens en werkwijze tussen overheidsdiensten ten einde fraude de kop in te drukken. Het bestrijden van fraude kan in dit tijdsgewricht worden gekenmerkt door het adagium «het doel heiligt de middelen». De werkzaamheden die voort zijn gekomen uit de MCAF zijn nooit geanalyseerd maar bekend is wel dat de fraudejacht bij de kinderopvangtoeslag ontspoord is waarbij toeslagengerechtigden machteloos kwamen te staan ten opzichte van het stempel dat iemand fraudeur was.

Leijten

Naar boven