Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2020-2021 | 35640 nr. B |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2020-2021 | 35640 nr. B |
Vastgesteld 23 februari 2021
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning2 heeft kennisgenomen van het EU-actieplan tegen racisme 2020–20253 en van het strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma.4
Naar aanleiding hiervan is op 18 november 2020 een brief gestuurd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De Minister heeft op 23 februari 2021 gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning, Bergman
Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Den Haag, 18 november 2020
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning heeft met belangstelling kennisgenomen van het EU-actieplan tegen racisme 2020–20255 en van het strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma.6 Voor de leden van de fracties van de VVD, GroenLinks en 50PLUS zijn deze documenten aanleiding om een aantal vragen te stellen en opmerkingen te maken, waarop zij graag de reactie van de regering vernemen.
Vragen van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het Europese voorstel «A new EU Roma strategic framework». Roma hebben te maken met discriminatie en uitsluiting en de leden van de VVD-fractie vinden het goed dat de Europese Commissie met een voorstel komt om Roma beter te integreren. Deze leden hebben wel vragen aan de regering, en die zien in eerste instantie op de vraag of het voorstel aansluit bij wat Roma zelf willen. Volgens deze leden is dat van belang voor het behalen van de doelstelling waartoe het voorstel dient én is het van belang voor de uitvoerbaarheid.
De leden van de VVD-fractie vragen de regering of zij kan aangeven wat wij in Nederland hebben geleerd van de (goedbedoelde) aanpak om achterstanden bij autochtone woonwagenbewoners, die een vergelijkbare leefstijl voorstaan als Roma, te bestrijden. Zou de regering bij het beantwoorden van de vraag in het bijzonder ook willen ingaan op school(prestaties), (grensoverschrijdende) criminaliteit en gedwongen uithuwelijking? Verder vragen de leden van de VVD-fractie of er zicht op is dat Roma, met respect voor hun tradities, bereid zijn om de waarden en regels van het land waarin zij wonen te respecteren en na te leven.
In Nederland voeren we een generiek beleid, in plaats van een doelgroepenbeleid. Kan de regering ingaan op de vraag of dat generieke beleid effectief is voor deze doelgroep, bezien in het kader van dit Europese voorstel? En past het generieke beleid binnen dit Europese voorstel?
Het voorstel voor het een nationaal strategisch raamwerk legt de nadruk legt op targets, meten, rapporteren, monitoren en evalueren alsmede het vrijmaken van een budget. Ieder land moet een National Roma Contact Point (NRCP) hebben, dat gemandateerd is en voldoende ondersteuning heeft om te coördineren en te monitoren en om vooruitgang op regelmatige basis te rapporteren. De leden van de VVD-fractie vragen de regering hoe een beleid gericht op het voorgaande handen en voeten zal worden gegeven. Tevens vragen zij de regering of er voldoende budget valt vrij te maken. En wat betekent voldoende budget in de ogen van de regering?
De leden van de VVD-fractie zien de beantwoording van de vragen door de regering met belangstelling tegemoet en zien uit naar de appreciatie door de regering van dit Europese voorstel, waarna deze leden verdere vragen zullen stellen.
Vragen van de GroenLinks-fractie
De leden van de GroenLinks-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de plannen van de Europese Commissie met betrekking tot racisme en discriminatie van Roma. Deze leden zijn verheugd dat er op Europees niveau aandacht wordt besteed aan deze urgente problemen, en onderschrijven het belang van een gecoördineerde aanpak. Wel hebben deze leden naar aanleiding van het Actieplan en de reactie daarop van de regering in het fiche nog enkele vragen met betrekking tot de positie van de regering op bepaalde onderwerpen en de implementatie van de plannen op nationaal niveau.
Algemeen
1. Het Actieplan tegen racisme omvat een breed scala aan mogelijke maatregelen. In hoeverre is er sprake van een prioritering binnen de voorstellen bij de uitvoering door de regering? Wordt er op bepaalde aspecten van het actieplan meer nadruk gelegd? Zo ja, welke?
2. De Commissie stelt voor om met de lidstaten samen te werken om gemeenschappelijke leidende beginselen voor nationale actieplannen vast te stellen. Welke opstelling kiest de Nederlandse regering hierin?
3. De Commissie benadrukt het belang van samenwerking op alle niveaus en met alle actoren. Met dat doel wordt ook een coördinator voor racismebestrijding aangesteld op Europees niveau. Het College voor de Rechten van de Mens adviseerde de regering in zijn jaarlijkse rapportage van 2019 om een coördinator aan te stellen voor bestrijding van discriminerend gedrag in de openbare ruimte. Hoe beoordeelt de regering dat advies, zeker in het licht van het EU-voorstel?
4. In het Actieplan en de kabinetsreactie daarop is er voornamelijk veel aandacht voor strafbare vormen van racisme en voor diversiteit en inclusie in verschillende sectoren. Het College voor de Rechten van de Mens en de VN-rapporteur voor hedendaagse vormen van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid geven echter aan dat ook niet-strafbare vormen van discriminatie in de publieke ruimte in Nederland moeten worden bestreden. Hoe beoordeelt de regering dit advies? Wat zijn hierin prioritaire maatregelen? Hoe gaat Nederland dit vormgeven?
Specifieke gebieden
5. De regering geeft aan het voornemen van de Commissie om binnen juridische kaders over AI de risico’s van discriminatie en vooroordelen specifiek mee te nemen te steunen. Kan de regering bij dezen een reflectie geven over discriminerende algoritmes en biased datasets? En op welke manier beoogt de regering deze problemen op nationaal niveau aan te pakken? Acht zij zich hier voldoende voor geëquipeerd?
6. De regering onderschrijft in het fiche de doelstelling om meer nadruk te leggen op diversiteit in het personeelsbestand van de Europese Commissie. Wordt deze doelstelling ook overgenomen op nationaal niveau, in het personeelsbestand van de Nederlandse overheid?
7. In de kabinetsreactie op het Actieplan wordt niet gesproken over de Nederlandse koloniale geschiedenis en haar verband met hedendaags racisme. Is dit per abuis? Zo niet, waarom was dit geen onderdeel van de kabinetsreactie? Maakt dit onderwerp deel uit van de antiracisme-aanpak van de regering, en zo ja, op welke manier?
8. In rapporten van zowel het College voor de Rechten van de Mens als de VN-rapporteur voor racisme komt naar voren dat er in Nederland een algemene beeldvorming bestaat dat mensen met een niet-westerse migratieachtergrond of met een huidskleur anders dan wit «geen echte Nederlanders» zijn. Wat is de reactie van de regering op deze conclusie van de rapporteur? Wat is volgens de regering de oorzaak van deze beeldvorming? Naar de mening van de leden van de GroenLinks-fractie houdt dit beeld verband met de stereotypering die in het EU-actieplan wordt aangehaald, en kan het leiden tot fundamentele uitsluiting van groepen. Erkent de regering dit? En hoe beoogt de regering dit te bestrijden en een inclusieve visie van de Nederlandse identiteit te bevorderen?
Maatregelen
9. In het fiche geeft de regering aan dat een flexibele dialoog tussen kabinet en samenleving gehouden wordt om zo gezamenlijk te werken aan het versterken van de aanpak van racisme en discriminatie. Hoe wordt deze dialoog voorzien? Met welke groepen? Hoe wordt gezorgd dat mensen van getroffen groepen de mogelijkheid krijgen om inbreng te leveren? Op welke termijn beoogt de regering deze dialoog op te zetten?
10. De regering wijst in het fiche de suggestie van de Commissie af om specifieke maatregelen aan te nemen om nadelen in verband met discriminatie op grond van ras of etnische afstamming te voorkomen of te compenseren. Dit omdat de strekking van dit voorstel onvoldoende kan worden overzien. Op welke vlakken verwacht de regering dat het niet te voorzien is? Wat zouden voor de regering een invulling van dit voorstel zijn waarmee de strekking wel acceptabel geacht zouden worden?
Strategisch kader Roma
11. In het rapport van de Fundamental Rights Agency over Roma, Sinti en woonwagenbewoners blijkt dat discriminatie tegen deze groepen in Nederland nog wijdverspreid aanwezig is – zowel in de publieke ruimte (in de vorm van beledigende of bedreigende opmerkingen) als in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg en de woningmarkt. Het strategisch kader van de Commissie zet doelstellingen op een rij om deze discriminatie sterk te verminderen en de positie van deze groepen te verbeteren, en benadrukt daarbij het belang van participatie. Hierin is het onder andere van belang om ngo’s aan bod te laten komen in het evalueren van de situatie, het meldingspercentage/percentage aangiften van discriminatie-ervaringen omhoog te krijgen, en politieke participatie te ondersteunen. Hoe beoogt de regering deze participatiedoelstellingen te bereiken? Hoe beziet de regering de rol van ngo’s hierin? Spelen zij een belangrijke rol in de ogen van de regering?
Vragen van de 50PLUS-fractie
De leden van de 50PLUS-fractie hebben de volgende vragen naar aanleiding van het EU-actieplan tegen Racisme. De komende vijf jaar wordt dit actieplan uitgerold binnen de Europese Unie. Onderdeel van dit actieplan is dat de lidstaten zelf ook actief het EU-recht uit dienen te voeren. Dit houdt in dat de lidstaten zelf nationale actieplannen tegen racisme en rassendiscriminatie gaan maken en uitvoeren. Binnen welke termijn verwacht de regering een nationaal actieplan tegen racisme klaar te hebben? Welke middelen zal zij gaan inzetten zodat dit nationale actieplan breed gedragen gaat worden binnen alle geledingen binnen de Nederlandse samenleving?
Met name binnen de rechtshandhavingsorganisaties valt er nog veel te verbeteren omtrent het aankaarten van misstanden met betrekking tot diversiteit, racisme en openlijk machtsmisbruik. Zelfs binnen een organisatie als die van de Nationale Politie stuit men nog op dit soort misstanden zo bleek uit een interview met de thans plaatsvervangend korpschef bij de Politie, mevrouw Liesbeth Huyzer7 als voorvechter van diversiteit binnen de politie.8
Ziet de regering een verband tussen het te lage aantal aangiftes van haatmisdrijven met racistische motieven en het nog onvoldoende erkennen van diversiteit ook bij rechtshandhavingsinstanties zoals de Nationale Politie? Welke inspanningen zijn er thans om discriminerende handelwijzen bij rechtshandhavingsautoriteiten te voorkomen zodat de geloofwaardigheid van de rechtshandhaving tegen haatmisdrijven wordt vergroot? Is de Minister het eens met de stelling dat een afnemende bereidheid tot het doen van aangifte van haat- en discriminatiemisdrijven een ondermijnend effect heeft op de democratie?
In hoeverre speelt bij de Nederlandse rechtshandhavingsfunctionarissen de profilering die gebruikt wordt om strafbare feiten te voorkomen, te onderzoeken en te vervolgen door personen in te delen in categorieën naar ras of etnische afkomst een rol die kan leiden tot raciale profilering? Meent de regering dat door te weinig diversiteit in politiekorpsen de kans daarop toeneemt? Op welke manier zou de inzameling van gegevens die zijn uitgesplitst naar ras of etnische afkomst verbeterd kunnen worden?
Stereotypering met daaraan gekoppelde vooroordelen zijn vaak eeuwenoud. Om daarin een kentering teweeg te brengen is erkenning van historische wortels van racisme noodzakelijk. Hoe kijkt in dit verband de regering aan tegen het voorstel van het Europees Parlement om ter bestrijding van stereotypering en bevordering van geschiedenisbewustzijn expliciet specifieke gedenkdagen in verband met racisme te honoreren, zoals het uitroepen van een Internationale Dag voor de Afschaffing van Slavernij?9
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning ziet met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning, Boris Dittrich
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 februari 2021
Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Justitie en Veiligheid, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen die zijn gesteld door de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning over het EU-actieplan tegen racisme 2020–202510 en het strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma11. De leden van de fracties van VVD, GroenLinks en 50PLUS hebben een aantal vragen gesteld over deze documenten die hieronder apart beantwoord worden. Deze vragen werden ingezonden op 18 november 2020 met kenmerk 167911u.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren
Op 18 september 2020 heeft de Europese Commissie de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Een Unie van gelijkheid: EU-actieplan tegen racisme 2020–2025 vastgesteld. Op 6 november 2020 is een fiche, opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC), naar uw Kamer gezonden.
Op 7 oktober 2020 heeft de Europese Commissie de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: Een Unie van gelijkheid: Strategisch EU-kader voor gelijkheid, inclusie en participatie van de Roma 2020–2030 en de Raadsaanbeveling over gelijkheid, inclusie en participatie van Roma vastgesteld. Op 16 november is een fiche, opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC), naar uw Kamer gezonden.
Vragen van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie stellen een aantal vragen over het Europese voorstel «A new EU Roma strategic framework». Volgens deze leden is het van belang voor het behalen van de doelstelling van het voorstel en voor de uitvoerbaarheid daarvan, of het voorstel aansluit bij wat Roma zelf willen.
1. De leden van de VVD-fractie vragen de regering of zij kan aangeven wat wij in Nederland hebben geleerd van de (goedbedoelde) aanpak om achterstanden bij autochtone woonwagenbewoners, die een vergelijkbare leefstijl voorstaan als Roma, te bestrijden. Zou de regering bij het beantwoorden van de vraag in het bijzonder ook willen ingaan op school(prestaties), (grensoverschrijdende) criminaliteit en gedwongen uithuwelijking?
Voor een overzicht van de woonwagenhistorie en de lessen die daarbij op overheidsniveau zijn geleerd, verwijs ik naar het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid. 12 In de huidige aanpak wordt er op nationaal niveau geen beleid gevoerd specifiek voor autochtone woonwagenbewoners. Met de intrekking van de Woonwagenwet in 1999 is het woonwagenbeleid gedecentraliseerd, mede vanwege de gedachte geen doelgroepenbeleid te voeren.
2. De leden van de VVD-fractie vragen of er zicht op is dat Roma, met respect voor hun tradities, bereid zijn om de waarden en regels van het land waarin zij wonen te respecteren en na te leven.
In Nederland wordt niet centraal geregistreerd op basis van etniciteit. Voor de wijze waarop in Nederland geregistreerd wordt, verwijs ik u naar het antwoord aan de leden van de 50PLUS-fractie onder vraag 21. Er zijn geen gegevens over de bereidwilligheid bij specifiek de Roma en Sinti om waarden en regels te respecteren noch over deze bereidwilligheid bij welke andere groep dan ook. Uit de tweejaarlijkse monitor sociale inclusie woon- en leefomstandigheden blijkt dat de sociale inclusie en participatie van Roma en Sinti achterblijft bij andere inwoners van de gemeenten waar zij wonen. Op alle onderscheiden thema's zoals onderwijs, arbeid, gezondheid, wonen, veiligheid, keuzevrijheid en contact met de lokale overheid, is sprake van een grote achterstand. Dit gegeven is aanleiding voor extra aandacht voor de positie van Roma en Sinti waarbij geldt dat iedereen die in Nederland verblijft wordt geacht de democratische rechtsstaat te onderschrijven en waarbij er binnen de kaders van de wet, respect is voor de vele tradities die Nederland rijk is.
3. Voorts vragen deze leden of de regering in kan gaan op de vraag of generiek beleid effectief is voor deze doelgroep, bezien in het kader van dit Europese voorstel en of het generieke beleid daarbinnen past.
Nederland kiest in hoofdzaak voor generiek beleid om de gelijkheid, inclusie en participatie van de Roma en Sinti te bevorderen. Dit past binnen het Europese voorstel en naast Nederland zijn er diverse andere lidstaten die de volwaardige participatie van Roma en Sinti aan de samenleving ook langs de inzet van generiek beleid bevorderen. Zo wordt ook de aanpak van antiziganisme een onderdeel van de kabinetsbrede aanpak tegen discriminatie.13
Generiek beleid is effectief gebleken in bijvoorbeeld het terugdringen van absoluut verzuim in het primair onderwijs, door de handhaving van de leerplicht. Er zijn ook aanwijzingen dat door de handhaving van de leerplichtwet de huwelijksleeftijd onder Roma en Sinti is gestegen. Dit is een positieve ontwikkeling in het participatieproces van Roma en Sinti. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit de monitor sociale inclusie woon- en leefomstandigheden, waarin een positieve ontwikkeling wordt waargenomen in het aantal jonge vrouwen die (middelbaar) onderwijs hebben genoten.
Op sommige terreinen bestaat er in Nederland specifiek beleid gericht op het bevorderen van participatie van Roma en Sinti. Zo kunnen basisscholen bijzondere bekostiging aanvragen voor de aanwezigheid van leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma of Sinti. De extra middelen kunnen worden ingezet voor bijvoorbeeld extra begeleiding of onderwijsmaterialen voor de taal- en spelontwikkeling. Ook financiert de overheid de landelijke ondersteuning voor het onderwijs aan woonwagen-, Roma en Sinti-kinderen (OWRS). OWRS ondersteunt betrokkenen rondom het onderwijs aan Roma en Sinti om het onderwijs aan deze doelgroep een impuls te geven.
Hiernaast kent Nederland een subsidieregeling participatie en emancipatie voor Roma en Sinti. Het doel van deze subsidie is het financieren van projecten en activiteiten die direct of indirect een bijdrage leveren aan de verbetering van de sociale positie van Roma en Sinti in Nederland.
Er wonen veel Roma en Sinti op woonwagenlocaties. Ter verbetering van het woonwagen en standplaatsbeleid heeft Nederland in juli 2018 een nieuw Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid gepubliceerd voor gemeenten om invulling te geven aan het gemeentelijke huisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners. Ook gelden er bijvoorbeeld voor woonwagens op onderdelen andere bouwregels gericht op de specifieke situatie van woonwagens.
Hiernaast wordt er in zeven gemeenten een pilot uitgevoerd waarbij intermediairs worden ingezet ter bevordering van onderwijs- en arbeidsmarktparticipatie van Roma jongeren. Voorts wordt er tweejaarlijks een monitor sociale inclusie naar woon- en leefomstandigheden van Roma en Sinti uitgebracht.
4. Ieder land moet een National Roma Contact Point (NRCP) hebben, dat gemandateerd is en voldoende ondersteuning heeft om te coördineren en te monitoren en om vooruitgang op regelmatige basis te rapporteren. De leden van de VVD-fractie vragen de regering hoe een beleid gericht op het voorgaande handen en voeten zal worden gegeven. Tevens vragen zij de regering of er voldoende budget valt vrij te maken. En wat betekent voldoende budget in de ogen van de regering?
De functie van de National Roma Contact Point (NRCP) is formatief ondergebracht bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Van de inzet van het kabinet rapporteert de NRCP tweejaarlijks naar de EU. De NRCP coördineert het interdepartementaal overleg Roma en Sinti. Daarnaast start in opdracht van de NRCP een kennisplatform Roma en Sinti en zal er twee keer per jaar een zogenoemde flexibele dialoog met vertegenwoordigers uit de Roma en Sinti gemeenschap plaatsvinden. Het doel van deze flexibele dialoog is om te weten en te delen wat er speelt binnen de Roma en Sinti-gemeenschappen en om feedback te krijgen op het beleid. Voor de functie van de NRCP en de daarmee samenhangende activiteiten is voldoende budget beschikbaar (rond de € 125.000 per jaar). Over een periode van zes jaar, is voor de tweejaarlijkse monitor sociale inclusie woon- en leefomstandigheden rond de € 235.000 beschikbaar.
Vragen van de GroenLinks-fractie
Algemeen
5. Het Actieplan tegen racisme omvat een breed scala aan mogelijke maatregelen. In hoeverre is er sprake van een prioritering binnen de voorstellen bij de uitvoering door de regering? Wordt er op bepaalde aspecten van het actieplan meer nadruk gelegd? Zo ja, welke?
Er lopen op dit moment verschillende trajecten ten aanzien van de versterking van het nationale beleid tegen racisme en discriminatie, waaronder het verkennen van de instelling van een Nationaal coördinator discriminatie en racisme en de instelling van een Staatscommissie discriminatie en racisme.14 Daarnaast wordt vanaf begin 2021 een brede dialoog met de samenleving vervolgd om de aanpak van racisme en discriminatie gezamenlijk te versterken (waarmee de Catshuisgesprekken van 2020 omtrent de aanpak van racisme worden voortgezet). Deze trajecten sluiten aan bij de voorstellen van de EU om een brede nationale aanpak op racisme en discriminatie te versterken en dit ook samen te ontwikkelen met het maatschappelijk middenveld. De uitvoering van het EU-actieplan tegen racisme en de prioritering van de voorstellen hieruit zal in het kader van bovengenoemde trajecten vorm krijgen.
6. De Commissie stelt voor om met de lidstaten samen te werken om gemeenschappelijke leidende beginselen voor nationale actieplannen vast te stellen. Welke opstelling kiest de Nederlandse regering hierin?
Het kabinet staat positief tegenover het vaststellen van gemeenschappelijke leidende beginselen op Europees niveau van nationale actieplannen tegen racisme en zal hier ook op Europees niveau aan bijdragen. Wel is het van belang dat lidstaten op nationaal niveau tot een eigen invulling van deze beginselen kunnen komen. Daarbij hanteert Nederland het uitgangspunt van een generieke aanpak van racisme en discriminatie waar dit mogelijk is en een specifieke aanpak wanneer dit doeltreffender is. Het kabinet werkt reeds met dergelijke actieplannen. Met de inzet van een flexibele dialoog tussen kabinet en samenleving om tot een gezamenlijke aanpak van racisme te komen, wordt mede invulling gegeven aan de oproep van de Commissie om het maatschappelijk middenveld te betrekken bij het opstellen van maatregelen.
7. De Commissie benadrukt het belang van samenwerking op alle niveaus en met alle actoren. Met dat doel wordt ook een coördinator voor racismebestrijding aangesteld op Europees niveau. Het College voor de Rechten van de Mens adviseerde de regering in zijn jaarlijkse rapportage van 2019 om een coördinator aan te stellen voor bestrijding van discriminerend gedrag in de openbare ruimte. Hoe beoordeelt de regering dat advies, zeker in het licht van het EU-voorstel?
Momenteel wordt er, zoals ik heb aangekondigd in mijn brief van 9 december 2020, een verkenning uitgevoerd naar een Nationaal coördinator discriminatie en racisme of een daarmee vergelijkbaar coördinatiemechanisme. Suggesties voor diverse coördinatiemechanismen, onder meer vanuit het College voor de rechten van de mens voor een coördinator voor de aanpak van discriminerend gedrag in de openbare ruimte of vanuit de Universiteit Utrecht voor oprichting van een Nederlandse Emancipatie Autoriteit (NEMA), zullen daarbij worden meegenomen.15
8. In het Actieplan en de kabinetsreactie daarop is er voornamelijk veel aandacht voor strafbare vormen van racisme en voor diversiteit en inclusie in verschillende sectoren. Het College voor de Rechten van de Mens en de VN-rapporteur voor hedendaagse vormen van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid geven echter aan dat ook niet-strafbare vormen van discriminatie in de publieke ruimte in Nederland moeten worden bestreden. Hoe beoordeelt de regering dit advies? Wat zijn hierin prioritaire maatregelen? Hoe gaat Nederland dit vormgeven?
De VN-rapporteur voor hedendaagse vormen van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid, mevrouw E. Tendayi Achiume, heeft naar aanleiding van haar bezoek aan Nederland gewezen op de verschillende manieren en momenten waarop discriminatie en racisme tot uiting komen, in veel gevallen ook onbewust. In de kabinetsreactie op haar rapport16 heeft het kabinet aangegeven dat het juridische raamwerk dat wij in Nederland hebben om te waarborgen dat gelijke behandeling wordt gegarandeerd, niet altijd toereikend is. Het kabinet zal dit in het voorjaar van 2021 adresseren voor het domein van de publieke ruimte, in reactie op het rapport van het College voor de rechten van de mens, «Veilig zijn in het openbaar».
Specifieke gebieden
9. De regering geeft aan het voornemen van de Commissie om binnen juridische kaders over AI de risico’s van discriminatie en vooroordelen specifiek mee te nemen te steunen. Kan de regering bij dezen een reflectie geven over discriminerende algoritmes en biased datasets? En op welke manier beoogt de regering deze problemen op nationaal niveau aan te pakken? Acht zij zich hier voldoende voor geëquipeerd?
Inbreuken op mensenrechten moeten worden voorkomen. Dat geldt ook bij de inzet van AI en algoritmen. Het kabinet staat dan ook voor een mensgerichte benadering, waarbij de mensenrechten gelden als uitgangspunt voor het doel, het ontwerp en het gebruik van AI. Tegelijk is gebleken dat de inzet van AI en algoritmen kan leiden tot vooringenomenheid of discriminatie. Dat ontstaat bijvoorbeeld als er een bias zit in de dataverzameling die door het algoritme wordt gebruikt. De dataverzameling bevat dan onbedoeld discriminerende patronen. Ook kan het algoritme zelf een bias bevatten. Dit is het geval als de onbewuste vooroordelen van de ontwikkelaars worden vertaald in het ontwerp van het algoritme of in de keuze van de te gebruiken variabelen. Tot slot kan ook de classificatie van gegevens leiden tot discriminerende effecten. Doordat constateringen over een groep worden toegepast op een individu kunnen mensen ten onrechte verkeerd worden ingedeeld. AI kan evenwel ook worden ingezet om vooroordelen en bias in dataverzamelingen op te sporen
Om ongewenste uitkomsten te voorkomen, is het van belang om aan de voorkant aandacht te hebben voor de te gebruiken dataverzamelingen en het ontwerp van het algoritme. Het kabinet ontwikkelt daarom verschillende instrumenten om te waarborgen dat een algoritme op een verantwoorde manier wordt ontworpen en ingezet, waarbij ook het risico op discriminatie wordt geadresseerd.
Zo is recent de Handreiking non-discriminatie by design opgeleverd. Deze handreiking legt uit welke vragen en principes leidend zijn bij het ontwikkelen en implementeren van een AI-systeem (inclusief algoritmen) met het oog op het discriminatieverbod. Er is een vertaalslag gemaakt van de belangrijkste juridische kaders naar operationele ontwerpprincipes. Daarmee stelt het de ontwikkelaars in staat om discriminerende patronen in AI-systemen te identificeren en te voorkomen. Daarnaast wordt op dit moment een Impact Assessment Mensenrechten en Algoritmen ontwikkeld. Dit instrument is ook bedoeld om te zorgen dat alle relevante aandachtspunten rondom de inzet van algoritmen in een vroeg stadium en op een gestructureerde manier aan de orde komen. Het instrument richt zich niet alleen op het verbod op discriminatie, maar op alle mensenrechten.17 Het kabinet verwacht dit instrument voor de zomer van 2021 op te leveren. Voor overheidsorganisaties specifiek zijn de richtlijnen voor het toepassen van algoritmes door overheden ontwikkeld. Het voorkomen van vooroordelen en discriminatie is hierin ook een specifiek aandachtspunt. Tot slot is in het Start-up Residence programma van mijn ministerie een challenge opgenomen die start-up bedrijven uitdaagt om met creatieve oplossingen te komen waarmee vooroordelen en discriminatie in de toepassing van algoritmen en AI-systemen kunnen worden voorkomen. Kansrijke oplossingen zullen verder worden uitgewerkt en verspreid.
10. De regering onderschrijft in het fiche de doelstelling om meer nadruk te leggen op diversiteit in het personeelsbestand van de Europese Commissie. Wordt deze doelstelling ook overgenomen op nationaal niveau, in het personeelsbestand van de Nederlandse overheid?
Het Rijk heeft in haar personeelsbeleid reeds opgenomen dat het een prioriteit is om diversiteit te bevorderen en te zorgen voor een evenwichtige verhouding in het personeelsbestand ten opzichte van de werkende beroepsbevolking in Nederland. De Rijksdienst heeft als gezamenlijke doelstelling het flexibel kunnen inspelen op een verscheidenheid aan maatschappelijke opgaven. Daarmee wil de rijksoverheid bijdragen aan een samenleving waarin iedereen zichzelf kan zijn, gelijke kansen krijgt en actief betrokken is. Dat vraagt om een overheidsorganisatie die weet wat er in de maatschappij speelt en steeds in verbinding is. Om dat te bereiken is het divers samenstellen van teams belangrijk, in combinatie met een inclusieve organisatiecultuur waar medewerkers zichzelf kunnen zijn, een veilige leeromgeving ervaren en zich vrij voelen om hun mening te geven.
11. In de kabinetsreactie op het Actieplan wordt niet gesproken over de Nederlandse koloniale geschiedenis en haar verband met hedendaags racisme. Is dit per abuis? Zo niet, waarom was dit geen onderdeel van de kabinetsreactie? Maakt dit onderwerp deel uit van de antiracisme-aanpak van de regering, en zo ja, op welke manier?
In de kabinetsreactie wordt een inhoudelijke appreciatie gegeven op de voorstellen vanuit het EU Actieplan Racisme en daarmee is er niet expliciet ingegaan op de Nederlandse koloniale geschiedenis in de kabinetsreactie daarop. De Nederlandse koloniale geschiedenis werkt echter door in de huidige samenleving en heeft een relatie met hedendaagse vormen van discriminatie en racisme. Vorig jaar heb ik het adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden ingesteld. Dit adviescollege organiseert een dialoog over de doorwerking van het slavernijverleden in de hedendaagse samenleving en is gericht op een bredere erkenning en inbedding van dit gedeelde verleden. Op de uitkomsten van deze dialoog kan niet vooruit worden gelopen, maar de opbrengsten van deze dialoog en het rapport van het adviescollege zullen ook betrokken worden bij de trajecten die in Nederland lopen ten aanzien van de bestrijding van discriminatie en racisme (zoals onder meer benoemd in het antwoord op vraag 5).
12. In rapporten van zowel het College voor de Rechten van de Mens als de VN-rapporteur voor racisme komt naar voren dat er in Nederland een algemene beeldvorming bestaat dat mensen met een niet-westerse migratieachtergrond of met een huidskleur anders dan wit «geen echte Nederlanders» zijn. Wat is de reactie van de regering op deze conclusie van de rapporteur? Wat is volgens de regering de oorzaak van deze beeldvorming? Naar de mening van de leden van de GroenLinks-fractie houdt dit beeld verband met de stereotypering die in het EU-actieplan wordt aangehaald, en kan het leiden tot fundamentele uitsluiting van groepen. Erkent de regering dit? En hoe beoogt de regering dit te bestrijden en een inclusieve visie van de Nederlandse identiteit te bevorderen?
Het kabinet erkent dat er helaas nog teveel Nederlanders zijn die niet gevrijwaard zijn van discriminatie op basis van hun afkomst en huidskleur en die daarmee nog te vaak ervaren geen vol- en gelijkwaardig onderdeel te zijn van onze Nederlandse samenleving.18 Uit de grote opkomst bij de Black Lives Matter demonstraties van juni 2020, komt echter ook een beeld naar voren dat er veel Nederlanders zijn die -ongeacht eigen afkomst- willen opkomen tegen racisme en solidair zijn met Nederlanders die uitgesloten worden op grond van afkomst, etniciteit of huidskleur.
Uit onderzoek blijkt dat stereotypering en vooroordelen belangrijke voorspellers zijn van discriminatie. Onbekendheid met personen die qua achtergrond verschillen, vergroot de kansen op het ontstaan van stereotype denkbeelden en vooroordelen. Het kabinet zet dan ook in op het versterken van het sociaal contact in de samenleving. Er is inmiddels een wetenschappelijke basis waaruit blijkt dat sociaal contact een belangrijk rol kan spelen in het creëren van vertrouwen en saamhorigheid en in het tegengaan van negatieve beeldvorming (stereotypering) en vooroordelen.19 Daarmee draagt sociaal contact bij aan het voorkomen van, en het beschermen tegen discriminatie en bevordert het inclusief samenleven.
Maatregelen
13. In het fiche geeft de regering aan dat een flexibele dialoog tussen kabinet en samenleving gehouden wordt om zo gezamenlijk te werken aan het versterken van de aanpak van racisme en discriminatie. Hoe wordt deze dialoog voorzien? Met welke groepen? Hoe wordt gezorgd dat mensen van getroffen groepen de mogelijkheid krijgen om inbreng te leveren? Op welke termijn beoogt de regering deze dialoog op te zetten?
Volgend op de gesprekken die de Minister-President en andere bewindspersonen hebben gevoerd met antiracisme betogers in het Catshuis in juni en september 2020, is er vanaf januari 2021 een vervolgtraject gestart om in samenwerking en dialoog met diverse partijen vanuit de samenleving de kabinetsbrede discriminatieaanpak te versterken. Beoogd wordt dat er op basis van dit traject concrete maatregelen tot stand komen. In dit traject worden personen uitgenodigd deel te nemen op basis van ervaring en expertise op het voorliggende onderwerp dan wel domein. Deelnemers van de hierboven genoemde Catshuisgesprekken zijn gevraagd om suggesties voor gesprekspartners te doen.
14. De regering wijst in het fiche de suggestie van de Commissie af om specifieke maatregelen aan te nemen om nadelen in verband met discriminatie op grond van ras of etnische afstamming te voorkomen of te compenseren. Dit omdat de strekking van dit voorstel onvoldoende kan worden overzien. Op welke vlakken verwacht de regering dat het niet te voorzien is? Wat zouden voor de regering een invulling van dit voorstel zijn waarmee de strekking wel acceptabel geacht zouden worden?
Het kabinet onderkent dat bij het voorkomen en bestrijden van discriminatie niet alleen kan worden ingezet op formele gelijkheid maar dat de aanpak ook gericht moet zijn op het bereiken van materiele gelijkheid. De Algemene wet gelijke behandeling (artikel 2, derde lid) bepaalt dan ook dat het verbod van onderscheid niet geldt indien het onderscheid een specifieke maatregel betreft die tot doel heeft vrouwen of personen behorende tot een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep een bevoorrechte positie toe te kennen ten einde feitelijke nadelen verband houdende met de gronden ras of geslacht op te heffen of de verminderen en het onderscheid in redelijke verhouding staat tot dat doel. De suggestie van de Commissie is geeft echter onvoldoende concrete richting aan de aard, omvang en inzet van dergelijke specifieke maatregelen. Daarom is in het BNC fiche opgemerkt dat het voorstel onvoldoende kan worden overzien.
Strategisch kader Roma
15. In het rapport van de Fundamental Rights Agency over Roma, Sinti en woonwagenbewoners blijkt dat discriminatie tegen deze groepen in Nederland nog wijdverspreid aanwezig is – zowel in de publieke ruimte (in de vorm van beledigende of bedreigende opmerkingen) als in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg en de woningmarkt. Het strategisch kader van de Commissie zet doelstellingen op een rij om deze discriminatie sterk te verminderen en de positie van deze groepen te verbeteren, en benadrukt daarbij het belang van participatie. Hierin is het onder andere van belang om ngo’s aan bod te laten komen in het evalueren van de situatie, het meldingspercentage/percentage aangiften van discriminatie-ervaringen omhoog te krijgen, en politieke participatie te ondersteunen. Hoe beoogt de regering deze participatiedoelstellingen te bereiken? Hoe beziet de regering de rol van ngo’s hierin? Spelen zij een belangrijke rol in de ogen van de regering?
Voor de wijze waarop de regering de participatiedoelstellingen beoogt te bereiden, verwijs ik u naar het antwoord aan de leden van de VVD-fractie onder vraag 3.
Voor de wijze waarop de regering de rol van NGO’s beziet, verwijs ik u naar het antwoord aan de leden van de VVD-fractie onder vraag 4.
Vragen van de 50PLUS-fractie
16. Binnen welke termijn verwacht de regering een nationaal actieplan tegen racisme klaar te hebben? Welke middelen zal zij gaan inzetten zodat dit nationale actieplan breed gedragen gaat worden binnen alle geledingen binnen de Nederlandse samenleving?
Het huidige Actieprogramma tegen discriminatie is in 2016 door het toenmalige kabinet vastgesteld. Jaarlijks stuur ik hierover een voortgangsbrief naar de Tweede Kamer. Het beleid tegen racisme en discriminatie is, zoals ik in de beantwoording van voorgaande vragen heb aangegeven, in ontwikkeling. Ik acht het raadzaam om over het vervolg het nationaal actieplan te besluiten als de belangrijkste onderdelen van die ontwikkeling (zoals de instelling van een Staatscommissie en een Nationaal coördinator alsook het brede vervolg van de Catshuisgesprekken) in de loop van 2021 verder zijn ingevuld. Daarbij zal uiteraard rekening worden gehouden met de aanmoediging van de Europese Commissie om tegen eind 2022 een nationaal actieplan tegen racisme aan te nemen.
17. Ziet de regering een verband tussen het te lage aantal aangiftes van haatmisdrijven met racistische motieven en het nog onvoldoende erkennen van diversiteit ook bij rechtshandhavingsinstanties zoals de Nationale Politie?
De regering roept slachtoffers van discriminatie op om altijd aangifte te doen of het incident in elk geval te melden. De Aanwijzing Discriminatie van het OM bepaalt dat aangifte in beginsel altijd wordt opgenomen. Slachtoffers van discriminatie kunnen terughoudend zijn in het doen van aangifte omdat zij de beleving hebben dat aangifte doen geen zin heeft. De politie zet al lang in op diversiteit in de eigen organisatie. Tevens heeft de politie Netwerken Divers Vakmanschap in de eenheden gepositioneerd. Medewerkers vanuit deze netwerken zullen collega’s ondersteunen met kennis en inzichten over achtergronden, culturen en leefstijlen in onze samenleving. Voor het OM geldt dat binnen de eigen organisatie al jaren aandacht wordt gegeven aan gelijke behandeling, een open bedrijfscultuur en het bevorderen van instroom, behoud en doorstroom van werknemers, ongeacht leeftijd, gender, seksuele oriëntatie, culturele, etnische of religieuze achtergrond of arbeidsbeperking.
18. Welke inspanningen zijn er thans om discriminerende handelwijzen bij rechtshandhavingsautoriteiten te voorkomen zodat de geloofwaardigheid van de rechtshandhaving tegen haatmisdrijven wordt vergroot?
Discriminatie is strafbaar gesteld in diverse artikelen van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht. Juist overheidsautoriteiten worden geacht hierin het goede voorbeeld te geven. Het beleid van de politie is er dan ook op gericht om bewuste en onbewuste discriminatie tegen te gaan. Daarvoor heeft zij een pakket aan maatregelen ontwikkeld, bijvoorbeeld door bewustwording van discriminatie een wezenlijk onderdeel te laten zijn van opleiding en training, door goed te kijken naar de samenstelling van de teams in de eigen organisatie en door instrumenten als het handelingskader professioneel controleren in het leven te roepen die de politiemedewerkers ondersteunen in de dagelijkse praktijk.
19. Is de Minister het eens met de stelling dat een afnemende bereidheid tot het doen van aangifte van haat- en discriminatiemisdrijven een ondermijnend effect heeft op de democratie?
Het gelijkheidsbeginsel is een kernelement van onze democratische rechtsstaat. Het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau, «Ervaren discriminatie II « laat zien dat discriminatie een grote impact heeft op het leven van individuen en dat het veel vaker wordt ervaren dan wordt gemeld. Naarmate discriminatie structureel wordt, zijn de gevolgen voor individu en samenleving als geheel nog groter. Het leidt ertoe dat mensen zich terugtrekken uit de samenleving, vertrouwen verliezen in elkaar en in de instituties die er juist voor hen zijn (met vaak afnemende aangiftebereidheid) en daarmee mogelijk ook in de democratie.
20. In hoeverre speelt bij de Nederlandse rechtshandhavingsfunctionarissen de profilering die gebruikt wordt om strafbare feiten te voorkomen, te onderzoeken en te vervolgen door personen in te delen in categorieën naar ras of etnische afkomst een rol die kan leiden tot raciale profilering? Meent de regering dat door te weinig diversiteit in politiekorpsen de kans daarop toeneemt?
De politie mag alleen bijzondere persoonsgegevens als etniciteit of ras vastleggen en informatie over etniciteit of ras van individuen onderdeel laten uitmaken van een profiel als daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat. Bijvoorbeeld bij het opnemen van een aangifte en beschrijving van verdachten. De politie neemt naast maatregelen om diversiteit bij de politie te bevorderen ook maatregelen om de inclusie binnen het korps te bevorderen. Bovendien werkt de politie aan bewustwording en beleid om expliciet aandacht te besteden aan ethische vraagstukken in het politiewerk. Dit draagt bij aan het in de praktijk brengen van deze norm.
21. Op welke manier zou de inzameling van gegevens die zijn uitgesplitst naar ras of etnische afkomst verbeterd kunnen worden?
In aanmerking nemende dat herkomstgegevens gevoelige gegevens zijn die slechts onder strikte voorwaarden (als subsidiariteit en doelbinding) mogen worden geregistreerd en gegevens over «ras« in Nederland al helemaal niet worden vastgelegd, is de huidige structuur, waarbij alleen objectieve herkomstgegevens (geboorteland en geboorteland ouders) worden geregistreerd, optimaal. Deze gegevens zijn beschikbaar in de Basisregistratie Personen (BRP), waaruit gegevens verstrekt kunnen worden. Hiermee worden andere overheidsregisters verrijkt. Dat geschiedt binnen de privacyregels. Daarmee bestaat er in Nederland een valide en betrouwbare structuur voor het genereren van de gevraagde informatie.
22. Hoe kijkt in dit verband de regering aan tegen het voorstel van het Europees Parlement om ter bestrijding van stereotypering en bevordering van geschiedenisbewustzijn expliciet specifieke gedenkdagen in verband met racisme te honoreren, zoals het uitroepen van een Internationale Dag voor de Afschaffing van Slavernij?
De Verenigde Naties hebben dergelijke dagen internationaal afgekondigd, zoals jaarlijks op 25 maart en 23 augustus de Internationale dag ter herinnering van de slachtoffers van slavernij en de trans-Atlantische slavenhandel en de Internationale dag ter herinnering aan de slavenhandel en de afschaffing ervan.
In Nederland wordt jaarlijks op 1 juli het Nederlandse slavernijverleden herdacht en stil gestaan bij de afschaffing ervan. Het kabinet erkent het belang van dergelijk gedenken, op nationaal of internationaal niveau.
Samenstelling:
Kox (SP), Koffeman (PvdD), Ganzevoort (GL), De Boer (GL), Van Hattem (PVV), Pijlman (D66), Rombouts (CDA), Schalk (SGP), Koole (PvdA). Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), Bezaan (VVD), Van der Burg (VVD), Crone (PvdA), Dessing (FVD), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Frentrop (FVD), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD) (ondervoorzitter), Rietkerk (CDA), Rosenmöller (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Keunen (VVD), Van der Linden (Fractie-Nanninga), Raven (OSF).
Mededeling van de commissie aan het Europees Parlement, de Raad, Het Europees Economisch Sociaal Comité en het Comité van de regio’s, paragraaf 3.1 Beleidsmaatregelen om het tij te keren, p. 16.
Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid, bijlage bij Kamerstukken II 2017/18, 34 775 VII, nr. 70.
Dit is ook in lijn met de aangenomen motie van Kamerlid Öztürk. Zie Kamerstuk II 35 570 VII, nr. 26.
Het College voor de rechten van de mens publiceerde de Handreiking: (semi-) geautomatiseerde besluitvorming door de overheid (10-2-2021, www.mensenrechten.nl/nl/publicaties).
R. van Wonderen, H. Felten, Bekend maakt bemind- het wat en waarom van sociaal contact tussen mensen die verschillen in afkomst en religie, KIS, december 2020.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35640-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.