35 628 Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het evenwichtiger maken van de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in het bestuur en de raad van commissarissen van grote naamloze en besloten vennootschappen

Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Ontvangen ter Griffie op 17 december 2021.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 8 februari 2022.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 9 februari 2022.

Bij deze termijn is rekening gehouden met derecesperiode van de Tweede Kamer.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 december 2021

Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, aan de ontwerp-AMvB rapportage man-vrouwverhouding in het bestuursverslag van grote naamloze en besloten vennootschappen1.

Ingevolge artikel 2:391 lid 5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere voorschriften worden gesteld omtrent de inhoud van het bestuursverslag. Met deze ontwerp-AMvB wordt beoogd grote vennootschappen te verplichten in hun bestuursverslag te rapporteren over de man-vrouwverhouding in de raad van bestuur, de raad van commissarissen (de top) en de nader door de vennootschap te bepalen categorieën werknemers in leidinggevende functies (de subtop), de streefcijfers voor een evenwichtiger man-vrouwverhouding, het plan van aanpak en de behaalde resultaten.

De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure (artikel 2:391 lid 6 BW) en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over de ontwerp-AMvB voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd. Op grond van deze bepaling geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over de ontwerp-AMvB niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Met inachtneming van Aanwijzing 2.38 van de Aanwijzingen voor de regelgeving eindigt deze termijn van voorhang in verband met het kerstreces van uw Kamer op 8 februari 2022.

Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven