35 521 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2020 (Tweede incidentele suppletoire begroting inzake Urgendamiddelen).

B MEMORIE VAN ANTWOORD

Ontvangen 11 februari 2021

1. Inleiding

De leden van de fractie-Van Pareren dank ik voor hun inbreng. Hun vragen zal ik in deze memorie van antwoord beantwoorden.

2. Aanleiding

De Tweede incidentele suppletoire begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2020 inzake Urgendamiddelen is de aanleiding voor de vragen van de leden van de fractie-Van Pareren. Het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel geeft de commissie aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen die in 3 worden beantwoord.

3. Opmerkingen en vragen Tweede incidentele suppletoire begroting inzake Urgendamiddelen

De leden van de Fractie-Van Pareren vragen de regering hoeveel subsidie er vanuit de tweede incidentele suppletoire begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie naar de Stichting Urgenda gaat.

Ik kan melden dat de Stichting Urgenda in de zomer van 2020 een uitgebreid projectplan heeft ingediend voor een subsidieaanvraag met daarin zes projecten die tevens onderdeel uitmaken van het 54 puntenplan van Stichting Urgenda. Stichting Urgenda heeft hiervoor een incidentele subsidie van € 900.000 gevraagd. Het Rijk heeft deze aanvraag in het najaar van 2020 toegekend.

De leden van de Fractie-Van Pareren vragen wat de regering beoogt hiermee te bereiken, ofwel, als de zes projecten waarvoor subsidie is toegekend, zo «goed passen binnen de doelstellingen van het kabinet», waarom geschiedt dit dan via de Stichting Urgenda? Tevens vragen de leden van de Fractie-Van Pareren aan de regering waarom er überhaupt subsidies worden verstrekt aan, volgens deze leden soms dubieuze, politieke pressiegroepen die al dan niet procederen tegen de overheid.

De regering beoogt met deze subsidietoekenning te bereiken dat op korte termijn energiebesparing wordt gerealiseerd. Elke in Nederland gevestigde publieksrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon kan een subsidie aanvragen: gemeenten, verenigingen, stichtingen, besloten vennootschappen, naamloze vennootschappen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen. Stichting Urgenda heeft een subsidieaanvraag ingediend met daarin zes projecten die op korte termijn helpen energiebesparing te realiseren. De subsidieaanvraag, de planning en voorgestelde uitvoering van de projecten passen binnen de doelstellingen van het kabinet op het gebied van energiebesparing en CO2-reductie en is daarom toegekend.

De leden van de Fractie-Van Pareren vraagt of de financiering van dergelijke projecten niet gewoon via het reguliere politieke proces c.q. de begroting kan, zonder tussenkomst van de Stichting Urgenda en subsidies, waarbij nog maar de vraag is of de subsidies direct voor betreffende doelstellingen worden aangewend?

De financiering van projecten vindt plaats via de begroting en het politieke proces. De Kamer wordt nu een wijziging van de begroting voorgelegd. De uitwerking van het project dient te geschieden conform de projectopzet, zoals die is beschreven in de subsidieaanvraag. Het Rijk houdt toezicht op de voortgang van deze subsidie. Daarnaast moet aan het einde van de subsidie een vaststellingsaanvraag worden ingediend met een inhoudelijk verslag, een financieel verslag en een controleverklaring.

De Fractie-Van Pareren vraagt vervolgens hoeveel subsidie is er in totaal, cumulatief, door de Nederlandse overheid aan de Stichting Urgenda verstrekt en via welke begrotingen is dat gelopen? Wordt er toezicht gehouden op de besteding van alle respectievelijke subsidies en zo ja, door wie c.q. door welk orgaan?

Ik kan melden dat, zoals is aangekondigd in de Kamerbrief van de Minister van EZK (Kamerstuk 32 813, nr. 496), het kabinet trekt waar mogelijk gezamenlijk met de Stichting Urgenda op in de uitvoering van de maatregelen.

Middels de incidentele suppletoire begroting krijgt Stichting Urgenda € 900.000 voor de uitvoering van een aantal projecten gericht op het relatief snel en eenvoudig realiseren van reductie van energieverbruik in sectoren zoals zwembaden, zorgtehuizen, kantoren en vergroening van tuinen (staat in onze ISB). Vanuit andere departementen zijn geen middelen beschikbaar gesteld aan de Stichting Urgenda.

Het Rijk houdt toezicht op de voortgang van deze subsidie. Daarnaast moet aan het einde van de subsidie een vaststellingsaanvraag worden ingediend met een inhoudelijk verslag, een financieel verslag en een controleverklaring

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Naar boven