35 475 Initiatiefnota van het lid Paternotte over Bescherm Nederlanders met een ongewenste tweede nationaliteit

Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 april 2021

Op verzoek van uw Kamer zal ik in deze brief ingaan op de uitvoering van de aangenomen moties van het lid Belhaj c.s. (Kamerstukken 35 475, nrs. 6, 7, 8 en 9). Deze moties zijn ingediend naar aanleiding van het notaoverleg op 4 februari jl. over de initiatiefnota van het lid Paternotte (D66) van 27 mei 2020 met de titel «Bescherm Nederlanders met een ongewenste tweede nationaliteit» en het manifest «Keuzevrijheid in Nationaliteit». Mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, antwoord ik u het navolgende.

Hulp bij verzoeken tot afstand van de Marokkaanse nationaliteit

In de motie van het lid Belhaj (Kamerstuk 35 475, nr. 6) wordt de regering verzocht om in overleg met de initiatiefnemers van het manifest «Keuzevrijheid in nationaliteit» te onderzoeken of door Nederland hulp bij verzoeken tot afstand van de Marokkaanse nationaliteit geboden kan worden in het geval artikel 19 van de Code de la nationalité Marocaine hiertoe de mogelijkheid biedt.

Het kabinet zal in overleg treden met de initiatiefnemers om te bespreken waar de hulpvraag precies op gericht is, en om te onderzoeken of en zo ja op welke wijze voormelde hulp geboden kan worden. Hierbij wordt wel opgemerkt dat Nederland de inhoud en toepassing van nationale wetgeving van een ander land niet kan veranderen. Dit betekent dat ondersteuning in geval van de toepassing van die wetgeving in een concreet geval met als doel die toepassing ongedaan te maken, vaak niet mogelijk zal zijn. Het Kabinet zal uw Kamer voor de zomer van 2021 hierover informeren, zoals in de motie wordt verzocht.

Onderzoek naar Register Ongewenste Nationaliteiten

De motie van het lid Belhaj (Kamerstuk 35 475, nr. 7) betreft een verzoek aan de regering om een klankbordgroep te vormen van Nederlanders met naast de Nederlandse, een tweede, door hen ongewenste nationaliteit, en met deze groep de totstandkoming van een Register Ongewenste Nationaliteit te onderzoeken.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal een klankbordgroep samenstellen die de mogelijkheden voor een Register Ongewenste Nationaliteiten zal onderzoeken, en uw Kamer hierover eveneens voor de zomer van 2021 informeren, zoals verzocht in de motie.

Onderzoek CAVV

In de motie van het lid Belhaj (Kamerstuk 35 475, nr. 8) wordt de regering verzocht specifiek de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) te vragen om naast de implicaties van de huidige situatie in te gaan op de mate waarin het automatisch als onderdanen rekenen van een derde generatie en verdere afstammelingen van emigranten zich verdraagt met het internationaal recht, welke internationaalrechtelijke remedies open zouden staan voor burgers die hier nadeel van ondervinden en welke internationale gouvernementele organisaties (IGO’s) geëquipeerd zijn om de multilaterale dialoog over een oplossing voor dit vraagstuk te faciliteren.

De Minister van Buitenlandse Zaken heeft de CAVV advies gevraagd onder verwijzing van bovengenoemde elementen. Zoals aangekondigd in de kabinetsreactie op de initiatiefnota van het lid Paternotte die op 4 december jl. naar uw Kamer is verzonden1 zal de Minister van Buitenlandse Zaken naar verwachting in het najaar van 2021 uw Kamer nader informeren over dit advies.

Overleg met Belgische, Duitse en Franse regering

De motie van het lid Belhaj (Kamerstuk 35 475, nr. 9) betreft het verzoek aan de regering om na afronding van het resolutietraject in het Belgisch parlement met de Belgische, en vervolgens ook de Duitse en Franse regering, in overleg te treden ten behoeve van de vorming van een coalitie van landen die werken aan de bevordering van keuzevrijheid inzake een tweede nationaliteit.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Justitie en Veiligheid zullen in nader contact treden met vertegenwoordigers van de Belgische, Duitse en Franse regering om te bezien in hoeverre dit onderwerp ook in deze landen op de agenda staat, en of er mogelijkheden zijn voor het gezamenlijk optrekken in deze. De Minister van Buitenlandse Zaken zal uw Kamer voor de zomer van 2021 informeren.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Kamerstuk 35 475, nr. 4.

Naar boven