35 210 VIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2019 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

C NADER VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP1

Vastgesteld 11 november 2019

De leden van de fracties van GroenLinks en de PvdA danken de regering voor de antwoorden op hun vragen. Ze hebben daarbij nog enkele vervolgvragen.

De leden van de SP-fractie sluiten zich bij deze vragen aan.

De regering schetst in tabel 1 een overzicht van de investeringen en ombuigingen in het hbo en wo en concludeert dat per saldo de investering in het hbo 127 miljoen euro bedraagt en in het wo 58 miljoen euro. Daarbij rekent de regering ook de uitgaven mee ter compensatie van de halvering van het collegegeld voor eerstejaars HO-studenten (G49). Waarom kwalificeert de regering deze uitgaven als intensivering? Deze middelen beogen immers een inkomstendaling van instellingen te compenseren en hebben daarmee dezelfde functie als lpo-gelden. Daarmee kunnen deze middelen toch moeilijk als een investering in beter onderwijs worden beschouwd en als zodanig gepresenteerd?

De regering schetst in tabel 2 de omvang van de niet uitgekeerde lpo 2018/2019. Deze bedraagt 18,7 miljoen euro in het hbo en 25,2 miljoen euro in het wo. Deze middelen worden niet als ombuiging gepresenteerd. Dat bevreemdt de leden van de fracties van GroenLinks en de PvdA, aangezien hier toch sprake is van reële uitholling van het beschikbare budget voor hbo en wo. Kan de regering aangeven waarom zij deze middelen niet als ombuiging ziet?

In de overzichten zijn alleen de maatregelen van de huidige regering verwerkt. Welke kortingen en bezuinigingen van de vorige regering(en) werken daarnaast in de huidige periode door?

De leden van de fractie van GroenLinks hadden in het voorlopig verslag gevraagd om een uitsplitsing per instelling. Volgens de regering is dat niet mogelijk omdat de rijksbijdrage voor deze jaren nog niet (definitief) is vastgesteld. Is het de regering bekend dat de VSNU wel een dergelijke simulatie-berekening heeft gemaakt?

De regering antwoordt op de vraag naar de werkdruk dat door de studievoorschotmiddelen, de middelen voor sectorplannen onderzoek en de middelen voor bèta-techniek extra docenten en onderzoekers kunnen worden aangenomen. Ziet de regering dat door de scherpe keuzes in de sectorplannen en de focus op bèta-techniek deze middelen voor sommige disciplines wel beschikbaar zijn en voor andere niet? En is de regering het eens met de stelling dat de studievoorschotmiddelen besteed dienen te worden – met inspraak van met name de studentengeledingen – voor kwaliteitsverbetering en niet voor werkdrukreductie?

Hoe oordeelt de regering in dit kader over de mogelijkheid dat door de herverdeling in het alfa/gamma/medisch domein naar verwachting 1.200 fte aan werkgelegenheid zal verdwijnen (peiljaar 2022)? Hoe verhoudt dat zich tot de opmerking dat extra docenten en onderzoekers kunnen worden aangenomen?

De regering legt helder uit dat er investeringen nodig zijn bij DUO. Het is evenwel niet duidelijk waarom de onderwijsinstellingen hiervoor moeten betalen middels inhouding van een deel van de lpo. De regering stelt: «Hiermee is het beschikbare budget voor onderwijsinstellingen niet verlaagd, maar is slechts minder verhoogd dan zonder deze inhouding mogelijk was.» Herkent de regering, gelijk de eerdere vraag die de leden van fractie van GroenLinks opwierpen, dat de lpo-bijstelling dient om gestegen kosten te compenseren? En dat indien het budget in reële termen onvoldoende meegroeit de facto sprake is van een ombuiging?

De regering stelt dat het bij de opdracht aan de Commissie-Van Rijn al «denkbaar» was dat er herverdeeleffecten zouden zijn tussen universiteiten. De vraag was en is «of de regering heeft voorzien dat de opdracht aan de Commissie-Van Rijn om meer geld voor technische opleidingen te realiseren bij een gelijkblijvend macrobudget als enig denkbare uitkomst een herverdeling zou hebben ten koste van alfa, gamma en medisch?» Op deze vraag zien de leden van de fracties van GroenLinks en de PvdA gaarne alsnog een antwoord tegemoet, met daarbij een toelichting waarom de regering heeft gekozen voor een zodanige opdracht dat de oplossing voor de tekortschietende bekostiging voor bèta-techniek wel gezocht moest worden in korting op de bekostiging voor alfa, gamma en medisch.

De regering antwoordt op een vraag van de leden van de fractie van GroenLinks dat ze er begrip voor heeft «dat brede universiteiten deze verschuiving niet één op één doorvoeren in de interne allocatie omdat zij het belang van de verschillende wetenschapsgebieden in balans willen houden». Ziet de regering dat de maatregelen, genomen in reactie op de Commissie-Van Rijn, de balans tussen de wetenschapsgebieden verstoren?

Ten slotte vragen de leden de leden van de fracties van GroenLinks en de PvdA naar de effecten van de overheveling van de studentgebonden financiering naar de vaste voet. Klopt het dat deze verschuiving onbedoeld tot gevolg heeft dat instellingen met een historisch hoge vaste voet er meer op vooruit gaan dan instellingen met een historisch lage vaste voet? Vindt de regering dit – zelfs wanneer het voor alle instellingen netto een vooruitgang zou zijn – gewenst en rechtvaardig? Is de regering bereid om te onderzoeken hoe de verschillen in vaste voet tussen de instellingen kunnen worden gereduceerd?

De commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ziet met belangstelling uit naar de memorie van antwoord en ontvangt deze graag binnen vier weken na vaststelling van dit voorlopig verslag.

De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Bikker

De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Bergman


X Noot
1

Samenstelling:

Essers (CDA), Backer (D66), Ganzevoort (GL), Sent (PvdA), Van Strien (PVV), Van Apeldoorn (SP), Atsma (CDA), Nooren (PvdA), Pijlman (D66) (ondervoorzitter), Schalk (SGP), Bikker (CU) (voorzitter), Klip-Martin (VVD), De Bruijn-Wezeman(VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), De Blécourt-Wouterse (VVD), Van der Burg (VVD), Cliteur (FVD), Dessing (FVD), Doornhof (CDA), Gerbrandy (OSF), Nanninga (FVD), Nicolaï (PvdD), Rookmaker (Fractie-Otten), Veldhoen (GL), Vendrik (GL), Hermans (FVD)

Naar boven