35 122 Wijziging van de Penitentiaire beginselenwet, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met de wijziging van de regeling inzake detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling (Wet straffen en beschermen)

Nr. 16 AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER STAAIJ

Ontvangen 20 juni 2019

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel II, onderdeel E, wordt het voorgestelde artikel 15e als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, aanhef, wordt «kan geheel of gedeeltelijk worden herroepen» vervangen door «wordt geheel of gedeeltelijk herroepen».

2. In het vierde lid wordt «Het openbaar ministerie ziet slechts af van de herroeping» vervangen door «Het openbaar ministerie kan in bijzondere gevallen afzien van de herroeping».

II

In artikel IVa, onderdeel 1, onderdeel C, subonderdeel 5, wordt het voorgestelde artikel 6:2:13a als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, aanhef, wordt «kan geheel of gedeeltelijk worden herroepen» vervangen door «wordt geheel of gedeeltelijk herroepen».

2. In het vierde lid wordt «Het openbaar ministerie ziet slechts af van de herroeping» vervangen door «Het openbaar ministerie kan in bijzondere gevallen afzien van de herroeping».

III

In artikel IVa, onderdeel 2, onderdeel B, subonderdeel 2, wordt het in onderdeel H voorgestelde artikel 6:2:13a als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, aanhef, wordt «kan geheel of gedeeltelijk worden herroepen» vervangen door «wordt geheel of gedeeltelijk herroepen».

2. In het vierde lid wordt «Het openbaar ministerie ziet slechts af van de herroeping» vervangen door «Het openbaar ministerie kan in bijzondere gevallen afzien van de herroeping».

Toelichting

De algemene voorwaarde verbonden aan V.I. is dat een veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De indiener is van mening dat het uitgangspunt bij overtreding van deze voorwaarde niet een mogelijkheid moet zijn, maar dat herroeping in alle gevallen dient plaats te vinden. Alleen in bijzondere gevallen kan hiervan worden afgezien. Datzelfde geldt bij overtreding van één of meer bijzondere voorwaarden.

Hiermee legt de indiener van het amendement in de wettekst vast wat volgens de regering in reactie op vragen van de SGP-fractie (35 122, nr. 6, blz. 55) ook het uitgangspunt van de regeling is.

Van der Staaij

Naar boven