35 095 IIB Wijziging van de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) voor het jaar 2018 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 17 december 2018

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 7 december 2018 voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bij brief van 14 december 2018 zijn ze door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Ziengs

De waarnemend griffier van de commissie, Hendrickx

1

Kunt u de aard van de prijseffecten op grond waarvan de begroting voor de artikelen 7 en 8 is verhoogd nader toelichten?

Antwoord:

Dit heeft betrekking op de wisselkoers. In de raming van de begroting is geen rekening gehouden met schommelingen in de wisselkoers. Op basis van de realisatie wordt, waar nodig, het budget voor de kabinetten aangepast.

2

Wat verklaart het grote verschil tussen de verhoging van enerzijds artikelen 7 (Curaçao) en 8 (Sint-Maarten) en anderzijds artikel 6 (Aruba)?

Antwoord:

De Kabinetten van de Gouverneur van Curaçao, Sint-Maarten en Aruba hebben alle drie te maken met tegenvallers in het budgettaire beeld als gevolg van prijseffecten (waaronder wisselkoers). Het Kabinet van de Gouverneur van Aruba kan dit bestedingseffect voor 2018 – door vertraging in de uitgaven voornamelijk op het gebied van uitgezonden personeel – binnen zijn eigen begroting opvangen.

Naar boven