34 845 IV Wijziging van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2017 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 18 december 2017

De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 7 december 2017 voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bij brief van 15 december 2017 zijn ze door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Pechtold

De griffier van de commissie, De Lange

1

Waarom worden de middelen voor Sint-Maarten (€ 550 miljoen), Saba en Sint-Eustatius (€ 67 miljoen) onder het uitgavenkader van 2017 geplaatst, terwijl u tegelijkertijd aangeeft dat de middelen in tranches (dat wil zeggen ook in latere jaren) zullen worden uitgedeeld?

Antwoord:

Om de wederopbouw van Sint Maarten spoedig op te kunnen starten is een bedrag van € 550 mln. toegevoegd aan Hoofdstuk 86, de Aanvullende Post van de Rijksbegroting. Voor de wederopbouw van Saba en Sint Eustatius is een bedrag van € 67 mln. gereserveerd op de Aanvullende Post van de Rijksbegroting. Om de wederopbouw in 2017 al mogelijk te maken zijn de middelen ook in dat jaar geplaatst. Het kasritme van de betalingen is afhankelijk van de goedkeuring van bestedingsplannen. Dit ritme is nu nog niet bekend maar start in 2017. Derhalve vallen nu de volledige uitgaven onder het kader 2017. Indien de daadwerkelijke uitgaven in de jaren na 2017 zullen plaatsvinden belasten deze uitgaven in de betreffende jaren het uitgavenplafond. Er wordt gestart met de wederopbouw van Sint-Maarten, zodra Sint-Maarten heeft voldaan aan de voorwaarden (grenstoezicht en instelling van een Integriteitskamer).

2

Moeten de middelen voor Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius nog onder het uitgavenkader 2018–2021 worden verwerkt als deze via tranches in latere jaren worden uitgedeeld? Zo ja, hoe wordt er dan ruimte onder het uitgavenkader gevonden?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 1.

3

Heeft u reeds een globale raming gemaakt van het tempo waarin de tranches worden uitgedeeld? Zo nee, waarvan zal het tempo afhangen?

Antwoord:

Randvoorwaardelijk voor een Nederlandse bijdrage aan de wederopbouw van Sint Maarten is dat Sint Maarten formeel akkoord gaat met de twee politieke voorwaarden. Sint Maarten is reeds akkoord gegaan met versterking van het grenstoezicht. De onderlinge regeling waarmee dat geregeld wordt, is inmiddels door alle betrokken partijen ondertekend. De landsverordening Integriteitskamer ligt momenteel bij de Staten. Als het daar wordt aangenomen moet de gouverneur de Landsverordening vaststellen. Dit proces kan een aantal weken in beslag nemen.

Beoogd wordt het wederopbouwprogramma voor Sint Maarten voor een aanzienlijk deel via een Trust fund bij de Wereldbank te doen (laten) uitvoeren. Over de opzet en inrichting hiervan worden momenteel gesprekken gevoerd met de Wereldbank. Onderdeel daarvan is de tranchering, waarbij verschillende overwegingen een rol spelen. Nederland dient voldoende mogelijkheid te houden om tussentijds bij te sturen en tegelijkertijd moeten de tranches voldoende substantieel zijn om voor de Wereldbank werkbaar te blijven. Zodra ik daar meer zicht op heb, zal ik de Tweede Kamer informeren. Op uw verzoek staat op 21 december 2017 een technische briefing gepland om uw Kamer te informeren over de stand van zaken.

Sint Eustatius en Saba zijn vrijwel direct na de noodhulpfase gestart met de wederopbouw en worden hierin ondersteund door het Rijk, gecoördineerd door BZK. Voor de grotere projecten, zoals haven en vliegvelden, worden herstelplannen opgesteld. Het tempo hiervan wordt mede bepaald door de uitvoeringskracht van betrokken uitvoeringsorganisaties, bouwbedrijven en openbaar lichamen.

4

Wanneer kan de Kamer haar budgetrecht toepassen voor wat betreft de gereserveerde middelen? Zullen alle gereserveerde middelen uiteindelijk via de begroting Koninkrijksrelaties worden uitgegeven?

Antwoord:

De Kamer kan haar budgetrecht uitoefenen als de gereserveerde middelen voor Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius vanuit de Aanvullende Post aan de desbetreffende departementale begroting worden toegevoegd. Dit gebeurt via suppletoire begrotingswet of ontwerpbegroting, welke wordt voorgelegd aan de Kamer.

De middelen voor de wederopbouw Sint Maarten worden allemaal via de begroting Koninkrijksrelaties uitgegeven. De middelen voor de wederopbouw Saba en Sint Eustatius lopen afhankelijk van de departementale verantwoordelijkheid via de verschillende departementale begrotingen en worden zichtbaar in het overzicht in het overzicht Caribisch Nederland van het BES fonds.

5

Is het waar dat de ruimte onder het totale uitgavenkader in 2017 in feite groter is dan € 0,8 miljard, als ervan uitgegaan wordt dat de middelen voor Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius via tranches in latere jaren (en dus niet in 2017) worden uitgedeeld?

Antwoord:

Indien er middelen die gereserveerd zijn voor de Bovenwindse Eilanden niet in 2017 tot daadwerkelijke uitgaven leiden, belasten deze ook het kader voor 2017 niet. Bij het Financieel Jaarverslag Rijk van het Ministerie van Financiën worden de realisaties op het totale uitgavenkader, en dus de drie deelkaders, definitief.

6

Zijn er naast de tegenvaller bij de EU-afdrachten en de uitgaven aan Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius nog andere uitgaven in de Najaarsnota die mogelijk doorwerken naar de kaders in de jaren 2018 tot en met 2021? Zo ja, kunt u hiervan een overzicht geven?

Antwoord:

Ik kan deze vraag alleen beantwoorden voor de begrotingen die door het Ministerie van BZK worden opgesteld. Voor de overige begrotingen verwijs ik naar andere departementen. Er is een aantal uitgaven die geen onderdeel van de eindejaarsmarge zijn en daardoor wel het uitgavenkader in 2018 kunnen beïnvloeden. Naast de uitgaven op artikel 8 (Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden) gaat het om de wisselkoersreserve op de begroting van Koninkrijksrelaties, en de middelen voor het Fonds Energiebesparing Huursector (FEH) op de Wonen en Rijksdienst begroting. Definitieve posten en bedragen worden in de Slotwet opgenomen.

7

Is het waar dat de regering niet voornemens is in 2017 verplichtingen aan te gaan of uitgaven te doen ten behoeve van de wederopbouw van de Bovenwindse Eilanden, of verwacht de regering al in 2017 een deel van de middelen gereserveerd op de Aanvullende Post per nota van wijziging of na de Najaarsnota toe te voegen?

Antwoord:

De uitgaven die in 2017 worden gedaan betreffen vooral noodhulp. Daar is in deze suppletoire begroting € 55 mln. voor beschikbaar gesteld. Daarnaast is van de middelen van de aanvullende post in 2017 € 41 mln. beschikbaar ten behoeve van eventuele liquiditeitssteun aan Sint Maarten.

Tenslotte is er voor de openbare lichamen Saba en Sint Eustatius ieder € 2 mln. beschikbaar ter ondersteuning van de eilandelijke taken bij het herstel na forse schade door de orkanen Irma en Maria. Deze bijdrage staat los van de € 67 mln. reservering op de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën voor de wederopbouw van Saba en Sint Eustatius.

8

Wanneer wordt de lening uit augustus dit jaar terugbetaald? Tegen welke rente? Wanneer wordt de eerste betaling verwacht?

Antwoord:

Het betreft een 15-jarige lening aan Sint Maarten van ANG 21.700.000 ten behoeve van diverse investeringsprojecten, waaronder de gevangenis en de belastingdienst. De lening kent een jaarlijkse aflossing waarbij de eerste aflossing op 25 augustus 2018 zal plaatsvinden. De rente is gebaseerd op de Nederlandse yieldcurve en bedraagt 0,83%. De monitoring loopt als gebruikelijk via het College Financieel Toezicht Curaçao en Sint Maarten.

De lening is in augustus via de lopende inschrijving verstrekt, voordat orkanen Irma en Maria in beeld kwamen. Mogelijk leidt dit tot herbestemming of intrekking van de lening, omdat de oorspronkelijke bestemming niet haalbaar is. Als hier duidelijkheid over is, zal ik de Kamer daarover informeren.

9

Voor welke projecten is deze lening bedoeld? Hoe wordt gemonitord dat het geld daadwerkelijk aan deze projecten wordt uitgegeven?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 8.

10

Hoe is de € 550 miljoen opgebouwd?

Antwoord:

Op dit moment is de totale omvang van de schade op Sint Maarten nog niet bekend, wel worden diverse assessments uitgevoerd om tot dat totale schadebeeld te komen. Het is mijn bedoeling om de Wereldbank ook in te zetten voor het opstellen van een integraal herstelplan op basis waarvan de scope voor de Nederlandse bijdrage aan een wederopbouwprogramma kan worden vastgesteld. Het kabinet heeft een bedrag van € 550 mln. voor de Nederlandse bijdrage aan de wederopbouw van Sint Maarten gereserveerd. Dit bedrag is onder meer gebaseerd op eerdere bijdragen aan wederopbouwprogramma’s, zoals na orkaan Luis in 1995, een eerste verwachting ten aanzien van de herstelkosten na Irma en is de kosten die verbonden zijn aan het borgen van een goede besteding van de middelen.

De inzet is dat een aanzienlijk deel van het wederopbouwprogramma loopt via het Trustfund bij de Wereldbank, daarnaast zal een beperkte financiële stroom als directe steun aan Sint Maarten worden verleend. Het betreft in ieder geval de liquiditeitssteun 2017, waarvoor € 41 mln. is gereserveerd.

Naar boven