34 775 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2018

Nr. 15 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 3 november 2017

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

De begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2018 komt te luiden:

Vaststelling van de departementale begrotingsstaten van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2018 (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

14.645.803

15.223.447

99.585

         
 

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

     

1

Volksgezondheid

652.043

666.585

8.403

3

Langdurige zorg en ondersteuning

3.978.091

3.910.770

3.441

4

Zorgbreed beleid

936.428

1.085.233

68.860

5

Jeugd

90.135

90.135

4.508

7

Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II

272.798

272.798

901

9

Algemeen

33.140

33.140

0

10

Apparaatsuitgaven

271.998

272.223

11.679

11

Nominaal en onvoorzien

– 16.181

– 16.222

0

         
 

Medische Zorg

     

2

Curatieve zorg

3.054.882

3.523.559

1.053

6

Sport en bewegen

125.320

136.135

740

8

Tegemoetkoming specifieke kosten

5.247.149

5.249.091

0

TOELICHTING

Algemeen

Als gevolg van nadere nog te maken afspraken tussen beide bewindspersonen kunnen er nog wijzigingen in de verantwoordelijkheidsverdeling komen. Als dit aan de orde is zal de Tweede Kamer hierover worden geïnformeerd.

De maatregelen die in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III zijn opgenomen met betrekking tot het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, zijn zoveel mogelijk in deze nota van wijziging verwerkt. Voor zover dat nog niet het geval is, zal dat gebeuren door middel van een nota van wijziging of een suppletoire begroting.

In deze nota van wijziging wordt aangegeven welke wijzigingen in de departementale begrotingsstaat zijn doorgevoerd als gevolg van de in het regeerakkoord opgenomen maatregelen of de Koninklijke besluiten. Het betreft ombuigingen en beleidsintensiveringen uit het regeerakkoord.

Artikelsgewijze toelichting bij de begrotingsartikelen

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2

H58 Stimulering medisch specialisten in loondienst/ participatiemodel

Voor meer gelijkgerichtheid in het ziekenhuis wordt gestimuleerd dat medisch specialisten de stap maken naar het participatiemodel of loondienst.

Macro-economisch effect

De uitgavenraming van de rijksbijdrage zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18- is aangepast op basis van de nieuwe MLT1-raming van het CPB, waarin de gevolgen van het regeerakkoord zijn verwerkt.

Artikel 3

Macro-economisch effect

De uitgavenraming van de Bijdrage in Kosten van Kortingen (BIKK) is aangepast op basis van de nieuwe MLT-raming van het CPB, waarin de gevolgen van het regeerakkoord zijn regeerakkoord verwerkt.

Artikel 4

H67 Verlaging eigen bijdragen Wlz

In het regeerakkoord is een drietal maatregelen ten aanzien van de eigen bijdragen in de Wlz opgenomen. In verband met de aanpassing van de processen als gevolg van de drie maatregelen maakt het CAK extra uitvoeringskosten (€ 2 miljoen per jaar).

Artikel 8

M143 Aanpassing uitgavenraming Zorgtoeslag als gevolg van aanpassing heffingvrije vermogen in box 3

De verhoging van het heffingvrije vermogen in box 3 leidt tot hogere uitgaven zorgtoeslag doordat meer huishoudens binnen het vrijgestelde vermogen zullen vallen.

H74 Aanpassing uitgavenraming Zorgtoeslag als gevolg van maatregelen in de cure

Maatregelen in de cure zoals zorgakkoorden, waardoor de Zvw-uitgaven verlaagd worden, werken één op één door in een lagere nominale premie, inkomensafhankelijke bijdrage. De lagere nominale premie op zijn beurt werkt door in een lagere zorgtoeslag. De uitgavenraming voor de Zorgtoeslag wordt in verband hiermee verlaagd met € 89 miljoen in 2019, oplopend tot € 415 miljoen vanaf 2022.

H76 Aanpassing uitgavenraming zorgtoeslag als gevolg van hogere zorgpremies

De bevriezing van het eigen risico op € 385 leidt tot een lager gemiddeld eigen risico en een hogere nominale zorgpremie. Beide effecten worden meegenomen in de standaardpremie, die daardoor hoger uitvalt. Hiervoor worden verzekerden met een laag inkomen gecompenseerd via een hogere zorgtoeslag.

M133 Verlaging normpercentage zorgtoeslag paren

De zorgtoeslag van meerpersoonshuishoudens wordt vanaf 2019 verhoogd door het normpercentage te verlagen met 0,45%-punt (€ 80 miljoen).

M142 Doorwerken verhoging algemene heffingskorting

De verhoging van de algemene heffingskorting werkt door naar hogere uitkeringen via de referentiesystematiek. Hierdoor wordt er minder zorgtoeslag uitgekeerd.

Macro-economisch effect

De uitgavenraming van de zorgtoeslag is aangepast op basis van de nieuwe MLT-raming van het CPB, waarin de gevolgen van het regeerakkoord zijn verwerkt.

Meerjarige doorwerking

In de onderstaande tabellen worden per artikel de standen ontwerpbegroting 2018 vóór nota van wijziging, de mutaties in het kader van het regeerakkoord en de herverkaveling en de standen ontwerpbegroting 2018 na nota van wijziging meerjarig opgenomen.

Meerjarige doorwerking verplichtingen (Bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

2018

2019

2020

2021

2022

1

Volksgezondheid

         
 

Stand vóór nota van wijziging

652.043

646.406

645.741

644.637

667.093

 

Stand na nota van wijziging

652.043

646.406

645.741

644.637

667.093

             

2

Curatieve zorg

         
 

Stand vóór nota van wijziging

3.052.782

3.262.130

3.312.813

3.371.628

508.769

 

Maatregel regeerakkoord nr. H58 Stimulering medisch specialisten in loondienst/ participatiemodel

0

16.000

8.000

8.000

0

 

Macro-economisch effect

2.100

12.100

3.500

– 28.100

– 11.500

 

Stand na nota van wijziging

3.054.882

3.290.230

3.324.313

3.351.528

497.269

3

Langdurige zorg en ondersteuning

         
 

Stand vóór nota van wijziging

3.972.691

4.003.171

4.075.917

4.145.504

310.473

 

Macro-economisch effect

5.400

– 46.700

– 18.100

102.000

236.300

 

Stand na nota van wijziging

3.978.091

3.956.471

4.057.817

4.247.504

546.773

             

4

Zorgbreed beleid

         
 

Stand vóór nota van wijziging

934.428

1.007.077

1.052.832

921.864

875.293

 

Maatregel regeerakkoord nr. 67 verlaging eigen bijdragen Wlz

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

 

Stand na nota van wijziging

936.428

1.009.077

1.054.832

923.864

877.293

             

5

Jeugd

         
 

Stand vóór nota van wijziging

90.135

83.226

85.524

67.633

67.536

 

Stand na nota van wijziging

90.135

83.226

85.524

67.633

67.536

             

6

Sport en bewegen

         
 

Stand vóór nota van wijziging

125.320

141.548

124.106

130.387

142.938

 

Stand na nota van wijziging

125.320

141.548

124.106

130.387

142.938

             

7

Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II

         
 

Stand vóór nota van wijziging

272.798

255.318

240.176

225.662

211.415

 

Stand na nota van wijziging

272.798

255.318

240.176

225.662

211.415

             

8

Tegemoetkoming specifieke kosten

         
 

Stand vóór nota van wijziging

5.263.880

5.736.128

6.028.362

6.484.229

6.817.525

 

Maatregel regeerakkoord nr. M143 Aanpassing uitgavenraming zorgtoeslag als gevolg van aanpassing heffingvrije vermogen in box 3

14.000

14.000

14.000

14.000

14.000

 

Maatregel regeerakkoord nr. H74 Aanpassing uitgavenraming zorgtoeslag als gevolg van maatregelen in de cure

0

– 89.000

– 235.000

– 389.000

– 415.000

 

Maatregel regeerakkoord nr. H76 aanpassing uitgavenraming zorgtoeslag als gevolg van hogere zorgpremies

9.000

14.000

19.000

23.000

22.000

 

Maatregel regeerakkoord nr. M133 verlaging normpercentage zorgtoeslag paren

0

80.000

80.000

80.000

80.000

 

Maatregel regeerakkoord nr. M142 doorwerken verhoging algemene heffingskorting

0

– 30.000

– 50.000

– 66.000

– 66.000

 

Macro-economisch effect

– 39.731

25.121

237.587

220.520

148.124

 

Stand na nota van wijziging

5.247.149

5.750.249

6.093.949

6.366.749

6.600.649

             

9

Algemeen

         
 

Stand vóór nota van wijziging

33.140

35.264

40.221

45.455

40.223

 

Stand na nota van wijziging

33.140

35.264

40.221

45.455

40.223

             

10

Apparaatsuitgaven

         
 

Stand vóór nota van wijziging

271.998

263.248

259.062

258.147

257.869

 

Stand na nota van wijziging

271.998

263.248

259.062

258.147

257.869

             

11

Nominaal en onvoorzien

         
 

Stand vóór nota van wijziging

– 16.181

– 19.005

– 19.136

– 19.180

– 19.186

 

Stand na nota van wijziging

– 16.181

– 19.005

– 19.136

– 19.180

– 19.186

             

Totaal

           
 

Stand voor nota van wijziging

14.653.034

15.414.511

15.845.618

16.275.966

9.879.948

 

Maatregelen regeerakkoord

25.000

7.000

– 162.000

– 328.000

– 363.000

 

Macro-economisch effect

– 32.231

– 9.479

222.987

294.420

372.924

 

Stand na nota van wijziging

14.645.803

15.412.032

15.906.605

16.242.386

9.889.872

Meerjarige doorwerking uitgaven (Bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

2018

2019

2020

2021

2022

1

Volksgezondheid

         
 

Stand vóór nota van wijziging

666.585

683.262

652.695

647.837

667.093

 

Stand na nota van wijziging

666.585

683.262

652.695

647.837

667.093

             

2

Curatieve zorg

         
 

Stand vóór nota van wijziging

3.521.459

3.202.760

3.252.854

3.372.849

3.477.608

 

Maatregel regeerakkoord nr. H58 Stimulering medisch specialisten in loondienst/ participatiemodel

0

16.000

8.000

8.000

0

 

Macro-economisch effect

2.100

12.100

3.500

– 28.100

– 11.500

 

Stand na nota van wijziging

3.523.559

3.230.860

3.264.354

3.352.749

3.466.108

             

3

Langdurige zorg en ondersteuning

         
 

Stand vóór nota van wijziging

3.905.370

3.929.571

4.000.617

4.068.804

4.138.773

 

Macro-economisch effect

5.400

– 46.700

– 18.100

102.000

236.300

 

Stand na nota van wijziging

3.910.770

3.882.871

3.982.517

4.170.804

4.375.073

             

4

Zorgbreed beleid

         
 

Stand vóór nota van wijziging

1.083.233

1.070.693

1.052.831

1.036.360

965.650

 

Maatregel regeerakkoord nr. 67 verlaging eigen bijdragen Wlz

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

 

Stand na nota van wijziging

1.085.233

1.072.693

1.054.831

1.038.360

967.650

             

5

Jeugd

         
 

Stand vóór nota van wijziging

90.135

83.226

85.524

67.633

67.536

 

Stand na nota van wijziging

90.135

83.226

85.524

67.633

67.536

             

6

Sport en bewegen

         
 

Stand vóór nota van wijziging

136.135

142.078

140.341

141.057

142.938

 

Stand na nota van wijziging

136.135

142.078

140.341

141.057

142.938

             

7

Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II

         
 

Stand vóór nota van wijziging

272.798

255.318

240.176

225.662

211.415

 

Stand na nota van wijziging

272.798

255.318

240.176

225.662

211.415

             

8

Tegemoetkoming specifieke kosten

         
 

Stand vóór nota van wijziging

5.265.822

5.736.128

6.028.362

6.484.229

6.817.525

 

Maatregel regeerakkoord nr. M143 Aanpassing uitgavenraming zorgtoeslag als gevolg van aanpassing heffingvrije vermogen in box 3

14.000

14.000

14.000

14.000

14.000

 

Maatregel regeerakkoord nr. H74 Aanpassing uitgavenraming zorgtoeslag als gevolg van maatregelen in de cure

0

– 89.000

– 235.000

– 389.000

– 415.000

 

Maatregel regeerakkoord nr. H76 aanpassing uitgavenraming zorgtoeslag als gevolg van hogere zorgpremies

9.000

14.000

19.000

23.000

22.000

 

Maatregel regeerakkoord nr. M133 verlaging normpercentage zorgtoeslag paren

0

80.000

80.000

80.000

80.000

 

Maatregel regeerakkoord nr. M142 doorwerken verhoging algemene heffingskorting

0

– 30.000

– 50.000

– 66.000

– 66.000

 

Macro-economisch effect

– 39.731

25.121

237.587

220.520

148.124

 

Stand na nota van wijziging

5.249.091

5.750.249

6.093.949

6.366.749

6.600.649

             

9

Algemeen

         
 

Stand vóór nota van wijziging

33.140

35.264

40.221

45.455

40.223

 

Stand na nota van wijziging

33.140

35.264

40.221

45.455

40.223

             

10

Apparaatsuitgaven

         
 

Stand vóór nota van wijziging

272.223

263.467

259.281

258.247

257.869

 

Stand na nota van wijziging

272.223

263.467

259.281

258.247

257.869

             

11

Nominaal en onvoorzien

         
 

Stand vóór nota van wijziging

– 16.222

– 19.005

– 19.136

– 19.180

– 19.186

 

Stand na nota van wijziging

– 16.222

– 19.005

– 19.136

– 19.180

– 19.186

             

Totaal

           
 

Stand voor nota van wijziging

15.230.678

15.382.762

15.733.766

16.328.953

16.767.444

 

Maatregelen regeerakkoord

25.000

7.000

– 162.000

– 328.000

– 363.000

 

Macro-economisch effect

– 32.231

– 9.479

222.987

294.420

372.924

 

Stand na nota van wijziging

15.223.447

15.380.283

15.794.753

16.295.373

16.777.368

De ontvangsten veranderen niet.

Financieel Beeld Zorg

1. Inleiding

In deze nota van wijziging (NVW) zijn de begrotingsaanpassingen in het niet amendeerbare deel van de VWS-begroting, namelijk de bruto Zorguitgaven en -ontvangsten voor 2018–2022 onder andere voortvloeiend uit het Regeerakkoord in de onderhavige begroting (TK 34 775 XVI, nr. 2) verwerkt.

Daarnaast is de term BKZ vervangen door Uitgavenplafond Zorg en de term BKZ-uitgaven en -ontvangsten door Zorguitgaven en -ontvangsten.

Portefeuilleverdeling

Minister van VWS is voor wat betreft het Financieel Beeld Zorg verantwoordelijk voor alle uitgaven en ontvangsten, met uitzondering van de Zorgverzekeringswet (Zvw), exclusief wijkverpleging en de ggz.

In de onderstaande paragrafen wordt verder ingegaan op de ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg en de ontwikkeling van de Zorguitgaven.

2. Ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg en de Zorguitgaven

Voor de uitgavenkant van de begroting worden aan het begin van een kabinetsperiode afspraken gemaakt over het maximale uitgavenniveau: het Uitgavenplafond. Voor elk jaar wordt een plafond voor de totale uitgaven afgesproken dat niet overschreden mag worden. De hoogte van het

Uitgavenplafond wordt vervolgens jaarlijks aangepast aan prijsontwikkelingen. De Uitgavenplafonds van de sectoren Rijksbegroting, Sociale Zekerheid en Zorg samen vormen het totale Uitgavenplafond.

Het Uitgavenplafond Zorg is bij de start van het kabinet Rutte III voor de periode 2018–2021 vastgesteld bij Startnota. Voor het vaststellen van het Uitgavenplafond Zorg is uitgegaan van de netto Zorguitgaven bij Miljoenennota 2018 (2). Op deze stand zijn de maatregelen (3) en de macro-economische doorwerking (4) uit het Regeerakkoord verwerkt.

In tabel 1 is de opbouw van het Uitgavenplafond Zorg na verwerking van de Startnota te zien.

Tabel 1 Opbouw Uitgavenplafond Zorg 2018–2021 (bedragen x € 1 miljoen)1
   

2018

2019

2020

2021

1

Uitgavenplafond Zorg bij Startnota (=5)

72.762

72.896

77.581

82.087

           

2

Zorguitgaven bij Miljoenennota 2018

72.557

76.887

81.517

86.457

3

Maatregelen Regeerakkoord

172

– 5.284

– 6.145

– 7.175

4

Macro-economische doorwerking Regeerakkoord

34

1.293

2.209

2.805

5

Zorguitgaven bij Startnota (=2 t/m 4)

72.762

72.896

77.581

82.087

6

Over/onderschrijding Uitgavenplafond Zorg bij Startnota (=5–1)

0

0

0

0

X Noot
1

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

3. Verticale ontwikkeling van de Zorguitgaven en -ontvangsten

3.1. Verticale ontwikkeling van de totale Zorguitgaven en -ontvangsten

Tabel 2 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2018 de verticale ontwikkeling van de totale Zorguitgaven en -ontvangsten zien.

Tabel 2 Verticale ontwikkeling van de totale Zorguitgaven en -ontvangsten 2018–2022 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2018

2019

2020

2021

2022

Bruto Zorguitgaven ontwerpbegroting 2018

77.744,1

82.317,2

87.205,6

92.414,0

97.710,8

Bijstellingen in de bruto Zvw-uitgaven

22,0

326,1

41,8

– 547,5

– 264,3

Bijstellingen in de bruto Wlz-uitgaven

49,8

609,4

827,9

901,7

958,7

Bijstellingen in de bruto begrotingsgefinancierde Zorguitgaven

17,0

– 5.208,0

– 5.218,9

– 5.287,8

– 5.289,7

Totaal bijstellingen

88,8

– 4.272,5

– 4.349,2

– 4.933,6

– 4.595,3

Bruto Zorguitgaven Startnota

77.832,9

78.044,7

82.856,4

87.480,4

93.115,5

Zorgontvangsten ontwerpbegroting 2018

5.187,5

5.430,5

5.689,1

5.957,2

6.232,4

Bijstellingen Zvw-ontvangsten

– 100,7

– 236,5

– 382,9

– 532,9

– 573,0

Bijstellingen Wlz-ontvangsten

– 16,2

– 44,8

– 30,5

– 30,5

– 30,5

Totaal bijstellingen

– 116,9

– 281,3

– 413,4

– 563,4

– 603,5

Zorgontvangsten Startnota

5.070,6

5.149,2

5.275,7

5.393,8

5.628,9

Netto Zorguitgaven ontwerpbegroting 2018

72.556,6

76.886,7

81.516,5

86.456,8

91.478,4

Bijstellingen in de netto Zorguitgaven

205,7

– 3.991,2

– 3.935,8

– 4.370,2

– 3.991,8

Netto Zorguitgaven Startnota

72.762,4

72.895,5

77.580,8

82.086,7

87.486,6

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.

Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten

Tabel 3 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2018 de verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten zien.

Tabel 3 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten 2018–2022 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2018

2019

2020

2021

2022

Bruto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2018

48.495,3

51.168,7

53.966,1

56.819,0

60.006,2

           

Bijstellingen Startnota

         

Autonoom

– 17,0

747,1

1.249,8

1.497,5

1.930,7

Loon- en prijsontwikkeling

– 17,0

747,1

1.249,8

1.497,5

1.930,7

           

Beleidsmatig

39,0

– 421,0

– 1.208,0

– 2.045,0

– 2.195,0

H51 Hoofdlijnenakkoorden 2019–2021

0,0

– 460,0

– 1.190,0

– 1.920,0

– 1.920,0

H52 Maatregelen genees- en hulpmiddelen

0,0

– 61,0

– 158,0

– 305,0

– 465,0

H54 Gedragseffect derving eigen risico als gevolg van HLA+geneesmiddelen

0,0

20,0

35,0

50,0

65,0

H55 Gedragseffect stabilisatie eigen risico

39,0

80,0

105,0

130,0

125,0

           

Totaal bijstellingen

22,0

326,1

41,8

– 547,5

– 264,3

           

Bruto Zvw-uitgaven Startnota

48.517,3

51.494,8

54.007,9

56.271,5

59.741,9

           

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2018

3.308,4

3.492,5

3.676,8

3.863,3

4.053,4

           

Bijstellingen Startnota

         

Autonoom

0,3

9,5

15,1

19,1

24,0

Loon- en prijsontwikkeling

0,3

9,5

15,1

19,1

24,0

           

Beleidsmatig

– 101,0

– 246,0

– 398,0

– 552,0

– 597,0

H53 Doorwerking maatregelen Zvw (HLA en geneesmiddelen)

0,0

– 43,0

– 92,0

– 141,0

– 184,0

H55 Stabilisatie eigen risico 2018–2021

– 101,0

– 203,0

– 306,0

– 411,0

– 413,0

           

Totaal bijstellingen

– 100,7

– 236,5

– 382,9

– 532,9

– 573,0

           

Zvw-ontvangsten Startnota

3.207,7

3.256,0

3.293,9

3.330,4

3.480,4

           

Netto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2018

45.186,9

47.676,1

50.289,3

52.955,7

55.952,7

Bijstellingen in de netto Zvw-uitgaven

122,7

562,6

424,7

– 14,6

308,7

Netto Zvw-uitgaven Startnota

45.309,6

48.238,7

50.714,0

52.941,1

56.261,5

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.

Toelichting

STARTNOTA

Uitgaven

Autonoom

Loon- en prijsontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling van de bruto-zorguitgaven is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Beleidsmatig

H51 Hoofdlijnenakkoorden 2019–2021

Er worden opnieuw hoofdlijnenakkoorden gesloten over medisch-specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg, huisartsen- en multidisciplinaire zorg en wijkverpleging met een totale opbrengst die oploopt tot 1,92 miljard euro per jaar vanaf 2021. Als de uitgaven onverwacht hoger uitvallen, dan wordt het macrobeheersingsinstrument ingezet.

H52 Maatregelen genees- en hulpmiddelen

Met een samenhangend pakket aan maatregelen moeten de uitgaven aan genees- en hulpmiddelen beter worden beheerst. Dit gebeurt zo veel mogelijk door een scherpere inkoop van genees- en hulpmiddelen (inclusief barcodering), een overheveling van extramuraal naar intramuraal en een aanpassing van de Wet geneesmiddelenprijzen. Sluitpost is een aanpassing van het Geneesmiddelenvergoedingensysteem (GVS). Per 2019 worden de GVS-bijbetalingen per verzekerde gemaximeerd op € 250 per jaar.

H54 Gedragseffect derving eigen risico als gevolg van hoofdlijnenakkoorden en maatregelen genees- en hulpmiddelen

De gematigde ontwikkeling van het verplicht eigen risico (als gevolg van het beperken van de curatieve zorguitgaven) leidt tot extra zorgconsumptie en extra zorguitgaven.

H55 Gedragseffect stabilisatie eigen risico

De stabilisatie van het verplicht eigen risico op € 385 leidt tot een verlaagd remgeldeffect, dat wil zeggen extra zorgconsumptie en extra zorguitgaven.

Ontvangsten

Autonoom

Loon- en prijsontwikkeling

De raming van de ontvangsten Zvw (de opbrengst van het eigen risico) is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Beleidsmatig

H53 Doorwerking maatregelen Zvw (HLA en geneesmiddelen)

Het beperken van de curatieve zorguitgaven als gevolg van de hoofdlijnenakkoorden en de maatregelen op het terrein van de genees- en hulpmiddelen leidt tot lagere ontvangsten van het verplicht eigen risico.

H55 Stabilisatie eigen risico 2018–2021

De stabilisatie van het verplicht eigen risico op € 385 levert een derving op van de opbrengst van het eigen risico.

3.2. Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten

Tabel 4 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2018 de verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten zien.

Tabel 4 Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten 2018–2022 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2018

2019

2020

2021

2022

Bruto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2018

21.811,9

23.718,3

25.880,7

28.165,1

30.330,6

           

Bijstellingen Startnota

         

Autonoom

49,8

549,6

965,2

1.315,0

1.703,0

Loon- en prijsontwikkeling

49,8

549,6

965,2

1.315,0

1.703,0

           

Beleidsmatig

0,0

136,0

208,0

213,0

188,0

H72 Terugdraaien taakstelling Wlz

0,0

136,0

208,0

213,0

188,0

           

Technisch

0,0

– 76,3

– 345,3

– 626,3

– 932,3

Overheveling volumegroei Wmo en Jeugd tranche 2019

0,0

– 76,3

– 76,3

– 76,3

– 76,3

A2 Accreseff. incl. aanpassing normeringssystematiek GF/PF

0,0

0,0

– 269,0

– 550,0

– 856,0

           

Totaal bijstellingen

49,8

609,4

827,9

901,7

958,7

           

Bruto Wlz-uitgaven Startnota

21.861,7

24.327,7

26.708,6

29.066,8

31.289,3

           

Wlz-ontvangsten ontwerpbegroting 2018

1.879,1

1.938,0

2.012,3

2.093,9

2.179,0

           

Bijstellingen Startnota

         

Beleidsmatig

– 16,2

– 44,8

– 30,5

– 30,5

– 30,5

H67 Verlaging eigen bijdragen Wlz

– 16,2

– 44,8

– 30,5

– 30,5

– 30,5

           

Totaal bijstellingen

– 16,2

– 44,8

– 30,5

– 30,5

– 30,5

           

Wlz-ontvangsten stand Startnota

1.862,9

1.893,1

1.981,7

2.063,3

2.148,4

           

Netto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2018

19.932,8

21.780,4

23.868,4

26.071,3

28.151,7

Bijstellingen in de netto Wlz-uitgaven

66,0

654,2

858,4

932,2

989,2

Netto Wlz-uitgaven Startnota

19.998,8

22.434,6

24.726,8

27.003,5

29.140,9

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.

Toelichting

STARTNOTA

Uitgaven

Autonoom

Loon- en prijsontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling van de bruto-zorguitgaven is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Beleidsmatig

H72 Terugdraaien taakstelling Wlz

Bij de begrotingsvoorbereiding voor 2018 is een niet-ingevulde taakstelling op de zorguitgaven geboekt om het beeld voor het Uitgavenplafond Zorg sluitend te maken. Deze taakstelling wordt in het Regeerakkoord teruggedraaid.

Overheveling volumegroei Wmo en Jeugd tranche 2019

De gereserveerde middelden voor de volume-indexatie 2019 van de Wmo- en jeugdbudgetten die voorheen tot het BKZ behoorden, worden (met uitzondering van de middelen voor de indexatie van het budget voor beschermd wonen) overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds en vallen daarmee onder het Uitgavenplafond voor de Rijksbegroting. De loon- en prijsindexatie 2018 en 2019 voor deze budgetten blijft conform reguliere begrotingssystematiek gereserveerd op de Wlz en wordt bij Voorjaarsnota van het betreffende jaar op basis van de dan actuele indices overgeheveld naar het gemeentefonds (Uitgavenplafond rijksbegroting).

A2 Accreseffect inclusief aanpassing normeringsystematiek gemeentefonds/provinciefonds

De gereserveerde middelden voor de indexatie van de Wmo- en jeugdbudgetten die voorheen tot het BKZ behoorden, worden (met uitzondering van de middelen voor de indexatie van het budget voor beschermd wonen) vanaf 2020 afgeboekt omdat vanaf dat jaar de accressystematiek gaat gelden die vanuit het Uitgavenplafond voor de Rijksbegroting loopt.

Ontvangsten

Beleidsmatig

H67 Verlaging eigen bijdragen Wlz

De vermogensinkomensbijtelling Wlz wordt gehalveerd naar 4%. Daarnaast wordt de overgangstermijn van de lage eigen bijdrage aangepast naar 4 maanden; mensen betalen bij verhuizing naar een instelling of accommodatie voortaan 4 maanden de lage eigen bijdrage en daarna de hoge eigen bijdrage. Deze maatregel is van toepassing op cliënten die vanaf 2019 in een instelling komen wonen (geen effect op bestaande bewoners). Tot slot wordt het marginale tarief van de lage eigen bijdrage verlaagd naar 10%.

3.3. Verticale ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde Zorguitgaven

Tabel 5 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2018 de verticale ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde Zorguitgaven zien.

Tabel 5 Verticale ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde Zorguitgaven 2018–2022 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2018

2019

2020

2021

2022

Netto begrotingsgefinancierde Zorguitgaven ontwerpbegroting 2018

7.437,0

7.430,2

7.358,9

7.429,9

7.374,0

           

Bijstellingen Startnota

         

Autonoom

1,2

5,6

9,0

11,3

14,1

Loon- en prijsontwikkeling

1,2

5,6

9,0

11,3

14,1

           

Beleidsmatig

15,8

33,2

24,5

19,5

11,5

H58 Stimulering medisch specialisten in loondienst/participatiemodel

0,0

16,0

8,0

8,0

0,0

H67 Verlaging eigen bijdragen beschermd wonen

0,8

2,2

1,5

1,5

1,5

H62 Onafhankelijke cliëntondersteuning

15,0

15,0

15,0

10,0

10,0

           

Technisch

0,0

– 5.246,8

– 5.252,4

– 5.318,6

– 5.315,3

Overheveling sociaal domein Wmo

0,0

– 3.334,7

– 3.340,3

– 3.402,7

– 3.399,3

Overheveling sociaal domein Jeugd

0,0

– 1.912,1

– 1.912,1

– 1.915,9

– 1.915,9

           

Totaal bijstellingen

17,0

– 5.208,0

– 5.218,9

– 5.287,8

– 5.289,7

Netto begrotingsgefinancierde Zorguitgaven Startnota

7.454,0

2.222,2

2.140,0

2.142,1

2.084,3

Toelichting

STARTNOTA

Uitgaven

Autonoom

Loon- en prijsontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling van de bruto-zorguitgaven is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Beleidsmatig

H58 Stimulering medisch specialisten in loondienst/participatiemodel

Voor meer gelijkgerichtheid in het ziekenhuis stimuleren we dat medisch specialisten de stap maken naar het participatiemodel of loondienst.

H67 Verlaging eigen bijdragen beschermd wonen

De maatregelen op het terrein van de verlaging van de eigen bijdragen Wlz hebben gevolgen voor de groep mensen die op grond van de Wmo een eigen bijdrage betalen voor beschermd wonen omdat voor deze groep dezelfde eigen bijdrage systematiek geldt als in de Wlz.

Gemeenten worden door het Rijk gecompenseerd voor de eigen bijdragederving die hiervan het resultaat is. Het gaat om een bedrag van structureel € 1,5 miljoen.

H62 Onafhankelijke cliëntondersteuning

Er wordt door dit kabinet extra geïnvesteerd in onafhankelijke cliëntondersteuning. In samenspraak moeten gemeenten en zorgkantoren zorgen voor een grotere bekendheid, vindbaarheid en professionaliteit van cliëntondersteuning.

Technisch

Overheveling sociaal domein Wmo

Het Wmo-budget dat voorheen tot het Uitgavenplafond Zorg behoorde, wordt (met uitzondering van het budget voor beschermd wonen) vanaf 2019 overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds en komt daarmee onder het Uitgavenplafond voor de Rijksbegroting.

Overheveling sociaal domein Jeugd

Het jeugdbudget dat voorheen tot het Uitgavenplafond Zorg behoorde, wordt vanaf 2019 overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds en komt daarmee onder het Uitgavenplafond voor de Rijksbegroting.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins


X Noot
1

MLT staat voor Middellangetermijnverkenning

Naar boven