34 775 III Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA), de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning (IIIB) en de begrotingsstaat van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) voor het jaar 2018

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

3

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

4

     

1

Leeswijzer

4

     

2

Ministerie van Algemene Zaken

5

2.1

De beleidsagenda

5

2.2

Beleidsartikel

7

A

Algemene doelstelling

7

B

Rol en verantwoordelijkheid

7

C

Beleidswijzigingen

8

D

Budgettaire gevolgen van beleid

9

E

Toelichting

9

2.3

Agentschap Dienst Publiek en Communicatie

13

2.3.1

Begroting van baten en lasten

13

2.3.2

Kasstroomoverzicht

15

2.3.3

Overzicht doelmatigheidsindicatoren

16

     

3

Kabinet van de Koning

19

A

Algemene doelstelling

19

B

Rol en verantwoordelijkheid

19

C

Beleidswijzigingen

19

D

Budgettaire gevolgen

20

E

Toelichting artikelonderdeel

20

     

4

Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

21

A

Algemene doelstelling

21

B

Rol en verantwoordelijkheid

21

C

Beleidswijzigingen

21

D

Budgettaire gevolgen

22

E

Toelichting artikelonderdeel

22

     

BIJLAGEN

 

1.

Verdiepingshoofdstuk

23

2.

Moties en toezeggingen

24

3.

Evaluatie- en overig onderzoek

25

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1, 3 en 4

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. In afwijking van het derde lid is in het vierde lid bepaald, dat de begrotingsstaten van het Kabinet van de Koning en van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten worden vastgesteld bij de wet waarmee de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken wordt vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van deze wetsartikelen worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte

B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. LEESWIJZER

Deze memorie van toelichting betreft de begrotingsstaten voor het jaar 2018 van het Ministerie van Algemene Zaken (inclusief die van het agentschap Dienst Publiek en Communicatie), van het Kabinet van de Koning en van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Bedoelde begrotingen komen in de hoofdstukken 2 tot en met 4 aan de orde.

Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan het beleid van het ministerie (paragraaf 2.2) en het agentschap Dienst Publiek en Communicatie (paragraaf 2.3).

In de toelichting bij de begroting van het Kabinet van de Koning wordt achtereenvolgens ingegaan op de algemene doelstelling en de taken (paragraaf 3A) en de budgettaire gevolgen (paragraaf 3D).

In de toelichting bij de begroting van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten wordt kort aandacht besteed aan de doelstelling van de Commissie (paragraaf 4A) en aan de budgettaire gevolgen (paragraaf 4D).

Voor wat betreft het verstrekken van beleidsinformatie wordt opgemerkt dat de begroting van het Ministerie van Algemene Zaken, gelet op de aard van de werkzaamheden en het ontbreken van een specifiek beleidsveld, geen aanknopingspunten biedt tot het benoemen van maatschappelijke effecten. Dit neemt niet weg, dat in de AZ-begroting ieder jaar zo goed en zo concreet als mogelijk inzicht wordt gegeven in de activiteiten. Waar mogelijk en zinvol zijn deze gevat in output-indicatoren.

In deze begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens de actuele Rijksbegrotingsvoorschriften, exclusief het voorschrift voor een centraal apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven maken – in afwijking van de voorschriften en met instemming van de Minister van Financiën – onderdeel uit van de programma-artikelen.

Groeiparagraaf

De Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) is opgenomen in de begroting.

2. MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN

2.1 De Beleidsagenda

Voor het Ministerie van Algemene Zaken en de Minister-President staan, overeenkomstig artikel 45 van de Grondwet, het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid daarvan, centraal. In 2018 zijn in dat kader de volgende onderwerpen relevant.

Economische groei

De Nederlandse economie ontwikkelt zich positief. Zo groeit de economie naar verwachting in 2018 met 2,5% en daalt de werkeloosheid naar 4,3%. De maatregelen ter uitvoering van het regeerakkoord van het kabinet-Rutte II hebben hieraan bijgedragen. Voor het versterken van de Nederlandse economie blijft de focus van het overheidsbeleid blijft gericht op gezonde overheidsfinanciën, een evenwichtige inkomensverdeling en het versterken van duurzame groei van de economie.

Veiligheid

Afgelopen jaren is Europa meerdere keren geconfronteerd met verschrikkelijke daden van terreur. De inspanningen blijven onverminderd om het risico op terroristische aanslagen te verkleinen en Nederland veiliger te maken. Het kabinet heeft de afgelopen periode aanzienlijk geïnvesteerd in de versterking van de veiligheidsketen. Door de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten die in 2018 in werking treedt, worden de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) in staat gesteld om ongeacht de verdere technologische ontwikkelingen effectiever op te kunnen treden. Ook wordt met deze wet het onafhankelijk toezicht op de veiligheidsdiensten, waarvoor de Minister-President verantwoordelijk is, hierop aangepast. Er zal naast de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) worden ingesteld.

De dreiging voor de nationale veiligheid is niet los te zien van de ontwikkelingen in de rest van de wereld. Het is de verwachting dat de onrust aan de buitengrenzen van Europa en de conflicten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika voor de middellange en lange termijn aanhouden. Het onderkennen en tegengaan van deze dreigingen en risico’s vereist een krachtige aanpak, nationaal en internationaal. Intensieve samenwerking met onze internationale partners is dan ook onontbeerlijk. In 2018 heeft Nederland een tijdelijke zetel in de VN Veiligheidsraad en kan zich zo actief in zetten voor internationale vrede en veiligheid.

Migratie

Door een afname en gewijzigde samenstelling van de instroom van asielzoekers is de opvangcapaciteit in de loop van 2017 afgebouwd. De komende periode zal structureel worden gemonitord hoe de situatie zich ontwikkelt en wat de prognoses zijn. Op deze manier kan op toereikende wijze worden gereageerd indien de situatie zich zou voordoen dat de instroom weer toeneemt. In Europees verband zal onverminderd worden ingezet op het verbeteren van de situatie in Italië en Griekenland, een solide uitvoering van de afspraken met Turkije, een herziening van het Gemeenschappelijk Europees Asielsysteem en blijvende samenwerking met herkomst- en transitlanden, met name in Afrika.

Europa

2017 is een bewogen jaar. Voor het eerst in 60 jaar bereidt een lidstaat zich voor op uittreding. Met het vertrek van het Verenigd Koninkrijk zal Nederland een lidstaat verliezen waarmee het nauwe economische, culturele en politieke verwantschap voelt. Het Brits vertrek heeft aanzet gegeven tot een discussie over de toekomst van Europa die tot aan de verkiezingen van het Europees Parlement in 2019 verder zal worden gevoerd. In 2018 blijft de Europese agenda onverminderd prioritair, gezien de huidige uitdagingen waar de Unie zich voor ziet gesteld. Tijdens de vergaderingen van de Europese Raad zal de focus naar verwachting liggen op belangrijke thema’s als energie en klimaat, economische groei, migratie, terrorismebestrijding en het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Leidend blijven verder de prioriteiten die de Europese Raad heeft aangenomen voor de periode tot 2020. Ook zullen in 2018 de onderhandelingen van start gaan over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) na 2020.

Tot slot

Bovenstaande onderwerpen kunnen niet los van elkaar worden gezien. Het Ministerie van Algemene Zaken en de Minister-President bewaken samenhangen tussen verschillende beleidsterreinen en spelen hierbij een verbindende rol.

Het Ministerie van Algemene Zaken bestaat budgettair gezien voor een groot deel uit de interdepartementale shared-service organisatie Dienst Publiek en Communicatie (circa 40%). Voorts bestaat het Ministerie van Algemene Zaken uit het bureau van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Rijksvoorlichtingsdienst en het Kabinet van de Minister-President (tevens secretariaat ministerraad). Het Kabinet van de Koning (KvdK), de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) behoren formatief en budgettair eveneens tot deze begroting, maar functioneren inhoudelijk zelfstandig. Tot slot wordt er toezicht gehouden door de directie Financieel-Economische Zaken en wordt het ministerie ondersteund door de directie Bedrijfsvoering.

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (Bedragen x € 1.000)

Art.nr

Naam artikel (€ tot. uitg. art.)

Juridisch verplichte uitgaven

Niet-juridische verplichte uitgaven

Bestemming van de niet juridisch verplichte uitgaven

1

Eenheid van het algemeen regeringsbeleid (€ 58.308)

€ 54.925 (94,2%)

€ 3.372 (5,8%)

overig

         
 

Totaal aan niet verplichte uitgaven

 

€ 3.372

 

2.2 Beleidsartikel

2.2.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid

A. Algemene doelstelling

Het Ministerie van Algemene Zaken coördineert het algemene regeringsbeleid. Doel is de Minister-President en de ministerraad adequaat te ondersteunen door beleidsinhoudelijke voorbereiding en afstemming en de woordvoering en communicatie hierover.

De ambtelijke ondersteuning van de Minister-President richt zich op de inhoudelijke advisering ter voorbereiding van de ministerraad en de onderraden, alsmede op de buitenlandse bezoeken, de gesprekken met derden en de overige externe optredens van de Minister-President. Deze advisering ligt voor het grootste deel bij het Kabinet van de Minister-President (KMP) en het secretariaat van de ministerraad. De woordvoering van de Minister-President en de ministerraad is een taak van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD).

De Rijksvoorlichtingsdienst coördineert voorts het algemene communicatiebeleid van de Rijksoverheid. Hiertoe zijn alle departementen vertegenwoordigd in de VoorlichtingsRaad (VoRa). Leidende kernbegrippen zijn eenheid in presentatie naar inhoud en vorm, adequate beschikbaarheid, toegankelijkheid en herkenbaarheid van informatie, en het duiden en gebruiken van signalen uit de samenleving.

Het regeringsbeleid is gebaat bij inzichten in ontwikkelingen en vraagstukken die op langere termijn de samenleving beïnvloeden. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) draagt op een wetenschappelijk gefundeerde manier aan dergelijke inzichten bij. De raad heeft tot taak tijdig te wijzen op tegenstrijdigheden in en te verwachten knelpunten voor het regeringsbeleid, dilemma’s te formuleren over de grote beleidsvraagstukken en beleidsalternatieven aan te dragen. De WRR kan zich bezighouden met alle gebieden van (potentieel) regeringsbeleid.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister-President is als voorzitter van de ministerraad (art. 45, lid 2 en 3 Grondwet) verantwoordelijk voor «het bevorderen van de eenheid van het algemene regeringsbeleid». Dat komt op verschillende manieren tot uitdrukking. Zo spreekt de Minister-President na afronding van het formatieproces namens het nieuwe kabinet de regeringsverklaring uit en gaat hij daarover met de Tweede Kamer in debat. Voorts verantwoordt de Minister-President zich jaarlijks over het algemene regeringsbeleid tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag. De Minister-President is ook verantwoordelijk voor het in stand houden en zo nodig aanpassen van het stelsel van overleg en besluitvorming, zoals dat vorm krijgt in de ministerraad en onderraden. Voorts is de Minister-President verantwoordelijk voor coördinatie van het algemene communicatiebeleid, zoals het bevorderen van de eenheid in presentatie en adequate publiekscommunicatie. Het Ministerie van Algemene Zaken ondersteunt de Minister-President in zijn rol als voorzitter van de rijksministerraad, van de ministerraad en van de onderraden van de ministerraad alsmede in zijn rol als lid van de Europese Raad en als verantwoordelijke voor de coördinatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

De Minister-President heeft een aantal verantwoordelijkheden op het gebied van buitenlands beleid. Deze houden onder meer verband met zijn lidmaatschap van de Europese Raad. Voorts vertegenwoordigt de Minister-President Nederland op diverse internationale bijeenkomsten, zoals topontmoetingen van de VN en de NAVO. Ook brengt hij, in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken, bezoeken aan landen en regio’s indien het bredere Nederlandse belang daarmee is gediend. Verder heeft de Minister-President een bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van het Koninklijk Huis. Alle ministers dragen op grond van artikel 42 van de Grondwet ministeriële verantwoordelijkheid, maar in de praktijk is het in de eerste plaats de Minister-President die daarover in de Kamer verantwoording aflegt, eventueel met één of meer andere betrokken ministers.

C. Beleidswijzigingen

Er zijn geen beleidswijzigingen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel Eenheid van het algemeen regeringsbeleid (bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

 

Verplichtingen

55.654

59.107

58.308

58.338

58.346

60.090

62.154

                 
 

Uitgaven

55.654

59.107

58.308

58.338

58.346

60.090

62.154

 

Waarvan juridisch verplicht

   

94,2%

       
                 

1

Coördinatie van het algemeen communicatie- en regeringsbeleid (RVD) apparaatsuitgaven

1.597

2.167

2.198

2.199

2.205

2.868

4.932

                 

2

Bijdrage aan de lange termijn beleidsontwikkeling (WRR) apparaatsuitgaven

520

594

594

594

594

594

594

                 

3

Apparaatsuitgaven

29.004

33.017

31.351

31.379

31.381

32.463

32.463

 

Personele uitgaven

18.854

           
 

– waarvan eigen personeel

16.885

           
 

– waarvan externe inhuur

496

           
 

– waarvan overige personele uitgaven

1.473

           
 

Materiële uitgaven

10.150

           
 

– waarvan ICT

2.486

           
 

– waarvan bijdrage aan SSO's

4.962

           
 

– waarvan overige materiële uitgaven

2.702

           
                 

4

Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)

591

592

592

592

592

                 
 

Bijdrage agentschap

             

5

Dienst Publiek en Communicatie

24.533

23.329

23.574

23.574

23.574

23.573

23.573

                 
 

Ontvangsten

4.111

4.402

4.402

4.402

4.402

4.402

4.402

E. Toelichting

De bijdrage voor het categoriemanagement aan het Ministerie van Financiën loopt in 2021 af. Dit verklaart het verschil tussen het budget in de jaren 2021 en 2022.

1 Coördinatie van het algemene communicatie- en regeringsbeleid

Algemeen Regeringsbeleid

Beraadslaging en besluitvorming over het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid van beleid is de taak van de ministerraad. Deze staat onder voorzitterschap van de Minister-President. Het Kabinet van de Minister-President ondersteunt de Minister-President in deze taak in nauwe samenwerking met de Rijksvoorlichtingsdienst.

Uit het oogpunt van taakverdeling en efficiënte besluitvorming worden voorstellen waarover de ministerraad dient te besluiten veelal eerst voorgelegd aan een onderraad van de ministerraad. Een dekkend stelsel van onderraden bestrijkt het gehele terrein van rijksbeleid. De Minister-President is voorzitter van alle onderraden. Naast de ministerraad functioneert de ministerraad van het Koninkrijk (de zogeheten rijksministerraad). Aan de vergaderingen van de rijksministerraad nemen naast de leden van de ministerraad gevolmachtigde ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten deel. In de vergadering van de rijksministerraad komen alle aangelegenheden van het Koninkrijk die meer dan één van de landen raken aan de orde.

Gemeenschappelijk Communicatiebeleid

De Rijksvoorlichtingsdienst en de directies Communicatie van de andere ministeries werken intensief samen om het gemeenschappelijke communicatiebeleid van de Rijksoverheid vorm te geven en uit te voeren. In de Voorlichtingsraad (VoRa) komen alle directeuren Communicatie samen. De VoRa ontwikkelt initiatieven op het vlak van overheidscommunicatie, adviseert de ministerraad hierover (gevraagd en ongevraagd) en bundelt de uitvoering via het agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC).

Rijks- en kabinetsbrede communicatie

Het communicatiebeleid is geënt op drie kernbegrippen: eenduidigheid, herkenbaarheid en toegankelijkheid. Deze krijgen concreet vorm in bijvoorbeeld afstemming tussen publieks- en persvoorlichters, persberichten over ministerraadsbesluiten, het beheer van de rijksbrede huisstijl, communicatie in campagnes, rijksbrede interne communicatie en de verdere ontwikkeling en het beheer van de rijksbrede website www.rijksoverheid.nl.

De VoRa stelt elk jaar een gemeenschappelijk jaarprogramma op voor efficiënte en effectieve communicatie van kabinet en Rijksoverheid. In het jaarprogramma staan meerjarige ambities op het gebied van gemeenschappelijke communicatie: communicatie over kabinetsbeleid, een behulpzame overheid, en een participerende rijksoverheid.

Binnen deze drie meerjarige ambities worden jaarlijks projecten vastgesteld die onder de verantwoordelijkheid van de VoRa worden uitgevoerd, bijvoorbeeld het opstellen van rijksbrede richtlijnen voor sociale media, het beter benutten van gedragskennis, en het beter in kaart brengen van de omgeving, bijvoorbeeld door signalen uit de samenleving op te vangen en beschikbaar te stellen voor beleidsontwikkeling. Voorts past de VoRa in het project Informatie op Maat mogelijkheden toe om overheidsinformatie beter aan te laten sluiten op de context van mensen en informatie overheidsbreed aan te bieden.

2 Bijdrage aan de lange termijn beleidsontwikkeling

De WRR geeft de regering gevraagd en ongevraagd advies over maatschappelijke vraagstukken die onderwerp zijn of kunnen worden van het regeringsbeleid. De raad kan zelfstandig en onafhankelijk onderwerpen agenderen die naar zijn oordeel een grote mate van urgentie en maatschappelijke relevantie bezitten. Tegelijkertijd staat de raad in nauwe verbinding met de ambtelijke en politieke instanties die betrokken zijn bij de totstandkoming van het regeringsbeleid. De raad stelt zijn voorgenomen activiteiten vast in een werkprogramma, na overleg met de Minister-President, gehoord de ministerraad.

Werkterrein en voorgenomen activiteiten

De WRR houdt zich bezig met een aantal brede thema’s die als volgt kunnen worden geformuleerd:

1) Welvaart en welzijn, 2) Burger en overheid, en 3) Nederland in de wereld. Door zijn oriëntatie op de langere termijn, multidisciplinaire aanpak en focus op sectoroverstijgende vraagstukken vormt de WRR een verbindende schakel tussen kennis en beleid en draagt daarmee bij aan de eenheid van het regeringsbeleid.

De WRR heeft het plan om deze thema’s in 2018 te concretiseren in zijn werkprogramma. Voor de inhoudelijke beschrijvingen van de projecten wordt verwezen naar de website van de WRR: www.wrr.nl.

Werkwijze

De WRR hanteert een werkwijze die uitgaat van productdifferentiatie en maatwerk. Naast advisering via schriftelijke rapportages aan de regering, verkennende studies, artikelen, essays en internetbijdragen organiseert de raad ook mondelinge briefings en bijdragen aan een gerichte beleidsdialoog met het kabinet en de beide Kamers. Behalve de regering, het parlement, de ambtelijke en bestuurlijke wereld benutten ook andere partijen in de samenleving de inzichten van de WRR, zoals non-profitorganisaties, de media en het bedrijfsleven. De raad organiseert expertmeetings, conferenties, workshops en debatten, vaak ook in samenwerking met universiteiten, onderzoeksinstellingen, andere adviesraden en de planbureaus. Ter bevordering van de «netwerksynergie» met de adviescolleges van de Kaderwet Adviescolleges en de planbureaus, voert de raad regulier overleg met de voorzitters en secretarissen van deze instellingen. Op deze wijze draagt de raad bij aan het verbinden van de werelden van wetenschap, advisering en beleid, en aan het actief agenderen van maatschappelijke vraagstukken in het publieke debat.

Prestatiegegevens

De WRR heeft de taak complexe, weerbarstige onderwerpen en beleidsdilemma’s te agenderen. Soms «leeft» een onderwerp al bij de start van WRR-project en hebben de bijdragen van de raad direct en meetbaar invloed, soms gaat er geruime tijd overheen voordat ze doorwerking hebben in het beleid of het maatschappelijke debat. De tabel biedt een kwantitatief overzicht van de output.

Prestatiegegevens

2018

Rapporten, Verkenningen, Policy Briefs

7

Overige publicaties

4

Mondelinge briefings voor, en gesprekken met bewindslieden en Kamerleden

15

Overige briefings met beleidsmakers

15

Conferenties, workshops, expertmeetings

15

Lezingen en debatten

50

4 Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)

Op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv) is er een Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), die belast is met het toetsen van de rechtmatigheid van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of Minister van Defensie gegeven toestemming tot het inzetten van bijzondere bevoegdheden door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) respectievelijk de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is verantwoordelijk voor het beheer van de TIB.

Met de inwerkingtreding van de nieuwe WIV per 2018, is voorzien in de oprichting van de TIB. 2018 zal in het teken staan van de start en verdere inrichting van de werkzaamheden van de TIB, te beginnen met de benoeming van drie leden en een secretariaat. De commissie zal zich in het eerste jaar, naast haar wettelijke taak, voornamelijk bezig houden met het nader uitwerken van de werkprocessen. Hierbij staat de onafhankelijke toetsing door de TIB voorop, maar zal ook rekening worden gehouden met het optimaal functioneren van het operationele proces van de inlichtingendiensten.

2.3 Agentschap Dienst Publiek en Communicatie

2.3.1 Begroting van baten en lasten

De kwaliteit van het rijksbeleid staat of valt bij de uitvoering ervan. Voor de communicatiediscipline is die uitvoering door het Rijk belegd bij het Agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC). De baten-lastendienst Dienst Publiek en Communicatie is belast met:

  • a. Ondersteunen van de rijksoverheid bij het gezamenlijk verbeteren van de communicatie met publiek en professionals;

  • b. Ontwikkelen en in stand houden van gemeenschappelijke voorzieningen ten behoeve van de overheidscommunicatie;

  • c. Rijksbreed adviseren, begeleiden en inkoop van communicatiebestedingen als Inkoop Uitvoeringscentrum (IUC) en aankoopcentrale voor de categorie communicatie.

Begroting van baten-lastenagentschap DPC voor het jaar 2018 (Bedragen x € 1.000)
 

2016 Stand Slotwet

2017 Vastgestelde begroting

2018

2019

2020

2021

2022

Baten

             

Omzet moederdepartement

24.158

22.586

23.574

23.574

23.574

23.573

23.573

Omzet overige departementen

48.203

37.909

38.873

38.967

39.017

39.018

39.018

Omzet derden

21.666

26.303

26.956

26.956

26.956

26.956

26.956

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval uit voorzieningen

16

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

37

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

94.080

86.798

89.402

89.497

89.547

89.547

89.547

               

Lasten

             

Apparaatskosten

             

– Personele kosten

13.095

11.367

11.878

11.756

11.756

11.756

11.756

waarvan eigen personeel

11.078

10.367

10.878

10.756

10.756

10.756

10.756

– waarvan externe inhuur

1.472

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

– waarvan overige personele kosten

546

0

0

0

0

0

0

– Materiële kosten

81.108

75.431

77.524

77.741

77.791

77.791

77.791

waarvan ICT

5.598

6.100

7.008

7.235

7.238

7.238

7.238

waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële kosten

75.510

69.331

70.516

70.506

70.553

70.553

70.553

               

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

0

Overige kosten

             

– dotaties voorzieningen

209

0

0

0

0

0

0

– bijzondere lasten

19

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

94.431

86.798

89.402

89.497

89.547

89.547

89.547

               

Saldo van baten en lasten

– 351

0

0

0

0

0

0

Baten

Omzet moederdepartement

Dit betreft de vergoeding c.q. bijdrage van het moederdepartement voor opdrachten voortkomend uit de uitvoering van collectieve taken voor de (in de VoRa) samenwerkende departementen. Deze post bevat de bijdrage voor producten die gefinancierd worden vanuit de Taakbijdrage. Dit is een bijdrage die door alle ministeries in het verleden is overgeboekt naar het Ministerie van Algemene Zaken voor de uitvoering van het gemeenschappelijke communicatiebeleid.

Product

Taakbijdrage per product 2018

Taakbijdrage per product realisatie 2016

Inkoopadvies

1.974

2.128

Campagnes

1.418

1.436

Beeldmateriaal

1.121

1.140

Opleidingsprogramma's

1.605

1.395

Communicatieonderzoek

1.587

1.664

Rijksportaal

647

705

Vraagbeantwoording

2.750

2.932

Rijksoverheid.nl

4.025

3.815

Online advies

8.449

8.943

Totaal

23.574

24.158

Omzet overige departementen

De omzet bevat tevens de media-inkoop van de overige departementen die via DPC plaatsvindt. Het gaat hierbij om een geraamd bedrag van ruim € 25 miljoen in 2018 met name media-inkoop verricht door alle ministeries. Dit betreft dus geen reguliere bijdragen van de departementen. De kosten die hiermee samenhangen zijn terug te vinden binnen de materiële kosten.

Omzet derden

Naast de departementen en de daaronder ressorterende organisaties kunnen ook zbo’s, rwt’s, staatsdeelnemingen en medeoverheden gebruik maken van de complete mediadienstverlening.

Het aandeel in de totale mediaomzet van deze derden bedraagt ongeveer de helft van het totale volume van circa € 50 miljoen. Door de bijdrage van deze derden in de omzet is DPC in staat betere tarieven te verkrijgen bij de media-exploitanten. Op deze manier draagt de omzet van deze derden bij aan lagere uitgaven voor de rijksoverheid voor de inkoop van mediaruimte.

Lasten

Personele kosten

De post personeelskosten omvat de kosten van ambtelijk personeel en uitzendkrachten. De formatie van DPC bedraagt in 2018 147,6 fte.

Materiële kosten

Het grootste deel van de materiële kosten wordt bepaald door de inkoop van mediaruimte. In 2018 wordt een lichte stijging verwacht ten op zichte van vastgestelde begroting 2017. De dienst is gehuisvest in panden van het Ministerie van Algemene Zaken. De uitgaven voor de gebruikerszaken lopen via de begroting van dit ministerie en worden voor een deel aan het moederdepartement betaald via de vergoeding voor ontvangen diensten. De huisvesting van Algemene Zaken maakt geen deel uit van het rijkshuisvestingsstelsel.

Saldo van baten en lasten

Verwacht resultaat is dat de kosten volledig gedekt worden door de opbrengsten.

2.3.2 Kasstroomoverzicht
Kasstroomoverzicht over het jaar 2018 (Bedragen x € 1.000)
 

2016 Stand Slotwet

2017 Vastgestelde begroting

2018

2019

2020

2021

2022

Rekening courant RHB 1 januari + stand depositorekeningen

19.171

18.934

21.556

21.556

21.556

21.556

21.556

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

101.337

PM

PM

PM

PM

PM

PM

–/– totaal uitgaven operationele kasstroom

98.715

PM

PM

PM

PM

PM

PM

Totaal operationele kasstroom

2.622

PM

PM

PM

PM

PM

PM

–/– Totaal investeringen

n.v.t.

0

0

0

0

0

0

+/+ Totaal boekwaarde desinvesteringen

n.v.t.

0

0

0

0

0

0

Totaal investeringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

–/– eenmalige uitkering aan moederdepartement

– 237

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

n.v.t.

0

0

0

0

0

0

–/– aflossingen op leningen

n.v.t.

0

0

0

0

0

0

+/+ beroep op leenfaciliteit

n.v.t.

0

0

0

0

0

0

Totaal financieringskasstroom

– 237

0

0

0

0

0

0

Rekening courant RHB stand 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

21.556

18.934

21.556

21.556

21.556

21.556

21.556

Toelichting

Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de kapitaaluitgaven en -ontvangsten en geeft aan hoeveel kasmiddelen in de verslagperiode beschikbaar komen c.q. zijn gekomen (de herkomst van middelen) en op welke wijze gebruik wordt of is gemaakt van deze kasmiddelen (de besteding van middelen).

Het liquiditeitssaldo wordt veroorzaakt doordat het saldo van de nog te betalen facturen aan media-exploitanten neerslaat bij DPC als liquide middelen. Daarnaast leidt een vaak relatief hoge media omzet in het vierde kwartaal tot een hoger liquiditeitssaldo. Dit effect loopt echter weg in de eerste maand van het daarop volgende jaar.

2.3.3 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

In onderstaande tabel is informatie weergegeven over de doelmatigheidsindicatoren van DPC.

Indicator

Realisatie 2016

Norm 2017

Norm 2018

Saldo baten en lasten

– 0,40%

0%

0%

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

134,7

Max. 147,6

Max. 147,6

Ziekteverzuimpercentage

3,6%

3,8%

3,8%

Media-index RTV

33,9%

25%

25%

Media-index Interactieve Media

19,3%

10%

10%

Media-index Print

33,1%

32%

32%

Aantal beantwoorde vragen per telefoon

238.340

230.000

230.000

Service niveau telefonie

82,3%

80% binnen 40 sec.

80% binnen 40 sec.

Burgertevredenheid telefonie

4,3

4,0

4,0

Aantal beantwoorde vragen per e-mail

88.924

89.000

89.000

Service niveau e-mail

99,0%

95% binnen 2 werkdagen

95% binnen 2 werkdagen

Burgertevredenheid e-mail

3,2

3,0

3,0

Aantal bezoeken Rijksoverheid.nl per jaar

55.260.000

55.000.000

55.000.000

Burgertevredenheid Rijksoverheid.nl per jaar

7,0

7,0

7,0

Toegankelijkheid Rijksoverheid.nl

Goed

Goed

Aantal bezoeken Platform Rijksoverheid Online

12.992.460

31.000.000

31.000.000

Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid Online

99,99%

99,90%

99,90%

Veiligheid Platform Rijksoverheid Online

100%

100%

100%

Informatiebeveiliging Platform Rijksoverheid Online

BIR: in control

BIR: in control

BIR: in control

Toegankelijkheid Platform Rijksoverheid Online

Goed

Goed

Toelichting

Deze indicatoren geven inzicht op de dienstverlening van DPC met het grootste deel van de totale omzet.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten. DPC streeft er naar kostendekkend te zijn.

FTE-totaal (exclusief externe inhuur)

Deze indicator geeft aan hoe de ambtelijke formatie van DPC zich in fulltime equivalenten (fte) ontwikkelt en geeft het maximum aantal in te zetten fte weer. Naast inzet van ambtelijke fte’s is tevens sprake van externe inhuur.

Ziekteverzuimpercentage

Het ziekteverzuim wordt uitgedrukt in een voortschrijdend jaargemiddeld percentage per kalenderjaar. DPC streeft ernaar om onder de Verbaan-norm te blijven.

Media-index RTV

Deze index geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte op radio en televisie in plaats van per individuele opdrachtgever. De tarieven voor individuele opdrachtgevers worden bepaald op basis van een benchmark, waarover het rijksmediabureau beschikt. Als gevolg van fors lagere RTV-bestedingen daalt de norm ten opzichte van 2016.

Media-index Interactieve Media

De index interactieve media geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte op alle interactieve media. Er wordt geen inkoopvoordeel behaald wanneer mediaruimte is verkregen door middel van een veiling. De norm is daarom vanaf 2017 neerwaarts aangepast omdat interactieve media steeds vaker wordt ingekocht met behulp van veilingen.

Media-index Print

Deze index geeft het bruto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte in alle printtitels en out-of-home mogelijkheden. Beide mediumtypen zijn nog steeds grotendeels traditioneel georganiseerd en hanteren een (bruto-)tariefkaart als uitgangspunt voor de tarief bepaling in tegenstelling tot vrijwel alle andere mediumtypen.

Aantal beantwoorde vragen per telefoon

Deze indicator geeft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal telefonie. Hiervoor geldt geen norm, alleen een verwachting.

Service niveau telefonie

Deze indicator geeft aan binnen hoeveel tijd een telefonisch gestelde vraag correct afgehandeld dient te worden.

Burgertevredenheid telefonie

Resultaat van het Burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de telefonische vraagbeantwoording vanuit burgerperspectief beoordeeld.

Aantal beantwoorde vragen per e-mail

Deze indicator geeft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal e-mail. Hiervoor geldt geen norm, alleen een verwachting.

Service niveau e-mail

Deze indicator geeft aan binnen hoeveel tijd een via e-mail gestelde vraag correct afgehandeld dient te worden.

Burgertevredenheid e-mail

Resultaat van het Burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de vraagbeantwoording via e-mail vanuit burgerperspectief beoordeeld.

Aantal bezoeken Rijksoverheid.nl

Deze indicator geeft het aantal bezoeken per jaar aan de website Rijksoverheid.nl, de gemeenschappelijke website van de ministeries met uitleg over beleid en wet- en regelgeving. Voor het aantal bezoeken geldt geen norm, alleen een verwachting.

Burgertevredenheid Rijksoverheid.nl

Resultaat van een onafhankelijke meting via het online Burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de website Rijksoverheid.nl vanuit burgerperspectief beoordeeld.

Toegankelijkheid Rijksoverheid.nl

In samenspraak met stichting Accessibility (dit is het onafhankelijke Nederlandse expertise- en onderzoeksinstituut voor ICT-toegankelijkheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen op het gebied van internet, software en elektronische toepassingen) wordt voor 2018 een beoordelingsmethodiek ontwikkeld die tot een geschaald oordeel leidt: uitstekend, goed, redelijk, matig, onvoldoende. Dit oordeel is gebaseerd op zowel de opzet als de werking van het functioneel-technische deel van het Platform als geheel en van het redactionele deel van de website Rijksoverheid.nl.

Aantal bezoeken Platform Rijksoverheid Online

Deze indicator geeft het aantal bezoeken per jaar aan het Platform Rijksoverheid Online exclusief de bezoeken aan de website Rijksoverheid.nl en Government.nl. Op het Platform staat een groot aantal specifieke websites van ministeries inclusief uitvoeringsorganisaties. Het Platform biedt veiligheid, voldoen aan toegankelijkheid en efficiency. Voor het aantal bezoeken geldt geen norm, alleen een verwachting.

Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid Online

Deze indicator staat voor de beschikbaarheid van het Platform Rijksoverheid Online en daarmee de toegang tot informatie voor de bezoekers op het Platform. Hierop staan Rijksoverheid.nl en vele websites van de ministeries inclusief uitvoeringsorganisaties.

Veiligheid Platform Rijksoverheid Online

Dit betreft de beoordeling door Internet.nl op moderne, betrouwbare internetstandaarden:

  • IPv6: bereikbaar via modern internetadres

  • DNSSEC: bescherming tegen de omleiding naar valse e-mailadressen

  • HTTPS: voldoende beveiligde verbinding

Informatiebeveiliging Platform Rijksoverheid Online

Deze indicator toont de naleving van het Besluit Informatiebeveiliging Rijksoverheid (BIR) aan. Het Platform Rijksoverheid Online is een kritisch ICT-systeem dat in beginsel tweejaarlijks wordt ge-audit door de Auditdienst Rijksoverheid (ADR). De norm is dat AZ/DPC een «BIR: in control» verklaring heeft.

Toegankelijkheid Platform Rijksoverheid Online

In samenspraak met de Stichting Accessibility wordt voor 2018 een beoordelingsmethodiek ontwikkeld die tot een geschaald oordeel leidt: uitstekend, goed, redelijk, matig, onvoldoende. Dit oordeel is gebaseerd op zowel de opzet als de werking van het functioneel-technische deel van het Platform.

3. KABINET VAN DE KONING

A. Algemene doelstelling

Het Kabinet van de Koning ondersteunt als kleine, eigenstandige overheidsorganisatie de Koning ten behoeve van de uitoefening van diens constitutionele taken en fungeert als schakel tussen de Koning en de overige leden van de regering en bestuurlijke autoriteiten. Het Kabinet van de Koning valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister-President.

De taken van het Kabinet van de Koning omvatten met name:

  • a. Informeren van de Koning ten behoeve van zijn gesprekken met binnenlandse en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, staats- en andere buitenlandse bezoeken, bezoeken aan andere landen van het koninkrijk en werkbezoeken. Voorbeelden van ontvangsten zijn het aanbieden van geloofsbrieven door ambassadeurs van andere landen en het beëdigen van hoge functionarissen waarvoor in de wet is vastgelegd dat dit geschiedt ten overstaan van de Koning. Bezoeken van de Koning omvatten, naast de genoemde buitenlandse bezoeken, onder meer werkbezoeken met ministers en staatssecretarissen en streekbezoeken.

  • b. Tijdig en in correcte vorm aan de Koning ter tekening voorleggen van alle door de ministeries en de Staten-Generaal aangeboden stukken en het verzorgen van de daarbij behorende correspondentie.

  • c. Opstellen en overbrengen van boodschappen aan andere staatshoofden en aan internationale autoriteiten.

  • d. Behandelen en doorgeleiden van aan de Koning gerichte verzoekschriften. Deze brieven worden bij het Kabinet van de Koning aan de hand van een analyse van de onderhavige problematiek overgedragen aan de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein.

  • e. Registreren, bewaren en aan het Nationaal Archief overdragen van wetten en koninklijke besluiten.

De personele inzet voor de uitvoering van deze taken bedraagt 25,5 fte.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is verantwoordelijk voor het beheer van de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning. Tussen het Ministerie van Algemene Zaken en het Kabinet van de Koning zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening van het ministerie en de van toepassing zijnde planning & controlcyclus.

C. Beleidswijzigingen

N.v.t.

D. Budgettaire gevolgen

Opbouw verplichtingen/ uitgaven (Bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

2.390

2.372

2.373

2.376

2.376

– 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

 

82

59

60

60

61

61

Nieuwe mutaties:

             

Extrapolatie

 

– 

2.376

Stand ontwerpbegroting 2018

2.410

2.472

2.431

2.433

2.436

2.437

2.437

Opbouw ontvangsten (Bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

2.390

2.372

2.373

2.376

2.376

– 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

 

82

59

60

60

61

61

Nieuwe mutaties:

             

Extrapolatie

 

– 

2.376

Stand ontwerpbegroting 2018

2.429

2.472

2.431

2.433

2.436

2.437

2.437

E. Toelichting artikelonderdeel

De uitgaven van het Kabinet van de Koning worden rechtstreeks doorbelast naar de begroting van de Koning. Deze doorbelasting leidt tot ontvangsten op de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning.

4. COMMISSIE VAN TOEZICHT BETREFFENDE DE INLICHTINGEN- EN VEILIGHEIDSDIENSTEN

A. Algemene doelstelling

Op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) is er een Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), die belast is met:

  • a. het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van hetgeen bij of krachtens de Wiv en de Wet veiligheidsonderzoeken is gesteld;

  • b. het gevraagd of ongevraagd inlichten en adviseren van de bij de Wiv betrokken ministers (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie en Algemene Zaken) aangaande de door de commissie geconstateerde bevindingen;

  • c. het ongevraagd adviseren van de betrokken ministers over het uitbrengen van verslag aan personen, ten aanzien van wie bepaalde bevoegdheden zijn uitgeoefend door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst of de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;

  • d. het onderzoeken en beoordelen van klachten;

  • e. het onderzoeken en beoordelen van een melding van een vermoeden van een misstand.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is verantwoordelijk voor het beheer van de begrotingsstaat van de CTIVD. Tussen het Ministerie van Algemene Zaken en de CTIVD zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening op het gebied van de bedrijfsvoering door het ministerie en de van toepassing zijnde planning & controlcyclus.

C. Beleidswijzigingen

Nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

Met de inwerktreding van de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV2017) wordt voorgesteld de rol van de CTIVD als volgt te wijzigen:

  • de CTIVD wordt als zelfstandige onafhankelijke klachtinstantie gepositioneerd, die tot voor de desbetreffende Minister bindende klachtoordelen kan komen;

  • de CTIVD wordt belast met de behandeling van meldingen van medewerkers uit de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in verband met vermoede misstanden (klokkenluidersregeling).

Hiertoe worden bij de CTIVD twee afdelingen ingesteld: een afdeling toezicht en een afdeling klachtbehandeling. De memorie van toelichting van het wetsontwerp zegt hierover:

«De afdeling toezicht bestaat uit drie leden, onder wie de voorzitter; daarbij wordt het voorzitterschap vervuld door de voorzitter van de CTIVD. De afdeling klachtbehandeling bestaat uit een voorzitter en ten minste twee andere leden. De voorzitter van de afdeling klachtbehandeling is tevens lid van de CTIVD; de andere leden van de afdeling klachtbehandeling zijn dat niet. De CTIVD komt aldus uit vier leden te bestaan.» (artikel 98, eerste lid, Kamerstukken II, 2016–2017, 34 588, nr. 3).

De bestaande regeling voor het toezicht door de CTIVD blijft ongewijzigd. De uitbreiding van de reikwijdte van de onderzoeksbevoegdheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in de Wiv zal ook gevolgen hebben voor het toezicht van de CTIVD. De technologische ontwikkelingen bij beide diensten vergen een versterking van de informatiedeskundigheid van de CTIVD. Hier wordt in voorzien zodra de nieuwe wet in werking treedt. De Tweede Kamer is hier per brief van 2 mei 2017 (Kamerstukken II, 2016–2017, 34 588, nr. 67) over geïnformeerd.

D. Budgettaire gevolgen

Opbouw verplichtingen/ uitgaven (Bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

1.620

1.620

1.620

1.620

1.620

– 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

 

338

38

38

38

38

38

Nieuwe mutaties:

             

Extrapolatie

 

– 

1.620

Nieuwe WIV

 

836

836

836

836

836

Stand ontwerpbegroting 2018

1.263

1.958

2.494

2.494

2.494

2.494

2.494

Opbouw ontvangsten (Bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

0

0

0

0

0

0

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

 

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2018

18

0

0

0

0

0

0

E. Toelichting artikelonderdeel

Het bedrag zoals vermeld in de tabellen omvat de personele en materiële uitgaven voor het uitvoeren van de taken zoals vermeld onder de algemene doelstelling.

BIJLAGEN

1. Verdiepingshoofdstuk

Eenheid van het algemeen regeringsbeleid

Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand ontwerpbegroting 2017

59.461

58.138

58.148

58.156

59.876

– 

 

Mutatie nota van wijziging 2017

– 

 

Mutatie amendement 2017

– 

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

– 342

– 671

– 652

– 652

– 628

1.436

 

Nieuwe mutaties:

           

1

Extrapolatie

59.876

2

Overboeking bijdrage subsidie Stichting Parlementaire Geschiedenis (BZK)

– 10

3

Overboeking interne communicatiepool

250

250

250

250

250

4

Overboeking ICT arbeidsmarktcampagnes in 2017

– 2

5

Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)

591

592

592

592

592

 

Stand ontwerpbegroting 2018

59.107

58.308

58.338

58.346

60.090

62.154

Ontvangsten beleidsartikel (Bedragen x € 1.000)
   

2017

2018

2019

2020

2021

2022

 

Stand ontwerpbegroting 2017

4.365

4.365

4.365

4.365

4.365

– 

 

Mutatie Nota van Wijziging 2017

– 

 

Mutatie amendement 2017

– 

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

37

37

37

37

37

37

 

Nieuwe mutaties:

           

1

Extrapolatie

4.365

 

Stand ontwerpbegroting 2018

4.402

4.402

4.402

4.402

4.402

4.402

2. Moties en toezeggingen

Omschrijving van de motie of toezegging

Vindplaats

Stand van zaken

De in het debat gemaakte opmerkingen over viering 100 jaar algemeen kiesrecht/ onderwijsvrijheid zal door de Minister-President worden doorgeleid naar de Minister van BZK.

Begrotingsbehandeling 2017, 27 oktober 2016

De toezegging is uitgevoerd en de Minister van BZK verkent thans de mogelijkheden voor een dergelijke viering.

De Minister-President zet zich er voor in dat ook de beëdigingsplechtigheid van het volgende kabinet (onder zijn leiding) zal worden geregistreerd door camera’s.

Begrotingsbehandeling 2016, 27 oktober 2016

De Minister-President zal zich hiervoor inzetten.

De Minister-President zal in de ministerraad de oproep aan alle bewindspersonen doen om de termijnen voor de beantwoording van schriftelijke Kamervragen in acht te nemen.

Begrotingsbehandeling 2017, 27 oktober 2016

De toezegging is uitgevoerd.

3. Evaluatie- en overig onderzoek

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Artikel

Start

Afronding

Vindplaats

1. Onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

         

1b. Ander onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

Jaarevaluatie campagnes 2016

1

1-1-2016

17-5-2017

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/campagnes/documenten/kamerstukken/2017/05/17/jaarevaluatie-campagnes-rijksoverheid-2016

1b. Ander onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

Evaluatie TIB

1

2020

2020

 
Naar boven