34 730 VIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2017 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2017 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • 2. de begrotingsstaat inzake de agentschap DUO van dit ministerie.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

B. BEGROTINGSTOELICHTING

De begrotingstoelichting bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Leeswijzer

  • b. Het beleid

    • a. Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangsten

    • b. De beleidsartikelen

    • c. De niet-beleidsartikelen

    • d. Agentschap

a. Leeswijzer

In deze eerste suppletoire begroting van OCW zijn de effecten van besluiten van het Kabinet over de Voorjaarsnota verwerkt. Deze suppletoire wet moet dan ook in samenhang worden bezien met de Voorjaarsnota. Als gevolg hiervan wordt in de OCW-begroting 2017 een uitgavenpeil van € 38,2 miljard geraamd.

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. Het algemeen deel bevat een overzicht van de belangrijkste suppletoire mutaties op de OCW-begroting (paragraaf a). Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting (paragraaf b). Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting)

in € miljoen

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties

(ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

b. Het beleid

a. Overzicht belangrijkste uitgaven en ontvangsten

In onderstaande tabel worden de belangrijkste suppletoire mutaties met de budgettaire effecten voor 2017 weergegeven:

Tabel 1 Belangrijkste suppletoire mutaties 2017 (x € 1 miljoen)
   

Artikelnr.

Uitgaven

Ontvangsten

Vastgestelde begroting 2017

 

37.187,54

1.341,58

Belangrijkste suppletoire mutaties:

     

1

Leerlingen- en studentenontwikkeling

diverse

117,2

– 3,4

2

Bijstelling autonome raming studiefinanciering

11, 12, 13

– 4,7

– 12,6

3

Koersverschillen

diverse

15,2

4

Boekingscorrectie PVS

11

147,0

5

Invulling ramingsbijstelling 2017

91

150,0

6

Eindejaarsmarge 2016/2017

91

127,5

7

Inzet eindejaarsmarge voor problematiek

91

– 121,3

 

8

Aanhouden monumentenaftrek

14

– 57,0

 

9

Kasschuiven

diverse

– 21,4

10

Loon- en prijsbijstelling

diverse

776,3

11

Niet kaderrelevante mutaties

11,12, 91

– 115,7

13,4

12

Rente studiefinanciering

11

– 16,2

13

Overige mutaties

diverse

– 19,2

13,8

Stand 1e suppletoire begroting 2017

 

38.181,54

1.336,58

Bovenstaande uitgaven- en ontvangstenmutaties hebben een meerjarige doorwerking.

Toelichting:

1.

De referentieraming is de jaarlijkse raming van leerlingen- en studentenaantallen. Uit de referentieraming 2017 blijkt dat het aantal verwachte leerlingen en studenten hoger uitvalt dan de in de OCW-begroting 2017 verwerkte aantallen. Hierachter gaan verschillende bewegingen schuil, zoals een stijging van het aantal mbo-studenten in de beroepsbegeleidende leerweg en van het aantal studenten in het wetenschappelijk onderwijs (onder andere door toenemende aantallen buitenlandse studenten, waaronder studenten uit EER-landen, welke bekostigd worden).

Onderstaande tabel geeft het budgettaire effect per sector weer:

Tabel 2 Leerlingen- en studentenontwikkeling (x € 1 miljoen)

Artikelnr.

Omschrijving

2017

1

Primair onderwijs

16,2

3

Voortgezet onderwijs

22,2

4

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

0,0

6

Hoger beroepsonderwijs

46,9

7

Wetenschappelijk onderwijs

39,8

11,12,13

Studiefinanciering, WTOS en lesgelden

– 7,9

Totaal leerlingen- en studentenontwikkeling

117,2

2.

De raming voor studiefinanciering laat voor 2017 lagere kaderrelevante uitgaven en ontvangsten zien ten opzichte van de in de OCW-begroting 2017 verwerkte raming uit het voorjaar 2016. Dit is het gevolg van de verwerking van nieuwe uitvoeringsgegevens van DUO. Per saldo is er in 2017 sprake van een meevaller bij de uitgaven. Vooral de uitgaven aan de basisbeurs en de aanvullende beurs bij mbo-bolstudenten niveau 1 en 2 vielen in 2016 lager uit dan aanvankelijk geraamd door lagere aantallen. Dit werkt door in 2017 en latere jaren. De lagere ontvangsten zijn het gevolg van een lager ontstaan bedrag aan achterstallig lager recht (ALR).

3.

Valutakoersverschillen leiden tot diverse tegenvallers op de onderwijsbudgetten van Caribisch Nederland, met name bij de onderwijshuisvesting, en op de bijdragen aan buitenlandse organisaties zoals de bijdrage voor het CERN.

4.

Het ICT-project «Programma Vernieuwing Studiefinanciering» bij DUO maakt de schuldenopbouw van studenten beter inzichtelijk. Een OV-kaart wordt bijvoorbeeld niet langer geboekt als schuld als de student geen OV-kaart heeft geactiveerd. Dit leidt tot een wijziging in de boekingssystematiek. Het gevolg van deze technische wijziging is een incidentele tegenvaller. Het betreft een verschuiving van niet-kaderrelevante uitgaven naar kaderrelevante uitgaven.

5.

Bij de ontwerpbegroting 2017 is er besloten tot een ramingsbijstelling van € 150 miljoen, die diende om de OCW-begroting sluitend te maken en bij te dragen aan de ruilvoetproblematiek. Deze is destijds niet ingevuld en wordt nu ingevuld met onder andere de eindejaarsmarge 2016/2017.

6.

In 2016 zijn diverse budgetten niet volledig tot besteding gekomen. De eindejaarsmarge bedraagt € 127,5 miljoen en dit wordt toegevoegd aan de OCW-begroting. Dit wordt voornamelijk ingezet om de ramingsbijstelling in te vullen (€ 121,3 miljoen). Daarnaast betreft het overlopende verplichtingen die niet in 2016 tot betaling zijn gekomen, maar pas in 2017 (totaal € 3,0 miljoen). Zie artikel 91 Nominaal en onvoorzien voor een nadere toelichting op de inzet van de eindejaarsmarge.

7.

Een groot deel van de eindejaarmarge 2016/2017 (€ 121,3 miljoen) wordt ingezet als invulling voor de ramingsbijstelling van € 150 miljoen.

8.

Dit betreft het terugdraaien en de verwerking van de kadercorrectie voor het afschaffen van de fiscale monumentenaftrek in 2017.

9.

Deze post is het saldo van diverse kasschuiven op de OCW-begroting. Zo worden er middelen uit 2017 doorgeschoven naar latere jaren omdat de uitgaven in andere jaren zullen plaatsvinden dan eerder was geraamd. Dit betreft voornamelijk kasschuiven voor de onderwijshuisvestinging op Caribisch Nederland (€ 15,6 miljoen).

10.

Dit betreft de toevoeging aan de OCW-begroting van: de loonbijstelling tranche 2017 (€ 447,5 miljoen), de compensatie voor de ABP-pensioenpremie stijging (€ 198,4 miljoen) en de prijsbijstelling tranche 2017 (€ 130,4 miljoen). Zie artikel 91 Nominaal en onvoorzien voor de verdeling van de loon- en prijsbijstelling.

11.

De raming voor studiefinanciering laat lagere niet-kaderrelevante uitgaven en iets hogere ontvangsten zien ten opzichte van de in de OCW-begroting 2017 verwerkte raming van het voorjaar 2016. Dit is het gevolg van de verwerking van nieuwe uitvoeringsgegevens van DUO. Daarnaast is er € 15,7 miljoen aan niet-kaderrelevante prijsbijstelling toegevoegd aan de begroting van OCW.

12.

De raming voor studiefinanciering laat lagere renteontvangsten zien ten opzichte van de in de OCW-begroting 2017 verwerkte raming uit het voorjaar 2016. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de neerwaarts bijgestelde rentevoet. Conform de begrotingsregels worden mutaties in de renteontvangsten generaal verwerkt.

13.

De overige mutaties betreffen de financiering voor het programma vernieuwing studiefinanciering (€ 11,7 miljoen), overboekingen van en naar andere departementen en desalderingen van uitgaven en ontvangsten.

b. De beleidsartikelen

Artikel 1. Primair onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 1 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

10.245.604

0

10.245.604

256.006

10.501.610

276.577

269.028

277.414

279.860

Waarvan garantieverplichtingen

     

287

287

       

Uitgaven

10.245.604

0

10.245.604

255.719

10.501.323

276.577

269.028

277.414

279.860

Waarvan juridisch verplicht

99,5%

     

99,6%

       
                       

Bekostiging

9.707.888

0

9.707.888

275.038

9.982.926

274.210

269.415

276.479

278.738

Hoofdbekostiging

9.486.866

0

9.486.866

275.038

9.761.904

274.210

269.415

276.479

278.738

 

Bekostiging Primair Onderwijs

9.473.978

 

9.473.978

272.696

9.746.674

271.868

269.415

276.479

278.738

 

Bekostiging Caribisch Nederland

12.888

 

12.888

2.342

15.230

2.342

0

0

0

Prestatiebox

220.822

0

220.822

0

220.822

0

0

0

0

Aanvullende bekostiging

200

0

200

0

200

0

0

0

0

 

Overig

200

 

200

0

200

0

0

0

0

                       

Subsidies

116.589

0

116.589

– 7.067

109.522

2.016

– 865

135

322

 

Regeling Onderwijsvoorziening jonggehandicapten

23.000

 

23.000

 

23.000

 

0

0

0

 

Nederlands onderwijs buitenland

10.394

 

10.394

0

10.394

0

0

0

0

 

Basis voor Presteren (School aan Zet en Bèta Techniek)

6.500

 

6.500

– 6.500

0

0

0

0

0

 

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

10.130

 

10.130

1.000

11.130

1.500

2.000

2.500

3.000

 

Overig

66.565

 

66.565

– 1.567

64.998

516

– 2.865

– 2.365

– 2.678

                       

Opdrachten

11.867

 

11.867

– 1.961

9.906

– 449

– 322

0

0

                       

Bijdrage aan agentschappen

23.951

0

23.951

176

24.127

171

171

171

171

 

Dienst Uitvoering Onderwijs

23.951

 

23.951

176

24.127

171

171

171

171

                       

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

7.636

0

7.636

169

7.805

165

165

165

165

 

Stichting Vervangingsfonds en Particpatiefonds

5.275

 

5.275

0

5.275

0

0

0

0

 

Stichting Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheid

0

 

0

0

0

0

0

0

0

 

UWV

2.361

 

2.361

169

2.530

165

165

165

165

                       

Bijdrage aan medeoverheden

366.750

0

366.750

0

366.750

0

0

0

0

 

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

266.750

 

266.750

0

266.750

0

0

0

0

 

Aanvulling GOA convenant G37

95.000

 

95.000

0

95.000

0

0

0

0

 

Verhoging taalniveau pedagogisch medewerkers klein gemeenten

5.000

 

5.000

0

5.000

0

0

0

0

                       

Bijdrage aan sociale fondsen

10.923

0

10.923

– 10.636

287

464

464

464

464

 

Brede Scholen

10.923

 

10.923

– 10.636

287

464

464

464

464

Ontvangsten

8.661

0

8.661

 

8.661

       

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting mutaties:

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 256,0 miljoen verhoogd. Dit betreft voor € 0,3 miljoen een mutatie in de garantieverplichtingen en voor € 255,7 miljoen de verplichtingennutaties die samenhangen met de hieronder toegelichte uitgavenmutaties ter grootte van datzelfde bedrag.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor bekostiging wordt per saldo met € 275,0 miljoen verhoogd. De verhoging is met name het gevolg van de volgende mutaties:

  • de doorverdeling (+ € 249,1 miljoen) van de loon- en prijsbijstelling tranche 2017 inclusief de compensatie ABP-pensioenpremiestijging (zie het algemeen deel);

    • Het budgettaire effect van de leerlingenraming (€ 16,2 miljoen). Deze mutatie is nader toegelicht in het algemene deel.

    • Een overboeking van artikel 14 naar artikel 1 (€ 7,5 miljoen) ten behoeve van cultuureducatie voor het schooljaar 2017–2018.

    • Een toevoeging ter grootte van € 5,0 miljoen aan het budget voor de regeling voor maatwerk en eerste opvang vreemdelingen. Uitvoeringstechnisch was het niet mogelijk om de eerste periode van het schooljaar 2016–2017 van deze regeling in 2016 uit te betalen. Vanwege de juridische verplichting zijn de beschikbare middelen vanuit 2016 doorgeschoven naar 2017.

    • Een tegenvaller als gevolg van de naar verwachting duurdere dollar voor de bekostiging Caribisch Nederland (€ 2,3 miljoen).

Tevens is het budget met € 5,0 miljoen verlaagd doordat naar verwachting het beroep op de regelingen voor de eerste opvang van vreemdelingen en maatwerk voor eerstejaars asielzoekerskinderen in 2017 lager zal zijn dan eerder geraamd.

Subsidies

  • Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 7,1 miljoen verlaagd. Dit betreft met name de interne overboekingen naar artikel 3 en 9 voor de lerarenbeurs (€ 5,0 miljoen) en voor de ontwikkeling van de (adaptieve) eindtoets (€ 3,9 miljoen) en het verhogen van het budget voor Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs als gevolg van het aangenomen wetsvoorstel om de bekostiging van humanistisch- en godsdienstonderwijs in de WPO te verankeren. Daarnaast zijn de loon- en prijsbijstelling (€ 2,8 miljoen) en het budget voor overlopende juridische verplichtingen (€ 2,0 miljoen) toegevoegd. Verder heeft binnen het instrument een technische mutatie (€ 6,5 miljoen) plaatsgevonden tussen «Bèta en Techniek» en «Overige subsidies».

Bijdragen aan sociale fondsen

Het budget voor de bijdrage aan sociale fondsen wordt per saldo met € 10,6 miljoen verlaagd. Dit is een saldo van enerzijds een verhoging met ca. € 0,5 miljoen in verband met loon- en prijsbijstelling, en anderzijds een overboeking van € 11,1 miljoen naar het Gemeentefonds (GF) ten behoeve van de «Impuls brede scholen».

Artikel 3. Voortgezet onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 3 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

7.893.559

 

7.893.559

455.812

8.349.371

220.220

212.245

213.056

212.440

Waarvan garantieverplichtingen

     

2.732

2.732

       

Uitgaven

7.927.940

0

7.927.940

235.717

8.163.657

236.156

219.722

212.308

213.189

Waarvan juridisch verplicht

99,9%

     

99,9%

       
                   

Bekostiging

7.791.583

0

7.791.583

210.851

8.002.434

217.443

201.507

194.030

194.778

Hoofdbekostiging

7.322.812

0

7.322.812

224.843

7.547.655

174.478

159.299

157.957

166.528

 

Bekostiging voortgezet onderwijs lumpsum

6.692.878

 

6.692.878

207.008

6.899.886

156.743

144.591

143.497

152.263

 

Bekostiging lichte ondersteuning lwoo/pro

617.333

 

617.333

14.810

632.143

14.710

14.506

14.258

14.063

 

Bekostiging Caribisch Nederland

12.601

 

12.601

3.025

15.626

3.025

202

202

202

Prestatiebox

257.824

0

257.824

2.900

260.724

32.000

32.000

32.000

32.000

 

Regeling prestatiebox voortgezet onderwijs

257.824

 

257.824

2.900

260.724

32.000

32.000

32.000

32.000

Aanvullende bekosting

210.947

0

210.947

– 16.892

194.055

10.965

10.208

4.073

– 3.750

 

Regeling IGVO (Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs)

3.562

 

3.562

 

3.562

       
 

Regeling leerplusarrangement en eerste opvang nieuwkomers

128.649

 

128.649

– 16.892

111.757

10.965

10.208

4.073

– 3.750

 

Regeling bekostiging kenniscentra voor leerwerktrajecten vmbo

250

 

250

 

250

       
 

Regeling functiemix VO Randstadregio's

61.386

 

61.386

 

61.386

       
 

Resultaatafhankelijke bekostiging vsv voor vo-scholen

17.100

 

17.100

 

17.100

       
                       

Subsidies

53.065

0

53.065

12.379

65.444

15.066

14.449

14.550

14.728

 

Stichting Kennisnet (basissubsidie) PO, VO, BE

12.000

 

12.000

580

12.580

       
 

ICT-projecten (incl. transparantie)

7.400

 

7.400

– 1.200

6.200

       
 

Beter presteren (Scholen aan Zet en Platform Beta en Techniek)

0

 

0

 

0

       
 

Onderwijs Bewijs

0

 

0

 

0

       
 

Regionale verwijzingscommissies VO

0

 

0

 

0

       
 

Pilots zomerscholen

9.000

 

9.000

 

9.000

       
 

Overige projecten

24.665

 

24.665

12.999

37.664

15.066

14.449

14.550

14.728

                       

Opdrachten

1.991

0

1.991

3.312

5.303

2.757

2.757

2.692

2.647

 

In- en uitbesteding

1.991

 

1.991

3.312

5.303

2.757

2.757

2.692

2.647

                       

Bijdragen aan agentschappen

27.401

0

27.401

2.294

29.695

190

190

190

190

 

Dienst Uitvoering Onderwijs

27.401

 

27.401

2.294

29.695

190

190

190

190

                       

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

45.649

0

45.649

14.788

60.437

844

844

844

844

 

ZBO: College voor Examens

6.248

 

6.248

4.266

10.514

       
 

SLOA: onderwijs ondersteunende instellingen PO/VO/MBO (incl. examens)

39.401

 

39.401

10.522

49.923

844

844

844

844

                       

Bijdragen aan medeoverheden

8.000

0

8.000

– 7.882

118

0

0

0

0

 

Uitwerkingsakkoord VNG

8.000

 

8.000

– 7.882

118

       
                       

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

251

0

251

– 25

226

– 144

– 25

2

2

 

GRAZ (ECML) en PISA

251

 

251

– 25

226

– 144

– 25

2

2

Ontvangsten

7.361

0

7.361

 

7.361

       

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting mutaties:

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 455,8 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 220,1 miljoen) wordt met name veroorzaakt door het in 2017 verplichten van een deel van de uitgaven voor 2018.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget wordt per saldo met € 210,9 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van onder meer de volgende mutaties:

  • de doorverdeling (+ € 191,3 miljoen) van de loon- en prijsbijstelling tranche 2017 inclusief de compensatie ABP-pensioenpremiestijging (zie het algemeen deel).

  • Een verlaging van € 16,9 miljoen op de regeling leerplusarrangement als gevolg van:

    • Een overboeking voor het deel in de aanvullende bekostiging dat reguliere bekostiging is (– € 13,4 miljoen).

    • Een lagere verwachte instroom van asielzoekers en vreemdelingen in 2017 (– € 3,5 miljoen).

Subsidies

  • Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 12,4 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van de volgende mutaties:

    • De doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling (€ 1,2 miljoen).

    • Een overboeking van artikel 4 beroepsonderwijs en volwasseneneducatie van € 11,5 miljoen ten behoeve van onder andere schakelprogramma’s po-vo en schakelprogramma’s vmbo-mbo en vmbo-havo.

    • Een verlaging van per saldo € 0,3 miljoen in verband met diverse overboekingen van en naar andere beleidsterreinen en departementen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

  • Het budget voor ZBO’s/RWT’s wordt per saldo met € 14,8 miljoen verhoogd als gevolg van de volgende mutaties:

    • De doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling (€ 1,1 miljoen).

    • Bijdragen van andere beleidsterreinen en departementen voor het CvTE (€ 4,3 miljoen). De financiering van deze tijdelijke projecten verloopt via het beleidsterrein van voortgezet onderwijs.

    • Een verhoging van per saldo € 9,4 miljoen in verband met diverse overboekingen van en naar andere beleidsterreinen

Bijdragen aan medeoverheden

  • Het budget voor onderwijshuisvesting gemeenten wordt per saldo met € 7,9 miljoen verlaagd als gevolg van de volgende mutaties:

    • De doorverdeling van de prijsbijstelling (€ 0,1 miljoen).

    • Het overboeken van het budget naar BZK als gevolg van het uitwerkingsakkoord VNG (€ 8,0 miljoen).

Artikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 4 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

4.229.244

 

4.229.244

123.762

4.353.006

74.110

52.512

89.188

132.733

Waarvan garantieverplichtingen

     

– 2.742

– 2.742

       

Uitgaven

4.217.206

0

4.217.206

23.487

4.240.693

88.530

95.472

105.174

102.392

Waarvan juridisch verplicht

99,7%

     

99,8%

       
                       

Bekostiging

3.702.062

0

3.702.062

100.912

3.802.974

117.890

139.742

124.707

122.352

Hoofdbekostiging

3.208.232

0

3.208.232

84.208

3.292.440

102.830

104.042

90.974

87.053

 

Bekostiging roc's/overige regelingen

3.140.259

 

3.140.259

82.133

3.222.392

101.255

102.467

89.399

85.476

 

Bekostiging kbb's

0

 

0

0

0

0

0

0

0

 

Bekostiging Caribisch Nederland

6.933

 

6.933

661

7.594

161

161

161

163

 

Bekostiging vavo

61.040

 

61.040

1.414

62.454

1.414

1.414

1.414

1.414

Kwaliteitsafspraken

383.320

0

383.320

0

383.320

9.664

9.664

9.664

9.664

 

Investeringsbudget

183.600

 

183.600

0

183.600

4.900

4.900

4.900

4.900

 

Resultaatafhankelijk budget

199.720

 

199.720

0

199.720

4.764

4.764

4.764

4.764

Aanvullende bekostiging

110.510

0

110.510

16.704

127.214

5.396

26.036

24.069

25.635

 

Schoolmaatschappelijk werk in het mbo

15.000

 

15.000

0

15.000

0

0

0

0

 

Regionaal Investeringsfonds

22.810

 

22.810

– 1.696

21.114

– 17.584

3.456

5.589

7.155

 

Salarismix Randstadregio's

42.300

 

42.300

0

42.300

980

980

980

980

 

Regionaal programma

30.400

 

30.400

0

30.400

0

0

0

0

 

Plusvoorzieningen overbelaste jongeren

0

 

0

0

0

0

0

0

0

 

Programmagelden regio's

0

 

0

0

0

0

0

0

0

 

Convenanten met RMC-regio's

0

 

0

0

0

0

0

0

0

 

Tegemoetkoming schoolkosten MBO

0

 

0

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

 

Gelijke kansen

0

 

0

8.400

8.400

12.000

11.600

7.500

7.500

                       

Subsidies

290.290

0

290.290

– 27.991

262.299

– 32.180

– 39.816

– 36.271

– 36.134

 

Subsidieregeling praktijkleren

196.500

 

196.500

0

196.500

0

0

0

0

 

Permanent leren

0

   

0

0

0

0

0

0

 

Actieplan Laaggeletterdheid/Tel mee met taal

10.750

 

10.750

342

11.092

– 740

0

0

0

 

Pilots laaggeletterdheid

0

 

0

0

0

0

0

0

0

 

Loopbaanorientatie

1.800

 

1.800

100

1.900

400

0

0

0

 

ROC Leiden

7.017

 

7.017

0

7.017

0

0

0

0

 

Sectorplan mbo-hbo techniek

1.585

 

1.585

– 1.147

438

0

0

0

0

 

Overige subsidies

72.638

 

72.638

– 27.286

45.352

– 31.840

– 39.816

– 36.271

– 36.134

                       

Opdrachten

2.232

0

2.232

58

2.290

62

7

8

6

 

In- en uitbesteding

2.232

 

2.232

58

2.290

62

7

8

6

 

Caribisch Nederland

0

 

0

0

0

0

0

0

0

                       

Bijdrage aan agentschappen

22.095

0

22.095

2.620

24.715

2.115

– 585

– 85

– 585

 

Dienst Uitvoering Onderwijs

19.595

 

19.595

2.620

22.215

2.115

– 585

– 85

– 585

 

Rijksdienst Ondernemend Nederland

2500

 

2.500

0

2.500

0

0

0

0

                       

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

64.545

0

64.545

– 25.773

38.772

3.196

3.194

3.046

2.596

 

College voor Toetsen en Examens

4365

 

4.365

– 3.673

692

308

311

303

303

 

Wet SLOA

9.760

 

9.760

– 6.250

3.510

0

0

0

0

 

SBB

50.420

 

50.420

– 15.850

34.570

2.888

2.883

2.743

2.293

                       

Bijdrage aan medeoverheden

135.982

0

135.982

– 26.339

109.643

– 2.553

– 7.070

13.769

14.157

 

RMC's

33.297

 

33.297

1.279

34.576

1.305

1.260

1.352

1.356

 

Educatie

57.650

 

57.650

1.335

58.985

1.335

1.335

1.335

1.335

 

Caribisch Nederland

23.185

 

23.185

– 9.451

13.734

– 5.193

– 9.665

11.082

11.466

 

Regionaal Programma

21.850

 

21.850

– 19.502

2.348

0

0

0

0

Ontvangsten

3.000

0

3.000

0

3.000

0

0

0

0

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting mutaties:

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 123,8 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt met name veroorzaakt door:

  • Bijstelling van de verplichtingenraming omdat bij het instrument bekostiging de loon- en prijsbijstelling tranche 2017 voor zowel 2017 als 2018 in het jaar 2017 verplicht wordt.

  • De garantieverplichtingen worden met € 2,7 miljoen verlaagd. Dit is het saldo van de tot nu toe in 2017 verleende en vervallen leningen en rekening-courant kredieten aan onderwijsinstellingen via schatkistbankieren.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 100,9 miljoen verhoogd. De verhoging is met name het gevolg van de volgende mutaties:

  • de doorverdeling (+ € 84,4 miljoen) van de loon- en prijsbijstelling tranche 2017 inclusief de compensatie ABP-pensioenpremiestijging (zie het algemeen deel);

  • De jaarlijkse meerjarige doorrekening van de referentieraming 2017 leidt tot hogere aantallen mbo-studenten ten opzichte van de referentieraming 2016. Er vindt substitutie plaats van de bol-opleidingen naar de bbl-opleidingen. Het macrobudget wordt opwaarts bijgesteld (zie ook de algemene toelichting).

  • Het macrobudget wordt in 2017 met € 3,8 miljoen, in 2018 met € 2,7 miljoen en in 2020 met € 0,5 miljoen verlaagd. Dit ten behoeve van het project doorontwikkeling van BRON.

  • Structureel worden middelen overgeboekt van het instrument subsidies naar het instrument bekostiging. In 2017 gaat het om een bedrag van € 18,4 miljoen voor de Tijdelijke regeling tegemoetkoming schoolkosten MBO (€ 10 miljoen) en middelen in het kader van de Gelijke Kansen Alliantie (€ 4 miljoen voor de Regeling compensatie langere inschrijvingsduur, € 4 miljoen voor de Regeling doorstroom mbo-hbo en € 0,4 miljoen voor de Regeling stimulering doorstroom niet verwant mbo-pabo.)

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 28 miljoen verlaagd. Deze verlaging is met name het gevolg van de volgende mutaties:

  • Een structurele overboeking van middelen van het instrument subsidies naar het instrument bekostiging. In 2017 gaat het om een bedrag van € 18,4 miljoen (zie ook de toelichting bij het instrument bekostiging).

  • Voor de Gelijke Kansen Alliantie is er een overboeking gedaan naar artikel 3 (Voortgezet onderwijs) van € 11,5 miljoen ten behoeve van onder andere schakelprogramma’s po-vo en schakelprogramma’s vmbo-mbo en vmbo-havo.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget voor bijdragen aan agentschappen wordt per saldo met € 2,6 miljoen verhoogd. Dit komt met name door het toevoegen van middelen voor het project doorontwikkeling BRON (zie ook de toelichting bij het instrument bekostiging).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Het budget voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s wordt per saldo met € 25,8 miljoen verlaagd. Deze verlaging is met name het gevolg van de volgende mutaties:

  • Voor het College voor Toetsen en Examens wordt een bedrag van € 3,7 miljoen overgeboekt naar artikel 3 (Voortgezet onderwijs).

  • Voor het Cito (Wet SLOA) wordt een bedrag van € 6,3 miljoen overgeboekt naar artikel 3 (Voortgezet onderwijs).

  • Het budget voor de SBB wordt in 2017 met € 15,9 miljoen verlaagd. Vanwege het opheffen van de kenniscentra en de samenvoeging tot de SBB was er bij SBB in 2016 en 2017 een incidentele besparingswinst van in totaal € 20,2 miljoen. Deze middelen worden ingezet voor OCW-brede problematiek in 2017 (zie ook algemene toelichting). Daarnaast worden aan het SBB budget middelen toegevoegd. Het gaat onder andere om de loon- en prijsbijstelling tranche 2017 en de bijdrage van het Ministerie van EZ.

Bijdragen aan medeoverheden

Het budget voor bijdragen aan medeoverheden wordt per saldo met € 26,3 miljoen verlaagd. Deze verlaging is mede het gevolg van de volgende mutaties:

  • De bijdrage aan Caribisch Nederland wordt in 2017 met een bedrag van € 9,5 miljoen verlaagd. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door vertraging in het masterplan onderwijshuisvesting in Caribisch Nederland. Hierdoor kunnen betalingen pas later plaatsvinden.

De middelen voor Regionaal Programma zijn in 2016 in plaats van 2017 uitbetaald. Hierdoor zijn de uitgaven in 2016 verhoogd en in 2017 verlaagd met € 19,5 miljoen.

Artikel 6. Hoger beroepsonderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 6 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

2.889.725

 

2.889.725

239.576

3.129.301

102.531

89.090

75.619

60.451

Waarvan garantieverplichtingen

     

14.438

14.438

       

Uitgaven

2.814.350

0

2.814.350

114.484

2.928.834

110.582

102.966

89.159

75.216

Waarvan juridisch verplicht

99,9%

     

99,97%

       
                       

Bekostiging

2.760.969

0

2.760.969

109.450

2.870.419

108.714

100.974

87.053

74.210

Hoofdbekostiging

2.563.639

0

2.563.639

151.603

2.715.242

105.061

97.134

83.099

70.256

 

Onderwijsdeel hbo

2.478.219

 

2.478.219

149.970

2.628.189

103.428

95.501

81.466

68.623

 

Deel ontwerp en ontwikkeling

70.806

 

70.806

1.633

72.439

1.633

1.633

1.633

1.633

 

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen (Leven Lang Leren)

13.130

 

13.130

 

13.130

       
 

Bekostiging postinitiële masteropleidingen hbo

1.484

 

1.484

 

1.484

       

Prestatiebox

197.330

0

197.330

– 42.153

155.177

3.653

3.840

3.954

3.954

 

Onderwijskwaliteit en studiesucces, en profilering

197.330

 

197.330

– 42.153

155.177

3.653

3.840

3.954

3.954

                       

Subsidies

2.302

0

2.302

3.694

5.996

527

0

0

0

 

Regeling stimulering Bèta/techniek

1.601

 

1.601

1.542

3.143

       
 

Overig

701

 

701

2.152

2.853

527

     
                       

Opdrachten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Uitbesteding

   

0

 

0

       
                       

Bijdragen aan agentschapppen

14.027

0

14.027

503

14.530

401

1.101

1.201

101

 

Dienst Uitvoering Onderwijs

14.027

 

14.027

503

14.530

401

1.101

1.201

101

                       

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

37.052

0

37.052

837

37.889

940

891

905

905

 

NWO (Praktijkgericht onderzoek hbo)

28.134

 

28.134

635

28.769

635

635

635

635

 

NWO (Promotiebeurs voor leraren)

5.630

 

5.630

101

5.731

204

155

169

169

 

Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

3.288

 

3.288

101

3.389

101

101

101

101

                       

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

Stichting Studiekeuze 123

   

0

 

0

       

Ontvangsten

1.213

 

1.213

 

1.213

       

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting mutaties:

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 239,6,0 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 125,1 miljoen) wordt veroorzaakt door:

  • Garantieverplichtingen/rekening-courant kredieten aan hogescholen die in 2017 zijn aangegaan of vervallen en waar OCW garant voor staat (+ € 14,4 miljoen).

  • Bijstelling van de verplichtingenraming doordat uitgavenmutaties voor het jaar 2018 – overeenkomstig de bekostigingsregelgeving – in het jaar 2017 worden verplicht. Daarom worden deze (+ € 110,7 miljoen) verwerkt in het verplichtingenbudget 2017.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

  • Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 109,5 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van:

    • een aanpassing op basis van de nieuwe raming van de studentenaantallen: + € 46,9 miljoen uit de referentieraming 2017 (zie het algemeen deel);

    • de doorverdeling (+ € 63,7 miljoen) van de loon- en prijsbijstelling tranche 2017 en de compensatie pensioenpremie (zie het algemeen deel);

    • diverse overige mutaties (met name interne overboekingen naar andere beleidsartikelen) die het budget in totaal verlagen met € 1,1 miljoen.

Daarnaast zijn binnen het instrument bekostiging de middelen die in 2017 voor profilering en zwaartepuntvorming beschikbaar zijn, overgeheveld van de prestatiebox naar het onderwijsdeel hbo onder de hoofdbekostiging.

Subsidies

  • Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 3,7 miljoen verhoogd in verband met:

    • overhevelingen van beleidsartikel 4 (MBO) voor de Regeling stimulering Bèta/techniek (€ 1,1 miljoen) en voor het verlengen en intensiveren van het project Goed voorbereid naar de pabo als onderdeel van het gelijke kansenprogramma (€ 1,5 miljoen);

    • een technische herschikking over de instrumenten binnen artikel 6 (hbo) van de middelen voor het lerarenbeleid (€ 1,1 miljoen).

Bijdragen aan agentschappen

  • Het budget voor bijdragen aan agentschappen (DUO) wordt per saldo met € 0,5 miljoen verhoogd in verband met het hbo aandeel in de aanvullende werkzaamheden voor het project doorontwikkeling BRON (€ 0,4 miljoen) en de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2017 (€ 0,1 miljoen).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

  • Het budget voor bijdragen aan ZBO’s/RWT’s wordt per saldo met € 0,8 miljoen verhoogd in verband met de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2017.

Artikel 7. Wetenschappelijk onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 7 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

4.337.701

0

4.337.701

265.475

4.603.176

149.183

154.577

158.270

158.294

Waarvan garantieverplichtingen

     

– 6.820

– 6.820

       

Uitgaven

4.310.149

0

4.310.149

130.996

4.441.145

141.408

148.657

154.541

158.723

Waarvan juridisch verplicht

99,95%

     

99,97%

       
                       

Bekostiging

4.283.282

0

4.283.282

130.130

4.413.412

140.804

148.322

154.206

158.368

Hoofdbekostiging

4.131.237

0

4.131.237

165.896

4.297.133

138.147

145.511

151.300

155.462

 

Onderwijsdeel wo

1.711.404

 

1.711.404

115.727

1.827.131

88.385

95.736

101.512

105.663

 

Onderzoeksdeel wo

1.762.280

 

1.762.280

38.730

1.801.010

38.602

38.606

38.606

38.606

 

Deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek

657.553

 

657.553

11.439

668.992

11.160

11.169

11.182

11.193

 

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen (Leven Lang Leren)

   

0

 

0

       

Prestatiebox

152.045

0

152.045

– 35.766

116.279

2.657

2.811

2.906

2.906

 

– 

Onderwijskwaliteit en studiesucces, en profilering

152.045

 

152.045

– 35.766

116.279

2.657

2.811

2.906

2.906

                       

Subsidies

2.954

0

2.954

226

3.180

229

0

0

0

 

– 

Subsidieregeling Sirius programma 2

   

0

 

0

       
 

– 

Subsidieregeling Libertas Noodfonds

   

0

 

0

       
 

– 

Open en online onderwijs

1.000

 

1.000

 

1.000

       
 

– 

Overig

1.954

 

1.954

226

2.180

229

     
                       

Opdrachten

1.803

0

1.803

285

2.088

20

– 20

– 20

0

 

– 

Uitbesteding

1.803

 

1.803

285

2.088

20

– 20

– 20

 
                       

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– 

Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO)

   

0

 

0

       
                       

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

22.110

0

22.110

355

22.465

355

355

355

355

 

– 

Organisaties conform tabel ...

22.110

 

22.110

355

22.465

355

355

355

355

Ontvangsten

16

0

16

 

16

       

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting mutaties:

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 265,5 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 134,5 miljoen) wordt veroorzaakt door:

  • Garantieverplichtingen/rekening-courant kredieten aan universiteiten die in 2017 zijn vervallen en waar OCW garant voor staat (– € 6,8 miljoen).

  • Bijstelling van de verplichtingenraming doordat uitgavenmutaties voor het jaar 2018 – overeenkomstig de bekostigingsregelgeving – in het jaar 2017 worden verplicht. Daarom worden deze (+ € 141,3 miljoen) verwerkt in het verplichtingenbudget 2017.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

  • Het budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 130,1 miljoen verhoogd. De verhoging is het gevolg van:

    • een aanpassing op basis van de nieuwe raming van de studentenaantallen: + € 39,8 miljoen uit de referentieraming 2017 (zie het algemeen deel);

    • de doorverdeling (+ € 90,5 miljoen) van de loon- en prijsbijstelling tranche 2017 en de compensatie pensioenpremie (zie het algemeen deel);

    • diverse interne overboekingen van/naar andere beleidsartikelen die het budget per saldo verlagen met € 0,2 miljoen.

Daarnaast zijn binnen het instrument bekostiging de middelen die in 2017 voor profilering en zwaartepuntvorming beschikbaar zijn, overgeheveld van de prestatiebox naar het onderwijsdeel wo onder de hoofdbekostiging.

Subsidies

  • Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 0,2 miljoen verhoogd door diverse geringe mutaties (met name interne overboekingen).

Opdrachten

  • Het budget voor opdrachten wordt per saldo met € 0,3 miljoen verhoogd, nagenoeg geheel in verband met een overheveling van communicatiemiddelen vanuit artikel 11 (Studiefinanciering).

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

  • Het budget voor bijdragen aan (inter)nationale organisaties wordt per saldo met € 0,4 miljoen verhoogd in verband met de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2017.

Artikel 8. Internationaal beleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 8 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

HGIS-deel 2017

Verplichtingen

10.744

0

10.744

251

10.995

248

161

161

250

95

Uitgaven

11.538

0

11.538

251

11.789

248

161

161

250

95

Waarvan juridisch verplicht

89,3%

     

99,2%

         
                         

Subsidies

1.573

0

1.573

– 4

1.569

– 5

– 89

– 89

– 89

24

 

– 

Duitsland Instituut Amsterdamn (DIA)

612

 

612

97

709

96

72

72

72

 
 

– 

Netherlands house for Education and Research (Neth-ER)

600

 

600

 

600

         
 

– 

Incidentele subsidies voor het uitwisselen van cultuur

172

 

172

– 161

11

– 161

– 161

– 161

– 161

24

 

– 

overige incidentele subsidies

189

 

189

60

249

60

       
                         

Opdrachten

207

0

207

3

210

3

0

0

0

0

 

– 

Beleidsonderzoek en benchmarking

100

 

100

3

103

3

       
 

– 

Incidentele Internationale activiteiten

107

 

107

 

107

         
 

– 

EU-voorzitterschap

   

0

 

0

         
                         

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

9.308

0

9.308

276

9.584

274

274

274

363

95

 

– 

OCW-vertegenwoordiging in het buitenland

135

 

135

 

135

         
 

– 

Stichting EP-Nuffic

3.562

 

3.562

161

3.723

121

121

121

121

 
 

– 

Nederlandse Taalunie

2.858

 

2.858

– 23

2.835

15

15

15

14

 
 

– 

Europa College Brugge

30

 

30

 

30

         
 

– 

Unesco

20

 

20

 

20

         
 

– 

OESO CERI

76

 

76

 

76

         
 

– 

Fulbright Center

368

 

368

 

368

         
 

– 

DCIC

90

 

90

– 90

0

– 90

– 90

– 90

 

– 90

 

– 

Stichting Ons Erfdeel

185

 

185

185

370

185

185

185

185

185

 

– 

Nationaal Agentschap Erasmus + Onderwijs & Training

1.959

 

1.959

43

2.002

43

43

43

43

 
 

– 

EU-programma's en activiteiten

25

 

25

 

25

         
                         

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

450

0

450

– 24

426

– 24

– 24

– 24

– 24

– 24

 

– 

Vlaams-Nederlandshuis DeBuren (Hoofdstuk 5 BuZa)

450

 

450

– 24

426

– 24

– 24

– 24

– 24

– 24

Ontvangsten

99

 

99

 

99

         

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven.

Toelichting:

Per abuis heeft er een verkeerde mutatie plaatsgevonden tussen de posten «Incidentele subsidies voor het uitwisselen van cultuur» en «Stichting Ons Erfdeel» van € 185.000,–. Bij de miljoenennota zal deze mutatie worden teruggedraaid, zodat de budgetstand op «Ons erfdeel» weer op € 185.000,– komt te staan in plaats van € 370.000,–.

Artikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 9 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

177.431

0

177.431

8.107

185.538

4.390

842

874

1.015

Uitgaven

179.667

0

179.667

8.107

187.774

4.390

842

874

1.015

Waarvan juridisch verplicht

94,9%

     

99,0%

       
                       

Bekostiging

31.584

0

31.584

– 142

31.442

809

803

835

976

Hoofdbekostiging

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– 

Beloning LeerKracht lumpsum po/vo/bve

0

 

0

 

0

       

Aanvullende bekostiging

31.584

0

31.584

– 142

31.442

809

803

835

976

 

– 

Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen

31.584

 

31.584

– 142

31.442

809

803

835

976

                       

Subsidies

138.197

0

138.197

8.076

146.273

3.432

0

0

0

 

– 

Lerarenbeurs/zij-instroom

122.633

 

122.633

4.542

127.175

       
 

– 

Impuls lerarentekorten vo en wetenschap en techniek pabo

2.977

 

2.977

 

2.977

       
 

– 

Versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen

0

 

0

 

0

       
 

– 

Verankering academische opleidingsschool

0

 

0

 

0

       
 

– 

InnovatieImpuls Onderwijs

0

 

0

 

0

       
 

– 

Onderwijscoöperatie

2.945

 

2.945

 

2.945

       
 

– 

Promotiebeurs voor leraren

3.375

 

3.375

 

3.375

       
 

– 

Projecten professionalisering

3.700

 

3.700

 

3.700

       
 

– 

Projecten regionale arbeidsmarktproblematiek

0

 

0

 

0

       
 

– 

Caribisch Nederland

0

 

0

 

0

       
 

– 

Overige projecten

2.567

 

2.567

3.534

6.101

3.432

     
                       

Opdrachten

4.394

0

4.394

133

4.527

110

0

0

0

 

– 

Onderzoek, ramingen en communicatie

3.494

 

3.494

133

3.627

110

     
 

– 

Leraren- en schoolleidersregister

900

 

900

 

900

       
                       

Bijdrage aan agentschappen

5.492

0

5.492

40

5.532

39

39

39

39

 

– 

Dienst Uitvoering Onderwijs

5.492

 

5.492

40

5.532

39

39

39

39

                       

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

 

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

6.000

 

6.000

 

6.000

       

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting mutaties:

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 8,1 miljoen verhoogd.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Subsidies

Het budget voor de subsidies wordt per saldo met € 8,1 miljoen verhoogd. De verhoging is met name het gevolg van de volgende mutaties:

  • De loon- en prijsbijstelling op subsidies is voor 2017 uitgekeerd. Dit is € 3,5 miljoen.

  • Het budget voor de lerarenbeurs/zij-instroom/bewegingsonderwijs wordt in 2017 verhoogd met € 4,5 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door:

    • De in het sectorakkoord PO afgesproken maatregel dat 30% van de leraren in 2020 een academische pabo of een masteropleiding heeft afgerond (€ 2,0 miljoen);

    • De, in ditzelfde sectorakkoord, afgesproken maatregel «meer en betere gymlessen»: leraren die hun bevoegdheid willen halen om gym te geven kunnen hiervoor een beroep doen op de subsidie bewegingsonderwijs (€ 3,0 miljoen);

    • Diverse overboekingen (– € 0,5 miljoen).

Artikel 11. Studiefinanciering

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 11 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

4.537.556

0

4.537.556

47.299

4.584.855

       

Uitgaven

4.537.556

0

4.537.556

47.299

4.584.855

69.686

61.338

55.725

33.337

Waarvan juridisch verplicht

100%

     

100%

       
                       

Inkomensoverdrachten

1.528.810

0

1.528.810

– 40.677

1.488.133

207.449

185.794

168.103

138.289

Basisbeurs

775.401

0

775.401

– 9.762

765.639

– 30.343

– 27.452

– 27.361

– 30.099

 

– 

Gift (R)

1.111.853

 

1.111.853

– 17.816

1.094.037

– 27.076

– 28.810

– 34.808

– 39.388

 

– 

Prestatiebeurs (NR)

– 336.452

 

– 336.452

8.054

– 328.398

– 3.267

1.358

7.447

9.289

Aanvullende beurs

799.282

0

799.282

– 17.155

782.127

– 21.393

– 26.917

– 25.693

– 28.504

 

– 

Gift (R)

636.122

 

636.122

– 34.162

601.960

– 39.499

– 36.793

– 28.384

– 27.327

 

– 

Prestatiebeurs (NR)

163.160

 

163.160

17.007

180.167

18.106

9.876

2.691

– 1.177

Reisvoorziening

– 53.175

0

– 53.175

35.534

– 17.641

80.347

63.697

64.509

68.794

 

– 

Bijdrage aan vervoersbedrijven (R)

143.647

 

143.647

– 20.085

123.562

6.448

2.775

1.879

– 542

 

– 

Gift (R)

669.431

 

669.431

– 1.292

668.139

– 18.992

– 36.386

– 38.456

– 37.510

 

– 

Prestatiebeurs (R)

– 866.253

 

– 866.253

56.911

– 809.342

92.891

97.308

101.086

106.846

Overige uitgaven

7.302

0

7.302

– 49.294

– 41.992

178.838

176.466

156.648

128.098

 

– 

Overige uitgaven relevant (R)

100.052

 

100.052

167.140

267.192

– 20.966

– 20.965

– 20.965

– 20.966

 

– 

Caribisch Nederland

3.013

 

3.013

645

3.658

1.018

1.429

1.881

2.380

 

– 

Overige uitgaven niet-relevant (NR)

– 95.763

 

– 95.763

– 217.079

– 312.842

198.786

196.002

175.732

146.684

                       

Leningen

2.903.155

0

2.903.155

76.716

2.979.871

– 142.948

– 125.272

– 113.133

– 105.643

 

– 

Rentedragende lening (NR)

2.629.864

 

2.629.864

33.612

2.663.476

– 204.321

– 190.609

– 174.347

– 162.054

 

– 

Collegegeldkrediet (NR)

273.291

 

273.291

43.104

316.395

61.373

65.337

61.214

56.411

                       

Bijdrage aan agentschappen

105.591

0

105.591

11.260

116.851

5.185

816

755

691

 

– 

Dienst Uitvoering Onderwijs (R)

105.591

 

105.591

11.260

116.851

5.185

816

755

691

Ontvangsten

865.237

0

865.237

– 14.329

850.908

– 24.473

– 39.025

– 43.812

– 43.239

 

– 

Ontvangen rente en relevant hoofdsom (R)

128.068

 

128.068

– 16.808

111.260

– 21.729

– 32.075

– 35.645

– 33.475

 

– 

Kortlopende vorderingen (R)

93.003

 

93.003

– 10.944

82.059

– 11.445

– 9.944

– 9.945

– 9.945

 

– 

Terugontvangen hoofdsom (NR)

644.166

 

644.166

13.423

657.589

8.701

2.994

1.778

181

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting instrumenten (algemeen):

Het onderscheid relevant en niet-relevant is in onderstaande toelichting als uitgangspunt genomen. Relevant betekent relevant voor het begrotingstekort/EMU-saldo. De relevante uitgaven worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en door de omzetting van uitgekeerde prestatiebeurs in gift (na behalen van het diploma binnen 10 jaar). Onder de niet-relevante uitgaven vallen vooral de betalingen van prestatiebeurzen (zolang die nog niet omgezet zijn in een gift) en verstrekte rentedragende leningen.

De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op verstrekte studieleningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van rentedragende leningen.

Toelichting mutaties:

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdrachten

In totaal wordt € 40,7 miljoen minder uitgegeven aan inkomensoverdrachten dan eerder geraamd. Dit is het gevolg van de volgende mutaties:

  • De basisbeursuitgaven vallen lager uit dan eerder geraamd. In 2017 wordt per saldo € 9,8 miljoen minder aan basisbeursuitgaven verwacht.

    • Dit betreft € 17,8 miljoen minder relevante basisbeursuitgaven (gift). Deze € 17,8 miljoen betreft voornamelijk lagere uitgaven aan bolstudenten niveau 1 en 2. Deze studenten ontvangen de basisbeurs als gift. De realisatie over 2016 laat zien dat het aantal studenten en daarmee de uitgaven lager uitvielen dan aanvankelijk geraamd.

    • De niet-relevante uitgaven basisbeurs (prestatiebeurs) stijgen met ruim € 8,1 miljoen. Dit is vooral het gevolg van hogere aantallen geraamde studenten in de referentieraming voor het jaar 2017.

  • De uitgaven aanvullende beurs vallen per saldo € 17,2 miljoen lager uit dan geraamd:

    • Dit betreft € 34,2 miljoen minder relevante aanvullende beurs-uitgaven. Net als bij de basisbeurs zijn ook de aanvullende beursuitgaven aan bolstudenten niveau 1 en 2 lager. Daarnaast waren voor alle onderwijsniveaus de omzettingen in 2016 iets lager dan aanvankelijk geraamd, wat heeft geleid tot een lichte neerwaartse bijstelling van de omzettingen in 2017.

    • De niet-relevante uitgaven aanvullende beurs stijgen in 2017 met € 17,0 miljoen. Net als bij de basisbeurs komt dit voornamelijk door hogere aantallen geraamde studenten in de referentieraming voor het jaar 2017.

  • De uitgaven voor de reisvoorziening stijgen in 2017 met € 35,5 miljoen. Dit is het gevolg van de volgende boekingen:

    • Een verlaging van de bijdrage aan de vervoersbedrijven van € 20,1 miljoen. Dit wordt ten eerste veroorzaakt door lagere gemiddelde prijzen omdat studenten gemiddeld minder kilometer met de voorziening reizen. Ten tweede viel de afrekening over 2016, die in 2017 plaats vindt, mee.

    • Een verlaging van de reisvoorziening gift met € 1,3 miljoen die vooral wordt veroorzaakt door een gedaalde prijs van de reisvoorziening voor buitenlandstuderenden.

    • Een verhoging van de prestatiebeursuitgaven met € 56,9 miljoen. Voor een deel is dit de tegenhanger van de verlaagde bijdrage aan vervoersbedrijven. De prestatiebeurssystematiek heeft als gevolg dat per saldo uitgaven met betrekking tot de reisvoorziening pas relevant worden uitgegeven als een prestatiebeursstudent is afgestudeerd en daarmee de voorziening een gift wordt. Door deze systematiek is deze post reisvoorziening prestatiebeurs negatief. Een tweede oorzaak van de hogere uitgaven op deze post betreft een verlaging van het normbedrag. Het gemiddelde normbedrag is lager als gevolg van de nieuwe doelgroep minderjarige bolstudenten waarvoor een lagere prijs aan vervoerders wordt betaald.

  • De overige uitgaven vallen in 2017 € 49,3 miljoen lager uit dan geraamd:

    • De relevante overige uitgaven stijgen met € 167,1 miljoen. Dit heeft voor het grootste deel te maken met een verschuiving van ruim € 120 miljoen van overige niet-relevante uitgaven naar overige relevante uitgaven. Deze verschuiving is het gevolg van een verbeterde boekingsmethode van de reisvoorziening als gevolg van het Programma Vernieuwing Studiefinanciering. Waar voorheen iedere prestatiebeursstudent die de reisvoorziening niet activeerde, toch elke maand een vordering kreeg opgeboekt, zal dit voortaan niet meer het geval zijn. De extra uitgaven betreffen de kwijtscheldingen van de onterecht geboekte vorderingen in de afgelopen jaren van studenten die nog actief zijn (voorheen werden de onterechte vorderingen altijd kwijtgescholden als de student stopte met studeren of was afgestudeerd). Het resterende deel van de hogere uitgaven heeft te maken met een verschuiving van het boeken van achterstallig lager recht van diverse posten naar deze post en van een verschuiving van kwijtscheldingen die geraamd waren voor december 2016, maar plaatsvonden in januari 2017.

    • De uitgaven aan studiefinanciering op Caribisch Nederland is € 0,6 miljoen gestegen als gevolg van een hogere realisatie in 2016.

    • De niet-relevante overige uitgaven vallen € 217,1 miljoen lager uit. Het betreft voornamelijk de niet-relevante tegenhanger van de relevante overige uitgaven en de relevante uitgaven aan de prestatiebeurs reisvoorziening.

Leningen

Er wordt per saldo naar verwachting € 76,7 miljoen meer uitgegeven aan leningen dan geraamd:

  • De uitgaven aan rentedragende leningen stijgen met € 33,6 miljoen. Dit is vooral het gevolg van een groter bedrag aan prestatiebeursuitgaven die worden omgezet in een lening. De omzettingen van prestatiebeursuitgaven in leningen fluctueren van jaar op jaar, waardoor deze lastig te ramen zijn.

  • Het collegegeldkrediet wordt met € 43,1 miljoen omhoog bijgesteld, omdat meer studenten hiervan gebruik zijn gaan maken. Ook is het gemiddelde bedrag iets hoger geworden.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) wordt per saldo met € 11,3 miljoen verhoogd.

Hiervan is € 11,7 miljoen het gevolg van meerkosten PVS in de eindfase van het programma.

Ontvangsten

De ontvangstenraming wordt per saldo verlaagd met € 14,3 miljoen:

  • Op basis van de realisatiecijfers over 2016 en de lage rente worden de relevante rente-ontvangsten met € 16,2 miljoen naar beneden bijgesteld. De post relevante ontvangsten hoofdsom wordt met € 0,6 miljoen naar beneden bijgesteld.

  • Bij de kortlopende vorderingen worden € 10,9 miljoen minder ontvangsten verwacht. Er is minder achterstallig lager recht geconstateerd wat leidt tot minder kortlopende vorderingen.

  • Op basis van de realisaties 2016 worden de verwachte niet-relevante ontvangsten met € 13,4 miljoen verhoogd. Dit betreft ontvangsten van direct verstrekte rentedragende studieleningen en in langlopende leningen omgezette prestatiebeurs-uitgaven.

Artikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 12 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

89.241

0

89.241

368

89.609

747

844

1.189

2.034

Uitgaven

89.241

0

89.241

368

89.609

747

844

1.189

2.034

Waarvan juridisch verplicht

100%

     

100%

       
                       

Inkomensoverdrachten

73.304

0

73.304

274

73.578

636

732

1.071

1.903

TS 17-

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– 

Minderjarige deelnemers bol (R)

0

 

0

0

0

0

0

0

0

TS 18+

5.506

0

5.506

– 115

5.391

– 115

– 115

– 115

– 114

 

– 

Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R)

3.634

 

3.634

– 307

3.327

– 307

– 307

– 307

– 307

 

– 

Deeltijd vo (R)

1.872

 

1.872

193

2.065

193

193

193

193

VO 18+

67.798

0

67.798

388

68.186

750

846

1.185

2.017

 

– 

Volwassenenonderwijs (vavo) (R)

6.003

 

6.003

– 2

6.001

– 19

1

28

100

 

– 

Meerderjarige scholieren vo (R)

56.214

 

56.214

985

57.199

1.418

1.479

1.752

2.471

 

– 

Meerderjarige scholieren vso (R)

4.700

 

4.700

– 210

4.490

– 264

– 249

– 210

– 169

 

– 

STOEB/ALR (NR)

881

 

881

– 385

496

– 385

– 385

– 385

– 385

                       

Bijdrage aan agentschappen

15.937

0

15.937

94

16.031

111

112

118

131

 

– 

Dienst Uitvoering Onderwijs (R)

15.937

 

15.937

94

16.031

111

112

118

131

Ontvangsten

3.066

0

3.066

– 663

2.403

– 650

– 643

– 613

– 567

 

– 

TS 17- (R)

0

 

0

0

0

0

0

0

0

 

– 

TS 18+ (R)

75

 

75

10

85

10

10

10

10

 

– 

VO 18+ (R)

2.991

 

2.991

– 673

2.318

– 660

– 653

– 623

– 577

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven.

Toelichting mutaties:

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdrachten

  • De raming wordt per saldo met € 0,3 miljoen verhoogd.

Bijdragen aan agentschappen

  • Het budget wordt met € 0,1 miljoen verhoogd.

Ontvangsten

  • De ontvangstenraming wordt met € 0,7 miljoen verlaagd.

Artikel 13. Lesgelden

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 13 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

6.748

 

6.748

38

6.786

38

32

32

30

Uitgaven

6.748

0

6.748

38

6.786

38

32

32

30

Waarvan juridisch verplicht

100,0%

     

100%

       
                       

Bijdrage aan agentschappen

6.748

0

6.748

38

6.786

38

32

32

30

 

– 

Dienst Uitvoering Onderwijs

6.748

 

6.748

38

6.786

38

32

32

30

Ontvangsten

246.267

 

246.267

– 3.789

242.478

– 9.949

– 11.739

– 12.629

– 13.471

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven.

Toelichting mutaties:

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bijdragen aan agentschappen

  • Het budget wordt met € 0,04 miljoen verhoogd.

Ontvangsten

  • De ontvangstenraming wordt met € 3,8 miljoen verlaagd.

Artikel 14. Cultuur

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 14 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

944.286

25.000

969.286

– 636.350

332.936

– 506.087

– 495.225

– 496.245

– 614.583

Waarvan garantieverplichtingen

629.000

 

629.000

– 706.056

– 77.056

– 629.000

– 629.000

– 629.000

– 629.000

Uitgaven

802.568

25.000

827.568

– 77.695

749.873

6.032

15.694

14.674

14.417

Waarvan juridisch verplicht

98,8%

     

98,5%

       
                       

Bekostiging

705.314

15.000

720.314

– 77.261

643.053

12.141

22.641

22.641

22.804

 

– 

Culturele basisinfrastructuur

379.716

0

379.716

25.502

405.218

25.513

25.513

25.513

25.676

   

Vierjaarlijkse instellingen

226.199

 

226.199

16.677

242.876

16.688

16.688

16.688

16.851

   

Vierjaarlijkse fondsen

153.517

 

153.517

8.825

162.342

8.825

8.825

8.825

8.825

 

– 

Erfgoedwet

119.168

0

119.168

0

119.168

0

0

0

0

   

Huisvesting

80.448

 

80.448

 

80.448

     

0

   

Beheer en onderhoud collecties

38.720

 

38.720

 

38.720

     

0

 

– 

Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen

43.281

0

43.281

– 43.280

1

0

0

0

0

   

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

21.411

 

21.411

– 21.410

1

     

0

   

Digitale openbare bibliotheek

10.600

 

10.600

– 10.600

0

     

0

   

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

11.270

 

11.270

– 11.270

0

     

0

 

– 

Monumentenzorg

97.696

15.000

112.696

– 63.115

49.581

– 704

– 704

– 704

– 704

 

– 

Archieven incl. Regionale Historische Centra

23.971

 

23.971

335

24.306

0

0

0

0

 

– 

Flankerend beleid huisvesting

23.623

 

23.623

11.156

34.779

– 1.609

– 1.609

– 1.609

– 1.609

 

– 

Cultuureducatie met Kwaliteit

17.500

 

17.500

– 7.500

10.000

– 10.500

0

0

0

 

– 

Archeologie

359

 

359

– 359

0

– 559

– 559

– 559

– 559

                       

Subsidies

41.864

10.000

51.864

– 4.539

47.325

– 6.894

– 7.543

– 8.543

– 8.971

 

– 

Verbreden inzet cultuur

7.692

 

7.692

1.888

9.580

899

250

– 750

0

 

– 

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

5.757

 

5.757

1.248

7.005

1.248

1.248

1.248

70

 

– 

Programma leesbevordering

3.350

 

3.350

 

3.350

0

0

0

0

 

– 

Creatieve Industrie

1.885

 

1.885

 

1.885

0

0

0

0

 

– 

Erfgoed en ruimte

3.500

 

3.500

195

3.695

0

0

0

0

 

– 

Programma ondernemerschap

0

 

0

 

0

0

0

0

0

 

– 

Specifiek cultuurbeleid

19.680

10.000

29.680

– 7.870

21.810

– 9.041

– 9.041

– 9.041

– 9.041

                       

Opdrachten

13.329

0

13.329

3.273

16.602

289

100

100

100

 

– 

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

2.332

 

2.332

– 180

2.152

– 136

– 325

– 325

– 325

 

– 

Monumentenzorg

3.692

 

3.692

2.064

5.756

0

0

0

0

 

– 

Archeologie

865

 

865

0

865

0

0

0

0

 

– 

Erfgoed en Ruimte

2.500

 

2.500

– 570

1.930

0

0

0

0

 

– 

Overige opdrachten

3.940

 

3.940

1.959

5.899

425

425

425

425

                       

Bijdrage aan agentschappen

39.313

0

39.313

831

40.144

518

518

498

506

 

– 

Nationaal Archief

39.313

 

39.313

831

40.144

518

518

498

506

                       

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

2.748

0

2.748

1

2.749

– 22

– 22

– 22

– 22

 

– 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

2748

 

2.748

1

2.749

– 22

– 22

– 22

– 22

Ontvangsten

494

0

494

13.783

14.277

0

0

0

0

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting mutaties:

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 636,4 miljoen verlaagd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt veroorzaakt door:

  • Bijstelling van de verplichtingenraming (verlaging € 706 miljoen) als gevolg van een systeemwijziging bij de garanties (regelingen voor indemniteit en achterborg). De stand die was gebaseerd op de oude systematiek, € 629 miljoen, is volledig afgeboekt. Volgens de nieuwe ramingssystematiek zijn verleningen van garanties bijgeboekt en vervallen garanties afgeboekt, per saldo een verlaging van € 77 miljoen.

  • Bijstelling van de verplichtingenraming als gevolg van het toevoegen van verplichtingen die in het kader van de Erfgoedwet reeds in 2017 worden aangegaan voor uitgaven in 2018 (verhoging € 119,1 miljoen).

  • Bijstelling van de verplichtingenraming als gevolg van verplichtingen die in 2017 meerjarig, voor de periode 2017–2020, worden aangegaan voor internationale cultuursubsidies en voor de Regeling impuls muziekonderwijs (verhoging € 28,1 miljoen).

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

  • Het budget voor de culturele basisinfrastructuur wordt per saldo verhoogd met € 25,5 miljoen. De redenen zijn dat er loon- en prijsbijstellingsmiddelen zijn toegevoegd en dat middelen die binnen de OCW-begroting aanvullend beschikbaar waren gemaakt voor de culturele basisinfrastructuur, zoals aangekondigd in de Kamerbrief over de nieuwe basisinfrastructuur, nu naar dit financieel instrument worden overgeboekt.

  • Het budget voor de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen wordt per saldo verlaagd met € 43,3 miljoen, doordat middelen voor subsidieverlening aan de Koninklijke Bibliotheek op basis van deze Wet zijn overgeboekt naar begrotingsartikel 16 Onderzoek- en Wetenschapsbeleid.

  • Het budget voor de monumentenzorg wordt per saldo met € 63,1 miljoen verlaagd. De belangrijkste reden hiervoor is uitstel van de afschaffing van de fiscale regeling monumentenzorg (Kamerbrief Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten, verlaging € 53,8 miljoen): middelen die in verband met de afschaffing door het Ministerie van Financiën aan het Ministerie van OCW waren overgeboekt, worden geretourneerd voor continuering van de fiscale regeling. Daarnaast zijn enkele overboekingen uitgevoerd: aan het Provinciefonds voor renovatie van de Eusebiuskerk (Kamerbrief monumentenzorg 20 september 2016) en aan andere financiële instrumenten binnen het begrotingsartikel Cultuur in verband met geplande monumentenzorguitgaven aan opdrachten en subsidies.

  • Het budget voor flankerend beleid huisvesting wordt per saldo verhoogd met € 11,2 miljoen. Het saldo bestaat grotendeels uit de desaldering van een ontvangst waarmee een schuld aan het Rijksvastgoedbedrijf zal worden voldaan, zie toelichting onder Ontvangsten.

  • Het budget voor cultuureducatie met kwaliteit wordt per saldo verlaagd met € 7,5 miljoen, doordat middelen voor de Prestatiebox Cultuureducatie zijn overgeboekt naar begrotingsartikel 1 Primair onderwijs.

Ontvangsten

  • Het ontvangstenbudget wordt met € 13,8 miljoen verhoogd. Er zijn extra ontvangsten geraamd als gevolg van de nieuwe huisvestingssystematiek van de rijksmusea, die is ingegaan in 2017. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) brengt in verband hiermee een egalisatieschuld in rekening bij het Ministerie van OCW. Deze egalisatieschuld is in het verleden ontstaan door de wijze van berekenen van de huur die musea betaalden. Bij de musea waren, op verzoek van het Ministerie van OCW, bestemmingsfondsen gevormd om deze schuld te kunnen voldoen. Het ministerie vordert de middelen uit deze bestemmingsfondsen van de musea, om daarmee de egalisatieschuld te kunnen voldoen aan het RVB.

Artikel 15. Media

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 15 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

969.699

0

969.699

13.738

983.437

12.865

14.980

13.840

11.583

Uitgaven

962.699

0

962.699

13.738

976.437

12.865

14.980

13.840

11.583

Waarvan juridisch verplicht

99,9%

     

100%

       
                       

Bekostiging

956.817

0

956.817

13.658

970.475

12.787

14.906

13.766

11.509

 

– 

Publieke Omroep (omroepinstellingen)

887.385

0

887.385

0

887.385

0

0

0

0

   

Landelijke publieke omroep

747.489

 

747.489

 

747.489

       
   

Regionale Omroep

139.896

 

139.896

 

139.896

       
 

– 

Beheertaken landelijke publieke omroep

62.113

0

62.113

0

62.113

0

0

0

0

   

Stichting Omroep Muziek

15.752

 

15.752

 

15.752

       
   

Uitzenden en uitzendgereedmaken

25.577

 

25.577

 

25.577

       
   

Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)

20.784

 

20.784

 

20.784

       
 

– 

Dotaties, bijdragen publieke omroep

13.220

0

13.220

0

13.220

0

0

0

0

   

Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties (Mediafonds)

0

 

0

 

0

       
   

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

2.119

 

2.119

 

2.119

       
   

Filmfonds van de omroep en Telefilm (COBO)

8.065

 

8.065

 

8.065

       
   

Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik)

1.498

 

1.498

 

1.498

       
   

Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (OLON)

1.538

 

1.538

 

1.538

       
 

– 

Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve

– 6.584

 

– 6.584

13.658

7.074

12.787

14.906

13.766

11.509

 

– 

Overige bekostiging media (uit rente AMR)

683

 

683

 

683

       
 

– 

Basisinfrastructuur Cultuur 2013–2016

0

0

0

0

0

0

0

0

0

   

Vierjaarlijkse instellingen

0

 

0

 

0

       
                       

Subsidies

919

0

919

0

919

0

0

0

0

 

– 

Subsidies

919

 

919

 

919

       
                       

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

4.928

0

4.928

80

5.008

78

74

74

74

 

– 

Commissariaat voor de Media

4.928

 

4.928

80

5.008

78

74

74

74

                       

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

35

0

35

0

35

0

0

0

0

 

Uitvoering internationale contributies

35

 

35

 

35

       

Ontvangsten

199.500

0

199.500

 

199.500

       

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting mutaties:

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 13,7 miljoen verhoogd. Er is geen verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

  • Het budget voor Dotatie/onttrekking Algemene mediareserve wordt met € 13,7 miljoen verhoogd. Dit betreft de volgende mutaties;

    • Een verhoging met € 4,1 miljoen door de prijsbijstelling tranche 2017. Bij Miljoenennota zal dit bedrag worden doorverdeeld naar de andere budgetten binnen dit instrument.

    • Een verhoging met € 9,5 miljoen ter dekking van het tekort op de wettelijke prijsindexatie, opgelopen in de jaren 2015 en 2016.

Artikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 16 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

967.006

0

967.006

98.114

1.065.120

32.003

21.492

20.116

20.901

waarvan garantieverplichting

                 

Uitgaven

950.780

0

950.780

77.942

1.028.722

33.348

21.520

20.143

20.086

Waarvan juridisch verplicht

99,49%

     

99,9%

       
                       

Bekostiging

835.211

0

835.211

68.119

903.330

21.815

20.206

18.829

18.772

Hoofdbekostiging

586.167

0

586.167

63.739

649.906

19.687

18.857

18.829

18.772

 

NWO-wet en WHW

                 
 

– 

NWO

453.831

0

453.831

16.109

469.940

15.244

14.602

14.580

14.530

 

– 

KNAW

86.788

0

86.788

2.849

89.637

2.910

2.786

2.782

2.778

 

– 

KB

45.548

0

45.548

44.781

90.329

1.533

1.469

1.467

1.464

Aanvullende bekostiging

249.044

0

249.044

4.380

253.424

2.128

1.349

0

0

 

– 

NWO Talentenontwikkeling

161.246

0

161.246

0

161.246

0

0

0

0

 

– 

NWO STW

8.000

0

8.000

0

8.000

0

0

0

0

 

– 

NWO Grootschalige researchinfrastructuur

55.382

0

55.382

0

55.382

0

0

0

0

 

– 

Nationaal RG onderwijsonderzoek

18.769

0

18.769

4.380

23.149

2.128

1.349

0

0

 

– 

Poolonderzoek

3.147

0

3.147

0

3.147

0

0

0

0

 

– 

Caribisch Nederland

2.500

0

2.500

0

2.500

0

0

0

0

                       

Subsidies

26.101

0

26.101

– 1.468

24.633

415

0

0

0

 

– 

NCB/Nationaal Herbarium

6.265

0

6.265

0

6.265

0

0

0

0

 

– 

BPRC

8.358

0

8.358

0

8.358

0

0

0

0

 

– 

NCWT/NEMO

3.366

0

3.366

0

3.366

0

0

0

0

 

– 

STT

221

0

221

0

221

0

0

0

0

 

– 

Stichting AAP

1.032

0

1.032

0

1.032

0

0

0

0

 

– 

Nationale coördinatie

5.609

0

5.609

– 1.468

4.141

415

0

0

0

 

– 

Bilaterale samenwerking

1.250

0

1.250

0

1.250

0

0

0

0

                       

Opdrachten

300

0

300

4

304

4

0

0

0

 

– 

Opdrachten

300

0

300

4

304

4

     
                       

Bijdrage aan agentschappen

763

0

763

12

775

12

12

12

12

 

– 

Dienst Uitvoering Onderwijs

272

0

272

12

284

12

12

12

12

 

– 

Nationaal conactpunt Kaderprogramma

491

0

491

0

491

0

0

0

0

                       

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

173

173

0

0

0

0

 

– 

Nationaal contactpunt Kaderprogramma

 

0

0

173

173

0

0

0

0

                       

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

88.405

0

88.405

11.102

99.507

11.102

1.302

1.302

1.302

 

– 

EMBC

812

0

812

41

853

41

41

41

41

 

– 

EMBL

4.851

0

4.851

347

5.198

347

347

347

347

 

– 

ESA

31.065

0

31.065

0

31.065

0

0

0

0

 

– 

CERN

40.000

0

40.000

9.800

49.800

9.800

0

0

0

 

– 

ESO

9.105

0

9.105

914

10.019

914

914

914

914

 

– 

NTU/INL

2.572

0

2.572

0

2.572

0

0

0

0

Ontvangsten

101

0

101

 

101

0

0

0

0

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting mutaties:

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 98,1 miljoen verhoogd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt veroorzaakt door:

  • Bijstelling van de verplichtingenraming doordat uitgavenmutaties voor het jaar 2018 – overeenkomstig de bekostigingsregelgeving – in het jaar 2017 worden verplicht.

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bekostiging

  • Het budget voor bekostiging wordt per saldo met € 68,1 miljoen verhoogd. De verhoging wordt onder andere veroorzaakt door:

    • de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2017 die het budget per saldo verhogen met 19,3 miljoen (zie het algemeen deel);

    • overboeking van het budget ad € 43,3 miljoen voor de WSOB van artikel 14 (Cultuur) ten behoeve van de Koninklijke Bibliotheek.

Subsidies

Het budget voor subsidies wordt per saldo met € 1,5 miljoen verlaagd.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

  • Het budget voor (inter)nationale organisaties wordt per saldo met € 11,1 miljoen verhoogd. De verhoging wordt onder andere veroorzaakt door:

    • een verhoging van € 9,8 miljoen van de contributie aan CERN als gevolg van het vrijgeven van de minimum wisselkoers door de Zwitserse nationale Bank in 2015.

Artikel 25. Emancipatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 25 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

7.186

0

7.186

– 1.350

5.836

81

40

133

133

Uitgaven

14.172

0

14.172

– 861

13.311

275

133

133

133

Waarvan juridisch verplicht

54,0%

     

68,2%

       
                       

Bekostiging

4.198

0

4.198

79

4.277

79

79

79

79

 

Kennisinfrastructuur

4.198

0

4.198

79

4.277

79

79

79

79

 

– 

Vrouwenemancipatie

2.948

 

2.948

79

3.027

79

79

79

79

 

– 

LHBT

1.250

 

1.250

 

1.250

       
                       

Subsidies

7.123

0

7.123

105

7.228

129

0

0

0

 

Subsidieregeling emancipatie

7.123

0

7.123

105

7.228

129

0

0

0

 

– 

Vrouwenemancipatie

4.827

 

4.827

725

5.552

129

     
 

– 

LHBT

2.296

 

2.296

– 620

1.676

       
 

Subsidieregeling emancipatie 2011

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– 

Vrouwenemancipatie

   

0

 

0

       
 

– 

LHBT

   

0

 

0

       
                       

Opdrachten

664

0

664

35

699

11

0

0

0

 

– 

Vrouwenemancipatie

410

 

410

11

421

11

     
 

– 

LHBT

254

 

254

24

278

       
                       

Bijdrage aan agentschappen

135

0

135

0

135

0

0

0

0

 

– 

Dienst Uitvoering Onderwijs

135

 

135

 

135

       
                       

Bijdrage aan medeoverheden

2.012

0

2.012

– 1.080

932

56

54

54

54

 

Gemeentefonds BZK

2.012

0

2.012

– 1.080

932

56

54

54

54

 

– 

Vrouwenemancipatie

1.953

 

1.953

– 1.500

453

56

54

54

54

 

– 

LHBT

59

 

59

420

479

       
                       

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

40

0

40

0

40

0

0

0

0

 

– 

LHBT

40

 

40

 

40

       

Ontvangsten

0

0

0

 

0

0

0

0

0

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting mutaties:

Verplichtingen

De verplichtingen worden met € 1,4 miljoen verlaagd. Het verschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt veroorzaakt door:

  • Correctie verplichtingenruimte met een bedrag van -/- € 0,5 miljoen voor verplichtingen aangegaan in 2016 voor de jaren vanaf 2017 (voor 2016 gecorrigeerd met de 2e Suppletoire Wet 2016).

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Bijdragen aan medeoverheden

  • Het budget voor wordt per saldo met € 1,1 miljoen verlaagd. Een bedrag van € 0,9 miljoen is overgemaakt naar het Gemeentefonds voor 25 gemeenten om het programma economische zelfstandigheid uit te voeren met als doel om de economische zelfstandigheid van vrouwen te vergroten door het te stimuleren om stappen te zetten richting de arbeidsmarkt. Een bedrag van € 0,2 miljoen is overgemaakt aan het gemeentefonds voor de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht die elk € 0,05 miljoen ontvangen voor het vergroten van de sociale acceptatie van LHBTI in biculturele gemeenschappen.

c. De niet-beleidsartikelen

Artikel 91. Nominaal en Onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Niet-beleidsartikel Nominaal en Onvoorzien (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

– 150.051

0

– 150.051

150.051

0

2.154

17.282

17.455

17.403

Uitgaven

– 150.051

0

– 150.051

150.051

0

2.154

17.282

17.455

17.403

Loonbijstelling

0

 

0

 

0

0

13.767

13.676

13.736

 

– waarvan programma

0

     

0

0

13.767

13.676

13.736

 

– waarvan apparaat

0

     

0

0

0

0

0

Prijsbijstelling

0

 

0

 

0

2.098

3.458

3.725

3.667

 

– waarvan programma

0

     

0

0

1.355

1.611

1.551

 

– waarvan apparaat

0

     

0

2.098

2.103

2.114

2.116

Onvoorzien

– 150.051

 

– 150.051

150.051

0

56

57

54

0

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting mutaties:

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Loonbijstelling

  • Het budget voor 2017 blijft per saldo ongewijzigd. De toegevoegde loonbijstelling tranche 2017 en de compensatie voor de ABP-pensioenpremiestijging zijn direct structureel verdeeld over de artikelen. De negatieve loonbijstelling op artikel 91 nominaal en onvoorzien (als gevolg van de ramingsbijstelling) wordt gecompenseerd met een deel van de prijsbijstelling. In de onderstaande tabel staat de doorverdeling naar de verschillende artikelen voor 2017.

Tabel 1 Loonbijstelling 2017 (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

2017

1

Primair onderwijs

232.179

3

Voortgezet onderwijs

176.177

4

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

79.624

6

Hoger beroepsonderwijs

54.434

7

Wetenschappelijk onderwijs

70.303

8

Internationaal beleid

125

9

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

4.216

11

Studiefinanciering

525

12

Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

81

13

Lesgelden

35

14

Cultuur

7.988

16

Onderzoek en wetenschapsbeleid

16.128

25

Emancipatie

184

91

Nominaal en onvoorzien

– 3.158

95

Apparaatsuitgaven

7.068

Totaal

645.909

Prijsbijstelling

  • Het budget voor 2017 blijft per saldo ongewijzigd. De toegevoegde prijsbijstelling tranche 2017 is direct structureel verdeeld over de artikelen. Een deel van de prijsbijstelling is ingezet voor OCW brede problematiek zoals de negatieve loonbijstelling over de ramingsbijstelling op artikel 91. In de onderstaande tabel staat de doorverdeling naar de verschillende artikelen voor 2017.

Tabel 3 Prijsbijstelling 2017 (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

2017

1

Primair onderwijs

20.599

3

Voortgezet onderwijs

17.797

4

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

16.433

6

Hoger beroepsonderwijs

10.246

7

Wetenschappelijk onderwijs

20.631

8

Internationaal beleid

84

9

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

231

11

Studiefinanciering

16.746

12

Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

1.217

13

Lesgelden

15

14

Cultuur

7.179

15

Media

4.222

16

Onderzoek en wetenschapsbeleid

4.968

25

Emancipatie

73

95

Apparaatsuitgaven

 
 

Inzet ter dekking

9.919

Totaal

130.360

Onvoorzien

  • De post «Onvoorzien» wordt per saldo met € 150,1 miljoen verhoogd. Het betreft de invulling van de ramingsbijstelling van € 150 miljoen, onder meer door de inzet van de eindejaarsmarge.

  • Daarnaast wordt de negatieve loon- en prijsbijstelling over de ramingsbijstelling verwerkt door inzet van een deel van de prijsbijstelling tranche 2017.

  • Ook is de eindejaarsmarge 2016/2017 van € 127,5 miljoen aan dit artikel toegevoegd en vervolgens direct ingezet ter dekking van:

    • de ramingsbijstelling op artikel 91 (totaal € 121,3 miljoen);

    • overlopende verplichtingen die niet in 2016 tot betaling zijn gekomen, maar pas in 2017 (totaal € 6,7 miljoen).

Artikel 95. Apparaatskosten

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Niet-beleidsartikel Apparaatskosten (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Ontwerpbegroting 2017

Mutaties via NvW, ISB, motie en amendementen

Vastgestelde begroting 2017

Mutaties 1e suppletoire begroting 2017

Stand 1e suppletoire begroting 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Verplichtingen

242.370

0

242.370

14.363

256.733

10.839

10.101

6.275

6.271

Uitgaven

242.370

0

242.370

14.363

256.733

10.839

10.101

6.275

6.271

                       

Personele uitgaven

177.050

0

177.050

14.459

191.509

17.475

17.086

13.624

13.788

Waarvan

                 
 

– 

eigen personeel

166.863

 

166.863

14.856

181.719

17.939

17.583

14.169

14.320

 

– 

externe inhuur

7.233

 

7.233

– 1.259

5.974

– 1.360

– 1.382

– 1.416

– 1.408

 

– 

overige personele uitgaven

2.954

 

2.954

862

3.816

896

885

871

876

                       

Materiële uitgaven

65.320

0

65.320

– 96

65.224

– 6.636

– 6.985

– 7.349

– 7.517

Waarvan

                 
 

– 

ICT

26.672

 

26.672

– 842

25.830

– 6.326

– 6.395

– 6.412

– 6.402

 

– 

bijdrage aan SSO's

22.089

 

22.089

– 419

21.670

– 780

– 1.081

– 1.004

– 975

 

– 

overige materiële uitgaven

16.559

 

16.559

1.165

17.724

470

491

67

– 140

 

– 

Begrotingsreserve schatkistbankieren

0

 

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

567

0

567

 

567

       

In de kolom «Mutaties eerste suppletoire begroting 2017» worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2017» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting mutaties:

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Personele uitgaven

Het budget voor personele uitgaven wordt per saldo met € 14,5 miljoen verhoogd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • toevoeging van de loonbijstelling tranche 2017 van € 7,1 miljoen;

  • teruggave van het aandeel van het surplus van het eigen vermogen van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) van totaal € 7,3 miljoen, waarvan € 6,0 miljoen ten gunste van het instrument Personeel is geboekt;

  • budgetneutrale overboekingen binnen artikel 95 van € 5,9 miljoen, waarmee de budgetten per instrument meerjarig worden aangepast aan de actuele verwachtingen, gebaseerd op het departementaal jaarverslag van 2016;

  • een verlaging met € 3,2 miljoen als gevolg van het terugdraaien van de kadercorrectie voor de monumentenaftrek in 2017, waarvan € 2,3 miljoen ten laste van het instrument Personeel is geboekt;

  • kasschuiven die hebben geleid tot een verlaging van het budget met totaal € 1,3 miljoen. Onder andere als gevolg van een vertraging in de realisatie van het Programma Registers en Beroepsorganisatie (PRB);

  • diverse interdepartementale overboekingen die hebben geleid tot een verlaging van € 0,7 miljoen.

Materiële uitgaven

Het budget voor materiële uitgaven wordt per saldo met € 0,1 miljoen verlaagd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • diverse kasschuiven die hebben geleid tot een verhoging van het budget met totaal € 5,3 miljoen. De belangrijkste hiervan zijn:

    • als gevolg van een vertraging in de oplevering van de nieuwe ICT-werkplek in 2016 wordt € 2,1 miljoen pas in 2017 uitgegeven;

    • een vertraging in de herhuisvesting binnen de Hoftoren. Het hiervoor gereserveerde bedrag van € 1,5 miljoen wordt doorgeschoven naar 2017;

    • een budgetneutrale kasschuif ad € 1,5 miljoen van 2018–2022 naar 2017 ten behoeve van de financiering van de projectkosten van de aansluiting bij het Financieel Dienstencentrum(FDC) bij SZW;

    • middelen voor het Rijksbrede Programma Kunstvoorziening zijn van alle departementen naar OCW overgeboekt. Een geplande investering in 2016 in een registratiesysteem heeft vertraging opgelopen, deze uitgaven van € 0,2 miljoen komen in 2017.

  • budgetneutrale overboekingen binnen artikel 95 van -/-€ 5,9 miljoen, waarmee de budgetten per instrument meerjarig worden aangepast aan de actuele verwachtingen, gebaseerd op het departementaal jaarverslag van 2016;

  • een verlaging met € 3,2 miljoen als gevolg van het terugdraaien van de kadercorrectie voor de monumentenaftrek in 2017, waarvan

  • € 0,9 miljoen ten laste van het instrument Materieel is geboekt;

  • teruggave van het aandeel van het surplus van het eigen vermogen van het Rijksvastgoedbedrijf VB van totaal € 7,3 miljoen, waarvan € 1,3 miljoen ten gunste van het instrument Materieel is geboekt.

d. Agentschap Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

In deze paragraaf is de 1e suppletoire begroting opgenomen van de Dienst Uitvoering Onderwijs. De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid voor het onderwijs. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten, informatievoorziening alsmede diensten gericht op de verbetering van de verbinding tussen beleid en uitvoering. Daarnaast verricht DUO werkzaamheden voor overige departementen en derden.

Tabel 1 Staat van baten-lastenagentschap DUO (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1)

Vastgestelde begroting

(2)

Mutaties

1e suppletoire

begroting

(3)=(1)+(2) Totaal

geraamd

Baten

     

Omzet moederdepartement

208.086

18.000

226.086

Omzet overige departementen

32.850

0

32.850

Omzet derden

5.045

0

5.045

Rentebaten

0

0

0

Vrijval voorzienigen

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

Totaal baten

245.981

18.000

263.981

       

Lasten

     

Apparaatskosten

238.981

18.000

256.981

– personele kosten

151.960

56.845

208.805

– waarvan eigen personeel

130.660

0

130.660

– waarvan externe inhuur

14.300

56.845

71.145

– waarvan overige personele kosten

7.000

0

7.000

– materiele kosten

87.021

– 38.845

48.176

– waarvan apparaat ICT

20.000

0

20.000

– waarvan bijdrage aan SSO's

12.500

0

12.500

– waarvan overige materiële kosten

54.521

– 38.845

15.676

Rentelasten

0

0

0

Afschrijvingskosten

7.000

0

7.000

– materieel

7.000

0

7.000

– waarvan apparaat ICT

5.500

0

5.500

– immaterieel

0

0

0

Overige kosten

0

0

0

– dotaties voorzieningen

0

0

0

– bijzondere lasten

0

0

0

Totaal lasten

245.981

18.000

263.981

Saldo van baten en lasten

0

0

0

Toelichting:

De baten van de eerste suppletoire begroting laten een stijging zien van € 18,0 miljoen ten opzichte van oorspronkelijk vastgestelde begroting 2017 (€ 246,0 miljoen).

Baten

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement is € 18,0 miljoen hoger dan de oorspronkelijk vastgestelde begroting. De stijging heeft betrekking op incidentele financiering (geen onderdeel makend van de begroting), voor de werkzaamheden voor de uitvoering van het Programma Vernieuwing Studiefinanciering (€ 11,7 miljoen), doorontwikkeling BRON (€ 6,3 miljoen).

Lasten

Apparaatskosten

De kosten van de eerste suppletoire begroting laten enerzijds een verschuiving in de rubricering zien van € 40,0 miljoen en anderzijds een stijging van 18 miljoen ten opzichte van oorspronkelijk vastgestelde begroting 2017. In samenwerking met het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is in 2016 de rubricering van uitgaven in de administratie opnieuw beoordeeld. Dit heeft geleid tot een aanpassing van de rubricering waardoor kosten, voorheen gerubriceerd als uitbesteed werk en daarmee onderdeel van de materiële kosten (€ 40,0 miljoen), nu onder de definitie van externe inhuur vallen. Dit heeft voor 2017 als consequentie dat de externe inhuur, vallend onder de personele kosten, zal toenemen en de overige materiële kosten gelijkelijk zullen dalen. Daarnaast laten de personele begroting een stijging zien van € 16,8 miljoen en de materiële begroting een stijging zien van € 1,2 miljoen samenhangend met de eerder genoemde uitvoering van het Programma Vernieuwing Studiefinanciering en doorontwikkeling BRON.

Kasstroomoverzicht

Suppletoire begroting 2017 (eerste suppletoire begroting), Kasstroomoverzicht baten-lastenagentschap (Bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1)

Vastgestelde begroting

(2)

Mutaties 1e

suppletoire

begroting

(3)=(1)+(2)

Stand

1e suppletoire

begroting

1.

Rekening courant RHB 1 januari 2016

46.440

0

46.440

 

Totaal ontvangen operationele kasstroom (+)

245.981

18.000

263.981

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

– 273.981

– 18.000

– 291.981

2.

Totaal operationele kasstroom

7.000

0

7.000

 

Totaal investeringen (-/-)

– 7.000

0

– 7.000

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 7.000

0

– 7.000

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalig storting van moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december 2016 (=1+2+3+4)

11.440

0

11.440

Het kasstroomoverzicht is aangepast ten opzichte van de oorspronkelijke begroting met de eerder genoemde additionele middelen voor het Programma Vernieuwing Studiefinanciering en doorontwikkeling BRON.

Naar boven