34 725 VIII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2016

Nr. 5 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 6 juni 2017

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 24 mei 2017 voorgelegd aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Bij brief van 2 juni 2017 zijn ze door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De fungerend voorzitter van de commissie, Tellegen

Adjunct-griffier van de commissie, Bosnjakovic

1

Klopt het dat er 10 miljoen euro minder is uitgegeven op subsidies en dat dit voor 6,8 miljoen euro komt doordat deze uitgaven als opdracht zijn verstrekt? Om welke subsidies gaat het en kan worden toegelicht waarom een verstrekking van opdracht leidt tot een verlaging van uitgaven?

Het klopt dat op het instrument subsidies € 10 miljoen minder is uitgegeven. Bij najaarsnota zijn de budgetten (€ 6,3 miljoen) voor de regelingen Leraren ontwikkelfonds en Regionale procesbegeleiders leerlingdaling abusievelijk vanuit het instrument opdrachten geboekt naar de aanvullende bekostiging terwijl deze posten ten laste van subsidies geboekt hadden moeten worden. Het resterende deel is een meevaller op de sectormiddelen en School aan Zet (€ 3,8 miljoen).

2

Kan de regering een gedetailleerd overzicht geven waaruit de verhoging van 7,4 miljoen euro (artikel 6 hoger beroepsonderwijs) bestaat? Kan de regering een gedetailleerd overzicht geven waaruit de verhoging van 16,2 miljoen euro (artikel 7 wetenschappelijk onderwijs) bestaat?

De verhoging voor artikel 6 hoger beroepsonderwijs is voor € 8,2 miljoen toe te schrijven aan het verschil tussen de verleende (€ 34,5 miljoen) en vervallen (€ 26,3 miljoen) garantieverplichtingen/rekening-courant kredieten aan hbo-instellingen, voor het overige (– € 0,8 miljoen euro) betreft het verplichtingen met kasgevolgen 2017 op de aanvullende bekostiging/subsidies die niet meer in 2016 maar eerst in 2017 zijn aangegaan.

Voor artikel 7 wetenschappelijk onderwijs levert het verschil tussen de verleende (€ 32,0 miljoen) en vervallen (€ 13,2 miljoen) garantieverplichtingen/rekening-courant kredieten een verschil op van € 18,8 miljoen, voor het overige (– € 2,6 miljoen) betreft het verplichtingen met kasgevolgen 2017 aan (inter)nationale organisaties die niet meer in 2016 maar eerst in 2017 zijn aangegaan.

Naar boven