34 725 III Jaarverslag en slotwet Ministerie van Algemene Zaken, het Kabinet van de Koning en de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2016

Nr. 1 JAARVERSLAG 2016 VAN HET MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN, HET KABINET VAN DE KONING EN DE COMMISSIE VAN TOEZICHT BETREFFENDE DE INLICHTINGEN- EN VEILIGHEIDSDIENSTEN (III)

Aangeboden 17 mei 2017

INHOUDSOPGAVE

     

Blz.

A.

ALGEMEEN

4

 

1.

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot déchargeverlening

4

 

2.

Leeswijzer

7

       

B.

BELEIDSVERSLAG

8

       
 

Ministerie van Algemene Zaken

8

 

1.

Beleidsprioriteiten

8

 

2.

Beleidsartikel «Eenheid van het algemeen regeringsbeleid»

11

 

2.1

Algemene doelstelling

11

 

2.2

Rol en verantwoordelijkheid

11

 

2.3

Beleidsconclusies

12

 

2.4

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

13

 

2.5

Toelichting op de financiële instrumenten

13

 

2.6

Beleidsmatige informatie

14

 

2.6.1

Coördinatie van het algemeen communicatiebeleid

14

 

2.6.2

Leveren van bijdragen aan de langere termijn beleidsontwikkeling van het regeringsbeleid

16

 

3.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

19

       
 

Kabinet van de Koning

21

 

1.

Activiteiten

21

 

2.

Budgettaire gevolgen en toelichting

21

 

3.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

22

       
 

Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

23

 

1.

Activiteiten

23

 

2.

Budgettaire gevolgen en toelichting

24

 

3.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

24

       

C.

JAARREKENING

26

 

1.

Verantwoordingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA)

26

 

2.

Verantwoordingsstaat van het Kabinet van de Koning (IIIB)

27

 

3.

Verantwoordingsstaat van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)

28

 

4.

Agentschap Dienst Publiek en Communicatie

29

 

4.1

Samenvattende verantwoordingsstaat 2016 inzake baten-lastenagentschap van het Ministerie van Algemene Zaken (III)

29

 

4.2

Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC)

30

 

4.3

Balans per 31 december 2016

32

 

4.4

Kasstroomoverzicht over 2016

34

 

4.5

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2016

35

 

5.

Saldibalans per 31 december 2016 van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA)

36

 

6.

Saldibalans per 31 december 2016 van het Kabinet van de Koning (IIIB)

39

 

7.

Saldibalans per 31 december 2016 van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)

41

 

8.

WNT-verantwoording 2016 – Ministerie van Algemene Zaken

43

       

D.

BIJLAGEN

45

 

1.

Evaluatie- en overig onderzoek

45

 

2.

Externe inhuur

46

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik het departementale jaarverslag van het Ministerie van Algemene Zaken, het Kabinet van de Koning en de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (III) over het jaar 2016 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Algemene Zaken decharge te verlenen over het in het jaar 2016 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot:

  • a. het gevoerde financieel en materieel beheer;

  • b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

  • c. de financiële informatie in het jaarverslag;

  • d. de betrokken saldibalansen;

  • e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2016;

  • b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2016 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2016, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2016 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

Zoals bij de aanbieding is opgemerkt, bestaat begroting III uit drie begrotingsstaten:

  • 1) het Ministerie van Algemene Zaken;

  • 2) het Kabinet van de Koning (KvdK) en

  • 3) de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD).

Deze driedeling is in navolgend jaarverslag terug te vinden in onderdeel B.

Onderdeel C bevat de jaarrekening en onderdeel D bevat de bijlagen.

In onderdeel B van het jaarverslag wordt voor het Ministerie van Algemene Zaken achtereenvolgens ingegaan op de realisatie van de beleidsprioriteiten voor 2016, op het beleidsartikel «Eenheid van het algemeen regeringsbeleid» en op de bedrijfsvoering. In afwijking van de rijksbegrotingsvoorschriften wordt niet afzonderlijk ingegaan op de gerealiseerde maatschappelijke effecten of op de mate van doelbereiking; zie hiervoor de brief aan de Tweede Kamer van 29 juni 2006 (de zgn. «comply or explain brief»; Kamerstukken II, 2005–2006, 29 949, nr. 53).

Ook worden de uitgevoerde taken van het Kabinet van de Koning toegelicht, de financiële consequenties daarvan en de bedrijfsvoering.

Verder wordt kort ingegaan op de wettelijke taken van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, de daarbij horende financiële realisatie en de bedrijfsvoering.

Onderdeel C bevat de jaarrekening, met daarin de verantwoordingsstaten, de saldibalansen met toelichting, de verantwoording van het agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC) en de topinkomens.

Onderdeel D bevat de bijlagen.

In de begroting van Algemene Zaken is er geen centraal apparaatsartikel opgenomen. Dit is conform de Rijksbegrotingsvoorschriften.

In de toelichting bij de budgettaire tabel wordt op bondige wijze ingegaan op opmerkelijke verschillen tussen de ontwerpbegroting en de realisatie in het verslagjaar. Hierbij worden afwijkingen boven de 5% toegelicht. Om inzicht te geven in de uitputting van de begroting, wordt zo nodig ook beneden deze norm een toelichting gegeven.

Groeiparagraaf

Ten opzichte van vorig jaar zijn er geen significante wijzigingen opgenomen in het jaarverslag.

B. BELEIDSVERSLAG

Ministerie van Algemene Zaken

1. Beleidsprioriteiten

Voor het Ministerie van Algemene Zaken en de Minister-President staan, overeenkomstig artikel 45 van de Grondwet, het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid daarvan, centraal. Het regeerakkoord is daarbij leidend.

Het kabinet heeft zich, ingevolge het regeerakkoord, ook in 2016 ingezet voor het op orde brengen van de overheidsfinanciën, een evenwichtige inkomensverdeling en het versterken van duurzame groei van de economie. Het economisch herstel heeft zich in 2016 verder doorgezet. De economie groeide in 2016 met 2,1% bbp en het overheidstekort is flink teruggelopen. De structurele hervormingen die dit kabinet heeft doorgevoerd, hebben daar mede aan bijgedragen. De werkloosheid liep terug naar 6,0% van de beroepsbevolking, een daling van ruim 75.000 personen ten opzichte van 2015, terwijl het aantal mensen dat op zoek is naar een baan juist is gestegen. Feit is dat het werkloosheidspercentage inmiddels lager is dan in 2012, toen het kabinet aantrad.

Naast de economische agenda is veiligheid in 2016 opnieuw een belangrijk onderwerp geweest voor het kabinet. De aanslagen in onder andere Brussel, Nice en Berlijn hebben onderstreept dat het bestrijden van dreigingen en risico’s binnen Nederland van belang blijft. In 2016 is een drietal wetten voorbereid die voortvloeien uit het actieprogramma Integrale aanpak jihadisme. Dit programma heeft tot doel het beschermen van de democratische rechtsstaat, bestrijden en verzwakken van de jihadistische beweging in Nederland, en het wegnemen van de voedingsbodem voor radicalisering. Met het aannemen van deze wetten door de Eerste Kamer op 7 februari 2017 is een belangrijk deel van de wetgeving uit het actieprogramma gerealiseerd. Daarnaast heeft de Minister-President met de meest betrokken bewindspersonen de veiligheidssituatie nationaal en internationaal steeds intensief gevolgd en waar nodig beleidsmatig bijgestuurd. In dit kader heeft de Minister-President in de tweede helft van 2016, samen met de ministers van Defensie, BZK en V&J, een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend dat de huidige Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2002 zal gaan vervangen. Op basis hiervan zijn de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten in de toekomst bevoegd ook kabelgebonden telecommunicatie te onderzoeken.

Een bijzondere gebeurtenis in de eerste helft van 2016 was het twaalfde Nederlandse voorzitterschap van de Raad van ministers van de Europese Unie. Een buitengewone verantwoordelijkheid in een periode waarin de Europese Unie zich voor grote uitdagingen gesteld ziet. Bij aanvang van het voorzitterschap stelde het kabinet vier beleidsprioriteiten vast, waarop tijdens het voorzitterschap zou worden ingezet: (1) migratie en internationale veiligheid, (2) Europa als innovator en banenmotor, (3) solide en toekomstbestendige Europese financiën en een robuuste Eurozone, en (4) een toekomstgericht klimaat- en energiebeleid. Op al deze terreinen heeft het kabinet resultaten weten te bereiken. Tijdens het Nederlandse voorzitterschap is onder andere een akkoord bereikt over het vierde spoorpakket, medische hulpmiddelen, conflictmineralen, de Europese grens- en kustwacht en de richtlijn anti-belastingontwijking. Daarnaast is hard gewerkt aan een ambitieuze agenda voor de interne markt en zijn Raadsposities ingenomen over onder meer de richtlijn terrorismebestrijding en de aanpassing van de Schengengrenscode. Tegelijkertijd was vanaf het begin duidelijk dat het voorzitterschap grotendeels in het teken zou staan van urgente ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het terrein van migratie. In maart 2016 zijn met de Turkse regering afspraken gemaakt om de vluchtelingenstroom in te dammen en beter te reguleren. Het aantal mensen dat op een afschuwelijke manier verdrinkt bij geïmproviseerde overtochten tussen Turkije en Griekenland en het aantal asielzoekers dat naar Europa komt, is hierdoor substantieel gedaald. Ook is voortgang geboekt in de dialoog met Afrikaanse landen over het indammen van migratie en het aanpakken van grondoorzaken van migratie.

Buitenlandse bezoeken in 2016

De Minister-President heeft in 2016 deelgenomen aan 9 formele bijeenkomsten van de Europese Raad (bestaande uit Europese staatshoofden en regeringsleiders). Daarnaast kwamen de staatshoofden en regeringsleiders van 27 lidstaten van de EU op 16 september 2016 informeel bijeen in Bratislava om zich zonder aanwezigheid van het Verenigd Koninkrijk te beraden over de uitkomst van het Britse referendum en de toekomst van Europa.

Op het terrein van internationale veiligheid stond deelname van de Minister-President aan de NAVO-top in Warschau en aan de Nuclear Security Summit in Washington centraal. In 2016 voerde Nederland tevens campagne voor een tijdelijke zetel in de VN Veiligheidsraad. De Minister-President bracht bezoeken aan Libanon, Irak en Tunesië, die in het teken van migratie en de strijd tegen ISIS stonden. Bovendien was de Minister-President aanwezig bij de World Humanitarian Summit in Istanbul, de ACS-top in Cuba en de ASEM-top in Mongolië.

Daarnaast heeft de Minister-President zich ingezet voor internationale samenwerking en het opbouwen van een internationaal netwerk tijdens handelsmissies naar onder andere Zuid-Korea, Indonesië en Singapore. Ook was de Minister-President in april aanwezig bij de Hannover Messe, de grootste industriële beurs ter wereld.

De Minister-President heeft in 2016 veel aandacht besteed aan het raadgevend referendum over de Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne op 6 april 2016. Voor en na het raadgevend referendum heeft het kabinet laten weten zorgvuldig te willen omgaan met de uitslag en het gevoerde maatschappelijke debat. De meest geschikte vorm om tegemoet te komen aan de voornaamste Nederlandse zorgen was een juridisch bindend besluit van de Europese staatshoofden en regeringsleiders. In de maanden erna is hard gewerkt om dit te bereiken. Op 15 december 2016 nam de Europese Raad een besluit over een juridisch bindende interpretatie van de Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne. Hierin is onder andere vastgelegd dat de overeenkomst geen enkele toezegging van de EU inhoudt om Oekraïne in de toekomst de status van kandidaat-lidstaat te verlenen. Ook worden zorgen over militaire samenwerking, toegang tot de Europese arbeidsmarkt, financiële steun en corruptiebestrijding geadresseerd.

Dat ontwikkelingen in het buitenland ook in Nederland spanningen teweeg kunnen brengen bleek tijdens de nasleep van de couppoging in Turkije op 15 juli 2016. De Minister-President heeft zich ingespannen om goede contacten met zijn Turkse ambtsgenoot te onderhouden en de eenheid in het kabinetsbeleid te bewaken. Het kabinet heeft de couppoging van meet af aan in krachtige termen veroordeeld. Tegelijkertijd onderstreepte het kabinet dat vrijheid en verdraagzaamheid fundamentele Europese waarden zijn waaraan niet wordt getornd. Concreet is in de zomer van 2016 een aantal acties ingezet, waaronder het oprichten van een taskforce die er samen met schoolbesturen, ouders en gemeenten alles aan heeft gedaan om te zorgen dat leerlingen bij de start van het nieuwe schooljaar veilig naar school konden.

Binnenlandse activiteiten in 2016

De Minister-President is als voorzitter van de ministerraad betrokken bij alle grote thema’s van het kabinetsbeleid. In zijn externe optredens is hij daarom op vele terreinen actief om zich te laten informeren of het kabinet te vertegenwoordigen. Voorbeelden daarvan zijn:

  • Een bezoek aan de regio West-Brabant op 27 januari, met als thema de innovatieve maakindustrie en de logistieke positie van de regio;

  • Het geven van de openingsspeech op de Nationale Klimaattop op 26 oktober, die in het teken stond van het klimaatakkoord van Parijs;

  • Een bezoek aan verpleeghuis De Vijverhof in Capelle aan den IJssel op 15 november en aan verpleeghuis De Kreek in ’s-Gravenzande op 22 december;

  • Een bezoek aan The Hague Security Delta op 30 november, waar bedrijven, overheden en kennisinstellingen samenwerken op het gebied van veiligheid;

  • Het huldigen van de Olympische sporters op 24 augustus in de Ridderzaal. Op 28 november 2016 werden de Paralympische sporters door de Minister-President op het Catshuis ontvangen;

  • Het openen van de TQ-hub in Amsterdam op 11 oktober, waar technische start-ups worden gefaciliteerd om verder te groeien;

  • Een bezoek aan de Afrikaanderbuurt in Rotterdam-Zuid op 12 april, met als thema participeren en ondernemen in de Afrikaanderbuurt;

  • Het geven van een toespraak op het jaarcongres van MKB-Nederland op 11 oktober en

  • Deelname aan de Nationale Schoolleiders Top voor het primair onderwijs op 8 oktober.

Daarnaast stond ook 2016 in het teken van het onafhankelijke strafrechtelijke onderzoek naar het neerhalen van vlucht MH17 op 17 juli 2014. Op 28 september 2016 presenteerde het Joint Investigation Team (JIT) de eerste resultaten van dit onderzoek. In het JIT werken Australië, België, Maleisië, Nederland en Oekraïne samen. Het doel van het strafrechtelijke onderzoek is het vaststellen van de feiten, het identificeren van de verantwoordelijken voor de crash en het verzamelen van strafrechtelijk bewijs voor een vervolging. De Minister-President heeft zich ook afgelopen jaar ingezet voor het behoud van een brede internationale steun voor het onafhankelijke onderzoek en voor het goed blijven informeren van de nabestaanden van MH17.

2. Beleidsartikel «Eenheid van het algemeen regeringsbeleid»

2.1 Algemene doelstelling

De algemene doelstelling van de Minister-President is het bewaken van de eenheid van het algemene regeringsbeleid. Met deze doelstelling is een deel van de invulling van de rol en verantwoordelijkheid van de Minister-President ook gegeven. De algemene doelstelling wordt derhalve tezamen met de rol en verantwoordelijkheid nader uitgelegd in hoofdstuk 2.2.

2.2 Rol en verantwoordelijkheid

In artikel 45 (lid 3) van de Grondwet is bepaald dat de ministerraad beraadslaagt en besluit over het algemene regeringsbeleid en dat het de eenheid van dat beleid bevordert. Lid 2 van hetzelfde artikel bepaalt dat de Minister-President de voorzitter is van de ministerraad. De Minister-President heeft daarmee een coördinerende verantwoordelijkheid voor de eenheid van het algemene regeringsbeleid. Dit komt op verschillende manieren tot uitdrukking. Zo spreekt de Minister-President na afronding van het formatieproces namens het nieuwe kabinet de regeringsverklaring uit en gaat hij daarover met de Tweede Kamer in debat. Voorts legt de Minister-President jaarlijks verantwoording af over het algemene regeringsbeleid tijdens de algemene politieke beschouwingen na Prinsjesdag. De Minister-President is ook verantwoordelijk voor het in stand houden en zo nodig aanpassen van het stelsel van overleg en besluitvorming, zoals dat vorm krijgt in de ministerraad en onderraden. De Minister-President heeft verder geen specifiek beleidsveld waar verantwoording voor moet worden afgelegd. De Minister-President heeft een aantal verantwoordelijkheden op het gebied van buitenlands beleid. Deze houden onder meer verband met zijn lidmaatschap van de Europese Raad. In de eerste helft van 2016 was het Nederlandse EU-voorzitterschap daarom een belangrijke taak van de Minister-President. Voorts vertegenwoordigt de Minister-President Nederland op diverse internationale bijeenkomsten, zoals topontmoetingen van de VN en de NAVO. Ook brengt hij, in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken, bezoek aan landen en regio’s indien het bredere Nederlandse belang daarmee is gediend. Verder heeft de Minister-President een bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van het Koninklijk Huis. Alle ministers dragen op grond van art. 42 Grondwet ministeriële verantwoordelijkheid, maar in de praktijk is het in de eerste plaats de Minister-President die daarover in de Kamer verantwoording aflegt, eventueel met één of meer andere betrokken ministers. Het Ministerie van Algemene Zaken heeft naast het coördineren van het algemeen regeringsbeleid, de verantwoordelijkheden op internationale onderwerpen en het Koninklijk Huis nog twee operationele doelstellingen:

  • 1. coördinatie van het algemeen communicatiebeleid;

  • 2. het leveren van bijdragen aan de langere-termijn beleidsontwikkeling van het regeringsbeleid.

Meer informatie over de coördinatie van het algemeen communicatiebeleid staat beschreven onder 2.6.1. De bijdrage van De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) voor de langere termijn beleidsontwikkeling staat beschreven onder 2.6.2.

Kabinet Minister-President

De ambtelijke ondersteuning van de Minister-President richt zich met name op de inhoudelijke advisering ter voorbereiding van de ministerraad en de onderraden, ten behoeve van de contacten van de Minister-President en de voorbereiding en advisering voor zijn buitenlandse reizen. Deze advisering ligt voor het grootste gedeelte bij het Kabinet van de Minister-President (KMP) en het secretariaat van de ministerraad. Het Ministerie van Algemene Zaken ondersteunt de Minister-President in zijn rol als voorzitter van de Rijksministerraad, van de ministerraad en van de onderraden van de ministerraad alsmede in zijn rol als lid van de Europese Raad en als verantwoordelijke voor de coördinatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

2.3 Beleidsconclusies

Qua uitvoering en beoogde resultaten hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.

2.4 Budgettaire gevolgen van beleid
Eenheid van het algemeen regeringsbeleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

Verplichtingen

53.225

55.117

62.086

50.736

55.654

59.240

– 3.586

               

Uitgaven

52.795

55.780

56.146

56.962

55.654

59.240

– 3.586

Programma-uitgaven

             

– Coördinatie van het algemeen communicatiebeleid- en regeringsbeleid

2.358

2.181

1.668

1.652

1.597

4.934

– 3.337

– Bijdragen aan de langere termijn beleidsontwikkeling

727

475

451

583

520

594

– 74

               

Apparaatsuitgaven

28.923

30.619

31.084

30.004

29.004

31.641

– 2.637

Personele uitgaven

16.113

21.132

18.388

18.322

18.854

1

 

waarvan eigen personeel

   

17.446

16.583

16.885

1

 

waarvan externe inhuur

   

340

219

496

1

 

waarvan overige personele uitgaven

   

602

1.520

1.473

1

 

Materiele uitgaven

12.810

9.487

12.696

11.682

10.150

1

 

waarvan ICT

   

3.037

3.810

2.486

1

 

waarvan bijdrage SSO's

   

6.227

4.246

4.962

1

 

waarvan overige materiele uitgaven

   

3.432

3.626

2.702

1

 
               

Bijdrage aan het agentschap Dienst Publiek en Communicatie

20.787

22.505

22.943

24.723

24.533

22.071

2.462

               

Ontvangsten

6.509

6.605

4.017

4.307

4.111

4.425

– 314

X Noot
1

De apparaatsuitgaven zijn in de ontwerpbegroting 2016 niet uitgesplitst naar personele en materiele uitgaven, dit is conform de Rijksbegrotingsvoorschriften.

2.5 Toelichting op de financiële instrumenten

Indien rekening wordt gehouden met de mutaties die bij de eerste en tweede suppletoire begrotingswet zijn verwerkt, is er sprake van een onderuitputting van bijna € 0,9 miljoen bij de uitgaven.

Oorzaken hiervan zijn onder andere: diverse meevallers en vertragingen bij projecten bij de Rijksvoorlichtingsdienst, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de directie Bedrijfsvoering. Voor het personele gedeelte van de begroting wordt het overschot onder andere veroorzaakt door lagere vervoerskosten.

In 2016 zijn minder ontvangsten gerealiseerd omdat er minder openstaande vorderingen betreffende personele uitgaven uit voorgaande jaren waren en dat betrof voor het grootste gedeelte ontvangsten voor gedetacheerden.

Het verschil tussen vastgestelde begroting en realisatie bij het agentschap Dienst Publiek en Communicatie wordt met name veroorzaakt door een bijdrage van het moederdepartement voor het Platform Rijksoverheid.nl.

2.6 Beleidsmatige informatie
2.6.1 Coördinatie van het algemeen communicatiebeleid

Coördinatie van het algemeen communicatiebeleid

De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) ondersteunt de Minister-President in zijn coördinerende rol op het terrein van de overheidscommunicatie en ondersteunt de Voorlichtingsraad (VoRa). De VoRa, onder voorzitterschap van de DG RVD, is het ambtelijke adviesorgaan van het kabinet op het gebied van de overheidscommunicatie. De VoRa, waarvan de directeuren communicatie van alle departementen lid zijn, ontwikkelt initiatieven op het vlak van overheidscommunicatie en vervult de opdrachtgeversrol naar de Dienst Publiek en Communicatie (DPC). Het hoofdstuk «Agentschap Dienst Publiek en Communicatie» geeft een breder overzicht van de gemeenschappelijke communicatie in 2016.

VoRa-jaarprogramma Communicatie

Veel activiteiten in het kader van de coördinatie van de overheidscommunicatie zijn samengebracht in het Jaarprogramma Communicatie van de VoRa. De uitvoering hiervan ligt bij de departementen, de RVD en DPC. Het Jaarprogramma 2016 bevatte gezamenlijke activiteiten op thema’s als: Informatie op Maat, voorlichting over (voorgenomen) kabinetsbesluiten in woord en beeld en de uitbouw van interdepartementale samenwerking op communicatiegebied. Ook is een pool van communicatieadviseurs gevormd. Ongeveer dertig communicatieadviseurs zijn binnen de Rijksoverheid op tijdelijke opdrachten gedetacheerd.

Rijks- en kabinetsbrede communicatie

Met het oog op eenduidige, herkenbare en toegankelijke overheidscommunicatie werken de directies Communicatie op verschillende terreinen intensief samen. Dit krijgt onder meer gestalte in de het beheer van de rijkshuisstijl, communicatie in massamediale campagnes, de verdere ontwikkeling en het beheer van de rijksbrede website www.rijksoverheid.nl, het rijksbrede intranet (Rijksportaal) en het Platform Rijksoverheid Online dat ruimte biedt aan meer dan tweehonderd websites. Samenwerking is ook gericht op het opvangen en duiden van signalen uit de samenleving. Zo voert het Sociaal Cultureel Planbureau in opdracht van de VoRa elk kwartaal het Continu Onderzoek Burgerperspectieven uit. Met het project «Informatie op Maat» streefde de VoRa naar het aanbieden van toegankelijke publieksinformatie op voor individuele burgers relevante momenten en kanalen.

Daarnaast ging de aandacht uit naar het toerusten van de organisaties van de Rijksoverheid om communicatief te handelen in de netwerksamenleving. In 2016 werkten de ministeries voorts intensief samen bij de communicatie rondom het Europees Voorzitterschap.

Burgerbrieven

In 2016 heeft het Ministerie van Algemene Zaken 1958 burgerbrieven ontvangen. In 2015 ontving het ministerie 2003 brieven. De gemiddelde behandeltijd bedroeg 17 dagen (tegen 14 dagen in 2015).

Behandelingstermijn burgerbrieven in 2016

 

2016

2015

< 3 weken

59%

70%

3 weken – 6 weken

36%

29%

> 6 weken

5%

1%

Verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002), bezwaarschriften, klaagschriften en ingebrekestellingen en verbeurde dwangsommen

Wob-verzoeken

Het ministerie heeft in 2016 60 verzoeken op grond van artikel 3 van de Wet openbaar van bestuur (Wob) ontvangen. Dit is een daling ten opzichte van het voorafgaande jaar (in 2015 werden 97 verzoeken ontvangen). Een verklaring voor deze daling is mogelijk het vervallen van de dwangsomregeling voor Wob-verzoeken in het najaar van 2016. Van de 60 verzoeken die zijn ontvangen, vergde een aanzienlijk aantal veel tijd en inzet in verband met de omvang en complexiteit ervan.

In 2016 zijn 57 Wob-besluiten genomen. 16 besluiten hiervan hadden betrekking op verzoeken ingediend in 2014 en 2015. Op 13 van de in 2016 ontvangen verzoeken is in 2016 nog geen besluit genomen. 3 van de 60 verzoeken zijn door de verzoeker ingetrokken. Daarnaast zijn er in 2016 3 verzoeken ingevolge artikel 4 van de Wob in zijn geheel doorgezonden naar andere bestuursorganen. Op 40 verzoeken werd – al dan niet met instemming van de verzoeker – buiten de wettelijke beslistermijn besloten.

Wiv 2002-aanvragen

Het ministerie heeft in 2016 3 aanvragen tot kennisneming op grond van artikel 51 van de Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002) ontvangen. Naast deze 3 aanvragen waren er in 2016 nog 7 aanvragen in behandeling, die waren ontvangen in de jaren 2013, 2014 en 2015. In 2016 zijn er 3 besluiten genomen op de Wiv-aanvragen die ontvangen waren in 2013 en 2014. Deze besluiten zijn buiten de wettelijke beslistermijn genomen.

Klaagschriften

Het ministerie heeft in 2016 8 klachten ontvangen. Hiervan zijn 2 klachten gegrond verklaard en 3 klachten ongegrond. In 2 gevallen is het ministerie tegemoetgekomen aan de klacht en is deze aldus afgehandeld. In 1 geval werd de klacht niet-ontvankelijk verklaard. Alle 8 de klachten zijn in 2016 afgehandeld.

Who-verzoeken

Het ministerie heeft in 2016 geen verzoeken op grond van de Wet hergebruik overheidsinformatie (Who) ontvangen. Een persoon heeft 2 verzoeken op grond van de Who ingediend, maar deze bleken na ontvangst aangemerkt te moeten worden als een verzoek op grond van de Wob en zijn na overleg met betrokkene als zodanig afgedaan.

Wbp-verzoeken

Het ministerie heeft in 2016 1 verzoek op grond van artikel 35 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) ontvangen. Het ministerie heeft in 2016 mededeling gedaan van de verwerking van de persoonsgegevens.

Bezwaarschriften

Het ministerie heeft in 2016 35 bezwaarschriften ontvangen. 31 bezwaarschriften zijn ontvangen naar aanleiding van een besluit op grond van de Wob en 4 bezwaarschriften naar aanleiding van een besluit op basis van de Wiv 2002.

Ingebrekestellingen en verbeurde dwangsommen

Het ministerie heeft in 2016 27 ingebrekestellingen ontvangen wegens niet-tijdig beslissen. In 9 gevallen voldeed men niet aan de gestelde voorwaarden op grond van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen en is de aanspraak op een dwangsom geweigerd. In 9 gevallen is een dwangsom uitgekeerd. Het ministerie heeft in 2016 € 5.660 aan dwangsommen verbeurd.

2.6.2 Het leveren van bijdragen aan de langere termijn beleidsontwikkeling van het regeringsbeleid

Algemeen

De ontwikkeling van het regeringsbeleid is gebaat bij inzichten in ontwikkelingen en vraagstukken die op langere termijn de samenleving beïnvloeden. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) draagt hier op wetenschappelijk gefundeerde manier aan bij. De raad heeft tot taak tijdig te wijzen op tegenstrijdigheden in en te verwachten knelpunten voor het regeringsbeleid, probleemstellingen te formuleren over de grote beleidsvraagstukken en beleidsalternatieven aan te dragen. De WRR kan zich bezighouden met alle gebieden van (potentieel) regeringsbeleid.

Publicaties

Er zijn in 2016 twee Rapporten aan de regering gepubliceerd. Het rapport Big data in een vrije en veilige samenleving is in april aangeboden aan minister van Veiligheid en Justitie. Het is een antwoord op een adviesaanvraag van het kabinet. In dit rapport analyseert de WRR hoe de Nederlandse overheid big data kan gebruiken, specifiek ingaand op het veiligheidsdomein. Het rapport speelt een rol bij de parlementaire behandeling van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV). Ter ondersteuning van het rapport is een Verkenning gepubliceerd, Exploring the boundaries of Big Data, waarin bouwstenen worden gepresenteerd voor een regulatief kader.

In oktober heeft de WRR het rapport Samenleving en financiële sector in evenwicht aangeboden aan de minister van Financiën. In dit rapport pleit de WRR voor brede aanpassingen in het sociaaleconomisch beleid die de samenleving minder afhankelijk maken van de dynamiek van de financiële sector, de financiële sector zelf robuuster en competitiever maken, de politieke betrokkenheid bij de sector vergroten en ruimte scheppen voor ondernemen op basis van (geactiveerd) eigen vermogen. Dit thema is besproken met bewindslieden, onder andere tijdens een Catshuissessie.

Op het gebied van de migratievraagstukken zijn een Verkenning en een Working Paper gepubliceerd. In de Verkenning Migratie en classificatie onderzoekt de WRR de ontwikkeling van de termen «autochtoon» en «allochtoon» en «westers» en «niet-westers», de kritiek hierop en enkele alternatieven. De conclusie is om terughoudend te zijn bij het gebruik van herkomstclassificaties en in de gevallen dat onderscheid nodig en nuttig is, zo specifiek mogelijk te zijn. Met het CBS is afgesproken om te spreken van «personen met een migratieachtergrond» (in plaats van allochtoon) en van «personen met een Nederlandse achtergrond» (in plaats van autochtoon).

In juni is de Verkenning Eigen schuld? Een gedragswetenschappelijk perspectief op problematische schulden gepubliceerd. Deze Verkenning is in samenwerking met de nationale ombudsman en de Algemene Rekenkamer in een besloten hoorzitting toegelicht voor de leden van de Tweede Kamer.

De WRR heeft in oktober de policy brief Klimaatbeleid voor de lange termijn: van vrijblijvend naar verankerd gepubliceerd en aangeboden aan de staatsecretaris van Infrastructuur en Milieu.

In de policy brief betoogt de WRR een betere borging en meer langetermijnperspectief in het nationale klimaatbeleid. De WRR stelt voor om in een klimaatwet een ambitieus emissiebudget vast te leggen. Tevens zou een klimaatwet de institutionele arrangementen moeten vastleggen voor de coördinatie van het klimaatbeleid. In vervolg op de policy brief heeft de WRR in oktober een expertmeeting georganiseerd over groene financiering en de mogelijke rol van een investeringsbank daarin.

In het voorjaar van 2016 heeft de WRR het Memo aan de programmacommissies, gepubliceerd met daarin de belangrijkste inzichten uit recente WRR publicaties op een rij. De thema’s die hierin behandeld worden zijn: Veerkrachtige economie, Brede innovatie, Sociale samenhang, Navigeren in een veranderende wereld en Waardegedreven publieke sector.

Overige bijdragen aan de beleidsdialoog

De WRR adviseert via publicaties over lange termijn vraagstukken die van groot belang zijn voor het regeringsbeleid. Daarnaast wil de WRR de meningsvorming ook direct stimuleren. Daarom organiseert hij onder meer mondelinge briefings voor het kabinet en de beide Kamers, expertmeetings, workshops en ook conferenties en bijeenkomsten voor een groter publiek.

De debatreeks Hollands Spoor is een initiatief van de WRR en het Strategieberaad Rijksbreed waarin wetenschap, beleid en samenleving met elkaar in gesprek gaan. In 2016 is een bijeenkomst georganiseerd over interne en externe veiligheid. Deze bijeenkomst bouwde voort op het WRR rapportAan het buitenland gehecht uit 2010 dat pleitte voor een strategischer buitenland- en veiligheidsbeleid dat zich bewuster rekenschap geeft van zowel de veranderende omgeving als de eigen prioriteiten. In de bijeenkomst in 2016 is aandacht gegeven aan de betekenis van emotionele trends die landen en groepen mensen over grenzen heen raken: frustraties en angsten maar ook vertrouwen en hoop en de rol die deze in conflicten – binnen, maar zeker ook tussen samenlevingen – spelen.

Het rapport Naar een voedselbeleid (2014) staat in 2016 nog steeds in de belangstelling. Zo heeft de Tweede Kamer de WRR aanvullende vragen gesteld naar aanleiding van het rapport. Ook is het Rapport in het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie op de Europese agenda gezet. Het is vanwege de toenemende internationale interesse in het Engels vertaald.

De Verkenning De robot de baas. De toekomst van werk in het tweede machinetijdperk (2015) heeft in 2016 veel belangstelling opgeroepen. Er is deelgenomen aan expertmeetings, zoals een OECD high level meeting Future of work in Parijs en een bijeenkomst voor Sociale Partners in Brussel.

De WRR-Lecture 2016 (Living on the edge: the growth of precariousness and why it matters for health) had als centrale vraag wat de invloed van ongelijkheid en toenemende onzekerheden op de volksgezondheid is in Europa. Gastspreker prof. Martin McKee beschreef de trend richting precariousness en bepleitte dat burgers erop moeten kunnen vertrouwen dat de samenleving en de overheid zich om hen bekommeren als die nodig is.

In 2016 is het onderwerp «geldschepping» opgenomen in het werkprogramma. De WRR doet onderzoek naar de verschillende aspecten van geldschepping en mogelijke alternatieven en verbeteringen. De aanleiding is een verzoek van de minister van Financiën om advies uit te brengen over de werking van het geldstelsel. Tijdens een debat in de Tweede Kamer over het burgerinitiatief «Ons Geld» is hierover door de Kamer een motie aangenomen.

De WRR levert een actieve bijdrage aan de synergie van het kennis- en adviesstelsel. Naast het organiseren van de periodieke overlegbijeenkomsten met de strategische adviesraden, onderhoudt hij een liaison met het Strategieberaad Rijksbreed en met de planbureaus.

Prestatiegegevens

De WRR heeft de taak complexe, weerbarstige thema’s en beleidsdilemma’s te agenderen. Soms «leeft» een thema al bij de start van WRR-project en hebben de bijdragen van de raad direct en meetbaar invloed, soms gaat er geruime tijd overheen voordat ze doorwerking hebben in het beleid of het maatschappelijke debat. De tabel biedt een kwantitatief overzicht van de output.

 

Begroting 2016

Realisatie 2016

Rapporten, Verkenningen, Policy Briefs

6

6

Overige publicaties

4

12

Mondelinge briefings voor, en gesprekken met bewindslieden en kamerleden

15

25

Overige briefings met beleidsmakers

10

35

Conferenties, workshops, expertmeetings

25

18

Lezingen en debatten

30

> 100

3. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Paragraaf 1 uitzonderingsrapportage voor de volgende vier verplichte onderdelen

Rechtmatigheid

Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd die de rapporteringstoleranties overschrijden.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Financieel en materieelbeheer

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Overige aspecten van bedrijfsvoering

Informatiebeveiliging

In 2016 heeft het Ministerie van Algemene Zaken acties en projecten uitgevoerd aan de hand van een jaarplan informatiebeveiliging en een Plan-Do-Check-Act cyclus. Enkele projecten hebben om uiteenlopende redenen vertraging opgelopen. AZ prioriteert op basis van risicomanagement, zo ook in dit soort gevallen. Over het jaar 2016 is het Ministerie van Algemene Zaken in control geweest, hierover is een verklaring afgegeven door het ministerie. Er is bij het Ministerie van Algemene Zaken sprake van een beheerste situatie, wat wordt onderschreven door een door de Auditdienst Rijk uitgevoerd onderzoek naar sturing op informatiebeveiliging.

Paragraaf 2 Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
  • 1. MenO-beleid en MenO-risico's

    De begroting van Algemene Zaken bevat geen subsidies of uitkeringen, zoals dit bij andere departementen wel het geval kan zijn. Dit hangt samen met de aard van de werkzaamheden en het ontbreken van een specifiek beleidsveld, waardoor de begroting van het Ministerie van Algemene Zaken geen aanknopingspunten biedt tot het benoemen van maatschappelijke effecten. Frauderisico’s en risico’s bij misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen hebben zich niet geoperationaliseerd bij het Ministerie van Algemene Zaken.

  • 2. Grote lopende ICT-projecten

    Het Ministerie van Algemene Zaken heeft geen grote ICT-projecten van meer dan € 5 miljoen uitgevoerd in 2016.

  • 3. Gebruik open standaarden en open source software

    Er zijn geen bijzonderheden te melden.

  • 4. Betaalgedrag

    De rijksbrede norm om 95% van de facturen binnen 30 dagen te betalen is gehaald.

  • 5. Audit Committees

    Het Audit Committee (AC) van het Ministerie van Algemene Zaken heeft in 2016 drie keer vergaderd. Centrale onderwerpen betroffen de inrichting en uitvoering van het departementale toezicht, de beheersing van de risico’s in de bedrijfsvoering, de (interim)rapporten van de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer inclusief de ingezette verbetermaatregelen naar aanleiding hiervan en de bevindingen uit de interne audits en onderzoeken door de Directie Financieel-Economische Zaken.

Daarnaast zijn rijksbrede thema’s op het gebied van de bedrijfsvoering, zoals risico’s op het terrein van ICT en informatiebeveiliging en de inkoopproblematiek behandeld.

Kabinet van de Koning

1. Activiteiten

In 2016 zijn de volgende taken uitgevoerd:

  • namens de Koning onderhouden van contacten met bewindslieden, commissarissen van de Koning en andere hoogwaardigheidsbekleders;

  • informatie verzamelen en op grond hiervan de Koning schriftelijk en mondeling informeren, in het bijzonder ten behoeve van zijn gesprekken met de Minister-President en met andere binnenlandse en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, staatsbezoeken en werkbezoeken;

  • voeren van correspondentie namens de Koning;

  • het tijdig en in correcte vorm aan de Koning ter tekening of ter goedkeuring voorleggen van alle aangeboden staatsstukken en het verzorgen van de daarbij behorende correspondentie;

  • behandelen en doorgeleiden van aan de Koning gerichte verzoekschriften;

  • archiveren van staatsstukken en in goede en geordende staat bewaren daarvan.

2. Budgettaire gevolgen en toelichting

Kabinet van de Koning (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

Verplichtingen

2.385

2.615

2.335

2.354

2.410

2.343

67

               

Uitgaven

2.385

2.615

2.335

2.354

2.410

2.343

67

               

Ontvangsten

2.385

2.572

2.342

2.355

2.429

2.343

86

Doordat bij het Kabinet van de Koning sprake is van doorbelasting van de uitgaven naar de begroting van de Koning zijn normaliter de ontvangsten en de uitgaven aan elkaar gelijk.

Uit bovenstaande tabel blijkt een verschil van (afgerond) € 19.000 tussen de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten. De hogere ontvangsten hangen samen met opbrengsten als gevolg van het inleveren van een voormalige dienstauto.

Indien naast de uitkomsten in bovenstaande tabel rekening gehouden wordt met de mutaties die reeds in de eerste en tweede suppletoire begrotingswet zijn verwerkt, is er sprake van een onderuitputting van € 26.000. Dit heeft met name te maken met lagere personele uitgaven dan geraamd.

3. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Paragraaf 1 uitzonderingsrapportage voor de volgende vier verplichte onderdelen

Rechtmatigheid

Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd die de rapporteringstoleranties overschrijden.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Financieel en materieelbeheer

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 2 Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
  • 1. MenO-beleid en MenO-risico’s

    De begroting van het Kabinet van de Koning bevat geen subsidies of uitkeringen. Frauderisico’s en risico’s bij misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen hebben zich niet geoperationaliseerd bij het Kabinet van de Koning.

  • 2. Grote lopende ICT-projecten

    Het Kabinet van de Koning heeft geen grote ICT-projecten van meer dan € 5 miljoen uitgevoerd in 2016.

  • 3. Gebruik open standaarden en open source software

    Er zijn geen bijzonderheden te melden.

  • 4. Betaalgedrag

    De financiële administratie van het Kabinet van de Koning wordt uitgevoerd door het Ministerie van Algemene Zaken. Zie voor verdere informatie omtrent betaalgedrag de bedrijfsvoeringsparagraaf van Algemene Zaken.

  • 5. Audit Committee

    Het Kabinet van de Koning is agendalid van het Audit Committee van Algemene Zaken.

Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

1. Activiteiten

Om uitvoering te geven aan haar taak voert de CTIVD onderzoeken uit waarover zij, via de betrokken ministers, rapporteert aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal.

In 2016 heeft de Commissie vijf toezichtsrapporten uitgebracht. Het betrof onderzoeken naar:

  • De inzet van de afluisterbevoegdheid en de selectie van sigint door de AIVD (nr. 46);

  • De inzet van de afluisterbevoeghdeid door de MIVD (nr. 47);

  • De invulling van samenwerkingscriteria door de AIVD en de MIVD (nr. 48);

  • De uitwisseling van ongeëvalueerde gegevens door de AIVD en de MIVD (nr. 49);

  • Bijdragen van de MIVD aan targeting (nr. 50).

Voorts heeft de CTIVD zich in 2016 beziggehouden met onderzoeken naar:

  • De inzet van bijzondere bevoegdheden jegens advocaten en journalisten door de AIVD en de MIVD;

  • De inzet van de hackbevoegdheid door de AIVD en de MIVD;

  • De uitvoering van de notificatieplicht door de AIVD en MIVD;

  • De behandeling van verzoeken tot inzage in persoonsgegevens door de AIVD en de MIVD;

  • Internationale gegevensuitwisseling over (vermeende) jihadisten door de AIVD en de MIVD.

Hierover zal in 2017 worden gerapporteerd.

De CTIVD heeft in het verslagjaar de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over elf klachten betreffende de AIVD geadviseerd. De Minister van Defensie heeft over drie klachten betreffende de MIVD geadviseerd.

In augustus heeft ABDTOPConsult een advies uitgebracht over de capaciteit en de financiële middelen van de CTIVD. Dit naar aanleiding van de thans knellende formatie, de technologische ontwikkelingen en de op handen zijnde wijziging van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. In dit kader heeft de CTIVD in 2016 de aanvang gemaakt met de opbouw van een ICT expertunit binnen haar bureau. Zij streeft ernaar haar toezicht de komende jaren nauw aan te laten sluiten bij de technologische ontwikkelingen die de inlichtingen- en veiligheidsdiensten doormaken. Het gaat hierbij onder meer om de toepassing van de voorgenomen uitbreiding van (interceptie)bevoegdheden en om de ontwikkelingen van de gegevenshuishouding van de beide diensten.

In 2016 heeft de CTIVD veel aandacht besteed aan het voorstel voor een nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Ten behoeve van de parlementaire behandeling van dit voorstel heeft zij vanuit haar ervaring en kennis van de praktijk inzicht gegeven in het evenwicht dat haars inziens in de nieuwe wet moet worden bereikt. In november publiceerde zij hiertoe een uitgebreide Zienswijze.

Daarnaast inventariseert de CTIVD permanent de belangrijke activiteiten van de diensten. De CTIVD beoogt hiermee op de hoogte te blijven van ontwikkelingen binnen de AIVD en de MIVD zodat zij een goede afweging kan maken in de keuze van haar onderzoeken.

De CTIVD onderhoudt frequente contacten met andere toezichthouders in het buitenland. In 2016 ging haar aandacht met name uit naar een gemeenschappelijk project met de collega-toezichthouders uit België, Noorwegen, Denemarken en Zwitserland. Ieder van deze toezichthouders verricht een eigen onderzoek naar het (internationaal) uitwisselen van persoonsgegevens over (vermeende) jihadisten. De bevindingen zijn, voor zover niet staatsgeheim, in bijeenkomsten besproken. In 2016 lag hierbij de nadruk op het uitwisselen van onderzoeksmethodieken, kaders en ontwikkelingen.

2. Budgettaire gevolgen en toelichting

Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

               

Verplichtingen

938

885

1.039

1.272

1.263

1.583

– 320

               

Uitgaven

938

885

1.039

1.272

1.263

1.583

– 320

               

Ontvangsten

0

39

31

70

18

0

18

Het overschot wordt verklaard door niet volledige personele bezetting gedurende het jaar en lagere uitgaven voor een gedetacheerde dan geraamd. Daarnaast was sprake van een meevaller in het onderhoud van technische installaties en een niet tijdige facturering van geleverde prestaties. De ontvangsten hebben betrekking op een vergoeding van het UWV als gevolg van arbeidsongeschiktheid.

3. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Paragraaf 1 Uitzonderingsrapportage voor de volgende vier verplichte onderdelen

Rechtmatigheid

Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd die de rapporteringstoleranties overschrijden.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Financieel en materieelbeheer

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 2 Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen
  • 1. MenO-beleid en MenO-risico’s

    De begroting van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten bevat geen subsidies of uitkeringen. Frauderisico’s en risico’s bij misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen hebben zich niet geoperationaliseerd bij de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten.

  • 2. Grote lopende ICT-projecten

    De Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten heeft geen grote ICT-projecten van meer dan € 5 miljoen uitgevoerd in 2016.

  • 3. Gebruik open standaarden en open source software

    Er zijn geen bijzonderheden te melden.

  • 4. Betaalgedrag

    De financiële administratie van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten wordt uitgevoerd door het Ministerie van Algemene Zaken. Zie voor verdere informatie omtrent betaalgedrag de bedrijfsvoeringsparagraaf van Algemene Zaken.

  • 5. Audit Committee

    De Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten is agendalid van het Audit Committee van Algemene Zaken.

C. JAARREKENING

1. Departementale verantwoordingsstaat 2016 van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA) (bedragen x € 1.000)

   

(1)

(2)

(3) = (2) – (1)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Totaal

59.240

59.240

4.425

55.654

55.654

4.111

– 3.586

– 3.586

– 314

                     
 

Beleidsartikel

                 

1

Bevorderen van de eenheid van het algemeen regeringsbeleid

59.240

59.240

4.425

55.654

55.654

4.111

– 3.586

– 3.586

– 314

                     
 

Niet-beleidsartikel

                 

3

Nominaal en Onvoorzien

De financiële en niet-financiële toelichting op de departementale verantwoordingsstaat is opgenomen in paragraaf B van dit jaarverslag.

2. Verantwoordingsstaat 2016 van het Kabinet van de Koning (IIIB) (bedragen x € 1.000)

   

(1)

(2)

(3) = (2) – (1)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

2.343

2.343

2.343

2.410

2.410

2.429

67

67

86

                     
 

Artikel

                 

1

Kabinet van de Koning

2.343

2.343

2.343

2.410

2.410

2.429

67

67

86

De financiële en niet-financiële toelichting op de departementale verantwoordingsstaat is opgenomen in paragraaf B van dit jaarverslag.

3. Verantwoordingsstaat 2016 van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) (bedragen x € 1.000)

   

(1)

(2)

(3) = (2) – (1)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

1.583

1.583

0

1.263

1.263

18

– 320

– 320

18

                     
 

Artikel

                 

1

Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

1.583

1.583

0

1.263

1.263

18

– 320

– 320

18

De financiële en niet-financiële toelichting op de departementale verantwoordingsstaat is opgenomen in paragraaf B van dit jaarverslag.

4. Agentschap Dienst Publiek en Communicatie

4.1 Samenvattende verantwoordingsstaat 2016 inzake baten-lastenagentschap van het Ministerie van Algemene Zaken (III) (bedragen x € 1.000)

 

(1)

(2)

(3) = (2) – (1)

(4)

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 20151

Baten en lastenagentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC)

       
         

Totale baten

86.955

94.080

7.125

90.363

Totale lasten

86.955

94.431

7.476

89.506

Saldo van baten en lasten

0

– 351

– 351

857

         

Totale kapitaalontvangsten

0

0

0

0

Totale kapitaaluitgaven

0

237

237

0

X Noot
1

Aangepast i.v.m. stelselwijziging

Toelichting:

De baten en lasten worden hierna toegelicht.

De kapitaaluitgaven hebben betrekking op een terugstorting naar het moederdepartement in 2016, omdat in 2015 het eigen vermogen de norm had overschreden van 5% van de gemiddelde omzet van de voorafgaande drie kalenderjaren uit de regeling Agentschappen.

4.2 Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC) (bedragen x € 1.000)

 

(1)

(2)

(3) = (2) – (1)

(4)

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 20151

Baten

       

Omzet moederdepartement

22.071

24.158

2.087

25.214

Omzet overige departementen

36.937

48.203

11.266

42.846

Omzet derden

27.947

21.666

– 6.280

21.919

Rentebaten

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

16

16

376

Bijzondere baten

0

37

37

8

Totaal baten

86.955

94.080

7.125

90.363

         

Lasten

       

Apparaatskosten

       

– Personele kosten

11.920

13.095

1.175

12.385

Waarvan eigen personeel

10.920

11.078

157

10.644

Waarvan externe inhuur

1.000

1.472

472

1.388

Waarvan overige personele kosten

0

546

546

352

– Materiële kosten

75.034

81.108

6.074

76.768

Waarvan apparaat ICT

4.989

5.598

609

1.552

Waarvan bijdrage aan SSO’s

0

0

0

0

Waarvan overige materiële kosten

70.045

75.510

5.465

75.216

         

Rentelasten

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

       

– Immaterieel

0

0

0

0

– Materieel

0

0

0

0

Overige lasten

       

– Dotaties voorzieningen

0

209

209

352

– Bijzondere lasten

0

19

19

1

Totaal lasten

86.955

94.431

7.476

89.506

Saldo van baten en lasten

0

– 351

– 351

857

X Noot
1

Aangepast i.v.m. stelselwijziging

Toelichting:

Met ingang van 2016 is een stelselwijziging van de productgroep Media-inkoop ingevoerd. Het doel van de stelselwijziging is er voor zorgen dat een eventueel financieel resultaat bij de productgroep Media-inkoop ten alle tijden wordt verrekend met de opdrachtgevers van Media-inkoop en nooit ten gunste of ten laste kan komen aan het algemeen bedrijfsresultaat van DPC.

Het effect van de stelselwijziging per 01-01-2016 bedraagt afgerond € 77.000. Dit effect is verwerkt in de beginstand van het eigen vermogen per 01-01-2016. Het resultaat van het productgroep Media-inkoop over 2016 is afgerond € 38.000. De stelselwijziging heeft geen significant effect gehad op het resultaat over 2016.

Om een goede vergelijking mogelijk te maken tussen 2016 en 2015 zijn de realisatiecijfers 2015, voor zover van toepassing, gecorrigeerd voor de stelselwijziging die in 2016 heeft plaatsgevonden.

Per saldo heeft DPC in 2016 een negatief saldo behaald van € 0,4 miljoen.

Het verlies is bijna geheel in de normale bedrijfsvoering gerealiseerd. Er is sprake van een hogere omzet dan begroot, met daar tegenover hogere personele en materiële kosten waaronder hogere ICT kosten.

De voorziening ten behoeve van wachtgelden voor eigen personeel heeft in 2016 ook een negatieve invloed op het resultaat.

Het saldo van baten en lasten zal ten laste worden gebracht van de exploitatiereserve.

Het eigen vermogen komt hiermee ruim onder de grens op basis van de Regeling Agentschappen.

Omzet moederdepartement

De omzet is hoger dan geraamd door een hogere taakbijdrage, onder meer door een bijdrage van het moederdepartement aan het Platform Rijksoverheid.nl.

Omzet overige departementen en derden

Er zijn meer externe projecten gerealiseerd dan geprognosticeerd. Daarnaast is een hogere media-omzet gerealiseerd.

Personele kosten

Er was sprake van een onderbezetting. Deze ruimte is gecompenseerd door de inzet van externen waardoor de totale personele kosten hoger zijn uitgekomen.

Materiele kosten

De materiele kosten bevat tevens de kosten in het kader van de media-omzet. Door hogere media-omzet en meer externe projecten zijn de materiële kosten hoger dan geraamd.

Bijzondere baten

De bijzondere baten hebben betrekking op nagekomen posten uit 2015. Het betreft enerzijds een korting uit 2015 die in 2016 is ontvangen en anderzijds vrijval van in een reservering opgenomen specifieke kosten.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten hebben betrekking op nagekomen facturen uit 2015 waarvoor geen reservering was opgenomen.

Dotatie aan voorzieningen

Doordat het Van Werk Naar Werk (VWNW)-beleid in 2016 is verlengd is de voorziening opgehoogd met een nieuwe dotatie.

Negatief resultaat

Het negatieve resultaat van € 0,4 miljoen zal verrekend worden met de exploitatiereserve.

4.3 Balans per 31 december 2016 (bedragen x € 1.000)

 

Balans

31-12-2016

Balans

31-12-20151

Activa

   

Immateriële vaste activa

0

0

Materiële vaste activa

   

– Grond en gebouwen

0

0

– Installaties en inventarissen

0

0

– Overige materiële vaste activa

0

0

Vlottende activa

   

– Voorraden en onderhanden projecten

   

– Debiteuren

4.180

4.470

– Overige vorderingen en overlopende activa

1.741

1.566

– Liquide middelen

21.556

19.171

Totaal activa

27.477

25.207

Passiva

   

Eigen vermogen

   

– Exploitatiereserve

4.472

3.851

– Onverdeeld resultaat

– 351

858

Voorzieningen

272

190

Langlopende schulden

   

– Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

   

Crediteuren

1.400

1.282

– Overige verplichtingen en overlopende passiva

21.684

19.026

Totaal passiva

27.477

25.207

X Noot
1

Aangepast i.v.m. stelselwijziging

Toelichting

Specificatie debiteuren/nog te ontvangen (bedragen x € 1.000)
 

Debiteuren

Nog te ontvangen

Media-inkoop1

4.053

0

Algemene Zaken (kerndepartement)

17

0

Overige departementen

71

0

Overige agentschappen

36

5

Derden

2

1.736

Totaal

4.179

1.741

X Noot
1

Niet onder te verdelen

Liquide middelen

Het betreft hier uitsluitend de rekening-courant bij de Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën.

Eigen vermogen

Met een gemiddelde omzet van € 92,0 miljoen over de laatste drie jaar mag het eigen vermogen maximaal € 4,6 miljoen bedragen. Omdat in 2015 het eigen vermogen de norm had overschreden heeft er in 2016 een uitkering aan het moederdepartement plaatsgevonden (van € 0,2 miljoen). Inclusief deze mutatie en rekening houdend met het onverdeeld negatief resultaat (van € 0,4 miljoen) bedraagt het eigen vermogen € 4,1 miljoen. Daarmee komt het eigen vermogen € 0,5 miljoen onder het maximum.

Voorzieningen

Voorzieningen bij DPC worden getroffen voor juridische of feitelijke verplichtingen die hun oorzaak vinden op of voor de balansdatum, waarbij voor afwikkeling van de verplichting een uitstroom van middelen zal gaan plaatsvinden waarvan de omvang nog niet vaststaat, maar die wel op betrouwbare wijze kan worden geschat. In het kader van de invulling van de taakstellingen en reorganisaties is een voorziening getroffen voor de herplaatsingsperiode (VWNW). In navolgende tabel wordt het verloop van deze voorziening weergegeven.

Ontwikkeling voorziening (bedragen x € 1.000)
 

2016

2015

Stand per 1 januari

190

503

–/– Onttrekkingen

111

289

–/– Vrijval

16

376

+/+ Dotaties

209

352

Stand per 31 december

272

190

Specificatie crediteuren/nog te betalen
 

Crediteuren

Nog te betalen

Media-inkoop1

850

14.303

VORA (opdrachtgever)1

0

750

Algemene Zaken (kerndepartement)

0

0

Overige departementen

59

4.190

Overige agentschappen

0

0

Derden

491

1.733

Personeel DPC

0

708

Totaal

1.400

21.684

X Noot
1

niet onder te verdelen

4.4 Kasstroomoverzicht over 2016 (bedragen x € 1.000)

   

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

   

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2016 + stand depositorekeningen

21.007

19.171

– 1.836

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

0

101.337

101.337

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

0

98.715

98.715

2.

Totaal operationele kasstroom

0

2.622

2.622

 

Totaal investeringen (-/-)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

3.

Totaal investeringskasstroom

0

0

0

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

– 237

– 237

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Aflossingen op leningen (-/-)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

4.

Totaal financieringskasstroom

0

– 237

– 237

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2016 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4), de maximale roodstand is 0,5 miljoen €

21.007

21.556

549

Toelichting

De stand van de rekening-courant bij de Rijkshoofdboekhouding per 31 december is hoger dan de stand per 1 januari. Dit wordt met name veroorzaakt door een mutatie in het werkkapitaal van DPC.

4.5 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2016

Indicator

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Streefwaarde

Saldo baten en lasten

– 2,6%

0,8%

0,9%

– 0,4%

0%

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

141,1

136,2

138,3

134,7

Max. 147,6

Ziekteverzuimpercentage

3,8%

3,1%

2,9%

3,6%

5,5%

Service niveau telefonie

81,6%

82,4%

79,1%

82,3%

80% binnen 40 sec.

Service niveau e-mail

93,2%

100%

99,3%

99,0%

95% binnen 2 werkdagen

Kwaliteitsindicator burgertevredenheid telefonie

7,5

7,5

4,21

4,3

4,0

Kwaliteitsindicator burgertevredenheid e-mail

7,4

7,4

3,11

3,2

3,0

Kwaliteitsindicator burgertevredenheid internet

7,3

7,3

7

7

Klanttevredenheid dienstverlening door Academie voor Overheidscommunicatie

8

7,9

8,1

7,7

7,5

Media-index RTV geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald is door het collectief inkopen van mediaruimte op radio en televisie in plaats van per individuele opdrachtgever.

22,9%

29,3%

32,2%

33,9%

25,0%

Media-index Interactieve Media geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald is door het collectief inkopen van mediaruimte op alle interactieve media. Er wordt geen inkoopvoordeel behaald wanneer mediaruimte is verkregen door middel van een veiling.

24,3%

19,8%

18,9%

19,3%

10,0%

Media-index Print geeft het bruto inkoopvoordeel weer dat behaald is door het collectief inkopen van mediaruimte in alle printtitels en out-of-home mogelijkheden. Dit voordeel betreft de verkregen korting op de tarieven vermeldt op de tariefkaart.

37,0%

42,0%

41,2%

33,1%

32,0%

X Noot
1

In het jaarverslag 2015 wordt voor het eerst gerapporteerd aan de hand van een vijfpuntschaal in plaats van een tienpuntschaal.

Toelichting

Media-index RTV geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald is door het collectief inkopen van mediaruimte op radio en televisie in plaats van per individuele opdrachtgever.

Hoewel de RTV-bestedingen in 2016 gedaald zijn ten opzichte van 2015 heeft de Rijksoverheid meer inkoopvoordeel kunnen realiseren. De belangrijkste reden hiervoor is dat veel contractvoordelen in 2016 nog mede gebaseerd waren op de hogere bestedingen in 2015.

Media-index Interactieve Media geeft een netto inkoopvoordeel weer dat behaald is door het collectief inkopen van mediaruimte op alle interactieve media. Steeds vaker wordt online mediaruimte geveild. Dit houdt in dat er minder inkoopvoordeel ten opzichte van «de tariefkaart» te realiseren is. Aan de dalende trend in het inkoopvoordeel van de laatste jaren, lijkt in 2016 een eind gekomen. De reden hiervoor is dat de verhouding tussen via de veiling ingekochte mediaruimten (nagenoeg geen inkoopvoordeel) en de regulier ingekochte mediaruimte (onderhandelde tarieven) stabiel is de laatste drie jaar.

Media-index Print geeft het bruto inkoopvoordeel weer dat behaald is door het collectief inkopen van mediaruimte in alle printtitels en out-of-home mogelijkheden. Het mediavolume print is de afgelopen 5 jaar sterk gedaald. Deze daling in de bestedingen heeft er mede aan bijgedragen, dat het rijksmediabureau minder inkoopvoordeel heeft weten te realiseren in 2016.

5. Saldibalans per 31 december 2016 van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA) (Bedragen x € 1.000)

Activa

 

Passiva

 

31-12-2016

31-12-2015

   

31-12-2016

31-12-2015

 

Intra-comptabele posten

             

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

55.654

56.962

 

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

4.111

4.307

3)

Liquide Middelen

6

4

         

4)

Rekening-courant RHB de Koning, KvdK & CTIVD

42.447

42.083

 

4a)

Rekening-courant RHB Min v AZ

93.102

93.818

5)

Rekening-courant RHB

Begrotingsreserve

0

0

 

5a)

Begrotingsreserves

0

0

6)

Vorderingen buiten

begrotingsverband

212

104

 

7)

Schulden buiten begrotingsverband

1.106

1.028

8)

Kas-transverschillen

0

0

         

Subtotaal intra-comptabel

98.319

99.153

 

Subtotaal intra-comptabel

98.319

99.153

 

Extra-comptabele posten

             

9)

Openstaande rechten

0

0

 

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

0

10)

Vorderingen

0

0

 

10a)

Tegenrekening vorderingen

0

0

11a)

Tegenrekening schulden

0

0

 

11

Schulden

0

0

12)

Voorschotten

466

443

 

12a)

Tegenrekening voorschotten

466

443

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

0

 

13)

Garantieverplichtingen

0

0

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

0

0

 

14)

Andere verplichtingen

0

0

15)

Deelnemingen

0

0

 

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

0

Subtotaal extra-comptabel

466

443

 

Subtotaal extra-comptabel

466

443

Overall totaal

98.785

99.596

 

Overall totaal

98.785

99.596

Toelichting bij de Saldibalans per 31 december 2016 van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA)

1 en 2) Begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten

Verrekening van de begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten 2016 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

4) Rekening courant de Koning, Kabinet van de Koning (KvdK) en Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)

De Koning

41.310.000

Kabinet van de Koning

– 76.000

Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

1.213.000

     

Totaal

42.447.000

6) Vorderingen buiten begrotingsverband

Nadere specificatie van de vorderingen buiten begrotingsverband:

Omschrijving:

 

Vorderingen:

Kas- en reisvoorschotten

5.000

Salarisuitgaven

34.000

Overige vorderingen

173.000

     

Totaal

212.000

Salarisuitgaven

Dit bedrag bestaat uit vorderingen op (ex)-personeel en een voorschot die nog verrekend moeten worden.

Overige vorderingen

Het betreft hier uitgaven ten behoeve van met name derden waarvoor het ministerie (nog) vorderingen heeft ingesteld (moet instellen).

7) Schulden buiten begrotingsverband

Nadere specificatie van de schulden buiten begrotingsverband:

Omschrijving

 

Schulden

Netto salarissen

1.037.000

Diverse ontvangsten

69.000

     

Totaal

1.106.000

Netto salarissen

Dit betreft de op salarissen van december 2016 ingehouden loonheffing ten behoeve van de Belastingdienst en de premie-inhoudingen ten behoeve van het ABP, die in januari 2017 betaald zijn.

Diverse ontvangsten

Dit bedrag betreft hoofdzakelijk op tussenrekeningen verantwoorde bedragen naar aanleiding van ingestelde vorderingen betreffende loonkosten van personeelsleden die gedetacheerd zijn.

12) Voorschotten

Overeenkomstig de afgesproken gedragslijn zijn de betalingen aan APG ad € 466.000 opgenomen onder de voorschotten, voor zover het betalingen betreft waarvoor de controlerende instantie nog geen verklaring heeft kunnen afgeven.

Afwikkeling van deze voorschotten zal plaatsvinden in 2017.

In 2016 is aan voorschotten voor wachtgelden en uitvoeringskosten 2015, € 443.000 afgerekend met APG.

6. Saldibalans per 31 december 2016 van het Kabinet van de Koning (IIIB) (Bedragen x € 1.000)

Activa

 

Passiva

 

31-12-2016

31-12-2015

   

31-12-2016

31-12-2015

 

Intra-comptabele posten

             

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

2.410

2.354

 

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

2.429

2.355

3)

Liquide Middelen

0

0

         

4)

Rekening-courant RHB KvdK

76

59

 

4a)

Rekening-courant RHB Min v AZ

0

0

5)

Rekening-courant RHB

Begrotingsreserve

0

0

 

5a)

Begrotingsreserves

0

0

6)

Vorderingen buiten

begrotingsverband

2

3

 

7)

Schulden buiten begrotingsverband

59

61

8)

Kas-transverschillen

0

0

         

Subtotaal intra-comptabel

2.488

2.416

 

Subtotaal intra-comptabel

2.488

2.416

 

Extra-comptabele posten

             

9)

Openstaande rechten

0

0

 

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

0

10)

Vorderingen

0

0

 

10a)

Tegenrekening vorderingen

0

0

11a)

Tegenrekening schulden

0

0

 

11

Schulden

0

0

12)

Voorschotten

0

0

 

12a)

Tegenrekening voorschotten

0

0

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

0

 

13)

Garantieverplichtingen

0

0

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

0

0

 

14)

Andere verplichtingen

0

0

15)

Deelnemingen

0

0

 

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

0

Subtotaal extra-comptabel

0

0

 

Subtotaal extra-comptabel

0

0

Overall totaal

2.488

2.416

 

Overall totaal

2.488

2.416

Toelichting bij de Saldibalans per 31 december 2016 van het Kabinet van de Koning (IIIB)

1 en 2) Begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten

Verrekening van de begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten 2016 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

7) Schulden buiten begrotingsverband

Nadere specificatie van de schulden buiten begrotingsverband:

Omschrijving

 

Schulden

     

Netto salarissen

59.000

     

Totaal

59.000

Netto salarissen

De op de salarissen van december 2016 ingehouden loonheffing ten behoeve van de Belastingdienst en de premie-inhoudingen ten behoeve van het ABP zijn in januari 2017 betaald.

7. Saldibalans per 31 december 2016 van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) (Bedragen x € 1.000)

Activa

 

Passiva

 

31-12-2016

31-12-2015

   

31-12-2016

31-12-2015

 

Intra-comptabele posten

             

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

1.263

1.272

 

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

18

70

3)

Liquide Middelen

0

0

         

4)

Rekening-courant RHB CTIVD

0

0

 

4a)

Rekening-courant RHB Min v AZ

1.213

1.179

5)

Rekening-courant RHB

Begrotingsreserve

0

0

 

5a)

Begrotingsreserves

0

0

6)

Vorderingen buiten

begrotingsverband

1

1

 

7)

Schulden buiten begrotingsverband

33

24

8)

Kas-transverschillen

0

0

         

Subtotaal intra-comptabel

1.264

1.273

 

Subtotaal intra-comptabel

1.264

1.273

 

Extra-comptabele posten

             

9)

Openstaande rechten

0

0

 

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

0

10)

Vorderingen

0

0

 

10a)

Tegenrekening vorderingen

0

0

11a)

Tegenrekening schulden

0

0

 

11

Schulden

0

0

12)

Voorschotten

0

0

 

12a)

Tegenrekening voorschotten

0

0

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

0

 

13)

Garantieverplichtingen

0

0

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

0

0

 

14)

Andere verplichtingen

0

0

15)

Deelnemingen

0

0

 

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

0

Subtotaal extra-comptabel

0

0

 

Subtotaal extra-comptabel

0

0

Overall totaal

1.264

1.273

 

Overall totaal

1.264

1.273

Toelichting bij de Saldibalans per 31 december 2016 van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)

1 en 2) Begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten

Verrekening van de begrotingsuitgaven 2016 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

7) Schulden buiten begrotingsverband

Nadere specificatie van de schulden buiten begrotingsverband:

Omschrijving

 

Schulden

Netto salarissen

33.000

     

Totaal

33.000

Netto salarissen

De op de salarissen van december 2016 ingehouden loonheffing ten behoeve van de Belastingdienst en de premie-inhoudingen ten behoeve van het ABP zijn in januari 2017 betaald.

8. WNT-verantwoording 2016 – Ministerie van Algemene Zaken

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen – al dan niet fictieve – dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niettopfunctionarissen de bezoldiging en/of eventuele ontslaguitkeringen (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk maximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het wettelijk bezoldigingsmaximum bedraagt in 2016 € 179.000.

In artikel 10b van de Beleidsregels WNT 2017 (Staatscourant 2016, nr. 70032) is bepaald dat er geen toezicht of handhaving zal plaatsvinden op de naleving van de publicatieplicht van uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan niet-topfunctionarissen voortvloeiend uit contractovername door een mobiliteitsbureau. In 2016 is namelijk gebleken dat voor deze categorie de volledige uitvoering van de wettelijke bepalingen bij een aantal instellingen op korte termijn niet mogelijk is. Accountants hoeven in dat geval op dit onderdeel van de financiële verslagen ook geen controle uit te voeren (niet op volledigheid en niet op juistheid). Het inventariseren van de contractovernames en de daarmee gemoeide uitkeringen aan niet-topfunctionarissen in 2016 is om die reden achterwege gelaten.

Bezoldiging van (gewezen) topfunctionarissen

Naam instelling

Naam (gewezen) topfunctionaris

Functie

Datum aanvang dienstverband (indien van toepassing)

Datum einde dienstverband (indien van toepassing)

Omvang dienstverband (fte)

Op externe

inhuur-basis

(nee; <= 12 kalender-mnd;

> 12 kalender-mnd)

Beloning

Onkostenvergoedingen (belast)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn

Totale bezoldiging in 2016

Individueel WNT-maximum

Motivering (indien overschrijding)

KvdK

drs. C. Breedveld

directeur

   

1,11

 

169.990

6.497

16.004

192.491

179.000

In 2016 is een bedrag van € 5.400 ter compensatie van de aftopping van het pensioengevend loon uitbetaald, waarvan € 2.700 is toegerekend aan verantwoordingsjaar 2015 en € 2.700 aan verantwoordingsjaar 2016. Voor het overige deel van de overschrijding is het overgangsrecht van toepassing.

CTIVD

mr. H.N. Brouwer

voorzitter

   

0,89

> 12

     

126.076

208.260

 

CTIVD

mr. H.N. Brouwer

voorzitter

1 december 20161

 

0,89

 

8.737

271

0

9.008

13.530

 
X Noot
1

Bij KB benoemd, per 1 december 2016 directe betaling door AZ.

Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen andere functionarissen die in 2016 een bezoldiging boven het toepasselijke WNT-maximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden.

Er zijn in 2016 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd.

D. BIJLAGEN

Bijlage Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

Ministerie van Algemene Zaken, verslagjaar 2016

Artikel 1 – Eenheid van het algemeen regeringsbeleid

Arikelnummer

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

Vindplaats

1. Ex-post Onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

     

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

Jaarevaluatie campagnes Rijksoverheid 2015

18-5-2016

www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/campagnes/ jaarevaluatie-campagnes

Bijlage Externe Inhuur

Ministerie van Algemene Zaken, verslagjaar 2016 (Bedragen x € 1.000)

   

2016

1

Interim-management

0

2

Organisatie- en formatieadvies

26

3

Beleidsadvies

0

4

Communicatieadvisering

359

 

Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4)

385

5

Juridisch advies

0

6

Advisering opdrachtgevers automatisering

0

7

Accountancy, financiën en administratieve organisatie

203

 

(Beleids) ondersteuning (som 5 t/m 7)

203

8

Uitzendkrachten (formatie en piek)

1.379

 

Ondersteuning bedrijfsvoering

1.379

 

Totaal uitgaven inhuur externen

1.967

Toelichting:

De totale uitgaven voor externe inhuur bedroeg in 2016 € 1.967.000

De totale uitgaven voor het ambtelijk personeel van het Ministerie van Algemene Zaken (inclusief DPC) bedroeg € 31.949.000.

Het totaalbedrag komt uit op € 33.916.000

Het inhuurpercentage in 2016 is 5,8% (€ 1.967.000/€ 33.916.000 x 100%).

Rapportage overschrijding maximumuurtarief externe inhuur buiten mantelcontracten

In onderstaande tabel wordt weergegeven in hoeveel gevallen in 2016 door het ministerie (in Nederland) buiten de mantelcontracten om externe krachten zijn ingehuurd boven het voor de organisaties van het rijk afgesproken maximumuurtarief van € 225 (exclusief BTW).

Inhuur externen buiten mantelcontracten

2016

Aantal overschrijdingen maximumuurtarief

0

Naar boven