34 325 Voorstel van wet van het lid Van Kent tot wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met de invoering van een verdringingstoets (Wet verdringingstoets)

Q BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de heer Van Kent

Den Haag, 2 november 2021

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben op 26 oktober jl. gesproken over uw schriftelijke reactie van 20 oktober 2021 waarin u aangeeft tot de conclusie te zijn gekomen een novelle op te stellen ten aanzien van het voorstel van wet van het lid Van Kent tot wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met de invoering van een verdringingstoets (Wet verdringingstoets) en te hopen deze novelle aan de Eerste Kamer te kunnen voorleggen na behandeling in de Tweede Kamer.1

Teneinde de Voorzitter van de Eerste Kamer gedegen te kunnen adviseren over het verder voortzetten van de schorsing van de plenaire behandeling van dit wetsvoorstel, hebben de leden van de commissie nog de volgende vragen:

  • 1. Op welke onderdelen van het voorstel Wet verdringingstoets zal de novelle zien?

  • 2. Welk tijdspad heeft u voor ogen voor het indienen van de novelle bij de Tweede Kamer?

  • 3. Wat is uw inschatting van het draagvlak voor de novelle en vervolgens voor het (gewijzigde) voorstel Wet verdringingstoets in zijn geheel in zowel de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer der Staten-Generaal?

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 25 november 2021.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L. Vos


X Noot
1

Kamerstukken I 2021/2022, 34 325, O.

Naar boven