34 285 Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2015 (Incidentele suppletoire begroting inzake verwerving kunstwerk)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2015 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

Artikel 14 Cultuur wordt voor het jaar 2015 verhoogd met € 80 miljoen. Hiervan komt € 30 miljoen ten laste van het museaal aankoopfonds (middels een desaldering) en € 50 miljoen ten laste van begrotingshoofdstuk 9, artikel 3 Financiering publiek-private sector. Doel van de verhoging is het mede mogelijk maken dat het portret van Maerten Soolmans en het portret van Oopjen Coppit, geschilderd door Rembrandt van Rijn, in het Nederlandse publieke domein komen. Daartoe reserveert deze begrotingswet middelen waarmee de Minister van OCW namens de Staat der Nederlanden een van de twee portretten kan verwerven en in eigendom nemen.

De ontvangstenraming wordt voor 2015 met € 30 miljoen opwaarts bijgesteld ten laste van het museaal aankoopfonds.

Paragraaf 2 geeft de budgettaire consequenties voor artikel 14 Cultuur weer.

2. Budgettaire consequenties beleidsartikelen

Artikel 14. Cultuur

Budgettaire gevolgen van beleid, beleidsartikel 14 (Incidentele suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
     

Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting (na nota van wijziging, amendementen en ISB) (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties incidentele suppletoire begroting (3)

Stand incidentele suppletoire begroting (4)=(2+3)

Verplichtingen

892.898

855.433

80.000

935.433

Waarvan garantieverplichtingen

629.000

629.000

629.000

Totale uitgaven

733.744

716.064

80.000

796.064

Waarvan juridisch verplicht

 

97,40%

   
         

Bekostiging

614.211

623.235

0

623.235

 

Culturele basisinfrastructuur

480.811

469.622

0

469.622

   

Vierjaarlijkse instellingen

327.558

316.369

0

316.369

   

Vierjaarlijkse fondsen

153.253

153.253

0

153.253

 

Monumentenzorg

82.691

82.691

0

82.691

 

Archieven incl. Regionale Historische Centra

24.905

25.011

0

25.011

 

Investeringen huisvesting rijksgesubsidieerde musea

14.242

34.549

0

34.549

 

Cultuureducatie met Kwaliteit

10.000

10.000

0

10.000

 

Archeologie

1.562

1.362

0

1.362

         

Subsidies

72.516

41.508

0

41.508

 

Verbreden inzet cultuur

8.687

8.987

0

8.987

 

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

7.323

7.355

0

7.355

 

Programma bibliotheekvernieuwing

25.942

48

0

48

 

Programma leesbevordering

2.850

2.850

0

2.850

 

Programma CRISP

0

0

0

0

 

Programma erfgoed en ruimte

8.000

6.200

0

6.200

 

Programma ondernemerschap

1.737

1.737

0

1.737

 

Specifiek cultuurbeleid

17.977

14.331

0

14.331

 

Regeling frictie- en transitiekosten culturele basisinfrastructuur 2009–2012

0

0

0

0

         

Opdrachten

4.062

4.550

80.000

84.550

 

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

4.062

4.550

80.000

84.550

         

Bijdragen aan agentschappen

39.710

43.405

0

43.405

 

Nationaal Archief

39.710

43.405

0

43.405

         

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

3.245

3.366

0

3.366

 

Uitvoering internationale verdragen

2.310

2.365

0

2.365

 

Uitvoering internationale contributies

875

941

0

941

 

Europese samenwerking

60

60

0

60

Ontvangsten

780

2.687

30.000

32.687

Naar boven