34 219 Wijziging van de Kernenergiewet in verband met de instelling van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming

Nr. 14 AMENDEMENT VAN HET LID VAN VELDHOVEN

Ontvangen 7 april 2016

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel D, wordt artikel 12e als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van artikel 39, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, zendt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu tweejaarlijks het verslag, bedoeld in artikel 39, eerste lid, toe aan beide kamers der Staten-Generaal, waarbij de eerste toezending plaatsvindt uiterlijk zes maanden nadat de Autoriteit een zelfstandig bestuursorgaan is geworden.

Toelichting

Dit amendement regelt dat het evaluatieverslag rondom het functioneren van de ANVS in afwijking van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen niet vijfjaarlijks, maar tweejaarlijks, plaatsvindt. De toezending van het eerste evaluatieverslag dient bovendien plaats te vinden uiterlijk een half jaar nadat de ANVS een zelfstandig bestuursorgaan is geworden. Met de huidige planning wordt aangenomen dat dit dus voor 1 juli 2017 gebeurt.

De indiener van dit amendement constateert dat er op een aantal punten afgeweken wordt van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, teneinde de gewenste mate van onafhankelijkheid van de ANVS te waarborgen. Deze afwijkingen zijn gerechtvaardigd vanwege het grote belang van het zelfstandig kunnen opereren van deze belangrijke zbo. Wanneer het gaat om de nucleaire veiligheid moet immers alles in het werk gezet worden om situaties te voorkomen waarbij er mogelijk een (verhoogd) risico bestaat op fouten.

Wat de indiener betreft is een van de situaties waarbij er mogelijk een (verhoogd) risico bestaat op fouten is de situatie waarbij de middelen en bekwaamheid niet in goede balans staan met het uitvoeren van de wettelijke taken van de ANVS. Ook het Internationaal Atoomenergieagentschap IAEA onderkent het belang van deze goede balans en heeft aanbevolen een nadere analyse uit te voeren op de structurele taken en kosten.

De indiener is van mening dat om onnodige risico’s te vermijden de wetgever de genoemde balans met een hogere regelmaat dan gesteld in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen moet kunnen controleren om zo nodig aanpassingen te kunnen doen aan de tot de ANVS ter beschikking staande capaciteit en middelen. De indiener is daarom van mening dat het gerechtvaardigd is dat er ook op het punt van het evaluatieverslag afgeweken wordt van de Kaderwet, door het evaluatieverslag van de ANVS niet vijfjaarlijks maar tweejaarlijks te laten plaatsvinden.

Van Veldhoven

Naar boven