34 070 Wijziging van het Reglement van Orde in verband met wijzigingen van de bepalingen ter zake van door de leden der Kamer bij te houden registers van nevenactiviteiten, buitenlandse reizen en geschenken

Nr. 2 VOORSTEL

Artikel 150a komt te luiden:

  • 1. Ter griffie wordt een register bijgehouden waarin de leden hun nevenactiviteiten en de (te verwachten) inkomsten uit hun nevenactiviteiten vermelden, uiterlijk één week na aanvaarding daarvan, alsmede belangen die redelijkerwijs als relevant kunnen worden beschouwd. Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen, bedoeld in artikel 31 van die wet of winst uit onderneming in de zin van afdeling 3.2 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001. Op uiterlijk 1 april na ieder kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten vermelden de leden opnieuw hun inkomsten over dat kalenderjaar.

  • 2. Ter griffie wordt een register bijgehouden waarin de leden hun buitenlandse reizen waarvan vervoers- en verblijfskosten geheel of gedeeltelijk door derden worden betaald vermelden, uiterlijk één week na terugkeer in Nederland.

  • 3. Ter griffie wordt een register bijgehouden waarin de leden de door hen ontvangen geschenken en voordelen met een hogere waarde dan 50 euro vermelden, uiterlijk één week na ontvangst van het geschenk of het voordeel.

  • 4. De drie registers liggen voor een ieder ter inzage.

  • 5. De Griffier is belast met de publicatie, twee maal per jaar, van de opgaven in het register voor de nevenfuncties en belangen.

Toelichting

Eerste lid

Het kan dienstig zijn ook andere belangen dan alleen nevenwerkzaamheden en eventuele inkomsten daaruit in het register bedoeld in het eerste lid te vermelden en om die «andere belangen» weer niet te beperken tot alleen andere financiële belangen. De werkgroep verwijst in zijn rapport naar een aanbeveling van de OVSE luidende dat «the rules should ... include a clause requiring legislators to declare any other interests that might reasonably be thought to influence their actions, speeches or votes».

Bij die «andere belangen» kan bij voorbeeld gedacht worden aan eerdere functies, omdat het van belang kan zijn dat aan de buitenwereld bekend is welke beroepsmatige achtergrond een Kamerlid heeft, zodat kritisch gevolgd kan worden of hij zich niet gedraagt als belangenbehartiger van een beroepsgroep; aan een terugkeergarantie of andere bijzondere regelingen die werkzaamheden na de beëindiging van het Kamerlidmaatschap betreffen; aan een meerderheidsbelang in een vennootschap.

De werkgroep presenteert bewust geen uitputtende lijst. Het is aan het Kamerlid zelf om te bepalen of een specifieke omstandigheid redelijkerwijze als relevant voor zijn functioneren kan worden beschouwd. De werkgroep heeft geconstateerd dat op dit moment veel leden de term «nevenactiviteiten» al extensief interpreteren en dergelijke belangen vermelden in het register.

Een Kamerlid doet er goed aan om zich er rekenschap van te geven dat ook specifieke omstandigheden die hun partner of andere directe familieleden betreffen door derden redelijkerwijs kunnen worden beschouwd als relevant in de beoordeling van zijn opereren als Kamerlid. Daarbij heeft de werkgroep wel de kanttekening geplaatst

dat het om verschillende redenen niet altijd mogelijk is om alle belangen in de privéomgeving van een Kamerlid in beeld te brengen. Op de eerste plaats is de privéomgeving niet goed af te bakenen en op de tweede plaats hebben privébetrekkingen van een Kamerlid uiteraard recht op bescherming van hun privacy; niet alleen is een inbreuk daarop niet mogelijk zonder een solide wettelijke basis, een dergelijke inbreuk zou ook disproportioneel kunnen zijn in relatie met het doel, te weten het waken over de integriteit van een Kamerlid.

De maatschappij is echter niet blind voor het sociale krachtenveld waarin een Kamerlid zich bevindt en van de invloed die dat kan hebben op diens handelen en functioneren. Vanuit die optiek zal het individuele Kamerlid zijn afweging moeten maken.

Tweede lid

In de thans geldende tekst wordt gesproken over «buitenlandse reizen op uitnodiging van derden». Dit laat enige ruimte voor interpretatie. De nieuwe tekst is duidelijker en laat minder ruimte voor misverstanden.

Derde lid

Hetzelfde geldt voor de aanpassing in het derde lid. Door het begrip «voordelen» toe te voegen wordt voorkomen dat bij voorbeeld een aangeboden concert of diner door het ene Kamerlid wel en door het andere niet als een geschenk wordt opgevat en geregistreerd; het staat echter buiten kijf dat het om voordelen gaat, die ingevolgde de nieuwe tekst dus opgegeven dienen te worden.

Vierde en vijfde lid

Het vierde lid blijft ongewijzigd. Het vijfde is aangepast aan de wijziging in het eerste lid.

Tot slot

Het presidium heeft, conform een andere aanbeveling van de bovengenoemde werkgroep, de griffie geïnstrueerd om de leden elk half jaar te attenderen op het bijhouden van de registers, hetgeen de exclusieve verantwoordelijkheid van de leden zelf is. Het bijhouden van het register van nevenactiviteiten is, dit ter volledigheid, een plicht die ook wordt opgelegd door artikel 5 van de Wet op de schadeloosstelling leden Tweede Kamer.

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, A. van Miltenburg

De griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, J.E. Biesheuvel-Vermeijden

Naar boven