34 000 IIB Vaststelling van de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs (IIB) voor het jaar 2015

Nr. 5 Herdruk1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 september 2015

Graag informeer ik u over mijn voornemen tot aanpassing van de artikelstructuur van het begrotingshoofdstuk IIB Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneur. Met ingang van het begrotingsjaar 2016 worden de uitgaven voor wetgevingsadvisering en bestuursrechtspraak binnen het begrotingsartikel voor de Raad van State afzonderlijk gepresenteerd.

Achtergrond

Tezamen met de Minister van Veiligheid Justitie ben ik voornemens de adviserende en de rechtsprekende taken van de Raad van State verder te scheiden (Kamerstuk 29 279, nr. 200). Daartoe is een wetsvoorstel in voorbereiding. Een uitsplitsing van de kosten voor beide afdelingen in de toelichting op de begroting vergt op zichzelf geen wetswijziging. Deze uitsplitsing wordt derhalve vooruitlopend op de behandeling van het wetsvoorstel verwerkt in de ontwerpbegroting 2016. Daarmee wordt de toezegging over dit onderwerp, gedaan in het schriftelijk overleg Rechtsstaat en Rechtsorde, nagekomen (Kamerstuk 29 279, nr. 220).

Wijzigingen

Het uitgavenbudget op artikelonderdeel 1.3 Raad van State wordt op basis van de actuele kostenverdeling (prognose) verdeeld over de artikelonderdelen 1.1 Afdeling Advisering en 1.2 Afdeling Bestuursrechtspraak. Dit geschiedt budgettair neutraal. De in de ontwerpbegroting 2016 gepresenteerde uitgavenreeksen zijn gebaseerd op een ongewijzigde bedrijfsvoering, waarbij nog geen rekening is gehouden met de verdere consequenties van verdere scheiding van de adviserende en rechtsprekende taken voor de bedrijfsvoering van de Raad van State. Deze consequenties worden in 2016 verder in kaart gebracht.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Eerder abusievelijk gepubliceerd onder Kamerstuk 34 000 IV, nr. 52 wat hiermee komt te vervallen

Naar boven