33 930 IV Jaarverslag en slotwet Koninkrijksrelaties 2013

Nr. 4 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 10 juni 2014

De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 27 mei 2014 aan de Ministers voorgelegd. Bij brief van 5 juni 2014 zijn ze door Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en voor Wonen en Rijksdienst beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Recourt

Adjunct-griffier van de commissie, Hendrickx

1

Waarom wordt de beleidsmatige mutatie voor de lopende inschrijving Curaçao (€ 25,2 mln.) nu pas bij Slotwet gemeld, terwijl het boekjaar 2013 al is afgesloten, waardoor nu feitelijk achteraf aan de Tweede Kamer goedkeuring wordt gevraagd voor een reeds verstrekte lening?

Antwoord:

Deze lening aan Curaçao van € 25,2 miljoen is in september 2013 geëffectueerd. Dat was echter te laat om deze mutatie nog in de Najaarsnota 2013 te verwerken.

Het verwerken van deze lening aan Curaçao betreft geen beleidsmatige maar een technische mutatie, welke bij Slotwet is toegestaan. Zoals ik in de beantwoording op de Kamervragen van de heren Bosman en Harbers (VVD) heb gemeld (Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, Aanhangsel), geldt dat Nederland op basis van artikel 16 van de Rijkswet financieel toezicht een verplichte lopende inschrijving heeft op geldleningen aan Curaçao en Sint Maarten. Voorwaarde voor daadwerkelijke inschrijving is dat het Cft concludeert dat door Curaçao of Sint Maarten is voldaan aan de normen van de Rijkswet financieel toezicht.

2

Wat vindt u de waarde van het vragen van deze «achteraf» goedkeuring bij de Slotwet?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 1.

3

Hoe vindt u dat deze mutatie in de Slotwet zich verhoudt tot het budgetrecht en de parlementaire controle van de Tweede Kamer op deze begrotingsuitgave?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 1.

4

Kunt u uitleggen hoe de parlementaire budgettaire controle op deze begrotingsuitgave dan plaatsvindt, daar waar alleen het Cft toetst aan de vereisten van de Rijkswet financieel toezicht en vervolgens haar advies voorlegt aan de Rijksministerraad? Wordt door de verstrekte lening de staatsschuld (tijdelijk) hoger en beïnvloedt dat de gehele Rijks-begroting?

Antwoord:

De Tweede Kamer wordt meerdere malen per jaar geïnformeerd over zowel de werkzaamheden van het Cft als budgettaire ontwikkelingen met betrekking tot begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties. Naar aanleiding van deze informatie kan parlementaire controle plaatsvinden volgens het daartoe voor uw Kamer beschikbare instrumentarium.

De absolute omvang van de staatsschuld van Nederland neemt toe wanneer een lening aan Curaçao of Sint Maarten wordt verstrekt, aangezien Nederland het benodigde geldbedrag aan de kapitaalmarkt onttrekt. Echter, hier staat een vordering op het betreffende land dat de lening is aangegaan tegenover.

Naar boven