33 858 EU-voorstellen: Kader klimaat en energie 2030 COM (2014) 15, 20 en 21

Nr. 10 MOTIE VAN HET LID JAN VOS

Voorgesteld 20 februari 2014

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een transitie naar een duurzame energiehuishouding noodzakelijk en onvermijdelijk is;

constaterende dat er grote voordelen zijn die gepaard gaan met een bindende doelstelling voor duurzame energie, omdat:

  • daarmee langetermijninvesteringszekerheid voor bedrijven gegarandeerd kan worden;

  • dit kostenefficiënte en schaalbare investeringen in duurzame energie verzekert;

  • daarmee de interne markt wordt verbeterd;

  • hiermee de energieonafhankelijkheid en leveringszekerheid worden vergroot;

  • daarmee aansluiting bij de opzet en de doelen van het SER-energieakkoord wordt verzekerd;

  • daarmee een efficiënte planning en uitbreiding van het Europese energienetwerk wordt gegarandeerd;

  • hiermee 568.000 extra banen worden gecreëerd;

constaterende dat de regering momenteel door het PBL en ECN laat onderzoeken of een bindende doelstelling voor zowel duurzame energie, alsmede CO2-uitstoot tot inefficiënties leidt,

verzoekt de regering, in het onderzoek naar de gevolgen voor een bindende doelstelling zowel naar de voordelen als naar de nadelen te kijken en de Kamer daarover te rapporteren;

verzoekt de regering tevens om, totdat de uitkomsten van de onderzoeken met de Kamer zijn besproken, zich in EU-verband niet actief te verzetten tegen een bindende doelstelling voor duurzame energie, of zich in te zetten voor een enkelvoudige doelstelling en te handelen in de geest van het Nederlandse energieakkoord, waarin duurzame energie een belangrijke separate bindende doelstelling is,

en gaat over tot de orde van de dag.

Jan Vos

Naar boven