33 805 IX Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën (IXB en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2013 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2013 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën (IXB) en de Nationale Schuld (IXA).

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

Deze 2e suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting 2013. De begroting 2013 is de eerste begroting waar de twee begrotingshoofdstukken IXA en IXB zijn samengevoegd.

In paragraaf 2.1 is een overzicht opgenomen van de belangrijkste mutaties (mutaties ≥ € 10 mln. voor artikel 1 t/m 10). Paragraaf 2.2 bevat per beleidsartikel een tabel budgettaire gevolgen van beleid. Voor de apparaatsuitgaven geldt dat de verplichtingen gelijk worden gesteld aan de kasuitgaven. Een groot deel van de apparaatsuitgaven betreft personele uitgaven. Deze zijn naar hun aard op korte termijn weinig flexibel.

Na de tabel budgettaire gevolgen van beleid wordt een toelichting op de cijfers uit de kolom «mutaties 2e suppletoire begroting» gegeven. De mutaties kunnen zowel beleidsmatig als technisch (bijvoorbeeld overboekingen en ramingsbijstellingen) van aard zijn. Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften behoeven de technische mutaties niet te worden toegelicht. Ter vergroting van de informatiewaarde is ervoor gekozen een toelichting bij de grote programmamutaties op te nemen. Mutaties in de apparaatsuitgaven worden, voor zover deze betrekking hebben op overheveling van formatieplaatsen binnen de begroting of op overheveling tussen het Ministerie van Financiën en andere departementen, niet nader toegelicht. De toelichting op de mutatie van de belastingontvangsten is in de Najaarsnota opgenomen.

2. Het beleid

2.1. Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties

De belangrijkste mutaties (≥ € 10 mln.) zijn in onderstaande tabellen samengevat en worden daarna toegelicht. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij het betreffende artikel.

Tabel: overzicht belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties (x € 1.000)

 

Uitgaven

Artikel

Stand begroting

10.926.599

 

Stand begroting t/m ISB en NVW

15.006.609

 
     

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   
     

1) Belasting- en invorderingsrente

– 175.000

1

2) Apparaatsuitgaven Belastingdienst

– 17.299

1

3) IABF

472.000

3

4) BTW-compensatiefonds

– 234.127

6

5) Apparaat kerndepartement

– 13.452

8

6) Overige uitgaven (saldo)

2.965

 

Stand 2e suppletoire begroting 2013

15.041.696

 

Toelichting

  • 1) Op grond van de realisatie en het verwachte vermoedelijk beloop over 2013 wordt de raming van de belasting- en invorderingsrente met € 175 mln. bijgesteld, zowel bij de ontvangsten als de uitgaven.

  • 2) De mutatie bij de apparaatsuitgaven Belastingdienst (BD) wordt grotendeels veroorzaakt door onderuitputting bij het programma intensivering toezicht en invordering (– € 20 mln.). De rest is een saldo van een aantal kleine mee- en tegenvallers en overboekingen tussen verschillende ministeries.

  • 3) Alle ontvangsten van de IABF worden gebruikt om de verplichting aan ING versneld af te bouwen. Wegens hogere ontvangsten door beëindiging van de transactie, realisaties en een wijziging van de eurodollarkoers is de raming van de funding fee met € 472 mln. naar boven bijgesteld. Zie kamerbrief AGT/2013/2183N.

  • 4) De mutatie bij het BTW-compensatiefonds wordt veroorzaakt door een bijstelling van de raming op grond van de realisatiecijfers van de Belastingdienst.

  • 5) De mutatie van 13 mln. bij het apparaat van het kerndepartement is het saldo van een opwaartse bijstelling bij de personele uitgaven (+ € 2,1 mln.) en een neerwaartse bijstelling bij de materiële uitgaven (– € 15,5 mln.). Bij de neerwaartse bijstelling is er enerzijds sprake van vertraging naar 2014 bij ICT-projecten met een technische oorzaak, anderzijds wordt vooruitgelopen op het invullen van taakstellingen.

Tabel: overzicht belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties (x € 1.000)
 

Ontvangsten

Artikel

Stand begroting

126.872.143

 

Stand begroting t/m ISB en NVW

121.639.481

 
     

Belangrijkste suppletoire mutaties:

   
     

1) Belasting- en invorderingsrente

– 175.000

1

2) Boedeluitkering IJsland

77.107

2

3) Overige ontvangsten FM

42.332

2

4) Dividend Staatsdeelnemingen

334.852

3

5) Dividend financiële instellingen

94.400

3

6) Winstafdracht DNB

22.523

3

7) IABF

472.000

3

8) Premies EKV

46.000

5

9) Schaderestituties EKV

27.700

5

10) BTW-compensatiefonds

– 234.127

6

11) Overige ontvangsten (saldo)

– 2.735.084

 

Stand 2e suppletoire begroting 2013

119.612.184

 

Toelichting

  • 1) Op grond van de realisatie en het verwachte vermoedelijk beloop over 2013 wordt de raming van de belasting- en invorderingsrente met € 175 mln. neerwaarts bijgesteld, zowel bij de ontvangsten als de uitgaven.

  • 2) Uit de boedel van het failliete Landsbanki heeft Nederland de vierde boedeluitkering ontvangen. Het aandeel van de Staat bedraagt ruim € 77 mln.

  • 3) Deze mutatie wordt nagenoeg geheel veroorzaakt door het ontvangen van het Nederlandse aandeel uit de boedel van de Bank Nederlandse Antillen (BNA) (– € 38,7 mln.).

  • 4) De dividendontvangsten van de staatsdeelnemingen zijn hoger dan geraamd. Deze meevaller wordt voornamelijk veroorzaakt door hoger dan geraamde dividenden bij Gasunie, NS, UCN en Schiphol.

  • 5) In 2013 is er van ABN AMRO in totaal € 400 mln. dividend ontvangen, € 250 mln. als slotdividend over boekjaar 2012 en € 150 mln. als interimdividend over 2013. ASR heeft € 88,4 mln. uitgekeerd als slotdividend over boekjaar 2012. Hierdoor is een meevaller ontstaan van € 94,4 mln.

  • 6) Betreft een bijstelling op basis van de gerealiseerde winstafdracht van DNB.

  • 7) De hogere ontvangsten voor de IABF hebben twee oorzaken: naar aanleiding van een wijziging in de eurodollarkoers en de realisaties van dit jaar zijn de portefeuilleontvangsten en de overige fees bijgesteld. De overeenkomst over de transactie met ING heeft een aantal gevolgen voor de begroting 2013; deze worden in deze tweede suppletoire begroting verwerkt. Zie kamerbrief AGT/2013/2183N.

  • 8) Door een aantal omvangrijke transacties zijn de premieontvangsten in het kader van de Exportkredietverzekering hoger dan verwacht, waardoor de raming voor de premieontvangsten naar boven is bijgesteld.

  • 9) Er hebben bij de Exportkredtieverzekering meer schaderestituties plaatsgevonden dan verwacht, dit wordt veroorzaakt door hogere schaderestituties via de Club van Parijs en door hoger dan geraamde betalingen door private debiteuren.

  • 10) De mutatie bij het BTW-compensatiefonds wordt veroorzaakt door een bijstelling van de raming op grond van de realisatiecijfers van de Belastingdienst.

2.1.2 Overzicht belangrijkste mutaties in de rentekosten

In de onderstaande tabel worden de mutaties in de netto rentekosten gepresenteerd. Er is een verdeling gemaakt naar achterliggende oorzaak.

Tabel: Overzicht mutaties in de netto rentekosten (x € 1 mln.)
 

2013

Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting 2013

9.605

   

Stand 1e Suppletoire begroting 2013

9.267

   

1. Renteswaps

– 111

2. Bijstelling kassaldo

0

3. Bijstelling rekenrente

– 94

4. Effect van schulduitgifte

– 54

5. Bijstelling rentekosten interne schuldverhoudingen

7

Stand 2e Suppletoire begroting 2013

9.015

Toelichting

Hieronder worden de verschillende mutaties kort toegelicht. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de afzonderlijke artikelen en de toelichtingen onder de tabellen budgettaire gevolgen van beleid.

  • 1) Renteswaps worden afgesloten om het renterisico van de staatsschuld te sturen. Een renteswap is een overeenkomst tussen twee partijen waarmee gedurende de looptijd van de swap een vaste rente wordt geruild tegen een variabele rente. Als gevolg van verschillen tussen de rente die wordt betaald en de rente die wordt ontvangen, ontstaan netto rentebaten of -lasten. De nieuw afgesloten swaps leiden per saldo tot een meevaller in de rentekosten.

  • 2) Mutaties in de raming van het kassaldo van het lopend jaar worden opgevangen op de geldmarkt (via kortlopende leningen, zoals bijvoorbeeld schatkistpapier). Omdat de korte rekenrente nagenoeg gelijk aan nul is hebben wijzigingen in de raming van het kassaldo geen invloed op de rentekosten voor 2013.

  • 3) Een verandering in de rekenrente leidt tot wijziging van de geraamde rentekosten. De rekenrente zijn na de eerste suppletoire begroting neerwaarts bijgesteld. Dit geeft lagere rentelasten voor het deel van de schuld dat in 2013 nog gefinancierd moet worden.

  • 4) Deze rubriek bevat de effecten van de uitgifte van schuld. De raming van de rentelasten in een lopend jaar bestaat uit rentelasten van al uitgegeven leningen (realisaties) en uit een raming van de rentelasten van leningen die nog uitgegeven gaan worden. In de loop van het jaar wordt een steeds groter deel bepaald door de realisaties. Omdat de gerealiseerde rentetarieven gemiddeld lager zijn geweest dan de geraamde tarieven (gelijk aan de CPB-rekenrentes) is de raming voor de rentelasten neerwaarts bijgesteld.

  • 5) De rentekosten vanwege interne schuldverhoudingen zijn licht gestegen. Dit komt met name doordat het totaal aan uitstaande deposito’s van deelnemers aan schatkistbankieren is gestegen, waardoor het Rijk meer rente betaalt. Tegelijkertijd is de raming van de te ontvangen rente door sociale fondsen licht gestegen, omdat het rekening-courantsaldo van de sociale fondsen meer negatief wordt geraamd. Netto zorgt dit voor iets hogere geraamde rente-uitgaven.

2.2 De beleidsartikelen

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 1 Belastingen (bedragen x € 1.000)

Algemene beleidsdoelstelling: Het genereren van inkomsten voor de financiering van overheidsbeleid. Solide, eenvoudige en fraudebestendige fiscale wet- en regelgeving is hiervoor de basis. Doeltreffende en doelmatige uitvoering van die wet- en regelgeving zorgen er voor dat burgers en bedrijven bereid zijn hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst na te komen (compliance).

Stand begroting

Stand suppletoire begroting VJN

Mutaties (+ of –) NJN 2013

Stand NJN 2013

Verplichtingen

3.244.427

3.404.813

 

3.212.514

         

Uitgaven (1) + (2)

3.244.427

3.404.813

 

3.212.514

         

(1) Programma-uitgaven

491.714

441.714

– 175.000

266.714

Waarvan:

       
         

waarvan juridisch verplicht

     

100%

         

Rente

       

Belasting- en invorderingsrente

485.800

435.800

– 175.000

260.800

Rentevergoeding depotstelsel

0

     
         

Bekostiging

5.914

5.914

0

5.914

Proceskosten

3.536

3.536

0

3.536

Overige programma-uitgaven

2.378

2.378

0

2.378

         

(2) Apparaatsuitgaven

2.752.713

2.963.099

– 17.299

2.945.800

         

Personele uitgaven

2.005.831

2.143.944

– 17.927

2.126.017

waarvan: Eigen personeel

1.889.439

1.990.052

– 69.939

1.920.113

waarvan: Inhuur externen

116.392

153.892

52.012

205.904

         

Materiële uitgaven

746.882

819.155

628

819.783

waarvan: ICT

170.572

200.272

25.000

225.272

waarvan: Bijdrage SSO's

195.427

200.427

28.000

228.427

         

Ontvangsten (3) + (4)

119.063.575

112.168.454

– 2.913.399

109.255.055

         

(3) Programma-ontvangsten

119.043.603

112.148.482

– 2.916.399

109.232.083

Waarvan:

       

Belastingontvangsten

118.211.450

111.356.329

– 2.746.399

108.609.930

         

Rente

       

Belasting- en invorderingsrente

497.000

447.000

– 175.000

272.000

         

Boetes en schikkingen

       

Ontvangsten boetes en schikkingen

147.877

147.877

5.000

152.877

         

Bekostiging

       

Kosten vervolging

187.276

197.276

0

197.276

         

(4) Apparaatsontvangsten

19.972

19.972

3.000

22.972

Artikel 1 Belastingen

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Belasting- en invorderingsrente (– € 175 mln.)

De raming van de belasting- en invorderingsrente is zowel aan de uitgaven- als aan de ontvangstenkant met € 175 mln. naar beneden bijgesteld. Deze mutatie ziet voor het grootste deel (c.a. € 150 mln.) op een technische verdeling van een in het verleden gesaldeerde mutatie naar respectievelijk de uitgaven- en ontvangstenkant.

Apparaatsuitgaven (– € 23,3 mln.)

In het regeerakkoord zijn middelen toegekend voor de maatregel intensivering toezicht en invordering. De uitbreiding van de benodigde capaciteit ten behoeve van de intensivering, wordt met een oploop gedurende het jaar gerealiseerd. Hierdoor is in 2013 € 20 mln. minder benodigd.

Het overige bedrag (€ 3,3 mln.) betreft het saldo van een aantal kleine mee- en tegenvallers en overboekingen tussen verschillende ministeries.

Ontvangsten

Belastingontvangsten (– € 2.746,4 mln.)

In de Najaarsnota 2013 worden de mutaties van de belastingontvangsten toegelicht. De aansluiting met de bedragen in de begrotingstoelichting (artikel 1 Belastingen, tabel budgettaire gevolgen van beleid) ziet er als volgt uit:

Aansluittabel art. 1

Stand ontwerpbegroting (NvW) 2013 (1)

Mutaties 1ste suppletoire begroting (2)

Stand 1ste suppletoire begroting (3)=(1+2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (4)

Stand 2e suppletoire begroting (5)=(3+4)

Totaal belastingontvangsten

140.240.234

– 6.538.609

133.701.625

– 2.898.716

130.802.909

–/– Afdracht Gemeentefonds

17.963.120

– 73.855

17.889.265

56.574

17.945.839

–/– Afdracht Provinciefonds

1.138.214

389.678

1.527.892

25.167

1.553.059

–/– Afdracht BTW-Compensatiefonds

2.895.357

– 1.230

2.894.127

– 234.127

2.660.000

–/– Afdracht BES-fonds

32.093

1.919

34.012

69

34.081

Belastingontvangsten IX

118.211.450

– 6.855.121

111.356.329

– 2.746.399

108.609.930

Belasting- en invorderingsrente (– € 175 mln.)

De raming van de belasting- en invorderingsrente is zowel aan de uitgaven- als aan de ontvangstenkant met € 175 mln. naar beneden bijgesteld. Deze mutatie ziet voor het grootste deel (c.a. € 150 mln.) op een technische verdeling van een in het verleden gesaldeerde mutatie naar respectievelijk de uitgaven- en ontvangstenkant.

Ontvangsten boetes en schikkingen (+ € 5 mln.)

Ten opzichte van de huidige realisatie en het vermoedelijk beloop over 2013 moet de raming met € 5 mln. worden bijgesteld.

Apparaatsontvangsten (+ € 3 mln.)

De apparaatsontvangsten vloeien voort uit werkzaamheden voor derden. De gerealiseerde ontvangsten zijn € 3 mln. hoger dan de huidige raming. Hiertegenover staan hogere apparaatsuitgaven.

Artikel 2 Financiële Markten

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 2 Financiele Markten (bedragen x € 1.000)

Algemene beleidsdoelstelling: Randvoorwaarden te creeren die een integer en stabiel systeem bevorderen en er toe bijdragen dat de activiteiten van financiele instellingen gericht zijn op het leveren van betrouwbare dienstverlening aan burgers en bedrijven met acceptabele en transparante risico's, waarbij de kosten van overmatig risicovol gedrag niet worden afgewenteld op de belastingbetaler

Stand begroting

Stand suppletoire begroting VJN

Mutaties (+ of –) NJN 2013

Stand NJN 2013

         

Verplichtingen

59.938

60.881

– 6.145.197

– 6.084.316

         

waarvan garantieverpichtingen

       

Garantie kredietfaciliteit AFM

   

– 6.147.182

– 6.147.182

Garantieregeling bancaire leningen

       

Garantie en waarborg NWB

       
         

Uitgaven

59.538

60.881

1.985

62.866

         

waarvan juridisch verplicht

     

100%

         

Subsidies

1.353

3.068

900

3.968

Geldmuseum

530

1.685

0

1.685

CDFD

823

1.383

900

2.283

         

Bekostiging

14.800

15.250

– 2.235

13.015

Rechtspraak Financiële Markten

1.100

1.250

0

1.250

Muntcirculatie

13.385

13.385

– 1.885

11.500

Afname munten in circulatie

 

0

0

 

Overig

315

615

– 350

265

         

Opdrachten

255

1.132

150

1.282

Wijzer in geldzaken

255

1.132

150

1.282

     

0

 

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

43.130

41.031

3.170

44.201

Bijdrage toezicht AFM

25.749

17.168

3.332

20.500

Bijdrage toezicht DNB

17.381

23.863

– 162

23.701

         

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

       

Caribean Financial Action Taskforce

20

20

0

20

IASB

380

380

0

380

     

0

 

Ontvangsten

176.748

169.525

122.878

292.403

         

Garanties

169.371

161.348

3.623

164.971

feeopbrengsten gar. banc. leningen

169.371

161.348

3.623

164.971

         

Leningen

       

terugontv. voorfinanciering DNB (DGS)

 

0

77.107

77.107

ontvangsten Ijsland

       
         

Bekostiging

5.184

5.184

– 184

5.000

ontvangsten muntwezen

5.184

5.184

– 184

5.000

toename munten in circulatie

   

0

 
     

0

 

Overig

2.193

2.993

42.332

45.325

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Garantie bancaire leningen (– € 6,1 mld.)

Als onderdeel van de exit-strategie wordt sinds 1januari 2011 aan banken die onder de garantieregeling leningen hadden uitgegeven de mogelijkheid geboden gegarandeerde leningen terug te kopen. ABN AMRO, NIBC, Achmea, leaseplan en ING hebben vervroegd een deel van hun lening afgelost. Onder andere hierdoor en door aflopende garanties is de garantielening bancaire leningen afgenomen met € 6,1 miljard.

CDFD (+ € 0,9 mln.)

Onderdeel van de post CDFD is de instelling van een Centrale Examenbank (CE) voor het toetsen van vakbekwaamheid van financiële dienstverleners. In de eerste suppletoire begroting was daarvoor € 500.000 gereserveerd. Met het oog op een zorgvuldige invoering per 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën de noodzakelijke voorbereidingen getroffen, waaronder aanbestedingen van de examenafnamesoftware en van een basisset met examenvragen. Hierdoor werd duidelijk dat de raming van de totale projectkosten in 2013 moest worden opgehoogd naar ca. € 1,4 mln. Dit brengt een extra reservering met zich mee van € 900.000.

Muntcirculatie (– € 1,9 mln.)

Vanwege een beperkte vraag naar circulatiemunten en bijzondere euromunten zijn de uitgaven voor grondstoffen kleiner dan begroot.

Overig (– € 0,4 mln.)

De post «Overig» betreft de monitoring commissies en de commissie Wijffels. Besloten is de werkzaamheden van de monitoring commissies af te ronden, waardoor de uitgaven dit jaar lager zullen uitvallen dan aanvankelijk was voorzien. De commissie Wijffels heeft haar werkzaamheden inmiddels afgerond. Ook hier vielen de uitgaven lager uit dan begroot

Ontvangsten

Feeopbrengsten garantie bancaire lening (+ € 3,6 mln.)

Door het vervroegd aflossen van de garantie bancaire lening wordt er in 2013 meer fee ontvangen dan geraamd. Voor deze transactie is een closing out fee betaaldaan de staat ter compensatie van de naar beneden bijgestelde meerjarige premie-inkomsten.

Ontvangsten IJsland (+ € 77,1 mln.)

Uit de boedel van het failliete Landsbanki heeft Nederland de vierde uitkering ontvangen. Het aandeel van de Staat in de meest recente uitkering bedraagt ruim € 77 mln. Dit brengt de stand van de totale ontvangst op circa € 811 mln. van het totale in 2008/2009 uitgekeerde bedrag van € 1,428 mld.

Ontvangsten muntwezen (– € 0,2 mln.)

Er zijn minder bijzondere munten afgenomen dan is geraamd.

Overig (+ € 42,3 mln.)

Deze mutatie wordt nagenoeg geheel veroorzaakt door het ontvangen van het Nederlandse aandeel uit de boedel van de Bank Nederlandse Antillen (BNA). Bij de staatkundige hervormingen (10-10-10) was afgesproken dat Nederland uit de boedel van de BNA (€ 38,7 mln.) zou ontvangen. Het overige deel van de mutatie € 3,6 mln. wordt veroorzaakt door een technische mutatie van «bijdrage toezicht AFM» aan zowel de uitgaven als de ontvangstenkant.

Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek private sector

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 3 Financieringsactiviteiten publiek private sector (bedragen x € 1.000)

Algemene beleidsdoelstelling: optimaal financieel resultaat bij de realisatie van publieke doelen. In het bijzonder bij investeren in en verwerven, afstoten en beheren van de financiële en materiële activa van de Staat.

Stand begroting

Stand suppletoire begroting VJN

Mutaties (+ of –) NJN 2013

Stand NJN 2013

Verplichtingen

336.637

14.835.024

– 78.989

14.756.035

waarvan betalingsverplichting:

       

Overbruggingskrediet SNS

 

1.100.000

0

1.100.000

Kapitaalinjectie SNS

 

2.700.000

0

2.700.000

         

waarvan garantieverplichting:

       

Garantie DNB

 

5.700.000

0

5.700.000

Garantie SNS

 

5.000.000

0

5.000.000

         

Uitgaven

       
 

1.994.237

5.715.624

471.998

6.187.622

waarvan juridisch verplicht

     

100%

         

Vermogensverschaffing

0

3.800.000

0

3.800.000

Kapitaaluitbreiding TenneT

       

Uitkering superdividend NS

       

Tweede herkapitalisatie ABN AMRO

       

Kapitaalstorting couponbetaling MCN

       

overbruggingskrediet SNS

 

1.100.000

0

1.100.000

kapitaalinjectie SNS

 

2.700.000

0

2.700.000

         

Bekostiging/bijdrage

       

PPS

       
         

Bijdrage aan RWT

5.019

5.310

– 52

5.258

NLFI (voorheen STAK)

5.019

5.310

– 52

5.258

         

Lening

1.979.000

1.888.000

472.000

2.360.000

Management fee IABF

31.000

29.000

– 3.000

26.000

Funding fee IABF

1.948.000

1.859.000

475.000

2.334.000

         

Garantie

5.400

6.000

– 500

5.500

Regeling BF

600

600

– 500

100

Dotatie begrotingsreserve TenneT

4.800

4.800

0

4.800

Uitbetalingen garanties en vrijwaringen verkoop deelnemingen

 

600

0

600

         

Opdrachten

4.818

16.314

550

16.864

Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

4.818

16.314

550

16.864

         

Ontvangsten

5.027.343

6.197.126

923.994

7.121.120

         

Vermogensonttrekking

       

Opbrengst onttrekking vermogenstitels

0

     

Dividend staatsdeelnemingen

259.322

271.122

334.852

605.974

Winstafdracht DNB

1.139.366

1.952.249

22.523

1.974.772

waarvan SMP-Griekenland

278.000

137.000

26.852

163.852

waarvan investeringsportefeuille DNB

73.000

48.000

– 4.119

43.881

Afdrachten Holland Casino

0

0

   

Afdrachten Staatsloterij

96.000

88.000

0

88.000

Opbrengst verkoop vermogenstitels

 

132.000

– 59

131.941

Dividend financiële instellingen

394.000

394.000

94.400

488.400

Havenbedrijf Rotterdam Rijksbijdrage Landwinning

0

295.482

0

295.482

         

Bijdrage aan RWT

       

NLFI (voorheen STAK)

4.300

4.153

0

4.153

         

Leningen

       

Verwachte portefeuille ontvangsten IABF

1.749.000

1.668.000

96.000

1.764.000

Garantie fee IABF

67.000

64.000

– 6.000

58.000

Additionele fee IABF

43.000

41.000

– 4.000

37.000

Additionele garantie fee IABF

101.000

97.000

192.000

289.000

Verhandelbaarheidsfee IABF

19.000

18.000

0

18.000

Afkoop garantiefee IABF

0

0

194.000

194.000

Rente en aflossing div. leningen

       

Aflossing kapitaalversterkingen ING, Aegon en SNS Reaal

750.000

750.000

0

750.000

Couponbetaling en/of boetebetaling kapitaal-

       

versterking ING, Aegon en SNS Reaal

375.000

375.000

0

375.000

Renteontvangsten Mandatory Convertible Note

       

Renteontvangsten SNS krediet

 

6.765

0

6.765

         

Garantie

       

Regeling BF

 

0

278

278

Premie-ontvangsten garantie Tennet

4.800

4.800

0

4.800

Premie-inkomsten Capital Relief Instrument

       

Premie-inkomsten counter indemnity

25.555

25.555

0

25.555

         

Opdrachten

       

Terug te vorderen uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

 

10.000

0

10.000

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Uitgavenmutaties IABF (+ € 472,0 mln.)

Alle ontvangsten van de IABF worden gebruikt om de verplichting aan ING versneld af te bouwen. Wegens hogere ontvangsten door beëindiging van de transactie, realisaties en een wijziging van de eurodollarkoers is de raming van de funding fee met € 472 mln. naar boven bijgesteld. Tevens vindt er een verrekening plaats van door ING vooruitbetaalde fees over de periode na de afwikkeling van de IABF. Deze extra uitgaven van € 20 mln. zijn meegenomen in de raming van de funding fee. Zie voor verdere toelichting de ontvangsten IABF.

Regeling BF (– € 0,5 mln.)

De regeling wordt afgebouwd. In 2013 hebben zich tot op heden geen schades voorgedaan.

Uitvoeringskosten deelnemingen (+ € 0,6 mln.)

De uitvoeringskosten van de staatsdeelnemingen vallen hoger uit dan geraamd. De kosten voor de inhuur van extern advies voor de privatiseringstrajecten zijn hoger dan geraamd.

Ontvangsten

Dividend staatsdeelnemingen (+ € 334,9 mln.)

De dividendontvangsten van de staatsdeelnemingen zijn hoger dan geraamd. Deze meevaller wordt voornamelijk veroorzaakt door hoger dan geraamde dividenden bij Gasunie, NS, UCN en Schiphol.

Winstafdracht DNB (+ € 22,5 mln.)

Betreft een bijstelling op basis van de gerealiseerde winstafdracht van DNB.

Dividend financiële instellingen (+ € 94,4 mln.)

In 2013 is er van ABN AMRO in totaal € 400 mln. dividend ontvangen, € 250 mln. als slotdividend over boekjaar 2012 en € 150 mln. als interimdividend over 2013. ASR heeft € 88,4 mln. uitgekeerd als slotdividend over boekjaar 2012. Hierdoor is een meevaller ontstaan van € 94,4 mln.

Ontvangstenmutaties IABF (+ € 472,0 mln.)

De hogere ontvangsten voor de IABF hebben twee oorzaken:

  • 1) Naar aanleiding van een wijziging in de eurodollarkoers en de realisaties van dit jaar zijn de portefeuille ontvangsten en de overige fees in totaal met € 77 mln. naar boven bijgesteld.

  • 2) De overeenkomst over de beëindiging van de transactie met ING heeft een aantal gevolgen voor de begroting van 2013. In 2013 wordt € 395 mln. aan extra fees ontvangen, dit is inclusief afhandeling van de garantie fees en een extra betaling. (zie ook kamerbrief AGT/2013/2183N)

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 4 Internationale Financiële Betrekkingen (bedragen x € 1.000)

Algemene beleidsdoelstelling: Een bijdrage leveren aan een gezond en welvarend Europa en een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling

Stand begroting

Stand suppletoire begroting VJN

Mutaties (+ of –) NJN 2013

Stand NJN 2013

Verplichtingen

434.005

434.005

– 48.141.770

– 47.707.765

         

waarvan garantieverplichtingen:

       

Deelneming multilaterale ontwikkelingsbanken en -fondsen

       

Garantie aan DNB inzake IMF deelname

       

Garantie DNB inzake BIS

113.445

113.445

 

113.445

EIB

       

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

       

EFSF¹

 

0

– 48.141.770

– 48.141.770

EFSM

       

ESM

       
         

Uitgaven

2.449.757

2.599.757

 

2.599.757

         

Waarvan juridisch verplicht

     

100%

         

Deelname aan internationale instellingen

2.310.716

2.460.716

 

2.460.716

Multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen

33.054

183.054

0

183.054

EFSF

       

ESM

1.829.440

1.829.440

0

1.829.440

EIB

448.222

448.222

0

448.222

         

Bijdrage uit inkomen Griekse obligaties

139.041

139.041

0

139.041

Uitkering aan Griekenland

139.041

139.041

0

139.041

         

Ontvangsten

32.394

32.394

1.792

34.186

         

Deelname aan internationale instellingen

8.480

8.480

0

8.480

Ontvangsten IFI's

8.480

8.480

0

8.480

         

Lening

23.914

23.914

1.792

25.706

Aflossing lening Griekenland

       

Rente ontvangsten lening Griekenland

23.914

23.914

1.792

25.706

Service fee ontvangsten lening Griekenland

       

Toelichting

Verplichtingen (– € 48,14 mld.)

Het tijdelijke noodfonds EFSF gaat sinds juli 2013 geen nieuwe leningenprogramma’s meer aan. Hierop is besloten om het garantieplafond neerwaarts bij te stellen tot de benodigde geraamde garanties aan het EFSF voor de huidige programma’s van Ierland, Portugal en Griekenland en de benodigde geraamde garantie voor het aanhouden van de kasreserve van het EFSF

Ontvangsten

Rente ontvangsten lening Griekenland (+ € 1,8 mln.)

Door een hogere rente dan de geraamde CPB rekenrente zijn de ontvangsten op de Griekse lening hoger uitgevallen.

Artikel 5 Exportkrediet- en investeringsverzekering

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 5 Exportkrediet-en investeringsverzekering (bedragen x € 1.000)

Algemene beleidsdoelstelling: Het bieden van mogelijkheden voor verzekering van betalingsrisico's die zijn verbonden aan export en investeringen in het buitenland, in aanvulling op de markt, en het creëren en handhaven van een gelijkwaardig speelveld voor bedrijven op dit vlak

Stand begroting

Stand suppletoire begroting VJN

Mutaties (+ of –) NJN 2013

Stand NJN 2013

         

Verplichtingen

10.616.386

10.616.386

0

10.616.386

waarvan garantieverplichtingen:

       

Reguliere EKV

       

Investeringsverzekeringen

       

MIGA

       

Omzetpolissen

       
         

Uitgaven

113.106

113.106

0

113.106

         

waarvan juridisch verplicht

     

100%

         

Exportkredietverzekering

       

Schade-uitkering EKV

100.000

100.000

0

100.000

Schade-uitkering investeringsverzekeringen

500

500

0

500

Schade-uitkering MIGA

       

Schade-uitkering Omzetpolissen

       

Uitgaven Seno-Gom

       
         

Opdrachten

       

Kostenvergoeding Atradius DSB

12.606

12.606

0

12.606

         

Ontvangsten

128.550

142.550

73.700

216.250

Premies EKV

40.000

54.000

46.000

100.000

Premies investeringsverzekeringen

1.250

1.250

0

1.250

Premies omzetpolissen

       

Schaderestituties EKV

52.300

52.300

27.700

80.000

Ontvangsten Seno-Gom

34.500

34.500

0

34.500

Overige ontvangsten

500

500

0

500

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Ontvangsten

Premies EKV (+ € 46 mln.)

Door een aantal omvangrijke transacties zijn de premieontvangsten in het kader van de Exportkredietverzekering hoger dan verwacht, waardoor de raming voor de premieontvangsten naar boven is bijgesteld. Deels is deze raminggebaseerd op transacties die nog in voorbereiding zijn en naar verwachting in 2013 gerealiseerd zullen worden. Er zijn drie relatief grote verzekeringspolissen uitgereikt, waarbij de maximale schadevergoeding € 200 mln. of hoger bedroeg, op debiteuren in Duitsland, Indonesië en Japan. Het gaat om de ICT sector (een innovatieve chipmachine van ASML), de scheepsbouwsector (een technisch hoogwaardig schip van Damen) en de watersector (bagger- en installatiewerkzaamheden door Van Oord en Heerema Marine Contractors voor transport van LNG als alternatief voor kernenergie). Meer specifieke informatie over de afgegeven polissen in 2013, kan worden teruggevonden op de website van Atradius DSB1.

Schaderestituties EKV (+ € 27,7 mln.)

Er hebben meer schaderestituties plaatsgevonden dan verwacht, dit wordt veroorzaakt door hogere schaderestituties via de Club van Parijs en door hoger dan geraamde betalingen door private debiteuren.

Artikel 6 BTW-Compensatiefonds

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 6 BTW-compensatiefonds

Gemeenten, provincies en Wgr-plusregio's hebben de mogelijkheid een evenwichtige keuze te maken tussen in- en uitbesteding. De btw speelt hierin geen rol.

Stand begroting

Stand suppletoire begroting VJN

Mutaties (+ of –) NJN 2013

Stand NJN 2013

Verplichtingen

2.895.357

2.894.127

 

2.660.000

         

Uitgaven

2.895.357

2.894.127

– 234.127

2.660.000

         

waarvan juridisch verplicht

     

100%

         

Instrument: Btw-compensatieregeling

       

w.v. bijdragen aan gemeenten en kaderwetgebieden

2.561.662

2.561.336

– 207.118

2.354.218

w.v. bijdragen aan provincies

333.695

332.791

– 27.009

305.782

         

Ontvangsten

2.895.357

2.894.127

 

2.660.000

Toelichting

Verplichtingen en Uitgaven en Ontvangsten

Bijdrage aan gemeenten en kaderwetgebieden (– € 207,1 mln.)

De raming is bijgesteld op grond van voorlopige realisatiecijfers van de Belastingdienst. De verwachting is dat gemeenten minder zullen declareren dan werd geraamd bij het opstellen van de ontwerpbegroting.

Bijdrage aan provincies (– € 27,0 mln.)

De raming is bijgesteld op grond van voorlopige realisatiecijfers van de Belastingdienst. De verwachting is dat provincies iets minder zullen declareren dan werd geraamd bij het opstellen van de ontwerpbegroting.

Artikel 7 Beheer materiële activa

Budgettaire gevolgen van beleid – beleidsartikel 7 Beheer materiele activa

Een optimaal financieel resultaat bij het verwerven, beheren, ontwikkelen en afstoten van materiële activa van/voor het Rijk ten behoeve van de realisatie van rijksbeleidsdoelstellingen.

Stand begroting

Stand suppletoire begroting VJN

Mutaties (+ of –) NJN 2013

Stand NJN 2013

Verplichtingen

300

306

 

606

         

Uitgaven

300

306

300

606

         

waarvan juridisch verplicht

     

100%

         

Bekostiging

       

Zakelijke lasten

0

0

   
         

Opdrachten

       

Onderhoud en beheerskosten RVOB

0

0

   

Beheerskosten DRZ

300

306

300

606

         

Leningen

       

Anticiperende aankopen en gebiedsontwikkeling

0

0

   
         

Bijdrage aan baten-lastendienst

       

Bijdrage aan RVOB

0

0

 

0

         

Ontvangsten

1.800

1.800

300

2.100

         

Bekostiging

       

Zakelijke lasten

0

0

   
         

Opdrachten

       

Onderhoud en beheerskosten

       
         

Leningen

       

Anticiperende aankopen en gebiedsontwikkeling

       
         

Programma-ontvangsten Baten-lastendiensten

1.800

1.800

 

2.100

Ingebruikgevingen RVOB

0

0

   

Vervreemding RVOB

0

0

   

Vervreemding DRZ

1.800

1.800

300

2.100

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Beheerskosten DRZ (+ € 0,3 mln.)

De uitgaven bij Domein Roerende Zaken (DRZ) vallen € 0,3 mln. hoger uit, doordat meer schadevergoeding moest worden uitgekeerd voor door het OM onterecht in beslaggenomen goederen.

Ontvangsten

Vervreemding DRZ (+ € 0,3 mln.)

De ontvangsten bij DRZ zijn € 0,3 mln. hoger door meer opbrengsten uit de verkoop van in beslaggenomen goederen.

Artikel 8 Centraal Apparaat Kerndepartement

Budgettaire gevolgen van beleid – niet beleidsartikel 8 Centraal Apparaat Kerndepartement

Op dit artikel staan alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van Financiën met uitzondering van de Belastingdienst (zie artikel 1) en de baten-lastendiensten DRZ en RVOB.

Stand begroting

Stand suppletoire begroting VJN

Mutaties (+ of –) NJN 2013

Stand NJN 2013

Verplichtingen

203.021

214.776

– 13.452

201.324

         

Uitgaven

203.021

214.776

– 13.452

201.324

         

waarvan juridisch verplicht

     

100%

         

Personeel Kerndepartement

135.877

132.777

2.079

134.856

Eigen personeel

130.914

128.536

690

129.226

Inhuur externen

4.517

3.795

1.527

5.322

Overig personeel

446

446

– 138

308

         

Materieel Kerndepartement

67.144

81.999

– 15.531

66.468

waarvan ICT

13.122

15.458

– 4.450

11.008

waarvan bijdrage aan SSO's

35.517

30.657

– 1.817

28.840

waarvan overig materieel

18.505

35.884

– 9.264

26.620

         

Ontvangsten

27.346

33.505

– 2.435

31.070

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven (– € 13,5 mln.)

Personeel Kerndepartement (+ € 2,1 mln.)

De verhoging van de personele uitgaven van € 2,1 mln. is het gevolg van de verwerking van de overkomende budgetten van de auditdienst van het Ministerie van Veiligheid en Justitie naar de Auditdienst Rijk in 2013.

Materieel Kerndepartement (– € 15,5 mln.)

Bij de materiële uitgaven zoals ICT en bijdrage aan SSO's is enerzijds sprake van vertraging naar 2014 bij ICT-projecten met technische oorzaak, anderzijds wordt vooruitgelopen op de taakstellingen. Daarnaast zijn zowel de uitgaven als de ontvangsten bij het Bureau Schade Afwikkeling verlaagd vanwege het vertrek uit het Omslagstelsel Rijkswagenpark van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) naar de Nationale Politie.

Ontvangsten (– € 2,4 mln.)

Zie onder uitgaven bij materieel kerndepartement.

Artikel 9 Algemeen

Niet in gebruik.

Artikel 10 Nominaal en onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid – niet beleidsartikel 10 Nominaal en Onvoorzien

Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstelling naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen IXB plaats. Dit artikel is ook bedoeld om eventuele onzekere ontwikkelingen op de begroting op te vangen.

Stand begroting

Stand suppletoire begroting VJN

Mutaties (+ of –) NJN 2013

Stand NJN 2013

Verplichtingen

5.685

3.219

682

3.901

         

Uitgaven

5.685

3.219

682

3.901

Onvoorzien

3.152

3.219

682

3.901

Loonbijstelling

0

0

0

0

Prijsbijstelling

2.533

0

0

0

         

Ontvangsten

0

0

0

0

2.3 De beleidartikelen van Nationale Schuld (IXA)

Artikel 11 Financiering staatsschuld

In de onderstaande tabel worden de mutaties op artikel 11 Financiering staatsschuld, dat betrekking heeft op de extern gefinancierde schuld, weergegeven. Conform Europese voorschriften (ESR 95) worden inkomsten en uitgaven voor de staatsschuld op transactiebasis begroot en verantwoord.

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 11; Financiering staatsschuld (x € 1 mln.)1

Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke rentekosten onder acceptabel risico voorde begroting.

Stand vastgestelde begroting (na NvW, amendementen en ISB)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (4=2+3)

Totaal Uitgaven

42.011

40.739

– 2.391

38.348

         

Totaal Programma-uitgaven

41.994

40.716

– 2.390

38.326

         

Totaal Rentelasten

10.190

9.884

– 264

9.620

Rentelasten vaste schuld

9.966

9.765

– 200

9.565

Rentelasten vlottende schuld

224

119

– 65

54

Uitgaven voortijdige beëindiging

0

0

1

1

         

Aflossing vaste schuld

31.804

28.658

48

28.706

Mutatie vlottende schuld

0

2.174

– 2.174

0

         

Overige kosten schulduitgifte

17

22

0

22

         

Totaal Ontvangsten

46.106

50.110

3.279

53.389

         

Totaal Programma-ontvangsten

46.106

50.110

3.279

53.389

         

Totaal Rentebaten schuld

113

110

– 6

104

Rentebaten vaste schuld

0

0

0

0

Rentebaten vlottende schuld

113

110

– 6

104

Ontvangsten voortijdige beëindiging

0

0

0

0

         

Uitgifte vaste schuld

45.993

50.000

0

50.000

Mutatie vlottende schuld

0

0

3.285

3.285

X Noot
1

Als gevolg van afronding in miljoenen kan de som der delen afwijken van het totaal.

Toelichting

Verplichtingen en Uitgaven

Aflossing en uitgifte vaste schuld en mutatie vlottende schuld

De vlottende schuld zal naar verwachting toenemen met € 3,3 mld. Bij de eerste suppletoire begroting werd uitgegaan van een afname van € 2,2 mld. De mutatie wordt veroorzaakt door een hoger kastekort en een afname van gestort onderpand.

Bij het afsluiten van swapcontracten is vastgelegd dat tegenpartijen onderpand moeten storten als de swaps voor de Staat een positive marktwaarde hebben. Dit is een éénzijdige verplichting; als de swaps voor de tegenpartij een positieve marktwaarde hebben (en voor de Staat een negatieve marktwaarde) stort de Staat geen onderpand.

Er is minder onderpand gestort omdat de marktwaarde van de swapportefeuille is gedaald. Aangezien onderpand één van de financieringsbronnen van de Nederlandse Staat is, moet meer schuldpapier worden uitgegeven.

De aflossing vaste schuld is bijgesteld omdat een lening vervroegd wordt afgelost. Het betreft een lease contract van een baten-lastendienst die het Agentschap uitvoert.

Rentelasten en rentebaten

De lagere rentetarieven leiden tot lagere rentelasten op de schulden, maar ook tot lagere rentebaten op de (tijdelijke) uitzettingen.

Artikel 12 Kasbeheer

In de onderstaande tabel worden de mutaties op artikel 12 Kasbeheer, dat betrekking heeft op de schuldverhouding tussen de Minister van Financiën en de instellingen die deelnemen aan schatkistbankieren, weergegeven.

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 12; Kasbeheer (x € 1 mln.)1

Het optimaliseren van het kasbeheer van het Rijk en van de instellingen die aan de schatkist gelieerd.

Stand vastgestelde begroting (na NvW, amendementen en ISB) (1)

Stand 1e suppletoire begroting (2)

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting (2+3=4)

Totaal Uitgaven

8.246

9.867

– 1.701

8.166

         

Totaal Programma-uitgaven

8.246

9.867

– 1.701

8.166

         

Rentelasten

56

15

10

25

Verstrekte leningen

1.305

1.305

193

1.498

Mutaties in rekening-courant en deposito’s

6.885

8.547

– 1.908

6.639

Uitgaven bij voortijdige beëindiging

0

0

3

3

         

Totaal Apparaatuitgaven

0

0

0

0

         

Totaal Ontvangsten

1.922

2.173

24

2.197

         

Totaal Programmaontvangsten

1.922

2.173

24

2.197

         

Rentebaten

528

522

3

525

Ontvangen aflossingen

1.394

1.651

– 78

1.573

Mutaties in rekening-courant en deposito’s

0

0

0

0

Ontvangsten bij voortijdige beëindiging

0

0

99

99

X Noot
1

Als gevolg van afronding in miljoenen kan de som der delen afwijken van het totaal.

Toelichting

Algemeen:

De totale uitgaven en ontvangsten zijn opgebouwd uit vier onderdelen: rentelasten en rentebaten, mutaties in leningen en aflossingen, mutaties in rekening-courant en deposito’s en uitgaven en ontvangsten bij vroegtijdige beëindiging van leningen.

Rentebaten en Rentelasten

Onder de rentelasten vallen de rentebetalingen aan en de renteontvangsten van de deelnemers aan het schatkistbankieren over de aangehouden middelen (in rekening-courant, leningen en deposito’s). De kleine stijging van de rentelasten wordt veroorzaakt doordat er meer middelen in deposito’s worden aangehouden dan ten tijde van de eerste suppletoire begroting. De hogere renteontvangsten worden veroorzaakt doordat de rekening-courantsaldi van de sociale fondsen nu meer negatief worden geraamd. Over deze hogere roodstand in de rekening-courant betalen de sociale fondsen dus meer rente.

Verstrekte leningen en ontvangen aflossingen

In de tweede suppletoire begroting zijn de tot nu afgesloten en afgeloste leningen verwerkt. Het bedrag aan verstrekte leningen is iets hoger dan eerder geraamd. Het bedrag aan aflossingen valt juist wat lager uit.

Mutaties in rekening-courant en deposito’s

Als het saldo dat deelnemers aan schatkistbankieren aanhouden in de vorm van rekening-couranttegoeden en deposito’s stijgt, dan wordt dit geboekt als ontvangst voor het Rijk. Voor 2013 wordt echter een uitgave geraamd, dus dat houdt in dat de saldi op de rekeningen-courant en deposito’s dalen. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de rekening-courant saldi van de sociale fondsen afnemen (meer negatief worden). Ten opzichte van de eerste suppletoire begroting wordt die afname nu nog € 1,2 mld. hoger geraamd. Daar staat tegenover dat in de tweede suppletoire begroting ook de verwachte instroom in de rekening-courant en deposito’s van decentrale overheden is meegenomen. Voor 2013 wordt die instroom geraamd op € 3,1 mld. Het wetsvoorstel dat het meedoen van decentrale overheden aan schatkistbankieren regelt moet nog worden aangenomen door de Eerste Kamer. In de raming wordt er vanuit gegaan dat het wetsvoorstel eind 2013 ingaat, waardoor decentrale overheden nog in 2013 beginnen met het aanhouden van middelen op hun rekening-courant bij het Rijk.

Ontvangsten bij voortijdige beëindiging

Deze mutatie betreft de voortijdige aflossingen van leningen van een baten-lastendienst voor de afkoop van een lease contract.

Naar boven